Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2017:1157

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
27-06-2017
Datum publicatie
27-06-2017
Zaaknummer
15/05200
Formele relaties
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2017:537, Gevolgd
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Cassatie
Inhoudsindicatie

1. Witwassen. ‘Omwisselconstructie’ Duitse Lotto. Falende bewijsklacht ‘afkomstig uit enig misdrijf’. 2. Gegronde klacht duur proeftijd. Ad 1. Gelet op de door het Hof vastgestelde f&o, de omstandigheid dat het Hof bij zijn oordeel heeft betrokken dat verdachte geen aannemelijke verklaring heeft gegeven voor de herkomst van het geldbedrag van ongeveer € 470.562,- en tevens acht heeft geslagen op de gegevens over de gemiddelde legale (contante) inkomsten van verdachte door de jaren heen, is het bewezenverklaarde bestanddeel ‘afkomstig uit enig misdrijf’ toereikend gemotiveerd. Ad 2. Het Hof heeft ten onrechte een proeftijd van drie jaren vastgesteld wat betreft de naleving van de algemene voorwaarde, nu deze - gelet op het i.c. nog geldende art. 14b.2 (oud) jo. art. 14c.1 (oud) Sr - ten hoogste twee jaren kon bedragen. De HR herstelt deze misslag.

Wetsverwijzingen
Wetboek van Strafrecht
Wetboek van Strafrecht 27
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
RvdW 2017/780
NJ 2017/292
NBSTRAF 2017/272
SR-Updates.nl 2017-0288 met annotatie van J.H.J. Verbaan
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

27 juni 2017

Strafkamer

nr. S 15/05200

SG/AJ

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Arnhem, van 2 november 2015, nummer 21/002522-08, in de strafzaak tegen:

[verdachte] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1958.

1 Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft B.P. de Boer, advocaat te Amsterdam, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De Advocaat-Generaal A.E. Harteveld heeft geconcludeerd tot vernietiging van de bestreden uitspraak maar uitsluitend ten aanzien van de vastgestelde proeftijd van drie jaren, tot bepaling van de proeftijd op twee jaren en tot verwerping van het beroep voor het overige.

2. Beoordeling van het eerste middel

2.1.

Het middel klaagt dat uit de bewijsvoering van het Hof niet kan volgen dat het in de bewezenverklaring genoemde geldbedrag van ongeveer € 470.562,- uit enig misdrijf

afkomstig was.

2.2.1.

Ten laste van de verdachte is bewezenverklaard dat:

"hij op een of meer tijdstippen in de periode van 1 januari 2003 tot en met 17 november 2004, in de gemeente Enschede en/althans (elders) in Nederland en/of de Bondsrepubliek Duitsland, tezamen en in vereniging met een ander van een groot geldbedrag (totaal ongeveer € 470.562,--),

* de herkomst heeft verhuld, en

* voorhanden heeft gehad en heeft overgedragen en heeft omgezet terwijl hij, verdachte en/of zijn mededader wist dat dat bovenomschreven voorwerp - onmiddellijk of middellijk - afkomstig was uit misdrijf."

2.2.2.

Deze bewezenverklaring steunt op de volgende bewijsmiddelen:

"Voor zover in de hierna opgesomde bewijsmiddelen wordt verwezen naar het stamprocesverbaal wordt hiermee verwezen naar het door [verbalisant 1] , financieel deskundige van politie, in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal, genummerd 2004ZUT006, gesloten en ondertekend op 21 december 2004 te Enschede.

1) Het in de wettelijke vorm door [verbalisant 2] , hoofdagent van politie, opgemaakte proces-verbaal, genummerd RBS 24-95284, gesloten en getekend op 20 december 2004 te Enschede, als bijlage (1) gevoegd bij het stamproces-verbaal, voor zover inhoudende het relaas van verbalisant, - zakelijk weergegeven -:

In het kader van de Wet Melding Ongebruikelijke Transacties (Wet MOT) is een ieder die beroeps of bedrijfsmatig een financiële dienst verleent, verplicht een daarbij verrichte of voorgenomen ongebruikelijke transactie te melden aan het Meldpunt Ongebruikelijke Transacties (MOT) te Zoetermeer.

Op 05-01-2004 te Enschede werd een transactie uitgevoerd bij ABN AMRO Bank waarbij betrokken waren:

Begunstigde:

[verdachte] , geboren op [geboortedatum] -1958,

Die volgens informatie van de melder opgave deed van het navolgende adres: [a-straat 1] , Enschede.

Opdrachtgever:

[verdachte] , geboren op [geboortedatum] -1958

Die volgens informatie van de melder opgave deed van het navolgende adres: [a-straat 1] , Enschede.

Situatieomschrijving:

[verdachte] (CJ-rek. no. [001] ) stort per 05-01-2004 een bedrag ad € 400.000,- op de rekening (vervolgens doorgeboekt naar zijn eigen rekening [002] per 07-01-2004).

2) Het in de wettelijke vorm door [verbalisant 1] , financieel deskundige van politie, opgemaakte proces-verbaal, genummerd 2004ZUT006, gesloten en getekend op 3 maart 2004 te Enschede, als bijlage (4) gevoegd bij het stamproces-verbaal, voor zover inhoudende de verklaring van [betrokkene 1] , - zakelijk weergegeven -:

Ik ben sinds 01-09-1968 werkzaam als verkoopadviseur bij de ABN AMRO Bank. Een voor mij vreemde man kwam in het kantoor Stationsplein te Enschede en vroeg naar de mogelijkheden op een spaarrekening. Op mijn vraag over welk bedrag het ging, vertelde hij dat het over circa € 400.000,- ging. Wij kwamen uit op een vermogensspaarrekening. Deze is volgens de normale gang van zaken geopend. Zonder dat ik het vroeg, vertelde hij dat hij in december 2003 € 485.000,- had gewonnen in de Duitse loterij. Hij liet mij een bewijs zien waaruit dat zou blijken. Hij vertelde dat hij € 400.000,- kwam storten.

Hij legitimeerde zich met een paspoort of rijbewijs. [verdachte] is een bestaande relatie.

3) Het stamproces-verbaal, voor zover inhoudende het relaas van verbalisant, - zakelijk weergegeven -:

4.4.

Informatie ABN-AMRO bank

• MOTMELDING 05-01-2004

Bedrag € 400.000,- contante storting op 05-01-2004 via [001] op [002] . Rekeningen staan op naam van [verdachte] en/of [betrokkene 2] , [a-straat 1] Enschede. Bedrag wordt door [verdachte] zelf gestort. Reden melding (letterlijke tekst): "Uitkering van Duitse loterij. Gezien storting op Duitse bankrekening van € 473.000. Cash opgehaald in Duitsland en hier gestort. Nieuwe vermogensspaarrekening geopend."

• De saldi van de bankrekeningen van [verdachte] bedroegen per 27-02-2004 het volgende:

Bnk [003] € 50.829,64

Bnk [002] € 400.000,-

Bnk [001] € 52.071,11

Bnk [004] € 1.754,27

Bnk [005] € 2.014,26

4.8.1.

Begrippen

De Westdeutsche Lotterie GmbH & Co OHG is gevestigd te Münster Weselerstrasse 108-112. Door deze vennootschap worden loterijen georganiseerd. De basis van de loterij is dat een koper op een lot, overwegend bestaande uit 49 getallen, een aantal getallen door aankruising kan merken. Wekelijks worden op zaterdag een aantal getallen getrokken.

Een groot aantal mensen speelt met vaste, voor iedere trekking geldende, getallen. Deze personen betalen maandelijks het door hen voor die vaste getallen verschuldigde bedrag. Bij de verkoop wordt het kopen van het lot in de computer van de Westdeutsche Lotterie vastgelegd. Hiertoe heeft iedere lotenverkoper de beschikking over meestal één lottomachine. Als de trekking is geweest, dan kan de klant, op het moment dat een prijs is gewonnen, zijn lot bij de lottoverkoper door de machine halen. Er wordt dan door die machine, afhankelijk van de hoogte van een prijs, een Gewinnanforderung of Zentralgewinnanforderung aangemaakt. De Gewinnanforderung wordt gebruikt bij prijzen tot € 5.000,-. Prijzen vanaf € 5.000,- worden vermeld op een Zentralgewinnanforderung. De Gewinnanforderung kan direct door de lotenverkoper worden uitbetaald; de Zentralgewinnanforderung moet door de eigenaar van het lot worden ingevuld en vervolgens worden ingediend bij de Westdeutsche Lotterie. De gewonnen prijs wordt nadien door de Westdeutsche Lotterie zelf uitbetaald aan de winnaar door bijschrijving op diens bankrekening. De NKL is een loterij waarvan de trekking twee keer per jaar plaatsvindt. De uitkeringen van deze loterij zijn in het algemeen groter.

Lottowederverkoper [A]

, eigendom van [betrokkene 3] , is gevestigd te Gronau. In dit bedrijf worden naast de loten ook tabakswaren, tijdschriften en dergelijke verkocht. [A] heeft enkele personen/ondernemingen die loten in grote getalen afnamen. Eén van die ondernemingen is Combiplay.

Combiplay

Combiplay is een eenmanszaak, eigendom van [betrokkene 4] . Combiplay kocht tot maart 2004 maandelijks voor € 50.000,- een groot aantal loten. Door Combiplay werden deze loten in delen doorverkocht binnen Nederland. Combiplay speelde met vaste getallen. Vanwege de grote hoeveelheid loten die ze maandelijks kopen, is ervoor gekozen dat de loten niet fysiek aan Combiplay worden overhandigd, doch bij de lotenverkoper [A] in de kluis blijven liggen. [A] verstrekt aan Combiplay maandelijks een lijst met de deelnemende getallen. Op basis van die lijst kan Combiplay via internet wekelijks controleren of er prijzen zijn gevallen. Tussen Combiplay en [A] zijn afspraken gemaakt dat [A] zorgt voor de afwikkeling van de loten waarop de prijzen zijn gevallen.

p. 15 en 16

4.10

Bestedingspatroon

Uit de in beslag genomen stukken blijkt dat er in de loop van 2001 - 2002 de bij de woning van verdachte behorende 'schuur' is verbouwd tot 'recreatieruimte'. Aangetroffen werd onder meer een offerte uit januari 2001 inzake de verbouwing van deze ruimte tot een bedrag van bij ƒ 444.876,09. Verder werd een factuur uit 2001 aangetroffen inzake de aankoop van pannen voor een bedrag van ƒ 26.885,50. Uit de offerte d.d. januari 2001 blijkt dat er een open begroting is opgemaakt, exclusief sloopwerk, voor de bouw van een kap op de garage en schuur. Uit de factuur inzake de aankoop van de dakpannen blijkt dat door [verdachte] 4800 dakpannen met 100 vorstpannen alsmede andere voor het dak benodigde materialen zijn aangekocht.

Tijdens de doorzoeking werd van de bewuste ruimte een aantal foto's gemaakt van de actuele situatie. Uit voormelde offerte, factuur inzake de dakpannen en de foto's blijkt dat de verbouwing kennelijk heeft plaatsgevonden. Ook kan daaruit blijken dat de investering aanzienlijk genoemd mag worden. Uit ingesteld onderzoek kon niet worden vastgesteld wanneer precies en door wie er verbouwd is. Uit de stukken welke door [verdachte] bij de boekhouder zijn aangeleverd, en welke stukken als basis hebben gediend voor de aangifte inkomstenbelasting van verdachte, zijn inzake deze verbouwing, alsmede de inrichting van deze ruimte geen bestedingen aangetroffen. Ook zijn in de woning geen relevante stukken dienaangaande aangetroffen.

Uit door mij ingesteld onderzoek uit deze bij de boekhouder ingeleverde stukken blijkt niet dat er uit de privé vermogenssituatie en inkomenssituatie ruimte bestond dergelijk grote investeringen te plegen. Onderzocht zijn de jaren vanaf 2001.

Uit in de woning inbeslaggenomen stukken blijkt tevens dat door verdachte veel uitgaven worden gedaan die worden betaald door cash storting op het postkantoor. Al deze uitgaven zijn niet verwerkt bij het doen van aangiften inkomstenbelasting.

4) Een geschrift als bedoeld in artikel 344, aanhef en onder 5 van het Wetboek van Strafvordering, te weten een vertaling van een in Duitsland opgemaakt proces-verbaal van verhoor van getuige [betrokkene 3] , gedateerd 6 mei 2004, als bijlage 19 gevoegd bij het stamproces-verbaal (en als bijlage 20 bij de vertaalde stukken), voor zover inhoudende, - zakelijk weergegeven -:

In april 1989 heb ik het lottoverkooppunt te Gronau overgenomen, dat ik vervolgens " [A] " heb genoemd. Ik heb vele Nederlandse klanten.

Er zijn 'inleveraars' die het voor de kost doen. Tot maart van dit jaar. Dat was een bedrijf Combiplay. Zij kochten loterijloten in de orde van grootte van € 50.000,- per maand en Lotto-briefjes met een waarde van € 80.000,- per maand.

Ik ken [verdachte] . Ik ken hem als klant. Hij komt regelmatig en hij speelt bij ons de Lotto. Hij is altijd een goede klant geweest. [verdachte] gaf de ene week 50 briefjes af, dan weer 100 briefjes.

Combiplay speelde ook met deze hoeveelheid. Anderen waren er niet. Combiplay had 200 spelbriefjes. Alleen van Combiplay hadden wij de kant en klare briefjes. Combiplay leverde ons de briefjes. Wij hebben vervolgens achteraf met het oog op de vastgestelde trekking de briefjes van Combiplay verwerkt. Op die manier moest niemand van Combiplay bij ons wachten. Bij [verdachte] was dit niet zo.

De betaling door [verdachte] gebeurde contant. [verdachte] is een gewone klant van mij. Die wekelijks in orde van grootte van ongeveer € 300 - € 500 speelt. Hij speelt altijd verschillende briefjes. Soms speelt hij systemen en soms normale briefjes.

Teneinde centrale winsten te kunnen opvragen, diende er altijd een persoon persoonlijk bij mij in het verkooppunt te verschijnen. [betrokkene 4] van Combiplay zei tegen mij: 'regelt u dat eens!' Ik heb het zo begrepen, dat ik vervolgens voor hem de winsten op mijn naam moest opvragen. Vervolgens heb ik tegen hem gezegd dat ik de centrale winsten zou opvragen en deze op rekening zou overmaken. Enige tijd later is het bij de West Lotto opgevallen dat ik veel win. Ik heb vervolgens uitgelegd dat ik dit voor [betrokkene 4] van Combiplay had overgenomen. Alle winsten liepen vervolgens via mijn aparte lottorekening. Dat wil zeggen, dat ik zelf de centrale winsten te gelde maakte. Het geld werd op mijn privérekening bijgeschreven. Ik heb het vervolgens in contanten op de afzonderlijke lottorekening gestort, van waar het naar de rekening van de firma Combiplay werd overgemaakt. Mijn privérekening heeft het nummer [006] bij de Sparkasse Gronau. De afzonderlijke lottorekening op mijn naam " [betrokkene 3] " heeft het nummer [007] bij de Sparkasse Gronau. De rekening van de firma Combiplay is eveneens bij de Sparkasse Gronau.

In december 2003 had de firma Combiplay een centrale winst (het hof begrijpt: een Zentralgewinn) ten bedrage van ongeveer € 470.000,-. Ik had angst om dit bedrag op mijn privérekening over te laten schrijven. [verdachte] bood aan de winst op zijn rekening te laten overschrijven en het bedrag in contanten aan mij uit te betalen. Dat heb ik gedaan. Ik heb het contante geld ten bedrage van de winst van [verdachte] in contanten ontvangen en heb ditzelfde bedrag op mijn afzonderlijke lottorekening gestort. Van daaruit werd hetzelfde geldbedrag naar de firma Combiplay overgemaakt.

[verdachte] heeft eveneens zijn bankrekening bij de Sparkasse Gronau. [verdachte] heeft het geld contant naar het lottoverkooppunt gebracht. Als ik het mij goed herinner, heb ik het geld niet in één bedrag gekregen.

Ik heb alleen voor de firma Combiplay de winsten geïnd en voor geen ander.

Nadere overweging hof:

Uit de stukken blijkt dat verdachte pas op 29 december 2003 een bedrag van € 470.578,40 van de Westdeutsche Lotterie heeft ontvangen en dat de contante stortingen waar de getuige [A] over heeft verklaard voor het overgrote deel voor die datum hebben plaats gevonden. Uitgaande van de juistheid van de verklaring van [A] betekent dit dat de contante betalingen die verdachte aan [A] heeft gedaan dus niet afkomstig kunnen zijn van het (nadien) door verdachte van de Westdeutsche Lotterie ontvangen prijzengeld.

5) Een geschrift als bedoeld in artikel 344, eerste lid aanhef en onder 5 van het Wetboek van Strafvordering, te weten een vertaling van een Duits bankafschrift met het rekeningnummer [007] bij de Sparkasse Gronau op naam van [betrokkene 3] , als bijlage 20 gevoegd bij het stamproces-verbaal (en als bijlage 26 e.v. bij de vertaalde stukken) voor zover inhoudende, - zakelijk weergegeven -:

6) Een geschrift als bedoeld in artikel 344, eerste lid aanhef en onder 5 van het Wetboek van Strafvordering, te weten een vertaling van de trekkingsuitslag van de Duitse Lotto van zaterdag 13 december 2003 (printdatum 15 december 2003), als bijlage (document K1) gevoegd bij het stamproces-verbaal (en als bijlage 45 bij de vertaalde stukken) en als bijlage I gevoegd bij deze aanvulling.

7) Een geschrift als bedoeld in artikel 344, eerste lid aanhef en onder 5 van het Wetboek van Strafvordering, te weten een vertaling van een Duitse brief van [A] aan Combiplay, gedateerd 16 december 2003, als bijlage (document K4) gevoegd bij het stamproces-verbaal (en bijlage 48 bij de vertaalde stukken) voor zover inhoudende, - zakelijk weergegeven -:

8) Een geschrift als bedoeld in artikel 344, aanhef en onder 5 van het Wetboek van Strafvordering, te weten een vertaling van een document, inhoudende een centraalwinst aanvraag, als bijlage 3 (en 4 bij de vertaalde stukken) gevoegd bij het stamproces-verbaal, voor zover inhoudende, - zakelijk weergegeven -:

Centraalwinst aanvraag

[betrokkene 3]

Gronau, Enschede Str. 149

Nr. van de kansspelopdracht:

0103590517087015

[verdachte]

[a-straat 1]

Enschede

[008] 40154006

Sparkasse Gronau

0103590517087015

17-12-03 14:58:52

9) Een geschrift als bedoeld in artikel 344, aanhef en onder 5 van het Wetboek van Strafvordering, te weten een vertaling van een document, inhoudende een verzoek om prijzen uit te keren en een reçu, gedateerd 17 december 2003, als bijlage 5 gevoegd bij het getuigenverhoor van [betrokkene 5] en als bijlage II bij deze aanvulling.

10) Een geschrift als bedoeld in artikel 344, eerste lid aanhef en onder 5 van het Wetboek van Strafvordering, te weten een lijst uit de administratie van Combiplay, volgens de verklaring van [betrokkene 4] bij de rechter-commissaris van 28 maart 2013, waaruit blijkt met welke getallen Combiplay speelde, als bijlage K2 gevoegd bij het stamproces-verbaal (als bijlage 46 bij de vertaalde stukken) en als bijlage III gevoegd bij deze aanvulling.

11) Een geschrift als bedoeld in artikel 344, eerste lid aanhef en onder 5 van het Wetboek van Strafvordering, te weten een vertaling van een Duitse brief van de Westdeutsche Lotterie GbmH & Co. OHG aan [verdachte] , gedateerd 18 december 2003, als bijlage 1 gevoegd bij het stamproces-verbaal (en als bijlage 1 bij de vertaalde stukken) voor zover inhoudende, - zakelijk weergegeven -:

Geachte [verdachte] ,

U heeft gewonnen!

Het winstaandeel voor grote prijzen kan zich nog tot aan de dag van de uitbetaling - binnen 8 dagen na de trekking - wijzigen, indien er andere/nog meer winstaanspraken worden vastgesteld.

Zodra wij uw kansspelkwitantie hebben ontvangen, maken wij uw winst na deze termijn over op de ons bekende rekening.

12) Een geschrift als bedoeld in artikel 344, eerste lid aanhef en onder 5 van het Wetboek van Strafvordering, te weten een vertaling van een in het Duits opgemaakte aantekening door de Districtspolitie te Borken, als bijlage 21 gevoegd bij het stamproces-verbaal (en als bijlage 30 bij de vertaalde stukken) voor zover inhoudende, - zakelijk weergegeven -:

Op 6 mei 2004 bezochten de heer Heitkamp en ik volgens afspraak [betrokkene 3] in het Lottoverkooppunt [A] . Uit het bankafschrift 1 (blad 2) blijkt dat er op 30-12-2003 een bedrag van € 470.578,40 ten gunste van de firma Combiplay werd afgeschreven. Uit de bankafschriften 1/blad 1, 125/blad 1, 125/blad 2 en 125/blad 3 blijken volgens de verklaring van [betrokkene 3] de genoemde stortingen in contanten van het door [verdachte] ontvangen geld. [betrokkene 3] deelde mede, dat het gestorte bedrag hoger was dan het bedrag van € 470.578,40, omdat hij de dag inkomsten van het Lottoverkooppunt ook had gestort.

13) Een geschrift als bedoeld in artikel 344, eerste lid aanhef en onder 5 van het Wetboek van Strafvordering, te weten een vertaling van een Duits bankafschrift met het rekeningnummer [008] bij de Sparkasse Gronau op naam van verdachte, als bijlage 6 gevoegd bij het stamproces-verbaal (en als bijlage 5 bij de vertaalde stukken), voor zover inhoudende, - zakelijk weergegeven -:

29-12 Westdeutsche Lotterie 3120E € 470.562,40

312 Weseler Str. 108-1124815

SPA 01 0359 05 17087015ZG-2

14) Een geschrift als bedoeld in artikel 344, eerste lid aanhef en onder 5 van het Wetboek van Strafvordering, te weten een vertaling van een Duits bankafschrift met het rekeningnummer 11601 bij de Sparkasse Gronau (van Combiplay), als bijlage K7 en K8 gevoegd bij het stamprocesverbaal (en als bijlage 51 en 52 bij de vertaalde stukken), voor zover inhoudende, - zakelijk weergegeven -:

Bankafschrift nr. 82, blad 1:

Firma

[betrokkene 4]

Combiplay

Bankafschrift nr. 82, blad 2:

30-12 ingekomen betaling

[betrokkene 3] € 470.578,40

Winst systeemlotto

d.d. 13-12-2003

15) Een geschrift als bedoeld in artikel 344, eerste lid aanhef en onder 5 van het Wetboek van Strafvordering, te weten een vertaling van een Duits bankafschrift met het rekeningnummer [008] bij de Sparkasse Gronau op naam van verdachte, als bijlage 18 (en 17 bij de vertaalde stukken) gevoegd bij het stamproces-verbaal, voor zover inhoudende, - zakelijk weergegeven -:

Boekingsdag 05-01-04 contante uitbetaling € 470.000,-

16) Het proces-verbaal van verhoor van getuige [betrokkene 4] , opgemaakt door de rechter-commissaris strafzaken in de rechtbank Oost-Nederland, zittingsplaats Almelo op 28 maart 2013, voor zover inhoudende, - zakelijk weergegeven -:

Combiplay was een bedrijf dat mensen in groepen bij elkaar brengt om per groep een hoeveelheid deelnames in de Duitse lotto, en loten in de Nord Deutsche Klassen Lotterie te spelen. Er werd meegespeeld in de lotto met altijd dezelfde cijfers per groep en met dezelfde lotnummers in de loterij. De trekkingen voor de lotto en de loterij waren wekelijks.

U toont mij een brief van 16 december 2003 waarop met viltstift cijfer 47 staat. U ziet dat [A] op dat overzicht in die brief kolommen heeft met het woord 'groepen' en met systeem 007, 008, 009 en 010. Dit is precies waar ik het net over had. [A] wist van onze indeling in groepen en houdt voor ons bij welke prijzen er vielen in de door ons beheerde groepen. Na een trekking liet hij ons weten hoeveel geld er voor elk van die groepen was gevallen, in de door die groepen gespeelde systeemlotto's. Hij kon dat doen omdat wij met hem hadden afgesproken dat wij niet zelf elke week lottoformulieren komen invullen en daarna zelf prijzen komen ophalen. We hadden daarentegen afgesproken dat hij de vaste combinaties van elke groep, elke week zelf zou invoeren in zijn lottomachine en daarna zelf voor ons de prijzen incasseert. Hij stuurt ons een rekening die wij betalen en hij stuurde naar onze Duitse SNS-rekening de opbrengst van elke week. [A] was in feite voor de Lotto bij hen in dienst. Natuurlijk controleerden wij zelf ook in welke groepen welke prijzen gevallen waren.

U toont mij een bladzijde waar met stift 46 op staat (opmerking hof: opgenomen onder 10 in deze aanvulling). Het is een lijst die uit mijn administratie zou kunnen komen. Ik zie dat er 9 cijfers zijn ingevuld, waarmee kennelijk gespeeld werd. Dit betekent systeem 009. U ziet in de kolom ervoor ook staan: "Lotto 09-49". Dat betekent 9 cijfers van 49 mogelijk te trekken cijfers, 49 lottoballetjes.

De kolom rechts naast de 9 cijfers verraadt hoeveel er goed waren in de betreffende week. U ziet op de bovenste rij het cijfer 3 staan. In dat geval waren er 3 goed. In de onderste rij ziet u dat er 6 goed waren in die week.

U vraagt of [A] naar verschillende rekeningen van Combiplay betaalde. Volgens mij heeft [A] vanaf 1994, sinds toen deden wij zaken met hem, op onze SNS-rekening betaald.

U vertelt mij dat met name relevant is de lottotrekking van 13 december 2003. U vraagt mij wanneer ik voor het eerst wist dat er binnen Combiplay een grote prijs was gevallen. Ik denk dezelfde dag of zeer kort daarna. Het bedrag dat erbij hoort is ook pas een paar dagen later dan de trekking bekend. Dan is bekend hoeveel mensen dezelfde combinaties hebben en dus met hoeveel andere winnaars zij het bedrag moeten delen. Het is namelijk zo dat elke week, het bedrag dat gewonnen kan worden, bij dezelfde hoeveelheid goede getallen verschilt, terwijl ook elke week niet hetzelfde aantal deelnemers de combinaties goed hebben geraden.

U toont mij een trekkingslijst waarop met stift cijfer '45' staat (opmerking hof: opgenomen onder 6 in deze aanvulling). Het is de trekkingslijst van 13 december 2003. Ik zie onderaan een heleboel gegevens waaruit ik opmaak dat dit een print is van het internet. U toont mij nogmaals trekkingslijst 45 en u toont mij het bedrag dat staat bijgeschreven op bladzijde 46, uit onze eigen administratie, waar het bedrag 470.578,40 euro staat bijgeschreven.

U toont mij document 48 (opmerking hof: opgenomen onder 7 in deze aanvulling). Daarop staat te lezen dat in groep 2012 systeem 010 het bedrag van 470.578,40 euro is gevallen. Dit is inderdaad hetzelfde bedrag als staat ingevuld in onze administratie.

U vraagt mij wat ik weet rond de incasso van grote prijzen. In ons geval vulde [A] dus dergelijke formulieren in en zorgde hij dat hij het geld kreeg om het aan ons door te betalen.

17) Een geschrift als bedoeld in artikel 344, aanhef en onder 5 van het Wetboek van Strafvordering, te weten een vertaling van een Duitse verklaring van de getuige [betrokkene 5] , opgemaakt door de politie te Münster, gedateerd 25 maart 2013, voor zover inhoudende, - zakelijk weergegeven -:

Ik ben als rechtskundig adviseur werkzaam bij Westdeutsche Lotterie GmbH.

Voor beantwoording van de vragen heb ik vooraf het dossier mogen inzien.

Vraag: Ten aanzien van de trekking d.d. 13 december 2003 bevindt een trekkingslijst in het dossier (opmerking hof: zie bewijsmiddel 6 in deze aanvulling). Is dit de getrouwe weergave van het aantal gevallen prijzen en de hoogte van de lottoprijzen op 13 december 2003?

Antwoord: Met betrekking tot de trekkingslijst in het dossier kunnen wij meedelen dat deze het juiste aantal prijzen bevat en dat de hoogte van de prijzen ook klopt.

Vraag: Het dossier bevat een brief van Westdeutsche Lotterie aan [verdachte] dd. 18 december 2003 (opmerking hof: zie bewijsmiddel 11 in deze aanvulling). Komt dit overeen met de brieven die destijds door Westdeutsche Lotterie aan prijswinnaars werden gestuurd?

Antwoord: Bij de brief d.d. 18-12-2003 gaat het om een originele brief van Westdeutsche Lotterie GmbH & Co. OHG, zoals destijds gebruikelijk was.

Vraag: Hebben de prijzen, vermeld in deze brief aan [verdachte] , betrekking op de prijzen die op de hierboven vermelde trekkingslijst zijn gevallen, en wel een prijs uit de klasse II € 419.887,90, 18 prijzen van de klasse IV € 2.706,00, 45 prijzen van de klasse VI à € 39,70 en 20 prijzen van de klasse VIII à € 9,80 (in totaal € 470.578,40)?

Antwoord: Bij de spelopdracht met het nummer 01 035905 17087015 gaat het om een zogenaamde "systeemkaart". Het Lotto-systeemspel is een variant van de "normale" lotto, waarbij meerdere kruisjes kunnen worden gezet en daardoor een hogere kans op winst bestaat. Er werd gewonnen in het systeem 009. Hier worden uit de aangekruiste cijfers mogelijke combinaties van zes cijfers samengesteld; in totaal worden 84 speelseries gespeeld. Daaruit volgt dat niet alleen 1 x de prijzenklasse in klasse 2, maar ook andere prijzen in de daaronder gelegen prijzenklassen gewonnen zijn.

Het enige dat na te gaan is, is dat de speelopdracht op 11-12-2003 om 11:46 uur op het inleveringskantoor [A] , [b-straat 1] , Gronau gespeeld is.

Vraag: Uit het bankafschrift van de bankrekening van [verdachte] blijkt dat op 29 december 2003 een bedrag ter hoogte van € 470.562,40 is bijgeschreven. Dat is € 16,- minder dan men op grond van bovenvermelde brief d.d. 18 december 2003 had kunnen verwachten. Hebt u daarvoor een verklaring?

Antwoord: De overboeking van de gewonnen prijs is als "buitenlandse betaling" uitgevoerd, omdat de winnaar zijn vaste woon- en verblijfplaats in het buitenland had en de betaling daarom gemeld moest worden conform Aussenwirtschaftsverordnung (Duitse Verordening inzake buitenlandse handel en betalingen). Deze statistische melding is in een statistisch deel van de betaling aan het buitenland geïntegreerd. Voor deze overboekingen zijn hogere kosten verschuldigd, ten dele ook ten laste van de begunstigde. De kosten worden rechtstreeks door de bank op het over te boeken bedrag in mindering gebracht. Hier is € 16,- aan bankkosten rechtstreeks van de betaling ingehouden.

Vraag: Als de hiervoor vermelde trekkingslijst waarheidsgetrouw is, wat zijn dan de namen en woonplaatsen van de andere 6 winnaars van een prijs van € 419.887,90. Via welk inleveringspunt zijn de lottoformulieren van deze zes prijswinnaars ingediend en uitbetaald?

Antwoord: Bij de trekking van 13-12-2003 zijn er in totaal zeven prijzen in prijzenklasse 2 gevallen:

2 x in de deelstaat Nedersaksen

1 x in de deelstaat Baden-Württemberg

1 x in de deelstaat Saksen

Drie prijzen zijn in de deelstaat Noordrijn-Westfalen gevallen:

- [verdachte] uit Enschede, gespeeld in het indieningskantoor [A] in Gronau

- Lottopool Wix uit Kevelaer, gespeeld in het indieningkantoor Holm in Kevelaer

- Lottopool Stemmer uit Essen (klantenkaart), gespeeld in het indieningskantoor Perlik.

Met betrekking tot de hoogte van de beide andere prijzen die in de deelstaat Noordrijn-Westfalen gevallen zijn, kunnen wij meedelen dat beide prijzen onder € 465.000,- liggen.

18) Een geschrift als bedoeld in artikel 344, aanhef en onder 5 van het Wetboek van Strafvordering, te weten een deskundigenrapport, opgemaakt door I.K. Toxopeus-De Vries, forensisch accountant, gedateerd 17 november 2014, voor zover inhoudende, - zakelijk weergegeven -:

Uit informatie in het dossier volgt dat de prijs ter hoogte van € 470.578,40 die bij de trekking van 13 december 2003 is gewonnen en die door de WE op de bankrekening van [verdachte] is uitbetaald gewonnen is in een trekking van het spel "6aus49".

Om de mogelijkheden tot hoogte van inleg en prijzen zo gevarieerd mogelijk te maken, worden zogenaamde "klassen" ingevoerd. De totale prijzenpot van de Duitse Lotto, 50% van de totale inleg, is verdeeld over 8 win-klassen.

Bij de verkoop van een lot worden de door de deelnemer gekozen getallen in de administratie van de WE vastgelegd. Dit verloopt digitaal, bijvoorbeeld via een lotenverkoper die de beschikking heeft over een Lottomachine (terminal) die is aangesloten op de geautomatiseerde systemen van de WE. Uit het dossier blijkt dat het winnende lot (01.0359.05.17087015.692) waarop aan [verdachte] het prijzengeld ad € 470.562,40 is uitgekeerd via Loterij verkoper [A] is gekocht.

Na een trekking worden de uitslagen gepubliceerd en kan een deelnemer zijn lot bij een lotenverkoper door de Lottomachine laten verifiëren. Uit verklaringen van medewerkers van de WE blijkt dat, als er een prijs is gewonnen op een lot, er een "Gewinnanforderung" (prijzen tot € 5.000,-) of een "Zentralgewinnanforderung" (prijzen vanaf € 5.000,-) wordt uitgegeven, prijzen tot € 5.000,- kunnen direct bij een lotenverkoper worden geïnd. Het formulier "Zentralgewinnanforderung" voor prijzen boven € 5.000,- moet door de eigenaar van het lot worden ingevuld en ingediend bij de WE. De WL maakt het prijzengeld op basis daarvan over aan de winnaar.

Op 18 december 2003 wordt een brief door WL aan [verdachte] verstuurd. Hieruit valt op te maken dat definitieve vaststelling van de omvang van de grote prijzen niet direct, maar na acht dagen na de trekking plaatsvindt.

In het geval van de trekking van 13 december 2003 zou de prijs in Klasse II dus op 21 december 2003 (13 december plus 8 dagen) moeten zijn vastgesteld. Over de termijn van uitkering van de prijs na vaststelling wordt in de actuele deelnamevoorwaarden van de WE niets vermeld. Uit het vorenstaande volgt dat uitkering van de grote prijzen (Klasse I en II) in de trekking van 13 december 2003 in elk geval na 21 december 2003 moet hebben plaatsgevonden.

De relevante gebeurtenissen en de geldstromen (in grijs) kunnen als volgt worden omschreven:

Tabel 3

Op zaterdag 13 december 2003 vindt de trekking plaats van de Lotto waarin met lotnummer 01.0359.05.17087015 wordt meegespeeld.

In het dossier is een print van de uitslagen van de Lotto-trekking van 13 december 2003 aangetroffen. De print is gemaakt op 15 december 2003 en geeft de uitslag van de trekking van 13 december 2003. Op de uitslag van de trekking wordt bij elke Klasse het bedrag vermeld dat is gewonnen. Deze bedragen zouden nog niet vaststaan (althans voor wat betreft Klasse I en II) omdat deze nog binnen acht dagen na de trekking kunnen wijzigen. Uit de print met de trekkingsuitslagen blijkt onder andere dat in Klasse II zeven keer een prijs van € 419.887,90 is gevallen en in Klasse IV 1.765 keer een prijs van € 2.706,-.

Op 16 december 2003 heeft [A] aan Combiplay een brief gestuurd (prod. 49, K5) waarin hij kennis geeft dat in groep 2012 van systeem 010 een bedrag van € 470.578,40 is gewonnen in de trekking van 13 december 2003.

Het lot waarop de hoge prijs was gevallen en de loten waarop de kleinere prijzen zijn gevallen zijn op 17 december opgeëist. Dit blijkt onder andere uit de "Gewinnanforderung" die is gedateerd op 17 december 2003 en waarop de gegevens van [verdachte] zijn ingevuld met een adres in Nederland (Enschede) en zijn Duitse bankrekening (Sparkasse Gronau).

[verdachte] ontvangt een brief van de WE met datum 18 december 2003. Hierin wordt vermeld dat [verdachte] met lotnummer 0103590517087015 in de Klassen II, IV, VI en VIII prijzen heeft gewonnen. In de brief worden geen bedragen vermeld omdat, zo staat in de brief: "de bedragen voor grote prijzen tot aan de vervaldag van de betaling binnen 8 dagen na de trekking kunnen wijzigen." Dat de bedragen voor de grote prijzen niet meer zijn gewijzigd volgt uit de combinatie van de print met de trekkingsuitslagen waar de voorlopige bedragen worden vermeld en de brief aan [verdachte] d.d. 18 december 2003. Het totaal van de gewonnen bedragen telt op tot € 470.578,40, het bedrag dat (na aftrek kosten) door de WL eind december aan [verdachte] wordt uitgekeerd.

Tijdens mijn onderzoek zijn de bankafschriften van de bankrekening van [A] bij Sparkasse Gronau in de perioden november 2003 tot en met januari 2003 en november 2004 tot en met januari 2004 beschikbaar gesteld. Uit analyse is vast komen te staan dat maandelijks totaal de volgende contante stortingen op de bankrekening van [A] bij de Sparkasse in Gronau zijn gedaan:

Daaruit blijkt een afwijkend bedrag aan contante stortingen in december 2003 in vergelijking met de maanden daarvoor en daarna en vergeleken met dezelfde periode het jaar daarop. Ten opzichte van november 2003 is er in december 2003 voor € 542.778,- meer aan contanten op de rekening van [A] gestort. Omdat er in december over het algemeen meer omzet wordt behaald dan in de maand daarvoor en daarna is een vergelijking met de december maand van een ander jaar relevant. In december 2003 is er € 494.100,- meer contant geld op de rekening gestort dan in december 2004.

Bij Sparkasse Gronau liep een rekening op naam van [verdachte] (rekeningnummer [008] ). Uit informatie van de Sparkasse blijkt o.a. dat op 29 december 2003 een bedrag van € 470.562,40 door de WE is overgemaakt aan [verdachte] (stuk 5). De omschrijving luidt: "Westdeutsche lotterie 3120E312Weseler str. 108-1124815 SPA 01 0359 05 17087015ZG-252606/GEB BEN/REF 01 7020041 74 78357/ORG EUR 4705 7840/GEB000000000001600EUR/ADRS 1 Muenster/". Uit de omschrijving van de overboeking van de WL aan [verdachte] kan worden afgeleid dat het gaat om het prijzengeld op lotnummer 01 0359 05 17087015, het nummer dat ook wordt vermeld in de brief van 18 december 2003 die door de WL aan [verdachte] werd verzonden.

Op 30 december 2003 ontvangt Combiplay van [A] een bedrag van € 470.578,40. De omschrijving daarbij op het bankafschrift luidt " [betrokkene 3] Gewinn Systeemlotto v. 13.12.2003)." Het bedrag is gelijk aan het prijzengeld dat door de WL aan [verdachte] wordt uitgekeerd echter dan zonder aftrek van de € 16,- (zie punt 15 hierboven). Het bedrag komt ook overeen met het bedrag dat [A] vermeld in zijn brief aan Combiplay op 16 december 2003 (zie punt 6 hierboven) en het bedrag op de lijst die [A] aan Combiplay verstrekt en waarop de nummers zijn genoteerd waarmee Combiplay zou spelen (prod. 46, K2). [A] maakt dus het prijzengeld over aan Combiplay. In het dossier is echter niets aangetroffen waaruit betaling van de WL aan [A] met betrekking tot deze prijs blijkt.

Op 5 januari 2004 wordt door [verdachte] € 470.000,- contant opgenomen van zijn bankrekening in Duitsland. Dit blijkt uit een bankafschrift van de bankrekening van [verdachte] bij de Sparkasse in Gronau dat in het dossier is aangetroffen.

Op 5 januari 2004 heeft [verdachte] € 400.000,- aan contanten gestort op zijn ABN Amro rekening [001] . Aansluitend wordt dit bedrag door geboekt naar rekeningnummer [002] ook op naam van [verdachte] . Uit het dossier blijkt niet in welke coupures de storting van € 400.000,- is gedaan. [verdachte] heeft verklaard dat hij over een Duitse bankrekening beschikt en dat daar € 470.000,- op is bijgeschreven i.v.m. een prijs in de Duitse Loterij. Dit bedrag zou hij contant hebben opgenomen. € 400.000,- heeft hij - op 5 januari 2004 - gestort op een ABN Amro rekening, het overige heeft hij aangewend voor de aankoop van een auto.

(...)

Uit het stuk met de trekkingsuitslagen van 13 december 2003 (prod. 45, KI, zie punt 4) blijkt dat er 7x in Klasse II is gewonnen. De geldstroom van de WL aan [verdachte] is in kaart gebracht. Er is echter niets bekend geworden over een geldstroom van de WL aan Combiplay of [A] met een omvang van € 470.578,40. Dit had moeten kunnen blijken uit een onderzoek in de administratie van de WL en eventueel de administratie van [A] en Combiplay. Vooralsnog blijkt er uit het dossier geen tweede geldstroom ad € 470.578,40 van de WL met betrekking tot de trekking van 13 december 2003 aan [A] of Combiplay. [A] en Combiplay hebben geen van beiden bewijs aangedragen voor het bestaan van deze geldstroom. Uit de bankafschriften van [A] bij de Sparkasse in de periode november 2003 tot en met januari 2004 en de bankafschriften van Combiplay bij de Sparkasse in de periode november 2003 tot en met februari 2004, blijkt geen betaling van de WL aan [A] dan wel Combiplay met betrekking tot een gewonnen prijs van € 470.578,40.

Voorts is [betrokkene 5] van de WL gevraagd naar de mogelijkheid dat zowel [verdachte] als Combiplay in de trekking van 13 december 2003 een prijs in Klasse II hebben gewonnen. Daartoe is onderzocht waar en door wie de andere zes prijzen in Klasse II zijn gewonnen.

Uit dit onderzoek blijkt dat er volgens de administratie van de WL drie prijzen in Klasse II zijn gewonnen in Noordrijn-Westfalen en wel door:

a) [verdachte] , via [A] in Gronau

b) Lottopool Wix, via Holm in Kevelaer en

c) Lottopool Stemmer, via Perlik

(...)

Voorts blijkt uit onderzoek naar contante stortingen van [A] op zijn bankrekening dat er in december 2003 meer geld is gestort dan in dezelfde maand een jaar later. Het verschil aan contante stortingen tussen december 2003 en december 2004 bedraagt ruim € 494.000,-.

Uit het getuigenverhoor van [betrokkene 5] van de WL d.d. 6 februari 2014 is naar voren gekomen dat met de winnende lotnummers 3, 5, 11, 15, 22, 26, 29, 30 en 44 ook in de week voor en de weken na de trekking van 13 december 2003 is gespeeld.

Met de lotnummers 3, 5, 11, 15, 22, 26, 29, 30 en 44 is in dezelfde systemen gespeeld in de periode 01-11-2003 tot 24-01-2004. Het over een langere periode spelen met dezelfde getallen in dezelfde systemen komt voor bij deelnemers die elke week in systemen spelen en maandelijks betalen, zoals Combiplay tot en met maart 2004 deed. Uit onderzoek blijkt dat Combiplay maandelijks bedragen aan [A] betaalde. Uit de bankmutaties blijkt dat in november en december 2003 en januari 2004 door Combiplay maandelijks bedragen van (totaal) tussen de € 56.000,- en € 142.400,- aan [A] werden betaald met de omschrijving "400 NKL Lose (...)" en "Systemlotto (...)". Dit komt neer op een besteding van tussen de € 14.000,- en € 35.600,- per week aan loten.

Uit het vorenstaande volgt dat er door [A] aan Combiplay gemiddeld per maand € 56.880,- aan prijzengeld werd uitbetaald als de grote prijs van € 470.578,- buiten beschouwing wordt gelaten. Inclusief deze prijs bedraagt het prijzen geld per maand gemiddeld:

€ 213.740,-. In de periode november 2004 tot en met januari 2005 werden er door [A] géén bedragen overgemaakt aan Combiplay en waren er ook geen betalingen van Combiplay aan [A] . In de betreffende perioden blijken geen betalingen van WESTLOTTO dan wel WESTDEUTSCHE LOTTERIE GMBH aan [A] .

Uit document K2 blijkt met welke cijfers Combiplay speelde. Uit informatie in het dossier blijkt dat dit het formulier is dat [A] maandelijks opstelde en aan Combiplay verstuurde en waaruit blijkt met welke getallen Combiplay speelde. Op dit gedeeltelijk afgeplakte formulier is een regel zichtbaar met de getallen 3, 5, 11, 15, 22, 26, 29, 30 en 44, waarachter het bedrag van € 470.578,40 is geschreven.

Uit onderzoek naar en analyse van de informatie in het dossier en uitgaande van de juistheid van de verklaring(en) van [betrokkene 5] blijkt dat scenario 1 (hof: inhoudende dat zowel door verdachte als Combiplay in de trekking van 13 december 2003 een prijs van € 470.578,490 is gewonnen) uitgesloten is. Scenario 2 ((hof: inhoudende dat Combiplay de eigenaar van het winnende lot in de trekking van 13 december 2003 is) is het meest aannemelijk."

2.2.3.

Het Hof heeft ten aanzien van de bewezenverklaring voorts het volgende overwogen:

"De raadsman heeft ter terechtzitting in hoger beroep ten aanzien van het onder 1 tenlastegelegde feit vrijspraak bepleit, nu niet wettig en overtuigend bewezen kan worden dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan witwassen. Hij heeft hiertoe - onder meer - aangevoerd dat de verklaring van [A] onbetrouwbaar en ongeloofwaardig is. De uitlatingen van [A] dienen dus met grote voorzichtigheid te worden gehanteerd. Daarnaast bestaan er, zoals ook blijkt uit het deskundigen rapport, nog veel onduidelijkheden. Op al die punten kan nader onderzoek vanwege tijdsverloop niet meer plaatsvinden, aldus de raadsman.

De advocaat-generaal heeft eveneens geconcludeerd tot vrijspraak van het onder 1 tenlastegelegde feit, nu er naar aanleiding van de in hoger beroep verrichte onder-zoekshandelingen geen nieuw bewijs boven water is gekomen. In het door de deskundige opgemaakte rapport blijven twee scenario's overeind. Het onderzoek is voor een deel te laat uitgevoerd en dat valt nu niet meer te onderzoeken, aldus de advocaat-generaal.

Oordeel hof

Anders dan de advocaat-generaal en de verdediging is het hof van oordeel dat het namens verdachte gevoerde verweer strekkende tot vrijspraak van het tenlastegelegde wordt weersproken door de gebezigde bewijsmiddelen, zoals deze later in de eventueel op te maken aanvulling op dit arrest zullen worden opgenomen. Het hof heeft geen reden om aan de juistheid en betrouwbaarheid van de inhoud van die bewijsmiddelen te twijfelen.

Het hof overweegt daarbij in het bijzonder als volgt.

Bij de beoordeling gaat het hof uit van volgende feiten:

- Westdeutsche Loterie GmbH&Co.OHG (verder: WL) is een bedrijf dat in Duitsland loterijen organiseert. Deelnemers kunnen zowel als particulier als via wedbedrijven deelnemen aan de verschillende vormen van loterijen bij WL.

- De loten voor deelname aan de loterijen van WL werden/worden onder meer verkocht via wederverkopers. [A] was/is zo'n wederverkoper.

- In geval van prijzen boven € 5.000,- geeft WL een zogenaamd "Zentralgewinnanforderung"-formulier uit. De eigenaar van een lot waarop een prijs van meer dan € 5.000,- is gevallen moet dat formulier invullen en indienen bij WL. Bij grote prijzen in de klasse I en II (waarvan in het onderhavige geval sprake is) kunnen de prijzen binnen 8 dagen na de trekking (in het geval van de hierna te noemen trekking van 13 december 2003 dus tot 21 december 2003) nog wijzigen.

- Combiplay is een wedbedrijf, dat voor rekening en risico van [betrokkene 4] werd gedreven. Combiplay kocht in 2004 voor haar deelnemers grote aantallen loten bij [A] om mee te doen met de verschillende loterijen van WL. De gewonnen prijzen worden via [A] aan Combiplay uitgekeerd. Combiplay had met [A] afgesproken dat Combiplay niet zelf het formulier hoefde te komen invullen bij [A] en dat [A] de prijzen van Combiplay op zijn naam moest opeisen en dan moest doorbetalen aan Combiplay. Aldus verzorgde [A] de afhandeling van de loten namens Combiplay.

- Op 13 december 2003 heeft een trekking plaatsgevonden in de door WL georganiseerde loterij. Het winnende lot met nummer 01.0359.05.17087015.692 is via [A] verkocht/gekocht. De prijs bedroeg € 470.562,40. Bij de trekking van 13 december 2003 is er sprake van slechts één winnend lot met een prijs van deze omvang dat via [A] is gekocht/verkocht.

- Op 16 december 2003 stuurt [A] een kennisgeving aan Combiplay, waarin [A] meedeelt dat Combiplay bij de trekking van WL van 13 december 2003 een prijs heeft gewonnen van € 470.578,40.

- Nadat [A] aan WL had doorgegeven dat verdachte de prijswinnaar was, heeft WL op 18 december 2003 aan verdachte bericht dat hij bij de trekking van 13 december 2003 een prijs heeft gewonnen. Op 29 december 2003 keert WL een bedrag van € 470.562,40 uit aan verdachte op diens bankrekening in Duitsland.

- In de periode van 18 december 2003 tot en met 29 december 2003 stort [A] in totaal een bedrag van € 489.430,- in contanten op zijn bankrekening. Vastgesteld is dat [A] in december 2003 € 494.100,- meer in contanten op zijn rekening heeft gestort dan in december 2004.

- Op 30 december 2003 ontvangt Combiplay in verband met de trekking bij WL van 13 december 2003 een bedrag van € 470.578,40 van [A] . In de administratie van Combiplay staat de ontvangst van deze prijs vermeld met daarbij de lotto-nummers waarop Combiplay bij dit type lottospel kennelijk standaard speelde.

- Op 5 januari 2004 neemt verdachte het door hem van WL ontvangen bedrag op van zijn Duitse bankrekening, om vervolgens een bedrag van € 400.000,- te storten op zijn rekening in Nederland bij de ABN-bank.

- Met betrekking tot de trekking van 13 december 2003 zijn er geen administratieve bescheiden, waaruit een betaling door WL aan [A] blijkt ter zake van een door Combiplay bij die trekking gewonnen prijs van € 470.578,40.

- Van de storting door verdachte van € 400.000,- wordt op 5 januari 2004 door de ABN-bank een MOT-melding gedaan. Verdachte had tegenover de medewerker van de bank verklaard dat het geld van een loterij afkomstig was.

Op 6 mei 2004 is de heer [betrokkene 3] van lottokantoor [A] in het kader van een rechtshulpverzoek als getuige door de politie in Gronau gehoord. Hij heeft tijdens dat verhoor, zakelijk weergegeven, onder meer verklaard dat verdachte een normale klant van hem is die wekelijks voor zo’n € 300,- tot € 500,- lotto speelt bij de WL. In december 2003 heeft Combiplay een "Zentralgewinn" van € 470.000,- gewonnen. [A] durfde dat bedrag niet via zijn eigen rekening te incasseren en over te boeken naar Combiplay, omdat het WL was opgevallen dat hij zoveel prijzen op eigen naam en rekening opeiste. Bij een gesprek met verdachte bood verdachte, aldus nog steeds [A] , aan de prijs op zijn bankrekening te incasseren en het bedrag in contanten aan [A] uit te keren. Verdachte heeft volgens [A] toen - in gedeelten - € 470.000,- in contanten aan hem gegeven. [A] heeft die bedragen op zijn bankrekening gestort en later doorbetaald aan Combiplay.

Het hof heeft geen grond om aan de juistheid van de verklaringen van [A] te twijfelen. Hierbij overweegt het hof ten eerste dat de verklaring van [A] wordt ondersteund door de gegevens over de contante stortingen door [A] in december 2003. Ten tweede is van belang om vast te stellen dat er bij de trekking van 13 december 2003 geen twee via [A] gekochte/verkochte winnende loten zijn geweest waarop een "Zentralgewinn" van ruim € 470.000,- is gevallen. Er is slechts één winnend lot geweest met een prijs van die omvang dat via [A] is gekocht/verkocht. Verder acht het hof van belang dat op grond van de inhoud van het schriftelijk bescheid uit de administratie van Combiplay (document 46 K2) kan worden aangenomen dat de bewuste prijs gewonnen is op een getallencombinatie waarmee Combiplay kennelijk standaard speelde. Het hof acht het volstrekt onaannemelijk dat verdachte als particuliere klant van [A] nu net bij dit spel en deze trekking exact dezelfde cijferreeks zou hebben ingevuld als die waarmee Combiplay systematisch meedeed aan de WL. Het hof stelt voorts vast dat [A] al op 16 december 2003 aan Combiplay heeft laten weten dat Combiplay bij de trekking van 13 december 2003 een prijs heeft gewonnen van € 470.578,-, terwijl bij dit soort "Zentralgewinnanforderungen" er binnen 8 dagen na de trekking nog een wijziging van de omvang van de prijs kan plaatsvinden. Het hof ziet hierin een bevestiging van de verklaring van [A] nu [A] kennelijk op dat moment al wist dat hij het bedrag in contanten van verdachte zou krijgen, zodat hij die "wachttijd" van acht dagen niet in acht hoefde te nemen. In de periode tot de betaling door WL aan verdachte en de betaling door [A] aan Combiplay heeft [A] inderdaad grote contante stortingen op zijn rekening gedaan, waarvan, gelet op de inhoud van [A's] verklaring in relatie tot de hiervoor opgesomde feiten, voor het hof is komen vast te staan dat dat door verdachte aan [A] ter beschikking gestelde bedragen betreft. Naderhand heeft verdachte, doordat [A] aan WL had doorgegeven dat verdachte de eigenaar van het winnende lot was, de door hem aan [A] gegeven bedragen als het ware terug gekregen via WL, terwijl de echte prijswinnaar, Combiplay, nadien is uitbetaald door [A] met geld dat hij van verdachte had ontvangen. Het hof is van oordeel dat verdachte, in samenwerking met [A] , door deze "omwisselconstructie" de herkomst van het door verdachte aan [A] te beschikking gestelde bedrag van (ongeveer) € 470.562,40 heeft verhuld. Nu verdachte verder geen aannemelijke verklaring heeft gegeven voor die herkomst en gezien de gegevens over de gemiddelde legale (contante) inkomsten van verdachten door de jaren heen, neemt het hof aan dat die geldbedragen tot een totaal van ongeveer € 470.562,- afkomstig waren/zijn uit misdrijf. Aldus is er sprake van witwassen en acht het hof het onder 1 primair ten laste gelegde wettig en overtuigend bewezen."

2.3.

Blijkens de bewijsvoering heeft het Hof vastgesteld dat de verdachte een bedrag van € 470.000,- in contanten aan [betrokkene 3] heeft gegeven, waarna met tussenkomst van die [A] op 29 december 2003 een "Zentralgewinn" van € 470.578,40 door Westdeutsche Lotterie aan verdachte is uitgekeerd op een Duitse bankrekening, terwijl dat "Zentralgewinn" in werkelijkheid niet door verdachte maar door Combiplay was gewonnen. Voorts heeft het Hof vastgesteld dat de verdachte nadien, op 5 januari 2004, het door Westdeutsche Lotterie uitgekeerde bedrag heeft opgenomen van de Duitse bankrekening en vervolgens in Nederland een contante geldstorting heeft verricht ten bedrage van € 400.000,- op een op zijn naam gestelde bankrekening. De verdachte heeft daarbij aan een medewerker van de bank medegedeeld - wetende dat die mededeling onjuist was - dat hij, verdachte, in december 2003 een bedrag van € 485.000,- had gewonnen in de Duitse loterij. Voorts heeft het Hof bij zijn oordeel dat de verdachte het hem tenlastegelegde heeft begaan, betrokken dat de verdachte geen aannemelijke verklaring heeft gegeven voor de herkomst van het in de tenlastelegging vermelde geldbedrag van ongeveer € 470.562,-, waarbij het Hof tevens acht heeft geslagen op de gegevens over de gemiddelde legale (contante) inkomsten van verdachte door de jaren heen. Gelet op dit een en ander is het bewezenverklaarde 'afkomstig uit enig misdrijf' toereikend gemotiveerd.

2.4.

Het middel faalt.

3 Beoordeling van het tweede middel

3.1.

Het middel klaagt dat het Hof ten onrechte een proeftijd van drie jaren heeft vastgesteld.

3.2.

Het Hof heeft de verdachte veroordeeld ter zake van medeplegen van witwassen, begaan in de periode van 1 januari 2003 tot en met 17 november 2004. Het dictum van het bestreden arrest houdt onder meer het volgende in:

"Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 3 (drie) maanden.

Bepaalt dat de gevangenisstraf niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat de verdachte zich voor het einde van een proeftijd van 3 (drie) jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt."

3.3.

Blijkens hetgeen hiervoor is weergegeven heeft het Hof een proeftijd van drie jaren vastgesteld wat betreft de naleving van de algemene voorwaarde. Het Hof heeft deze proeftijd ten onrechte aldus vastgesteld nu deze - gelet op het in deze zaak nog geldende art. 14b, tweede lid (oud), in verbinding met art. 14c, eerste lid (oud), Sr - ten hoogste twee jaren kon bedragen.

3.4.

Het middel is gegrond. De Hoge Raad zal deze misslag herstellen.

4 Slotsom

Nu de Hoge Raad geen grond aanwezig oordeelt waarop de bestreden uitspraak ambtshalve zou behoren te worden vernietigd, brengt hetgeen hiervoor is overwogen mee dat als volgt moet worden beslist.

5 Beslissing

De Hoge Raad:

vernietigt de bestreden uitspraak maar uitsluitend ten aanzien van de vastgestelde proeftijd van drie jaren;

bepaalt de proeftijd op twee jaren;

verwerpt het beroep voor het overige.

Dit arrest is gewezen door de vice-president A.J.A. van Dorst als voorzitter, en de raadsheren E.S.G.N.A.I. van de Griend en M.J. Borgers, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 27 juni 2017.