Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2017:1081

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
13-06-2017
Datum publicatie
13-06-2017
Zaaknummer
16/01010
Formele relaties
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2017:439, Gevolgd
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Artikel 81 RO-zaken
Cassatie
Inhoudsindicatie

1. Vervoeren van zes puppy’s in een wasmand en de wasmand boven een sloot omkeren waardoor deze in het water zijn beland zonder dat zij waren ingeënt tegen ziekte van Weil, art. 36 (oud) Gezondheids- en welzijnswet voor dieren. 2. Onthouden van de nodige verzorging aan zijn hond door deze onvoldoende voedsel te verstrekken, art. 37 (oud) Gezondheids- en welzijnswet voor dieren. Bewijsklachten. HR: art. 81.1 RO. CAG geeft overzicht van de wetsgeschiedenis van art. 36 en 37 (oud) Gezondheids- en welzijnswet voor dieren en de huidige wetgeving. Samenhang met 16/01011.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
RvdW 2017/712
NBSTRAF 2017/241
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

13 juni 2017

Strafkamer

nr. S 16/01010

DAZ/AJ

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof Den Haag van 12 februari 2016, nummer 22/004789-14, in de strafzaak tegen:

[verdachte] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1983.

1 Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft M. Wezepoel, advocaat te Nootdorp, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De Advocaat-Generaal T.N.B.M. Spronken heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

De raadsvrouwe heeft daarop schriftelijk gereageerd.

2 Beoordeling van de middelen

De middelen kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81, eerste lid, RO, geen nadere motivering nu de middelen niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

3 Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Dit arrest is gewezen door de vice-president W.A.M. van Schendel als voorzitter, en de raadsheren H.A.G. Splinter-van Kan en M.J. Borgers, in bijzijn van de waarnemend griffier A.C. ten Klooster, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 13 juni 2017.