Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2017:1282

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
27-06-2017
Datum publicatie
10-07-2017
Zaaknummer
15/04923
Formele relaties
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2017:603, Contrair
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Cassatie
Inhoudsindicatie

Strafmotivering. Verwijzing naar eerdere veroordelingen t.z.v. strafbare feiten, terwijl uit uittreksel JD blijkt dat die feiten zijn begaan na bewezen verklaarde medeplegen van valsheid in geschrift en medeplegen van opzettelijk een geschrift a.b.i. art. 225.1 Sr afleveren en voorhanden hebben, terwijl hij weet dat dit geschrift bestemd is voor gebruik als ware het echt en onvervalst (meermalen gepleegd). ’s Hofs vaststelling dat verdachte eerder onherroepelijk is veroordeeld voor het plegen van strafbare feiten en dat dit hem er kennelijk niet van heeft weerhouden de onderhavige feiten te plegen, waarmee tot uitdrukking is gebracht dat die veroordelingen t.t.v. het tlgd. onherroepelijk waren, is niet z.m. begrijpelijk aangezien voormeld uittreksel daarvoor geen steun biedt. Samenhang met 15/04456. CAG: anders.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
RvdW 2017/784
SR-Updates.nl 2017-0310
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

27 juni 2017

Strafkamer

nr. S 15/04923

MD/LN

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof Den Haag van 17 september 2015, nummer 22/000566-14, in de strafzaak tegen:

[verdachte] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1979.

1 Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft R.J. Baumgardt, advocaat te Spijkenisse, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De Advocaat-Generaal D.J.C. Aben heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

2 Beoordeling van het tweede middel

2.1.

Het middel klaagt over de strafmotivering.

2.2.

De verdachte is ter zake van "medeplegen van valsheid in geschrift" en "medeplegen van opzettelijk een geschrift, als bedoeld in artikel 225, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht, afleveren en voorhanden hebben, terwijl hij weet dat dit geschrift bestemd is voor gebruik als ware het echt en onvervalst, meermalen gepleegd", veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van vier maanden en een geldboete van € 50.000,-, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 285 dagen hechtenis. De strafoplegging is onder meer als volgt gemotiveerd:

"Het hof heeft in het nadeel van de verdachte acht geslagen op een de verdachte betreffend uittreksel Justitiële Documentatie d.d. 20 augustus 2015, waaruit blijkt dat de verdachte eerder onherroepelijk is veroordeeld voor het plegen van strafbare feiten. Dat heeft hem er kennelijk niet van weerhouden de onderhavige feiten te plegen."

2.3.

De vaststelling dat "de verdachte eerder onherroepelijk is veroordeeld voor het plegen van strafbare feiten. Dat heeft hem er kennelijk niet van weerhouden de onderhavige feiten te plegen", waarmee tot uitdrukking is gebracht dat die veroordelingen ten tijde van het tenlastegelegde onherroepelijk waren, is niet zonder meer begrijpelijk aangezien voormeld uittreksel daarvoor geen steun biedt.

De strafoplegging is daarom ontoereikend gemotiveerd.

2.4.

Het middel is terecht voorgesteld.

3 Beoordeling van de overige middelen

De middelen kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81, eerste lid, RO, geen nadere motivering nu de middelen niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4 Slotsom

Nu de Hoge Raad geen grond aanwezig oordeelt waarop de bestreden uitspraak ambtshalve zou behoren te worden vernietigd, brengt hetgeen hiervoor is overwogen mee dat als volgt moet worden beslist.

5 Beslissing

De Hoge Raad:

vernietigt de bestreden uitspraak maar uitsluitend wat betreft de strafoplegging;

wijst de zaak terug naar het Gerechtshof Den Haag, opdat de zaak in zoverre op het bestaande hoger beroep opnieuw wordt berecht en afgedaan;

verwerpt het beroep voor het overige.

Dit arrest is gewezen door de vice-president W.A.M. van Schendel als voorzitter, en de raadsheren Y. Buruma en V. van den Brink, in bijzijn van de waarnemend griffier S.P.J. Lugtenburg, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 27 juni 2017.