Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2017:1231

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
04-07-2017
Datum publicatie
05-07-2017
Zaaknummer
16/00201
Formele relaties
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2017:592, Gevolgd
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Artikel 81 RO-zaken
Cassatie
Inhoudsindicatie

Feitelijk leiding geven aan het door een rechtspersoon begaan van valsheid in geschrift (meermalen gepleegd), art. 225.1 Sr, en van het doen van een onjuiste belastingaangifte (meermalen gepleegd), art. 69 AWR, m.b.t. valse facturen die gebruikt zouden zijn om het systeem van heffing van omzetbelasting te misbruiken. 1. Bewijsklacht valsheid in geschrift over onjuistheid facturen. 2. Uos m.b.t. levering vrachtwagen. 3. Bewijsklacht over opzet valsheid in geschrift. 4. Bewijsklacht onjuiste belastingaangifte over onjuistheid facturen. 5. Bewijsklacht over opzet onjuiste belastingaangifte. HR: 81.1 RO. Samenhang met 16/00198 P; 16/00199 P en 16/00200.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
RvdW 2017/839
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

4 juli 2017

Strafkamer

nr. S 16/00201

NA

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Arnhem, van 11 november 2014, nummer 21/004908-13, in de strafzaak tegen:

[verdachte] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1966.

1 Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft A.M. Smetsers, advocaat te Nijmegen, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De Advocaat-Generaal E.J. Hofstee heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

2 Beoordeling van de middelen

De middelen kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81, eerste lid, RO, geen nadere motivering nu de middelen niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

3 Ambtshalve beoordeling van de bestreden uitspraak

De Hoge Raad doet uitspraak nadat meer dan twee jaren zijn verstreken na het instellen van het cassatieberoep. Dat brengt mee dat de redelijke termijn als bedoeld in art. 6, eerste lid, EVRM is overschreden. Dit moet leiden tot vermindering van de aan de verdachte opgelegde gevangenisstraf van elf maanden en twee weken.

4 Slotsom

Nu geen van de middelen tot cassatie kan leiden, terwijl de Hoge Raad geen andere dan de hiervoor onder 3 genoemde grond aanwezig oordeelt waarop de bestreden uitspraak ambtshalve zou behoren te worden vernietigd, brengt hetgeen hiervoor is overwogen mee dat als volgt moet worden beslist.

5 Beslissing

De Hoge Raad:

vernietigt de bestreden uitspraak, maar uitsluitend wat betreft de duur van de opgelegde gevangenisstraf;

vermindert deze in die zin dat deze tien maanden en één week beloopt;

verwerpt het beroep voor het overige.

Dit arrest is gewezen door de vice-president W.A.M. van Schendel als voorzitter, en de raadsheren Y. Buruma en V. van den Brink, in bijzijn van de waarnemend griffier L. Nuy, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 4 juli 2017.