Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2017:1266

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
07-07-2017
Datum publicatie
07-07-2017
Zaaknummer
16/02221
Formele relaties
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2017:468, Gevolgd
In cassatie op : ECLI:NL:GHAMS:2015:831, Bekrachtiging/bevestiging
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Artikel 81 RO-zaken
Cassatie
Inhoudsindicatie

Art. 81 lid 1 RO. Procesrecht. Beroepsaansprakelijkheid advocaat. Na pleidooi en eerste tussenarrest worden tweede tussenarrest en eindarrest in andere samenstelling gewezen. Schending van de regels van HR 31 oktober 2014, ECLI:NL:HR:2014:3076, NJ 2015/181 en HR 15 april 2016, ECLI:NL:HR:2016:662? Bewijslast causaal verband tussen beroepsfout en schade. Hof komt terug van beslissing over bewijslastverdeling.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
AR 2017/3548
RvdW 2017/811
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

7 juli 2017

Eerste Kamer

16/02221

RM/IF

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

in de zaak van:

ZOSTA BEHEER B.V.,
gevestigd te Amsterdam,

EISERES tot cassatie, verweerster in het voorwaardelijk incidenteel cassatieberoep,

advocaat: mr. J.P. Heering,

t e g e n

[verweerster],
kantoor houdende te [plaats],

VERWEERSTER in cassatie, eiseres in het voorwaardelijk incidenteel cassatieberoep,

advocaat: mr. B.T.M. van der Wiel.

Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als Zosta en [verweerster].

1 Het geding in feitelijke instanties

Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:

a. de vonnissen in de zaak C/13/521076 / HA ZA 12-823 van de rechtbank Amsterdam van 5 september 2012 en 15 mei 2013;

b. de arresten in de zaak 200.135.455/01 van het gerechtshof Amsterdam van 23 december 2014 en 10 maart 2015.

De arresten van het hof zijn aan dit arrest gehecht.

2 Het geding in cassatie

Tegen de arresten van het hof 23 december 2014 en 10 maart 2015 heeft Zosta beroep in cassatie ingesteld. [verweerster] heeft voorwaardelijk incidenteel cassatieberoep ingesteld. De cassatiedagvaarding en de conclusie van antwoord tevens houdende incidenteel cassatieberoep zijn aan dit arrest gehecht en maken daarvan deel uit.

Partijen hebben over en weer geconcludeerd tot verwerping van het beroep. [verweerster] heeft voorts bij conclusie van antwoord gevorderd dat de toe te wijzen proceskostenvergoeding wordt vermeerderd met de wettelijke rente daarover, te rekenen vanaf veertien dagen na de datum van het arrest van de Hoge Raad.

De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten en voor Zosta mede door mr. L.V. van Gardingen.

De conclusie van de Advocaat-Generaal G.R.B. van Peursem strekt tot verwerping van het principale cassatieberoep.

3 Beoordeling van het middel in het principale beroep

De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

Nu het middel in het principale beroep faalt, komt het voorwaardelijk ingestelde incidentele beroep niet aan de orde.

4 Beslissing

De Hoge Raad:

verwerpt het principale beroep;

veroordeelt Zosta in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verweerster] begroot op € 396,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris, vermeerderd met de wettelijke rente over deze kosten indien Zosta deze niet binnen veertien dagen na heden heeft voldaan.

Dit arrest is gewezen door de vice-president C.A. Streefkerk als voorzitter en de raadsheren G. Snijders, G. de Groot, M.V. Polak en M.J. Kroeze, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer G. de Groot op 7 juli 2017.