Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2017:1161

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
27-06-2017
Datum publicatie
27-06-2017
Zaaknummer
16/02816
Formele relaties
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2017:541, Gevolgd
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Cassatie
Inhoudsindicatie

Diefstal van een auto. Slagende bewijsklacht pleegplaats “in Nederland”.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
RvdW 2017/793
SR-Updates.nl 2017-0292
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

27 juni 2017

Strafkamer

nr. S 16/02816

EC/AJ

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof 's-Hertogenbosch van 28 oktober 2015, nummer 20/000666-15, in de strafzaak tegen:

[verdachte] , geboren op [geboortedatum] 1979.

1 Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft B.P. de Boer, advocaat te Amsterdam, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De Advocaat-Generaal T.N.B.M. Spronken heeft geconcludeerd tot vernietiging van de bestreden uitspraak en tot terugwijzing van de zaak naar het Gerechtshof 's-Hertogenbosch teneinde op het bestaande hoger beroep opnieuw te worden berecht en afgedaan.

2 Beoordeling van het eerste middel

2.1.

Het middel klaagt dat de bewezenverklaring voor zover inhoudende dat het feit "in Nederland" is begaan, niet uit de gebezigde bewijsmiddelen kan worden afgeleid.

2.2.1.

Ten laste van de verdachte is bewezenverklaard dat:

"hij op een tijdstip in de periode van 20 oktober 2014 tot en met 9 december 2014 in Nederland, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een auto, toebehorende aan [betrokkene 1] ."

2.2.2.

Deze bewezenverklaring steunt op de volgende bewijsmiddelen:

"(...)

Proces-verbaalnummer: PL2300-2014127113-1

Ik, verbalisant, [verbalisant 1] , medewerker van politie Eenheid Limburg, verklaar het volgende:

Op maandag 20 oktober 2014 deed bij mij telefonisch aangifte, een persoon die mij opgaf te zijn [betrokkene 2] . Hij deed aangifte namens de benadeelde [betrokkene 1] , en verklaarde het volgende.

'Ik ben namens de benadeelde gerechtigd tot het doen van aangifte. Ik, [betrokkene 2] , ben geen eigenaar van het voertuig de Volkswagen Passat voorzien van kenteken [AA-00-BB] . Het voertuig is eigendom van een Bulgaarse werknemer van mij, [betrokkene 1] en ik doe namens hem aangifte van diefstal. [betrokkene 1] heeft het voertuig voornoemd geparkeerd op de carpoolplaats nabij de afrit 27 Moerdijk op 20 oktober 2014 omstreeks 06:30 uur. Hij heeft de auto hier goed afgesloten achtergelaten. Op 20 oktober 2014 omstreeks 16:30 uur kwam [betrokkene 1] weer op de carpoolplaats en wilde zijn auto gebruiken en zag dat hij door onbekende dader(s) was weggenomen.

[betrokkene 1] is nog in het bezit van beide sleutels van het voertuig.

Aan niemand werd het recht of de toestemming gegeven tot het plegen van het feit.'

2. Een proces-verbaal van bevindingen d.d. 9 december 2014, doorgenummerde dossierpagina's 6 tot en met 7, voor zover inhoudende als relaas van bevindingen en/of eigen waarnemingen van de verbalisanten [verbalisant 2] en [verbalisant 3] (beiden hoofdagent van politie), zakelijk weergegeven:

Op 9 december 2014 reden wij over de Piuslaan in de richting van de Sint Bonifaciuslaan te Eindhoven. Wij zagen dat ons een personenauto tegemoet kwam gereden. Wij zagen dat dit een grijze Volkswagen Passat betrof voorzien van het Bulgaarse kenteken [AA-00-BB] . Wij zagen dat er twee personen in de Volkswagen zaten.

(...)

Wij zagen dat er aan de Otto Veniusweg een parkeerplaats was. Op het moment dat wij de parkeerplaats op reden, zagen wij dat de Volkswagen geparkeerd stond buiten de daarvoor bestemde vakken en wij zagen dat er twee mannen in de buurt van de personenauto liepen. Wij zagen dat er verder totaal geen personen in de directe omgeving aanwezig waren. Nadat wij beide mannen aanspraken kwamen ze in onze richting gelopen.

(...)

Na controle van het Bulgaarse kenteken hoorden wij dat het een gestolen voertuig betrof. Hierop hielden wij beide verdachten aan en namen wij de personenauto in beslag. (...) Wij zagen dat het contactslot van de personenauto was verwijderd.

Later werden de personalia van beide verdachten geverifieerd waaruit bleek dat de bestuurder betrof verdachte [verdachte] , geboren op [geboortedatum] 1979 te [geboorteplaats] .

3. Een proces-verbaal verhoor verdachte d.d. 9 december 2014, doorgenummerde dossierpagina's 13 tot en met 15, voor zover inhoudende als verklaring van verdachte [verdachte] , zakelijk weergegeven:

V: Kun je mij vertellen wat er vannacht is gebeurd?

A: De politie heeft mij gecontroleerd in een gestolen auto.

V: Wie was de bestuurder?

A: Ik was de bestuurder.

V: Hoe kom jij aan de auto?

A: Ik wist dat deze auto gemakkelijk weg te nemen was. Ik wist al dagen dat deze auto op de parkeerplaats stond. Ik liep op de parkeerplaats en zag dat het slot van de auto kapot was. Ik heb met een schroevendraaier de auto kunnen starten.

V: Wat was je van plan om met deze auto te doen?

A: Ik wilde deze auto gewoon even gebruiken. Niet voor een klein ritje, maar gewoon voor een tijd."

2.3.

De bewezenverklaring, voor zover inhoudende dat de verdachte de auto "in Nederland" heeft weggenomen, kan niet zonder meer worden afgeleid uit de gebezigde bewijsmiddelen. De bestreden uitspraak is in zoverre niet naar de eis der wet met redenen omkleed.

2.4.

Het middel is gegrond.

3 Slotsom

Hetgeen hiervoor is overwogen brengt mee dat de bestreden uitspraak niet in stand kan blijven, het tweede middel geen bespreking behoeft en als volgt moet worden beslist.

4 Beslissing

De Hoge Raad:

vernietigt de bestreden uitspraak;

wijst de zaak terug naar het Gerechtshof 's-Hertogenbosch, opdat de zaak op het bestaande hoger beroep opnieuw wordt berecht en afgedaan.

Dit arrest is gewezen door de vice-president A.J.A. van Dorst als voorzitter, en de raadsheren E.S.G.N.A.I. van de Griend en M.J. Borgers, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 27 juni 2017.