Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2017:153

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
03-02-2017
Datum publicatie
03-02-2017
Zaaknummer
16/02045
Formele relaties
In cassatie op : ECLI:NL:GHDHA:2016:648
Rechtsgebieden
Belastingrecht
Bijzondere kenmerken
Artikel 81 RO-zaken
Cassatie
Inhoudsindicatie

HR: 81.1 RO.

Wetsverwijzingen
Algemene wet bestuursrecht 3:41
Algemene wet inzake rijksbelastingen 5
Algemene wet inzake rijksbelastingen 11
Algemene wet inzake rijksbelastingen 16
Invorderingswet 1990 8
Wet inkomstenbelasting 2001 3.14
Wet inkomstenbelasting 2001 3.8
Wet inkomstenbelasting 2001 3.35
Wet inkomstenbelasting 2001 3.76
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
FutD 2017-0308
NTFR 2017/325
V-N Vandaag 2017/338

Uitspraak

3 februari 2017

Nr. 16/02045

Arrest

gewezen op het beroep in cassatie van [X] te [Z] (hierna: belanghebbende) tegen de uitspraak van het Gerechtshof Den Haag van 1 maart 2016, nr. BK-14/00001, op het hoger beroep van belanghebbende tegen een uitspraak van de Rechtbank Den Haag (nr. SGR 13/3354) betreffende een navorderingsaanslag in de inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen, de daarbij gegeven boetebeschikking en de daarbij gegeven beschikking inzake heffingsrente.

1 Geding in cassatie

Belanghebbende heeft tegen ’s Hofs uitspraak beroep in cassatie ingesteld en daarbij een aantal middelen voorgesteld.

De Staatssecretaris van Financiën heeft een verweerschrift ingediend.

Belanghebbende heeft een conclusie van repliek ingediend.

2 Beoordeling van de middelen

De middelen kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie, geen nadere motivering, nu de middelen niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

3 Proceskosten

De Hoge Raad acht geen termen aanwezig voor een veroordeling in de proceskosten.

4 Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie ongegrond.

Dit arrest is gewezen door de vice-president R.J. Koopman als voorzitter, en de raadsheren M.A. Fierstra en Th. Groeneveld, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier F. Treuren, en in het openbaar uitgesproken op 3 februari 2017.