Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2017:1317

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
11-07-2017
Datum publicatie
11-07-2017
Zaaknummer
15/05334
Formele relaties
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2017:637, Gevolgd
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Cassatie
Artikel 80a RO-zaken
Inhoudsindicatie

Mishandeling door in een uitgaansnacht op straat een ander hardhandig in het gezicht te slaan, waardoor deze bewusteloos achterover op zijn hoofd is gevallen. Bewijsklacht opzet en beroep op noodweer(exces). HR: art. 80a RO.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
RvdW 2017/892
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

11 juli 2017

Strafkamer

nr. S 15/05334

EC

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof Amsterdam van 19 oktober 2015, nummer 23/001198-14, in de strafzaak tegen:

[verdachte] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1976.

1 Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft E.G.C Groenendaal, advocaat te Alkmaar, een schriftuur ingediend. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De Advocaat-Generaal A.E. Harteveld heeft geconcludeerd dat het cassatieberoep met toepassing van art. 80a RO niet-ontvankelijk zal worden verklaard.

2 Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep

De Hoge Raad is van oordeel dat de aangevoerde klachten geen behandeling in cassatie rechtvaardigen omdat de partij die het cassatieberoep heeft ingesteld klaarblijkelijk onvoldoende belang heeft bij het cassatieberoep dan wel omdat de klachten klaarblijkelijk niet tot cassatie kunnen leiden.

De Hoge Raad zal daarom – gezien art. 80a van de Wet op de rechterlijke organisatie en gehoord de Procureur-Generaal – het beroep niet-ontvankelijk verklaren.


3 Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie niet-ontvankelijk.

Dit arrest is gewezen door de vice-president A.J.A. van Dorst als voorzitter, en de raadsheren E.S.G.N.A.I. van de Griend en M.J. Borgers, in bijzijn van de waarnemend griffier S.P.J. Lugtenburg, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 11 juli 2017.