Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2016:681

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
19-04-2016
Datum publicatie
19-04-2016
Zaaknummer
15/01050
Formele relaties
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2016:268, Contrair
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Cassatie
Inhoudsindicatie

Medeplichtigheid verhuurder bedrijfsruimte bij het telen dan wel aanwezig hebben van hennepplanten. Het oordeel van het hof, dat de verdachte de aanmerkelijke kans heeft aanvaard dat in de door hem verhuurde ruimte hennep werd geteeld en dat hij opzettelijk behulpzaam is geweest bij dit feit door aan een of meer anderen gelegenheid te verschaffen tot het inrichten en exploiteren van een hennepkwekerij in een daartoe door hem ter beschikking gestelde ruimte, is, in aanmerking genomen de door het hof in de bewijsmiddelen en zijn bewijsoverweging vastgestelde, in onderling verband en samenhang beschouwde, feiten en omstandigheden niet onbegrijpelijk. CAG: anders. Samenhang met 15/01054.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
RvdW 2016/561
NJB 2016/896
NJ 2017/66 met annotatie van P. Mevis
SR-Updates.nl 2016-0206
UDH:TvHB/13498 met annotatie van mr. J.M. Winter-Bossink en mr. N. Amiel
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

19 april 2016

Strafkamer

nr. S 15/01050

NA/DAZ

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Arnhem, van 30 januari 2015, nummer 21/004135-12, in de strafzaak tegen:

[verdachte] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1962.

1 Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft R.J. Baumgardt, advocaat te Spijkenisse, bij schriftuur een middel van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De Advocaat-Generaal T.N.B.M. Spronken heeft geconcludeerd tot vernietiging van het bestreden arrest en tot terugwijzing van de zaak naar het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Arnhem, teneinde op het bestaande hoger beroep opnieuw te worden berecht en afgedaan.

2 Beoordeling van het middel

2.1.

Het middel klaagt dat de bewezenverklaring ontoereikend is gemotiveerd. Daartoe is aangevoerd dat uit de bewijsvoering niet, althans niet zonder meer, kan volgen dat de verdachte geweten heeft dat een onbekende derde in het betreffende pand hennepplanten opzettelijk heeft geteeld dan wel aanwezig heeft gehad.

2.2.1.

Ten laste van de verdachte is bewezenverklaard dat:

"een onbekende derde in de periode van 1 december 2010 tot en met 21 september 2011 te Didam, gemeente Montferland, opzettelijk heeft geteeld, in elk geval opzettelijk aanwezig heeft gehad, in een pand aan de [a-straat] aldaar, ongeveer 686 hennepplanten, zijnde hennep een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst II, bij het plegen van welk misdrijf hij, verdachte, in de periode van 1 december 2010 tot en met 21 september 2011 te Didam, gemeente Montferland, opzettelijk behulpzaam is geweest, door opzettelijk aan een onbekende derde een deel van een pand aan de [a-straat] voormeld voor de teelt/het kweken van hennepplanten te verhuren althans ter beschikking te (blijven) stellen."

2.2.2.

Deze bewezenverklaring steunt op de volgende bewijsmiddelen:

"1. Het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van bevindingen van verbalisanten [verbalisant 1], [verbalisant 2] en [verbalisant 3] (dossierpagina 22-24) voor zover inhoudende - zakelijk weergegeven - als bevindingen van verbalisanten voornoemd:

Op 22 augustus 2011 werd op het politiebureau te Didam een anonieme melding gedaan over een hennepkwekerij. De persoon vertelde dat in een sportschool genaamd [A] te Didam een hennepkwekerij was ingericht in een ruimte achter vier squashbanen. In de ruimte zou voorheen een skibaan zijn ingericht.

De sportschool [A] is gevestigd aan de [a-straat] te Didam, gemeente Montferland.

Gelet op de aard van de informatie van de melding gingen wij op woensdag 21 september 2011 omstreeks 14:00 uur ter plaatse. De eigenaar van de sportschool, genaamd [verdachte], vertelde dat hij de ruimte waarin voorheen een skibaan was gevestigd had verhuurd. [verdachte] overhandigde ons een kopie van het identiteitsbewijs van de huurder, genaamd [betrokkene 1].

Naar aanleiding van het bovenstaande hebben wij toestemming gevraagd en gekregen van de officier van justitie om de afgesloten ruimte, de skibaan, te betreden. In de ruimte werden door ons twee in werking zijnde hennepkwekerijen aangetroffen.

Na het aantreffen van de hennepkwekerijen overhandigde [verdachte] aan ons een huurovereenkomst, ondertekend door [betrokkene 1], met ingang van 1 december 2010.

2. Het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van bevindingen van verbalisant [verbalisant 3] (dossierpagina 30-32) voor zover inhoudende - zakelijk weergegeven - als bevindingen van verbalisant voornoemd:

Op 21 september 2011 omstreeks 15:00 uur stelde ik een onderzoek in op de locatie de [a-straat], te Didam.

Aantreffen hennepkwekerij

Na het openen van de buitendeur zag ik dat in de ruimte een aparte ruimte was getimmerd. De houten ruimte was verdeeld in twee ruimtes. In beide ruimtes waren hennepkwekerijen ingericht. Ik telde in totaal 686 rechthoekige plantenbakken met daarin elk 1 hennepplant.

In totaal werd in beslag genomen:

686 stuks hennepplanten;

40 assimilatielampen;

2 afzuiginstallaties;

3 koolstoffilters;

2 tijdschakelaars;

2 waterpompen;

4 verwarmingselementen;

2 thermostaten;

4 stuks ventilatieapparatuur.

3. Een geschrift als bedoeld in artikel 344, eerste lid, aanhef en onder 5 van het Wetboek van Strafvordering, te weten een - als bijlagen bij het bewijsmiddel genoemd onder 2 gevoegde - zevental pagina's met prints van in totaal 19 kleurenfoto's van een ruimte met een hoeveelheid hennepplanten in potten en het aangetroffen materiaal.

4. Het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van bevindingen van verbalisant [verbalisant 3] (dossierpagina 40-41) voor zover inhoudende - zakelijk weergegeven - als bevindingen van verbalisant voornoemd:

Op 21 september 2011 omstreeks 15:00 uur zijn door mij, taakaccenthouder verdovende middelen team Montferland en bevoegd tot het testen van verdovende middelen, twee hennepplanten getest, die zijn aangetroffen in de hennepkwekerijen gevestigd op de locatie [a-straat] te Didam. De planten werden op de voorgeschreven wijze, middels de MMC Narcotic Identification Test, getest.

Ik herkende de planten als zijnde hennepplanten aan de verschijningsvorm en aan de geur. Gelet op de bloeiwijze was in deze sprake van hennepplanten van het vrouwelijke geslacht. De planten zaten in het stadium van de eerste groeiweek.

Uit de test bleek dat de planten kennelijk THC bevatten. Met de aanwezigheid van THC werd aangetoond dat het hier ging om hennep.

Hennep staat vermeld op lijst II onderdeel B, behorende bij de Opiumwet.

5. Het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van verhoor verdachte (dossierpagina 42-44), opgemaakt en gesloten op 21 september 2011, voor zover inhoudende - zakelijk weergegeven - als verklaring van verdachte:

Ik ben eigenaar en beheerder van [A] te Didam. Dit bedrijf bestaat uit meerdere ruimten. De voormalige skiruimte heb ik onderverhuurd.

Er kwam een jongen bij mij genaamd [betrokkene 2] of [betrokkene 2]. Ik kende hem niet. Hij vertelde dat ene [betrokkene 1] de ruimte wilde huren. Ik heb door mijn accountant een huurcontract laten opstellen. Ik kreeg het contract terug, ondertekend door [betrokkene 1] met een kopie van diens identiteitskaart. Ik heb met de jongen afgesproken dat hij elke maand het huurbedrag van € 350,00 in mijn brievenbus zou doen. De skiruimte is vanaf 1 december 2010 verhuurd.

U houdt mij voor dat vandaag in die ruimte een in werking zijnde hennepkwekerij is aangetroffen. Om de ruimte binnen te kunnen komen moet je de deur aan de buitenzijde gebruiken. Deze deur is aangesloten op de alarminstallatie en kan alleen worden geopend als mijn zaak open is. Ik heb vanuit mijn woning vanaf mijn badkamer zicht op die buitendeur. Kort na aanvang van de verhuur hebben twee voor mij onbekende jongens de skihut dichtgemetseld met een muur. Afgelopen maart/april heb ik zelf de vloer afgetimmerd. Ik heb hier voor die jongens een waterslang onder gelegd. Het magneetje op de deur en het kozijn zijn van de alarminstallatie. De bekabeling loopt naar de centrale alarmkast in het bedrijf.

6. Het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van verhoor verdachte (dossierpagina 45-46), opgemaakt en gesloten op 21 september 2011, voor zover inhoudende - zakelijk weergegeven - als verklaring van verdachte:

U houdt mij voor dat Liander bij mijn bedrijf is geweest en heeft geconstateerd dat de meterstand in de meterkast is gemanipuleerd. Iedereen die vanaf het horecagedeelte naar de squashbanen en tennisbanen loopt kan bij die meterkast komen. Het is mij bekend dat men strafbaar is als men op deze illegale wijze stroom afneemt.

7. Het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van verhoor verdachte (dossierpagina 52-56), opgemaakt en gesloten op 6 oktober 2011, voor zover inhoudende - zakelijk weergegeven - als verklaring van verdachte:

Op de huurovereenkomst staat dat de huur € 350,00 per jaar is maar dat staat daar verkeerd ingevuld. Het huurbedrag is: € 350,00 per maand. Ik ben 16 uur per dag aanwezig in de sportschool.

Ik heb [betrokkene 1] nooit ontmoet. Bij het opmaken van het contract heb ik de handtekening van [betrokkene 1] gecontroleerd. Ik beurde mijn centen en verder maakte het mij niet uit.

De muur van gipsblokken in de verhuurde skiruimte heb ik er zelf in laten zetten in november 2010 en ik heb geholpen met het bouwen daarvan. Ik heb ook zelf de waterleiding laten aanleggen naar de ruimte. Ik weet dat er een tweede dikke stroomkabel vanuit de skiruimte naar de meterkast liep. De originele stroomkabel lag er al.

Ik heb de houten vloer zelf laten aanleggen en ik wist dat de waterleiding en de originele stroomkabel daaronder lag. Ik heb de skiruimte inclusief verhuurd. Ik hield het waterverbruik en het elektriciteitsverbruik niet bij.

Telkens aan het eind van de maand lag de huur in de brievenbus.

8. Een geschrift als bedoeld in artikel 344, eerste lid, aanhef en onder 5 van het Wetboek van Strafvordering, te weten een huurcontract, voor zover inhoudende - zakelijk weergegeven -:

HUUROVEREENKOMST kantoorruimte en andere bedrijfsruimte.

Ondergetekenden:

[verdachte], wonende te [woonplaats], hierna te noemen "verhuurder";

en

[betrokkene 1], wonende te [woonplaats], hierna te noemen "huurder";

zijn als volgt overeengekomen:

1.1

Deze overeenkomst heeft betrekking op de opslagruimte, staande en gelegen te Didam aan de [a-straat], hierna "het gehuurde" genoemd.

1.2

Het gehuurde mag uitsluitend worden gebruikt als bedrijfsruimte.

2.1

Deze overeenkomst is aangegaan voor de duur van twee (2) jaar, ingaande op 1 december 2010 en lopende tot en met 30 november 2012.

Betalingsverplichting, betaalperiode.

3.2

De huurprijs bedraagt per jaar € 350 (zegge: driehonderdvijftig euro), welke op de eerste van elke maand dient te zijn voldaan.

Aldus opgemaakt en ondertekend in tweevoud op 01-12-2010 te Didam

[verdachte] [betrokkene 1]

(handtekening [verdachte]) (handtekening [betrokkene 1])."

2.2.3.

Het Hof heeft ten aanzien van de bewezenverklaring, voor zover in cassatie van belang, voorts het volgende overwogen:

"Medeplichtigheid

Verdachte heeft tijdens de politieverhoren verklaard - nadat aan hem de cautie is gegeven - dat hij zelf de houten vloer ter hoogte van de hennepkwekerij heeft laten aanleggen. Voorts heeft hij verklaard dat hij ervan op de hoogte was dat er een tweede kabel voor de elektriciteit, afkomstig uit de ruimte met de hennepkwekerij, naar de algemene meterkast liep en dat hij wist dat de ruimte van de oude skibaan volledig was aangesloten op de alarminstallatie van de sportschool. De stroomkabel naar de ruimte van de voormalige skibaan lag er al en verdachte heeft verklaard dat hij niet weet hoe en wanneer de tweede stroomkabel is aangelegd.

Verdachte heeft verklaard dat hij de ruimte met ingang van 1 december 2010 verhuurde aan een persoon die hij niet persoonlijk kende door tussenkomst van een andere persoon die hij evenmin persoonlijk kende. Uitsluitend de namen waren hem bekend (gemaakt). Verdachte heeft verklaard dat hij de ruimte verhuurde inclusief het gebruik van stroom en water. Het huurbedrag à € 350,00 werd elke maand in een envelop door de brievenbus bij verdachte afgeleverd. Het was hem niet opgevallen dat hij sinds januari 2011 een hogere stroomrekening had.

Gelet op deze omstandigheden in onderling verband en samenhang beschouwd, is het hof van oordeel dat verdachte de aanmerkelijke kans heeft aanvaard dat er in de door hem verhuurde ruimte hennep werd geteeld en dat hij opzettelijk behulpzaam is geweest bij dit feit door aan een of meer anderen opzettelijk de gelegenheid te verschaffen tot het inrichten en exploiteren van een hennepkwekerij in een daartoe door hem ter beschikking gestelde ruimte.

De verklaring van verdachte - die naast de sportschool woonde - dat hij ondanks het feit dat hij vanuit de badkamer van zijn woning zicht had op de enige deur die toegang geeft tot de hennepkwekerij niet vaker dan eenmaal iets heeft waargenomen aan beweging rond de ruimte waarin de hennepkwekerijen waren gevestigd en dat hij er niets van heeft gemerkt dat de hennepkwekerijen werden ingericht, acht het hof ongeloofwaardig.

Het hof is van oordeel dat het door verdachte gevoerde verweer strekkende tot vrijspraak van het subsidiair tenlastegelegde ook overigens wordt weerlegd door de gebezigde bewijsmiddelen, zoals deze later in de eventueel op te maken aanvulling op dit arrest zullen worden opgenomen. Het hof heeft geen reden om aan de juistheid en betrouwbaarheid van de inhoud van die bewijsmiddelen te twijfelen."

2.3.

Het Hof heeft geoordeeld dat de verdachte de aanmerkelijke kans heeft aanvaard dat in de door hem verhuurde ruimte hennep werd geteeld en dat hij opzettelijk behulpzaam is geweest bij dit feit door aan een of meer anderen opzettelijk de gelegenheid te verschaffen tot het inrichten en exploiteren van een hennepkwekerij in een daartoe door hem ter beschikking gestelde ruimte. Dat oordeel is, in aanmerking genomen de door het Hof in de bewijsmiddelen en zijn bewijsoverweging vastgestelde, in onderling verband en samenhang beschouwde, feiten en omstandigheden, niet onbegrijpelijk.

2.4.

Het middel is tevergeefs voorgesteld.

3 Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Dit arrest is gewezen door de vice-president W.A.M. van Schendel als voorzitter, en de raadsheren H.A.G. Splinter-van Kan en Y. Buruma, in bijzijn van de waarnemend griffier A.C. ten Klooster, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 19 april 2016.