Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2017:1122

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
20-06-2017
Datum publicatie
20-06-2017
Zaaknummer
15/03195
Formele relaties
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2017:499, Gevolgd
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Artikel 81 RO-zaken
Cassatie
Inhoudsindicatie

Poging zware mishandeling en openlijke geweldpleging. Falende bewijsmotiveringsklacht. HR: art. 81.1 RO. Samenhang met 16/00543.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
RvdW 2017/739
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

20 juni 2017

Strafkamer

nr. S 15/03195

AGE/CB

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof Den Haag van 23 juni 2015, nummer 22/005110-13, in de strafzaak tegen:

[verdachte] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1993.

1 Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft M.G. Cantarella, advocaat te 's-Gravenhage, bij schriftuur een middel van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De Advocaat-Generaal T.N.B.M. Spronken heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

2 Beoordeling van het middel

Het middel kan niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81, eerste lid, RO, geen nadere motivering nu het middel niet noopt tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

3 Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Dit arrest is gewezen door de vice-president A.J.A. van Dorst als voorzitter, en de raadsheren J. de Hullu en M.J. Borgers, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 20 juni 2017.