Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2017:1076

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
13-06-2017
Datum publicatie
13-06-2017
Zaaknummer
15/04000
Formele relaties
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2017:434, Gevolgd
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Artikel 81 RO-zaken
Cassatie
Inhoudsindicatie

Opzettelijk vervoeren van 1.000 gram hennep. Kan het aangetroffen materiaal o.b.v. een p-v van bevindingen van de politie, waarin is gerelateerd dat een verbalisant een penetrante henneplucht heeft geroken en een andere verbalisant heeft gezien dat er in de bigshopper een grote hoeveelheid henneptoppen zat, worden aangemerkt als hennep, terwijl dit niet d.m.v. een test is vastgesteld? HR: art. 81.1 RO. CAG: Veronderstelling dat een veroordeling t.z.v. het opzettelijk vervoeren van hennep slechts mogelijk is in geval een test is gedaan op basis waarvan is vastgesteld dat er daadwerkelijk sprake is van hennep, vindt geen steun in het recht.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
RvdW 2017/704
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

13 juni 2017

Strafkamer

nr. S 15/04000

DAZ

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof 's-Hertogenbosch van 13 augustus 2015, nummer 20/002064-14, in de strafzaak tegen:

[verdachte] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1991.

1 Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft A.C.J. Lina, advocaat te Venlo, bij schriftuur een middel van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De Advocaat-Generaal F.W. Bleichrodt heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

2 Beoordeling van het middel

Het middel kan niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81, eerste lid, RO, geen nadere motivering nu het middel niet noopt tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

3 Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Dit arrest is gewezen door de vice-president W.A.M. van Schendel als voorzitter, en de raadsheren Y. Buruma en V. van den Brink, in bijzijn van de waarnemend griffier L. Nuy, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 13 juni 2017.