Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2017:1338

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
14-07-2017
Datum publicatie
14-07-2017
Zaaknummer
16/03294
Formele relaties
In cassatie op : ECLI:NL:GHDHA:2016:1529
Rechtsgebieden
Belastingrecht
Bijzondere kenmerken
Artikel 81 RO-zaken
Cassatie
Inhoudsindicatie

HR: 81.1 RO.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
V-N Vandaag 2017/1741
NTFR 2017/1834
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

14 juli 2017

Nr. 16/03294

Arrest

gewezen op het beroep in cassatie van [X] te [Z] (hierna: belanghebbende) tegen de uitspraak van het Gerechtshof Den Haag van 17 mei 2016, nrs. BK-14/01560 tot en met BK-14/01565, op het hoger beroep van belanghebbende tegen een uitspraak van de Rechtbank Den Haag (nrs. SGR 13/7835, SGR 13/7843, SGR 13/7846, SGR 13/7849, SGR 13/7852 en SGR 13/7856) betreffende de aan belanghebbende over de jaren 2005 tot ne met 2007 opgelegde navorderingsaanslagen in de inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen (hierna: IB/PVV), de over het jaar 2007 opgelegde navorderingsaanslag in de Zorgverzekeringswet, de voor het jaar 2008 opgelegde aanslagen in de IB/PVV en in de Zorgverzekeringswet en de daarbij gegeven beschikkingen inzake heffingsrente.

1 Geding in cassatie

Belanghebbende heeft tegen ’s Hofs uitspraak beroep in cassatie ingesteld en daarbij een aantal klachten aangevoerd.

De Staatssecretaris van Financiën heeft een verweerschrift ingediend.

Belanghebbende heeft een conclusie van repliek ingediend. Nu deze conclusie bij de Hoge Raad na afloop van de daartoe gestelde termijn is ingediend, slaat de Hoge Raad op dit stuk geen acht.

2 Beoordeling van de klachten

De klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie, geen nadere motivering, nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

3 Proceskosten

De Hoge Raad acht geen termen aanwezig voor een veroordeling in de proceskosten.

4 Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie ongegrond.

Dit arrest is gewezen door de vice-president R.J. Koopman als voorzitter, en de raadsheren M.A. Fierstra en Th. Groeneveld, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier F. Treuren, en in het openbaar uitgesproken op 14 juli 2017.