Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2016:695

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
22-04-2016
Datum publicatie
22-04-2016
Zaaknummer
14/06262
Formele relaties
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2015:2256, Gevolgd
In cassatie op : ECLI:NL:GHSHE:2014:4610, (Gedeeltelijke) vernietiging en zelf afgedaan
Rechtsgebieden
Belastingrecht
Bijzondere kenmerken
Cassatie
Inhoudsindicatie

Art. 5b, lid 1, letter a en lid 3, letter l, AWR (tekst 2012). Is stichting die door gebruikmaking van internet goede doelen faciliteert en donaties ontvangt en doorstort zelf een ANBI?

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
V-N 2016/24.3 met annotatie van Redactie
Belastingadvies 2016/10.9
V-N Vandaag 2016/897
BNB 2016/146 met annotatie van J.P. Boer
FutD 2016-1039 met annotatie van Fiscaal up to Date
NTFR 2016/1271 met annotatie van Prof.dr. S.J.C. Hemels
Onder redactie van mr. M. van der Linden – Smit en <br/>mr. C.C.M. Kroeks – de Raaij annotatie in UDH:IR/13316
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

22 april 2016

nr. 14/06262

Arrest

gewezen op het beroep in cassatie van de Staatssecretaris van Financiën tegen de uitspraak van het Gerechtshof ’s‑Hertogenbosch van 6 november 2014, nr. 13/00782, op het hoger beroep van Stichting [X] te [Z] (hierna: belanghebbende) tegen een uitspraak van de Rechtbank Zeeland-West-Brabant (nr. AWB 12/4625) betreffende een ten aanzien van belanghebbende gegeven beschikking als bedoeld in artikel 5b, lid 6, AWR. De uitspraak van het Hof is aan dit arrest gehecht.

1 Geding in cassatie

De Staatssecretaris heeft tegen ’s Hofs uitspraak beroep in cassatie ingesteld. Het beroepschrift in cassatie is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

Belanghebbende heeft een verweerschrift ingediend.

De Advocaat-Generaal R.L.H. IJzerman heeft op 28 oktober 2015 geconcludeerd tot gegrondverklaring van het beroep in cassatie.

Belanghebbende heeft schriftelijk op de conclusie gereageerd.

2 Beoordeling van het middel

2.1.

In cassatie kan van het volgende worden uitgegaan.

2.1.1.

Belanghebbende, opgericht bij notariële akte van 4 juli 2001, stelt zich blijkens haar statuten ten doel

“(…)om via fondsenwervende (internet)concepten goede doelen te ondersteunen en een (geldelijke) bijdrage te leveren aan deze goede doelen, alsmede om internet(gebruikers) te voorzien van informatie die gratis opvraagbaar is en voorts al hetgeen met een en ander rechtstreeks of zijdelings verband houdt of daartoe bevorderlijk kan zijn, alles in de ruimste zin van het woord”.

2.1.2.

Op 29 januari 2007 heeft de Inspecteur belanghebbende aangemerkt als algemeen nut beogende instelling (hierna: ANBI).

2.1.3.

Op 6 maart 2012 heeft bij belanghebbende een bedrijfsonderzoek plaatsgevonden. Naar aanleiding van dit onderzoek heeft de Inspecteur zich op het standpunt gesteld dat belanghebbende niet (meer) voldoet aan de voorwaarden om als ANBI te kunnen worden aangemerkt en heeft hij belanghebbende bij beschikking van 14 mei 2012 met ingang van 15 mei 2012 niet langer als ANBI aangemerkt.

2.1.4.

Bij belanghebbende waren op dat moment ruim 3000 organisaties aangesloten (hierna: de goede doelen). Daarvan was ongeveer 90 percent als ANBI aangemerkt.

2.1.5.

Belanghebbende stelt de goede doelen onder meer een zogenoemde donatiemodule ter beschikking. Met behulp van deze module, die geïntegreerd kan worden met sociale netwerken als Facebook en Twitter, kunnen giften worden gedaan aan de goede doelen. Donaties die via deze donatiemodule worden gedaan, worden ontvangen op een bankrekening van de Stichting Derdengelden [B] en vervolgens doorgestort naar het goede doel waarvoor de desbetreffende donatie bestemd is. Voor het gebruik van de donatiemodule int belanghebbende (sinds 2008) een bijdrage door middel van een inhouding op de donaties die in een maand aan een bepaald goed doel zijn gedaan. De hoogte van de bijdrage is afhankelijk van de hoogte van de donaties en bedraagt globaal 10 percent van de in die maand ontvangen donaties. Van de goede doelen ontvangen ongeveer 1400 instellingen geen donaties via de donatiemodule.

2.1.6.

Ten behoeve van de goede doelen verricht belanghebbende ook de volgende werkzaamheden.

Zij verzamelt en verspreidt informatie en kennis door middel van nieuwsbrieven, lezingen en workshops en geeft de goede doelen de mogelijkheid zich op internet te presenteren door middel van een website die aan een eigen domeinnaam kan worden gekoppeld. Voorts biedt zij een fondsenwervingsplatform waarmee crowdfunding mogelijk wordt, en biedt zij cadeaubonnen ten behoeve van non‑profitinstellingen aan die door particulieren en goede doelen verzilverd kunnen worden.

2.1.7.

Belanghebbende treedt voorts op als partner van [C], een bedrijf dat non‑profitorganisaties toegang geeft tot donatieprogramma’s van technologieleveranciers. In dat verband informeert zij de goede doelen over de mogelijkheden gratis hard- en software te verkrijgen. In 2010 en 2011 heeft belanghebbende voor haar activiteiten ten behoeve van [C] een (marketing)bijdrage ontvangen van € 13.000 respectievelijk € 14.300.

2.2.1.

Voor het Hof was in geschil of de Inspecteur belanghebbende bij de bestreden beschikking terecht niet langer als ANBI heeft aangemerkt.

2.2.2.

Het Hof heeft geoordeeld dat belanghebbende zich (nagenoeg) uitsluitend richt op de behartiging van het algemeen belang en dat zij voor ten minste 90 percent ten behoeve van het algemeen belang werkzaam is.

Daartoe overwoog het Hof dat belanghebbende de goede doelen ‘op andere wijze’ in de zin van artikel 5b, lid 3, letter l, AWR (tekst 2012; hierna: AWR) ondersteunt en dat belanghebbende, die naar het oordeel van het Hof geen winstoogmerk heeft, haar activiteiten verricht tegen een tarief dat nodig is om haar statutaire doelstellingen ten uitvoer te kunnen brengen. In dat geval is geen sprake van het dienen van eigen particuliere (commerciële) belangen, aldus het Hof.

2.3.1.

Tegen deze oordelen komt het middel op met rechts- en motiveringsklachten. Het middel betoogt dat belanghebbende (bancaire en ict-)diensten verricht jegens de donateurs en jegens de goede doelen en dat dit geen werkzaamheden zijn die (nagenoeg) uitsluitend het algemeen belang dienen. Om die reden, én omdat belanghebbende haar inkomsten niet aanwendt ten behoeve van de aangesloten ANBI’s, is belanghebbende evenmin als ‘steunstichting’ als bedoeld in artikel 5b, lid 3, letter l, AWR, aan te merken, zo betoogt het middel. Van werkzaamheden die rechtstreeks erop gericht zijn enig algemeen belang te dienen is volgens het middel geen sprake.

2.3.2.

Ingevolge artikel 5b, lid 1, aanhef en letter a, onder 1o, AWR wordt een instelling slechts dan als ANBI aangemerkt, indien zij uitsluitend of nagenoeg uitsluitend het algemeen nut beoogt. Voorts wordt op grond van artikel 5b, lid 3, aanhef en letter l, AWR als algemeen nut beschouwd het financieel of op andere wijze ondersteunen van een algemeen nut beogende instelling.

2.3.3.

Om te kunnen aannemen dat met de ontplooide werkzaamheden uitsluitend of nagenoeg uitsluitend het algemeen nut is beoogd, moet in de eerste plaats kunnen worden vastgesteld dat die werkzaamheden rechtstreeks erop zijn gericht enig algemeen belang te dienen. Daarnaast wordt verlangd dat het beoogde doel voor meer dan 90 percent ten bate van het algemeen belang strekt, en niet ten bate van een particulier belang (vgl. Kamerstukken II, 2011/2012, 33 006, nr. 3, blz. 23).

2.3.4.

In de hiervoor in 2.3.3 weergegeven voorwaarden ligt besloten de eis dat de desbetreffende instelling haar werkzaamheden richt op het dienen van voldoende concreet bepaalde doelen die uitsluitend of nagenoeg uitsluitend tot het algemeen nut kunnen worden gerekend. Immers, als aan deze eis niet wordt voldaan kan niet worden vastgesteld of, en zo ja in welke mate, de werkzaamheden van die instelling erop zijn gericht enig algemeen belang te dienen. Hetzelfde heeft te gelden indien de werkzaamheden bestaan uit het financieel of op andere wijze ondersteunen van een algemeen nut beogende instelling; in dat geval moet de desbetreffende instelling zich ten doel stellen één of meer voldoende concreet bepaalde algemeen nut beogende instellingen te ondersteunen.

2.3.5.

In een geval als het onderhavige, waarin de instelling beoogt goede doelen die zich bij haar aansluiten te ondersteunen door het aanbieden van faciliteiten op het gebied van fondsenwerving, wordt niet voldaan aan de hiervoor in 2.3.4 omschreven eis. De in verband met dit oogmerk te verrichten werkzaamheden zijn niet rechtstreeks gericht op het dienen van een door de instelling of een bepaalde ANBI nagestreefd algemeen belang. Zij dienen slechts op indirecte wijze de belangen die worden nagestreefd door goede doelen die zich bij de instelling aansluiten. Op voorhand kan niet worden vastgesteld welke goede doelen zich bij de instelling zullen aansluiten en of, en zo ja in hoeverre, die goede doelen het algemeen nut beogen.

2.3.6.

Uit hetgeen hiervoor in 2.3.5 is overwogen volgt dat het door het middel bestreden oordeel van het Hof berust op een onjuiste rechtsopvatting. In zoverre slaagt het middel. Het behoeft voor het overige geen behandeling. De stukken van het geding laten geen andere conclusie toe dan dat, anders dan het Hof heeft geoordeeld, de doelstelling van belanghebbende niet kan worden gerekend tot ‘het financieel of op andere wijze ondersteunen’ van een of meer ANBI’s, in de zin van artikel 5b, lid 3, letter l, AWR. In dit verband is niet van belang of belanghebbende een winstoogmerk heeft en of zij haar eigen particuliere (commerciële) belangen dient.

2.3.7.

Het voorgaande neemt niet weg dat donaties die zijn gedaan op een wijze zoals die door belanghebbende wordt aangeboden, kunnen worden aangemerkt als giften van de donateur aan een ANBI, indien het goede doel waaraan die betaling op aanwijzing van de desbetreffende donateur ten goede is gekomen, een ANBI is. Dat heeft dan te gelden voor de gehele gift met inbegrip van de door belanghebbende daarop ingehouden kostenbijdrage.

2.3.8.

De bestreden uitspraak kan niet in stand blijven. De Hoge Raad kan de zaak afdoen.

3 Proceskosten

De Hoge Raad acht geen termen aanwezig voor een veroordeling in de proceskosten.

4 Beslissing

De Hoge Raad:

verklaart het beroep in cassatie gegrond,

vernietigt de uitspraak van het Hof, en

bevestigt de uitspraak van de Rechtbank.

Dit arrest is gewezen door de vice-president R.J. Koopman als voorzitter, en de raadsheren C. Schaap, Th. Groeneveld, J. Wortel en M.E. van Hilten, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier F. Treuren, en in het openbaar uitgesproken op 22 april 2016.