Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2017:1127

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
20-06-2017
Datum publicatie
20-06-2017
Zaaknummer
15/05956
Formele relaties
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2017:506, Gevolgd
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Cassatie
Inhoudsindicatie

Falende bewijsmotiveringsklacht over het bewezenverklaarde “op een openbare plaats” bij zich hebben gehad van inbrekerswerktuigen (schroevendraaiers), overtreding APV Kaag en Braassem. De b.m. houden in dat verdachte zich als passagier bevond in een auto die stilstond in een steeg in een woonwijk te Hoogmade. Aldaar is bij de ter plaatse uitgevoerde fouillering van verdachte geconstateerd dat hij een tasje om zijn nek droeg waarin zich drie schroevendraaiers bevonden. Door onder deze omstandigheden bewezen te achten dat verdachte "op een openbare plaats" meerdere schroevendraaiers bij zich heeft gehad, heeft het Hof de bewezenverklaring toereikend gemotiveerd.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
RvdW 2017/743
NBSTRAF 2017/270
SR-Updates.nl 2017-0286
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

20 juni 2017

Strafkamer

nr. S 15/05956

AJ/IV

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof Den Haag van 3 december 2015, nummer 22/004547-14, in de strafzaak tegen:

[verdachte] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1985.

1 Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft W.H. Jebbink, advocaat te Amsterdam, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De Advocaat-Generaal W.H. Vellinga heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

De raadsman heeft daarop schriftelijk gereageerd.

2 Beoordeling van het derde middel

2.1.

Het middel klaagt dat de bewezenverklaring van het onder 2 tenlastegelegde ontoereikend is gemotiveerd voor zover deze inhoudt dat de verdachte "op een openbare plaats" meerdere schroevendraaiers bij zich heeft gehad.

2.2.1.

Ten laste van de verdachte is onder 2 bewezenverklaard dat:

"hij op 13 juni 2014 te Hoogmade, gemeente Kaag en Braassem op een openbare plaats inbrekerswerktuigen, te weten meerdere schroevendraaiers, bij zich heeft gehad."

2.2.2.

Deze bewezenverklaring steunt op de volgende bewijsmiddelen:

"1. Een proces-verbaal van verhoor d.d. 13 juni 2014 van de politie Hollands Midden met nr. PL1600-2014075631-11. Dit proces-verbaal houdt onder meer in - zakelijk weergegeven - (blz. 5-6):

als de op 13 juni 2014 afgelegde verklaring van [betrokkene 1] :

Ik woon in Hoogmade. Hoogmade is een klein dorp en ik ken hier ongeveer iedereen. Op 13 juni 2014 ging ik om 04:10 uur weg van huis. Toen ik naar mijn auto liep, zag ik aan de overkant van de straat twee getinte mannen lopen. Deze twee mannen kwamen mij niet bekend voor. Verder heb je ook geen uitgaansgelegenheden in ons dorp, dus ik vond het verdacht dat deze mannen daar liepen. Het viel mij op dat toen ze mij zagen ze gelijk een sigaret opstaken en sneller begonnen te lopen. Ik heb 112 gebeld, omdat ik het niet vertrouwde. Er is namelijk wel vaker ingebroken de laatste tijd.

Ik kan de mannen, als volgt omschrijven:

Beiden waren donker gekleed en hadden een getint uiterlijk. Eén man was rond de 1.80 - 1.90 meter lang en zeker wel 90 à 100 kilo zwaar. Deze man had een sportbroek aan van het merk Adidas, dit herkende ik vanwege de strepen die op de broek zaten. De andere man was een stuk kleiner.

2. Een proces-verbaal van bevindingen d.d. 13 juni 2014 van de politie Hollands Midden met nr. PL1600-2014075631-7. Dit proces-verbaal houdt onder meer in - zakelijk weergegeven - (blz. 7):

als relaas van de betreffende opsporingsambtenaren:

Op 13 juni 2014 omstreeks 04:20 uur kwamen wij, verbalisanten, met een opvallend dienstvoertuig Hoogmade inrijden. Wij zagen een donkere Volkswagen ons tegemoet rijden. Er waren op dat moment geen andere voertuigen in de omgeving. Ik, verbalisant, zag dat het voertuig zonder richting aan te geven links het [a-straat] in reed. Ik zag dat de afstand tussen mij en het voertuig groter werd. Ik moest accelereren om het voertuig bij te houden. Wij zagen dat het voertuig rechtsaf, een steeg inreed. Wij zagen dat het voertuig zijn verlichting doofde. Wij liepen naar de Volkswagen en zagen twee licht getinte mannen in donkergekleurde kleding zitten.

3. Een proces-verbaal van bevindingen d.d. 13 juni 2014 van de politie Hollands Midden met nr. PL1600-2014075631-9. Dit proces-verbaal houdt onder meer in - zakelijk weergegeven - (blz. 8):

als relaas van de betreffende opsporingsambtenaren:

Op 13 juni 2014 gingen wij, verbalisanten, naar aanleiding van een melding naar het [a-straat] te Hoogmade waar collega's bij een personenauto van het merk Volkswagen waren die in een doodlopende steeg stond midden in een woonwijk. De collega's hadden inmiddels de identiteitsbewijzen gekregen van de inzittenden. Er zaten twee personen in het voertuig, de bestuurder en een passagier rechts voorin.

De bestuurder bleek te zijn genaamd: [betrokkene 2] en de passagier bleek te zijn genaamd: [verdachte] .

Bij navraag bleken beide personen antecedenten te hebben op het gebied van vermogensdelicten waaronder inbraak.

Ik, verbalisant, sprak de bestuurder aan en vroeg hem waarom hij op genoemde locatie stilstond. De bestuurder verklaarde dat hij wachtte op een vriend van hem die uit Amsterdam moest komen en dat hij hier wachtte omdat ze in Hoogmade af hadden gesproken. De bestuurder vertelde dat hij in Den Haag woont. Waarom hij in Hoogmade had afgesproken, kon hij niet verklaren. Ik heb vervolgens gevraagd of de auto zijn eigendom was, dit bleek niet het geval, de auto was van een vriend van hem.

Ik vroeg de bestuurder of ik in de auto mocht kijken. De bestuurder gaf toestemming. Toen ik in de kofferbak keek, zag ik twee schroevendraaiers liggen, deze lagen in het zicht. Door een collega werden op de vloer bij de passagiersstoel rechts voorin een paar handschoenen aangetroffen.

Door een andere collega werden voor in de middenconsole van het voertuig een bivakmuts camouflagekleur en een paar handschoenen gevonden.

De verdachte [verdachte] voerde een handtas met zich, hierin zaten nog 3 schroevendraaiers. Bij zijn fouillering ter plaatse werd in zijn jas een bivakmuts aangetroffen.

4. Een proces-verbaal van bevindingen d.d. 13 juni 2014 van de politie Hollands Midden met nr. PL1600-2014075631-2. Dit proces-verbaal houdt onder meer in - zakelijk weergegeven - (blz. 12):

als relaas van de betreffende opsporingsambtenaar:

Op 13 juni 2014 was ik, verbalisant, met collega's te Hoogmade. Ik heb de passagier ( [verdachte] ) gefouilleerd. In de rechter jaszak van deze passagier trof ik een groene bivakmuts aan. Deze passagier droeg een kleine zwarte tas met een draagband om zijn nek. In deze zwarte tas trof ik 3 schroevendraaiers aan.

5. Een proces-verbaal van verhoor van verdachte d.d. 13 juni 2014 van de politie Hollands Midden met nr. PL1600-2014075631-14. Dit proces-verbaal houdt onder meer in - zakelijk weergegeven - (blz. 26):

als de op 13 juni 2014 afgelegde verklaring van de verdachte:

Ik hoor u zeggen dat iemand twee personen in de wijk had zien lopen. Ik zeg u dat ik een rondje liep.

als relaas van de betreffende opsporingsambtenaar:

Ik, verbalisant, zie dat de verdachte een zwart trainingspak draagt van het merk Adidas. Ik zie dat de broek is voorzien van witte strepen aan de zijkant van de broekspijpen. Ik zie dat de verdachte een getinte huidskleur heeft en een breed/gespierd postuur. Ik zie dat de verdachte ongeveer 2 meter lang is.

6. Een proces-verbaal van bevindingen d.d. 16 juni 2014 van de politie Hollands Midden met nr. PL1600-2014075631-21, met als bijlage foto's van de WhatsAppberichten. Dit proces-verbaal houdt onder meer in - zakelijk weergegeven - (blz. 34-37):

als relaas van de betreffende opsporingsambtenaar:

In de zwarte Blackberry van de medeverdachte [betrokkene 2] kom ik, verbalisant, 2 WhatsApp gesprekken tegen tussen de medeverdachte [betrokkene 2] en een persoon met profielnaam [betrokkene 3] en tussen de medeverdachte en een persoon met profielnaam [verdachte], waarvan mij, verbalisant, bekend is dat dit de verdachte betreft gelet op de bij dit telefoonnummer behorende profielfoto waarop ik, verbalisant, de verdachte herkende.

In het WhatsApp gesprek tussen de medeverdachte en [betrokkene 3] valt op 13 juni 2014 om 00:11 te lezen dat de medeverdachte [betrokkene 3] om een platte schroevendraaier vraagt. [betrokkene 3] stuurt terug wel een schroevendraaier te hebben, maar is kennelijk niet in de buurt. [betrokkene 3] vraagt of de medeverdachte de schroevendraaier nu of morgen nodig heeft. De medeverdachte geeft aan de schroevendraaier nu nodig te hebben, maar dat hij hem al van iemand anders heeft gekregen. [betrokkene 3] wenst hem succes vanavond.

In het WhatsApp gesprek tussen de medeverdachte en de verdachte is te lezen dat zij ergens in Den Haag afspreken en dat de medeverdachte hem komt halen met een auto. De medeverdachte geeft meerdere keren in het gesprek aan geld nodig te hebben.

7. Een proces-verbaal aanhouding d.d. 13 juni 2014 van de politie Hollands Midden met nr. PL1600-2014075631-5. Dit proces-verbaal houdt onder meer in - zakelijk weergegeven - (blz. 13-14):

Op vrijdag 13 juni 2014 omstreeks 04:35 hielden wij op locatie [a-straat] , Hoogmade, binnen de gemeente Kaag en Braassem, als verdachte aan: [verdachte] ."

2.3.

De gebezigde bewijsmiddelen houden, voor zover voor de beoordeling van het middel van belang, het volgende in. Op 13 juni 2014 omstreeks 4.20 uur bevond de verdachte zich als passagier in een auto die stilstond in een steeg in een woonwijk te Hoogmade. Aldaar is bij de ter plaatse uitgevoerde fouillering van de verdachte geconstateerd dat hij een tasje om zijn nek droeg waarin zich drie schroevendraaiers bevonden. Door onder deze omstandigheden bewezen te achten dat de verdachte "op een openbare plaats" meerdere schroevendraaiers bij zich heeft gehad, heeft het Hof de bewezenverklaring toereikend gemotiveerd.

2.4.

Het middel faalt.

3 Beoordeling van de overige middelen

De middelen kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81, eerste lid, RO, geen nadere motivering nu de middelen niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4 Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Dit arrest is gewezen door de vice-president A.J.A. van Dorst als voorzitter, en de raadsheren E.S.G.N.A.I. van de Griend en M.J. Borgers, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 20 juni 2017.