Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2017:1092

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
13-06-2017
Datum publicatie
13-06-2017
Zaaknummer
15/02995
Formele relaties
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2017:450, Gevolgd
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Cassatie
Inhoudsindicatie

Medeplegen van een gewelddadige roofoverval in het criminele circuit en medeplegen van opzettelijk aanwezig hebben van een grote hoeveelheid hasj en hennep. HR: art. 81.1 RO. CAG: Middelen o.m. over het verlaten van de grondslag van de tll.; aan verdachte is tlgd. het in het bezit zijn van “één of meerdere vuurwapens” terwijl Hof heeft bewezenverklaard het in het bezit zijn van “op vuurwapens gelijkende voorwerpen”. Hof heeft de tll. kennelijk en niet onbegrijpelijk zo uitgelegd dat tevens is bedoeld ten laste te leggen dat verdachte in het bezit was van “op vuurwapens gelijkende voorwerpen”. Samenhang met 15/03268.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
RvdW 2017/700
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

13 juni 2017

Strafkamer

nr. S 15/02995

MD/SG

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Leeuwarden, van 26 juni 2015, nummer 24/001719-11, in de strafzaak tegen:

[verdachte] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1970.

1 Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft W.H. Jebbink, advocaat te Amsterdam, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De Advocaat-Generaal A.E. Harteveld heeft geconcludeerd tot vernietiging van het bestreden arrest wat betreft de hoogte van de opgelegde straf, tot vermindering van de hoogte daarvan en tot verwerping van het beroep voor het overige.

2 Beoordeling van het eerste tot en met het zevende middel

De middelen kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81, eerste lid, RO, geen nadere motivering nu de middelen niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

3 Beoordeling van het achtste middel

3.1.

Het middel klaagt dat de redelijke termijn als bedoeld in art. 6, eerste lid, EVRM in de cassatiefase is overschreden omdat de stukken te laat door het Hof zijn ingezonden.

3.2.

Het middel is gegrond. Dit moet leiden tot vermindering van de aan de verdachte opgelegde gevangenisstraf van veertig maanden.

4 Slotsom

Nu de Hoge Raad geen grond aanwezig oordeelt waarop de bestreden uitspraak ambtshalve zou behoren te worden vernietigd, brengt hetgeen hiervoor is overwogen mee dat als volgt moet worden beslist.

5 Beslissing

De Hoge Raad:

vernietigt de bestreden uitspraak, maar uitsluitend wat betreft de duur van de opgelegde gevangenisstraf;

vermindert deze in die zin dat deze achtendertig maanden beloopt;

verwerpt het beroep voor het overige.

Dit arrest is gewezen door de vice-president W.A.M. van Schendel als voorzitter, en de raadsheren V. van den Brink en A.L.J. van Strien, in bijzijn van de waarnemend griffier A.C. ten Klooster, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 13 juni 2017.