Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2016:822

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
05-04-2016
Datum publicatie
10-05-2016
Zaaknummer
15/01304
Formele relaties
In cassatie op : ECLI:NL:GHSHE:2014:1318, Niet ontvankelijk
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2016:331, Gevolgd
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Cassatie
Artikel 80a RO-zaken
Inhoudsindicatie

Profijtontneming. Somerense aspergekweekster. HR: art. 80a RO. Conclusie AG: het oordeel van het hof om bij het bepalen van het w.v.v. geen rekening te houden met de (nog niet betaalde) boetebeschikking van de Arbeidsinspectie van het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, waarbij de betrokkene een boetebedrag is opgelegd van € 92.000,00 wegens overtreding van de Wet arbeid vreemdelingen getuigt niet van een onjuiste rechtsopvatting.

Voorts nog over verhouding van de in de hoofdzaak opgelegde sancties en de profijtontneming, meer in het bijzonder de afroomboete en art. 36e.9 Sr.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

5 april 2016

Strafkamer

nr. S 15/01304 P

LBS

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

op het beroep in cassatie tegen een uitspraak van het Gerechtshof 's-Hertogenbosch van 9 mei 2014, nummer 20/001156-12, op een vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel ten laste van:

[betrokkene] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1963.

1 Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de betrokkene. Namens deze heeft M.J.J.E. Stassen, advocaat te Tilburg, een schriftuur ingediend. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De Advocaat-Generaal E.J. Hofstee heeft geconcludeerd dat het cassatieberoep met toepassing van art. 80a RO niet-ontvankelijk zal worden verklaard.

2 Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep

De Hoge Raad is van oordeel dat de aangevoerde klachten geen behandeling in cassatie rechtvaardigen omdat de partij die het cassatieberoep heeft ingesteld klaarblijkelijk onvoldoende belang heeft bij het cassatieberoep dan wel omdat de klachten klaarblijkelijk niet tot cassatie kunnen leiden.

De Hoge Raad zal daarom – gezien art. 80a van de Wet op de rechterlijke organisatie en gehoord de Procureur-Generaal – het beroep niet-ontvankelijk verklaren.


3 Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie niet-ontvankelijk.

Dit arrest is gewezen door de vice-president A.J.A. van Dorst als voorzitter, en de raadsheren H.A.G. Splinter-van Kan en Y. Buruma, in bijzijn van de waarnemend griffier J.D.M. Hart, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 5 april 2016.