Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2016:732

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
22-04-2016
Datum publicatie
22-04-2016
Zaaknummer
16/00035
Formele relaties
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2016:60, Gevolgd
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Cassatie
Beschikking
Inhoudsindicatie

Cassatieprocesrecht. Art. 426a lid 1 Rv. Niet-ontvankelijkheid. Verzoekschrift niet ondertekend door advocaat bij de Hoge Raad.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
JWB 2016/166
RvdW 2016/558
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

22 april 2016

Eerste Kamer

16/00035

LZ/RB

Hoge Raad der Nederlanden

Beschikking

in de zaak van:

[de vader],
wonende te [woonplaats],

VERZOEKER tot cassatie,

t e g e n

de GEMEENTE ROTTERDAM,
zetelende te Rotterdam,

VERWEERSTER in cassatie,

niet verschenen.

Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als de vader en de Gemeente.

1 Het geding in feitelijke instanties

Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:

a. de beschikking in de zaak C/10/441035/FA RK 13-10975 van de rechtbank Rotterdam van 9 januari 2015;

b. de beschikking in de zaak 200.165.945/01 van het gerechtshof Den Haag van 25 november 2015.

De beschikking van het hof is aan deze beschikking gehecht.

2 Het geding in cassatie

Tegen de beschikking van het hof heeft de vader beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.

De conclusie van de Advocaat-Generaal F.F. Langemeijer strekt tot niet-ontvankelijkverklaring van de vader in zijn cassatieverzoek.

3 Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep

Het op 5 januari 2016 ingekomen verzoekschrift voldoet niet aan de eisen van art. 426a lid 1 Rv, omdat het niet is ondertekend door een advocaat bij de Hoge Raad. Dit verzuim kan worden hersteld door hetzelfde verzoekschrift binnen twee weken na binnenkomst ter griffie van de Hoge Raad opnieuw in te dienen, maar nu ondertekend door een advocaat bij de Hoge Raad. Van deze mogelijkheid is geen gebruik gemaakt. Dit brengt mee dat de vader in zijn beroep niet-ontvankelijk dient te worden verklaard.

4 Beslissing

De Hoge Raad verklaart de vader niet-ontvankelijk in zijn beroep.

Deze beschikking is gegeven door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, M.V. Polak en T.H. Tanja-van den Broek, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer G. de Groot op 22 april 2016.