Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2017:1179

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
30-06-2017
Datum publicatie
30-06-2017
Zaaknummer
16/06290
Formele relaties
In cassatie op : ECLI:NL:GHSHE:2016:5159
Rechtsgebieden
Belastingrecht
Bijzondere kenmerken
Artikel 81 RO-zaken
Cassatie
Inhoudsindicatie

HR: 81.1 RO.

Wetsverwijzingen
Algemene wet bestuursrecht 3:41
Algemene wet inzake rijksbelastingen 11
Algemene wet inzake rijksbelastingen 16
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
V-N Vandaag 2017/1571
FutD 2017-1608
NTFR 2017/1648
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

30 juni 2017

Nr. 16/06290

Arrest

gewezen op het beroep in cassatie van de erfgenamen van [X], gewoond hebbende te [Z], (hierna: belanghebbenden) tegen de uitspraak van het Gerechtshof ’s-Hertogenbosch van 18 november 2016, nr. 15/00751, op het hoger beroep van belanghebbenden en het incidentele hoger beroep van de Inspecteur tegen een uitspraak van de Rechtbank Zeeland-West-Brabant (nrs. AWB 14/4119, 14/4120 en 14/4122) betreffende de aan erflater over de jaren 2005, 2006 en 2007 opgelegde (navorderings)aanslagen in de inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen en de daarbij gegeven beschikkingen heffingsrente.

1 Geding in cassatie

Belanghebbenden hebben tegen ’s Hofs uitspraak beroep in cassatie ingesteld en daarbij een aantal klachten aangevoerd.

De Staatssecretaris van Financiën heeft een verweerschrift ingediend.

2 Beoordeling van de klachten

De klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie, geen nadere motivering, nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

3 Proceskosten

De Hoge Raad acht geen termen aanwezig voor een veroordeling in de proceskosten.

4 Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie ongegrond.

Dit arrest is gewezen door de vice-president J.A.C.A. Overgaauw als voorzitter, en de raadsheren P.M.F. van Loon en L.F. van Kalmthout, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier E. Cichowski, en in het openbaar uitgesproken op 30 juni 2017.