Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2017:118

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
31-01-2017
Datum publicatie
31-01-2017
Zaaknummer
15/02567
Formele relaties
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2016:1445, Contrair
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Cassatie
Inhoudsindicatie

Niet beslist op telefonisch aanhoudingsverzoek van secretaresse van raadsvrouwe. Hof heeft met het oog op het belang van het recht van verdachte op verdediging in de onverklaarde afwezigheid van de raadsvrouwe aanleiding gevonden door de griffier te laten onderzoeken of zij op de hoogte was van de tz. in h.b. Secretaresse van raadsvrouwe heeft de reden voor het niet-verschijnen telefonisch aan griffier medegedeeld (tz. verkeerd genoteerd in agenda) en verzocht de zaak aan te houden. Uit de omstandigheid dat tegen niet verschenen verdachte verstek is verleend en met de behandeling van de zaak is voortgegaan, moet worden afgeleid dat het Hof het aanhoudingsverzoek heeft afgewezen. Met het oog op belang van het recht op verdediging had het Hof die afwijzing met redenen behoren te omkleden. CAG: anders.

Wetsverwijzingen
Wetboek van Strafvordering
Wetboek van Strafvordering 278
Wetboek van Strafvordering 280
Wetboek van Strafvordering 416
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
RvdW 2017/204
NJB 2017/383
NJ 2017/118 met annotatie van J.M. Reijntjes
NBSTRAF 2017/64
SR-Updates.nl 2017-0077
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

31 januari 2017

Strafkamer

nr. S 15/02567

AJ/DAZ

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

op het beroep in cassatie tegen een bij verstek gewezen arrest van het Gerechtshof Den Haag van 21 mei 2015, nummer 22/000054-15, in de strafzaak tegen:

[verdachte] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1991.

1 Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft B. Kizilocak, advocaat te Rotterdam, bij schriftuur en aanvullende schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schrifturen zijn aan dit arrest gehecht en maken daarvan deel uit.

De Advocaat-Generaal W.H. Vellinga heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

2 Beoordeling van het eerste middel

2.1.

Het middel klaagt onder meer dat het Hof heeft verzuimd gemotiveerd te beslissen op een verzoek tot aanhouding van de behandeling van de zaak.

2.2.1.

De procesgang is, voor zover voor de beoordeling van het middel van belang, als volgt geweest:

(i) de Politierechter in de Rechtbank Rotterdam heeft de verdachte ter zake van "wederspannigheid" en "bedreiging met openlijk in vereniging geweld plegen tegen personen" bij verstek veroordeeld tot een gevangenisstraf van twee weken;

(ii) tegen dat vonnis heeft de verdachte hoger beroep ingesteld;

(iii) het Hof heeft de verdachte op de voet van art. 416, tweede lid, Sv niet-ontvankelijk verklaard in het hoger beroep op de grond dat de verdachte geen schriftelijke of mondelinge bezwaren heeft opgegeven tegen het vonnis en het Hof ook zelf geen redenen heeft gezien voor een inhoudelijke behandeling van de zaak.

2.2.2.

Het proces-verbaal van de terechtzitting in hoger beroep houdt, voor zover voor de beoordeling van het middel van belang, het volgende in:

"De verdachte, gedagvaard als:

(...)

is niet ter terechtzitting verschenen.

De raadsvrouw van de verdachte, mr. S. Raza, advocate te Rotterdam, is evenmin ter terechtzitting verschenen.

De griffier neemt telefonisch contact op het met het advocatenkantoor van mr. Raza. De secretaresse van mr. Raza deelt desgevraagd mede dat de datum van de terechtzitting verkeerd is genoteerd in de agenda en dat mr. Raza heden elders zitting heeft. De secretaresse verzoekt de zaak aan te houden voor onbepaalde tijd."

2.2.3.

Blijkens voormeld proces-verbaal is vervolgens verstek verleend tegen de niet verschenen verdachte, heeft het onderzoek ter terechtzitting plaatsgevonden en is het gesloten. Onmiddellijk na de sluiting van het onderzoek is het hiervoor vermelde arrest uitgesproken.

2.3.

Klaarblijkelijk heeft het Hof met het oog op het belang van het recht van de verdachte op verdediging in de onverklaarde afwezigheid van de raadsvrouwe aanleiding gevonden door de griffier te laten onderzoeken of zij op de hoogte was van dag en tijdstip van de terechtzitting in hoger beroep en is in dat kader door de secretaresse van de raadsvrouwe de reden voor het niet-verschijnen medegedeeld met daaraan gekoppeld het verzoek de zaak voor onbepaalde tijd aan te houden.

2.4.

Uit de omstandigheid dat tegen de niet verschenen verdachte verstek is verleend en met de behandeling van de zaak is voortgegaan, moet worden afgeleid dat het Hof het verzoek tot aanhouding van de behandeling heeft afgewezen. Met het oog op voormeld belang van het recht op verdediging en gelet op hetgeen hiervoor is weergegeven, had het Hof die afwijzing met redenen behoren te omkleden. Voor zover het middel klaagt over het ontbreken van die motivering, is het gegrond.

3 Slotsom

Hetgeen hiervoor is overwogen brengt mee dat de bestreden uitspraak niet in stand kan blijven, de middelen voor het overige geen bespreking behoeven en als volgt moet worden beslist.

4 Beslissing

De Hoge Raad:

vernietigt de bestreden uitspraak;

wijst de zaak terug naar het Gerechtshof Den Haag opdat de zaak op het bestaande hoger beroep opnieuw wordt berecht en afgedaan.

Dit arrest is gewezen door de vice-president A.J.A. van Dorst als voorzitter, en de raadsheren J. de Hullu, V. van den Brink, A.L.J. van Strien en E.F. Faase, in bijzijn van de griffier S.P. Bakker, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 31 januari 2017.