Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2016:863

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
17-05-2016
Datum publicatie
17-05-2016
Zaaknummer
15/00785
Formele relaties
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2016:357, Gevolgd
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Cassatie
Inhoudsindicatie

Dadelijke uitvoerbaarheid bijzondere voorwaarden, art. 14e.1 Sr. HR herhaalt relevante overwegingen uit ECLI:NL:HR:2015:537 m.b.t. motiveringsverplichting dadelijke uitvoerbaarheid bijzondere voorwaarden. ’s Hofs strafmotivering voldoet niet aan deze motiveringsverplichting. HR doet zaak om doelmatigheidsredenen zelf af en vernietigt bevel tot dadelijke uitvoerbaarheid. Daarbij bestaat geen aanleiding om de proeftijd te bekorten. Samenhang met nr. 15/00779 P en nr. 15/00782.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
SR-Updates.nl 2016-0232
RvdW 2016/632
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

17 mei 2016

Strafkamer

nr. S 15/00785

MD/LBS

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof Den Haag van 4 februari 2015, nummer 22/001359-13, in de strafzaak tegen:

[verdachte] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1964.

1 Geding in cassatie

Het beroep - dat blijkens de daarvan opgemaakte akten uitsluitend is gericht tegen de strafoplegging in hoger beroep - is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft J.M. Lintz, advocaat te 's-Gravenhage, bij schriftuur een middel van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De Advocaat-Generaal E.J. Hofstee heeft geconcludeerd tot vernietiging van de bestreden uitspraak doch uitsluitend wat betreft de strafoplegging, meer in het bijzonder ten aanzien van het bevel dat de in de bestreden uitspraak vermelde bijzondere voorwaarden dadelijk uitvoerbaar zijn, en tot zodanige op art. 440 Sv gebaseerde beslissing als de Hoge Raad gepast zal voorkomen.

2 Beoordeling van het middel

2.1.

Het middel klaagt erover dat het Hof toepassing heeft gegeven aan art. 14e, eerste lid, Sr en heeft bevolen dat de gestelde bijzondere voorwaarden en het reclasseringstoezicht dadelijk uitvoerbaar zijn.

2.2.1.

Het Hof heeft de verdachte ter zake van "oplichting, meermalen gepleegd", "valsheid in geschrift, meermalen gepleegd" en "in strijd met een hem bij wettelijk voorschrift opgelegde verplichting, opzettelijk nalaten tijdig de benodigde gegevens te verstrekken, terwijl het feit kan strekken tot bevoordeling van zichzelf, en terwijl hij weet dat de gegevens van belang zijn voor de vaststelling van zijn recht op die verstrekking danwel voor de hoogte of de duur van een dergelijke verstrekking" veroordeeld tot een gevangenisstraf van vier jaren, waarvan twee jaren voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren met bijzondere voorwaarden als in het arrest omschreven. Het dictum van het bestreden arrest houdt dienaangaande het volgende in:

"stelt als bijzondere voorwaarden:

- dat de veroordeelde zich zal melden bij Reclassering Nederland regio Rotterdam, Marconistraat 2, zolang en frequent als de reclassering dit noodzakelijk acht;

- dat de veroordeelde zich onder ambulante behandeling zal stellen voor zijn (gokverslavings) problematiek bij de forensisch-psychiatrische polikliniek De Waag Rijnmond en/of Bouman GGZ Verslavingszorg of soortgelijke ambulante forensische zorg, zulks ter beoordeling van de reclassering, waarbij de veroordeelde zich zal houden aan de aanwijzingen die hem in het kader van die behandeling door of namens de instelling/behandelaar zullen worden gegeven;

- dat het de veroordeelde gedurende de volledige proeftijd verboden is zich te bevinden in een speelcasino, een voor het publiek opengestelde of bedrijfsmatig gedreven inrichting waar door middel van (gemeenschappelijk beoefende) kansspelen aan de deelnemers de gelegenheid wordt gegeven om mede te dingen naar prijzen of premies, indien de aanwijzing der winnaars geschiedt door enige kansbepaling, waarop de deelnemers in het algemeen geen overwegende invloed kunnen uitoefenen;

beveelt dat voormelde bijzondere voorwaarden en het uit te oefenen reclasseringstoezicht dadelijk uitvoerbaar zijn."

2.2.2.

Het bestreden arrest houdt onder het opschrift "Strafmotivering" onder meer het volgende in:

"Het hof heeft de op te leggen straf bepaald op grond van de ernst van de feiten en de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en op grond van de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, zoals daarvan is gebleken uit het onderzoek ter terechtzitting.

Daarbij heeft het hof in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen. De verdachte heeft in de functie als financieel manager bij zijn werkgever Teco zijn werkgever verschillende malen opgelicht. Hij heeft door middel van een verzonnen constructie zijn werkgever bewogen geld over te boeken naar wat later bleek zijn privérekening. Om deze overboekingen daadwerkelijk gedaan te krijgen heeft de verdachte betalingsopdrachtformulieren valselijk opgemaakt. De verdachte heeft door zijn handelen zijn positie ernstig misbruikt en het vertrouwen dat door zijn werkgever in hem gesteld was ernstig beschaamd. Bovendien heeft de verdachte door zijn handelwijze het vertrouwen in het economisch systeem en het financiële handelsverkeer ondermijnd. Daarnaast heeft de verdachte, terwijl hij een uitkering ontving, aan de Dienst Sociale Zaken niet gemeld dat hij in dienst was bij Teco en dientengevolge een salaris ontving, terwijl hij wist dat die melding noodzakelijk was voor de vaststelling van zijn recht op die uitkering alsmede de hoogte en duur ervan. Het wordt de verdachte aangerekend dat hij aldus handelend misbruik heeft gemaakt van het sociale stelsel, hij schade heeft toegebracht aan het vertrouwen dat de maatschappij in dit stelsel stelt en hij de gemeente en daarmee samenhangend de maatschappij heeft benadeeld.

Het hof heeft acht geslagen op een de verdachte betreffend uittreksel Justitiële Documentatie d.d. 3 december 2014, waaruit blijkt dat de verdachte eerder is veroordeeld voor het plegen van gelijksoortige feiten. Dat heeft hem er kennelijk niet van weerhouden de onderhavige feiten te plegen.

Voorts heeft het hof acht geslagen op de inhoud van het reclasseringsadvies van 21 november 2014. Daaruit is in het bijzonder naar voren gekomen, hetgeen de verdachte ter terechtzitting heeft bevestigd, dat zijn handelen door zijn gokverslaving is ingegeven.

Daarnaast heeft de verdachte ter terechtzitting blijk gegeven inzicht te hebben in de laakbaarheid van zijn handelen."

2.3.

Art. 14e, eerste lid, Sr luidt:

"De rechter kan bij zijn uitspraak, ambtshalve of op vordering van het openbaar ministerie, bevelen dat de op grond van artikel 14c gestelde voorwaarden en het op grond van artikel 14d uit te oefenen toezicht, dadelijk uitvoerbaar zijn, indien er ernstig rekening mee moet worden gehouden dat de veroordeelde wederom een misdrijf zal begaan dat gericht is tegen of gevaar veroorzaakt voor de onaantastbaarheid van het lichaam van een of meer personen."

2.4.

Een rechterlijke uitspraak mag in de regel pas ten uitvoer worden gelegd nadat zij onherroepelijk is geworden. De in art. 14e Sr voorziene uitzondering op deze regel met betrekking tot de dadelijke uitvoerbaarheid van de op grond van art. 14c Sr gestelde bijzondere voorwaarden dan wel het op grond van art. 14d Sr uit te oefenen toezicht kan voor de veroordeelde verstrekkende gevolgen hebben. Mede gelet daarop zal de rechter in de motivering van zijn bevel tot dadelijke uitvoerbaarheid ervan blijk dienen te geven zich ervan te hebben vergewist dat aan de in art. 14e Sr gestelde voorwaarden is voldaan. (Vgl. HR 10 maart 2015, ECLI:NL:HR:2015:537, NJ 2015/236.)

2.5.

Het bestreden arrest en in het bijzonder hetgeen hiervoor onder 2.2.2 is weergegeven voldoen niet aan deze motiveringsverplichting. Het middel is gegrond.

2.6.

Mede in aanmerking genomen dat de bewezenverklaarde gedragingen naar hun aard niet gericht zijn tegen of gevaar veroorzaken voor de onaantastbaarheid van het lichaam van een of meer personen, zal de Hoge Raad om redenen van doelmatigheid de zaak zelf afdoen en voormeld bevel tot dadelijke uitvoerbaarheid, vernietigen. Anders dan in het middel wordt betoogd, bestaat geen aanleiding om de proeftijd te bekorten.

3 Slotsom

Nu de Hoge Raad geen grond aanwezig oordeelt waarop de bestreden uitspraak ambtshalve zou behoren te worden vernietigd, brengt hetgeen hiervoor is overwogen mee dat als volgt moet worden beslist.

4 Beslissing

De Hoge Raad:

vernietigt de bestreden uitspraak, doch uitsluitend ten aanzien van het bevel dat de in de bestreden uitspraak vermelde bijzondere voorwaarden en het reclasseringstoezicht dadelijk uitvoerbaar zijn;

verwerpt het beroep voor het overige.

Dit arrest is gewezen door de vice-president A.J.A. van Dorst als voorzitter, en de raadsheren E.S.G.N.A.I. van de Griend en M.J. Borgers, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 17 mei 2016.