Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2017:1095

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
13-06-2017
Datum publicatie
14-06-2017
Zaaknummer
15/03798
Formele relaties
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2017:453, Gevolgd
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Artikel 81 RO-zaken
Cassatie
Inhoudsindicatie

Medeplegen van uitkeringsfraude, art. 227b Sr. 1. Uos gezamenlijke huishouding. 2. Bewijsklacht wetenschap dat medeverdachte een inlichtingenplicht had o.g.v. de Wet werk en bijstand en dat medeverdachte daaraan niet voldeed. HR: art. 81.1 RO. Samenhang met 15/04538.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
RvdW 2017/702
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

13 juni 2017

Strafkamer

nr. S 15/03798

DFL

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof Amsterdam van 23 juli 2015, nummer 23/000727-15, in de strafzaak tegen:

[verdachte] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1954.

1 Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft S.V. Ramdihal, advocaat te Amsterdam, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De Advocaat-Generaal A.E. Harteveld heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

2 Beoordeling van de middelen

De middelen kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81, eerste lid, RO, geen nadere motivering nu de middelen niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

3 Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Dit arrest is gewezen door de vice-president W.A.M. van Schendel als voorzitter, en de raadsheren H.A.G. Splinter-van Kan en A.L.J. van Strien, in bijzijn van de waarnemend griffier J.D.M. Hart, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 13 juni 2017.