Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2017:1287

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
11-07-2017
Datum publicatie
12-07-2017
Zaaknummer
15/04060
Formele relaties
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2017:608, Gevolgd
In cassatie op : ECLI:NL:GHDHA:2015:2222, Bekrachtiging/bevestiging
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Artikel 81 RO-zaken
Cassatie
Inhoudsindicatie

Medeplegen van doodslag door op vierde verdieping van flatgebouw een ander tegen het hoofd en het lichaam te slaan en te schoppen, ten gevolge waarvan deze door een makkelijk te breken draadglasruit is gevallen, op de stenen grond terecht is gekomen en is overleden. Opzet op de dood en causaal verband tussen gedragingen van verdachte en medeverdachte en dood van slachtoffer. HR: art. 81.1 RO. Samenhang met 15/04348.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
RvdW 2017/885
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

11 juli 2017

Strafkamer

nr. S 15/04060

SG/KD

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof Den Haag van 18 augustus 2015, nummer 22/002510-14, in de strafzaak tegen:

[verdachte] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1984.

1 Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft R.I. Takens, advocaat te Amsterdam, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De Advocaat-Generaal P.C. Vegter heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

De raadsman heeft daarop schriftelijk gereageerd.

2 Beoordeling van de middelen

De middelen kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81, eerste lid, RO, geen nadere motivering nu de middelen niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

3 Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Dit arrest is gewezen door de vice-president A.J.A. van Dorst als voorzitter, en de raadsheren J. de Hullu en E.S.G.N.A.I. van de Griend, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 11 juli 2017.