Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2016:678

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
19-04-2016
Datum publicatie
19-04-2016
Zaaknummer
15/01748
Formele relaties
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2016:266, Contrair
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Cassatie
Inhoudsindicatie

Bewijsklacht dat de verdachte ten tijde van het voorhanden krijgen van een personenauto wist dat deze een door misdrijf verkregen goed betrof. Opzetheling ex art. 416.1.a Sr. Het oordeel van het hof, dat het niet anders kan dan dat de verdachte op het moment van het voorhanden krijgen van de auto "wist" dat de Audi van misdrijf afkomstig was, is niet onbegrijpelijk gelet op vaststelling van het hof dat (i) de verdachte (als bestuurder van de Audi) en zijn medeverdachte met zeer hoge snelheid wegreden toen de politie hen in een opvallend surveillancevoertuig naderde, (ii) op de vloer achter de rugleuning van de bestuurdersstoel een "jammer" is aangetroffen en dat een "jammer" ervoor zorgt dat alle radiosignalen in een bepaalde straal rondom het apparaat verstoord worden waardoor ook anti-autodiefstalsystemen niet meer functioneren, (iii) het dashboard, het dashboardkastje en het open dak van de auto beschadigd waren, en (iv) in aanmerking genomen dat verdachte geen enkele verklaring voor een en ander heeft gegeven. CAG: anders. Samenhang met 15/01747 en 15/01749.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
RvdW 2016/570
SR-Updates.nl 2016-0207
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

19 april 2016

Strafkamer

nr. S 15/01748

MD/AJ

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Arnhem, van 1 april 2015, nummer 21/003861-14, in de strafzaak tegen:

[verdachte] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1990.

1 Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft M. Berndsen, advocaat te Amsterdam, bij schriftuur een middel van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De Advocaat-Generaal T.N.B.M. Spronken heeft geconcludeerd tot vernietiging van het bestreden arrest en tot terugwijzing van de zaak naar het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Arnhem, teneinde op het bestaande hoger beroep opnieuw te worden berecht en afgedaan.

2. Beoordeling van het middel

2.1.

Het middel klaagt over de motivering van de bewezenverklaring van feit 2.

2.2.1.

Ten laste van de verdachte is onder 2 bewezenverklaard dat:

"hij op 27 november 2012 te Rotterdam en/of Haaften, gemeente Neerijnen, voorhanden heeft gehad een personenauto, merk Audi, type RS6 (gekentekend [AA-00-BB] ), terwijl hij ten tijde van het voorhanden krijgen van voormelde auto wist dat deze door diefstal, in elk geval door enig misdrijf was verkregen."

2.2.2.

Deze bewezenverklaring steunt op de volgende bewijsvoering:

"Het hof overweegt - grotendeels met de rechtbank - als volgt.

Op 21 november 2012 is uit de woning aan de [a-straat 1] te Zeist een autosleutel en bij diezelfde woning een Audi RS6 met kenteken [AA-00-BB] weggenomen. Verdachte reed op 27 november 2012 in de Audi RS6 met kenteken [AA-00-BB] . In Haaften zijn verdachte en medeverdachte uit de Audi gestapt.

(...) verdachte en medeverdachte [zijn] met zeer hoge snelheid in de Audi weggereden toen de politie hen in een opvallend surveillancevoertuig naderde. Voorts is er in de middenconsole een vuurwapen en in het binnenvak van het voorportier aan de linkerzijde van de Audi een zaklamp met daarop een afgeleid DNA-hoofdprofiel van verdachte aangetroffen. Tevens is in de Audi, op de vloer achter de rugleuning van de bestuurdersstoel, een jammer aangetroffen. Een jammer zorgt ervoor dat alle radiosignalen in een bepaalde straal rondom het apparaat verstoord worden, zoals mobiele telefoons, GPS-signalen, elektronische autosloten en anti-autodiefstalsystemen waardoor het niet meer mogelijk is om te bellen of gebeld te worden en waardoor ook anti-autodiefstalsystemen, elektrische autosloten en GPS-signalen niet meer functioneren. In het proces-verbaal van bevindingen is door de verbalisanten opgenomen dat onder meer het dashboard en dashboardkastje in de auto beschadigd zijn, evenals het open dak.

Het hof neemt voorts in aanmerking dat voornoemde feiten en omstandigheden, tezamen met het gegeven dat het in dit geval om een (zeer) dure auto gaat, schreeuwen om een verklaring en dat verdachte niet heeft verklaard hoe hij aan de gestolen Audi gekomen is.

Zoals hiervoor reeds is overwogen, gaat het hof ervan uit dat verdachte op de bestuurdersstoel van de Audi heeft gezeten. Hetgeen door het hof hieromtrent is overwogen, dient hier als herhaald en ingelast te worden beschouwd.

Gelet op het voorgaande, in onderling verband en samenhang bezien, kan het niet anders dan dat verdachte op het moment van het voorhanden krijgen van de auto wist dat de Audi van misdrijf afkomstig was en als bestuurder van deze auto heeft verdachte de Audi ook voorhanden gehad op 27 november 2012."

2.3.

Het Hof heeft vastgesteld dat de verdachte (als bestuurder van de Audi) en zijn medeverdachte met zeer hoge snelheid wegreden toen de politie hen in een opvallend surveillancevoertuig naderde, dat op de vloer achter de rugleuning van de bestuurdersstoel een "jammer" is aangetroffen en dat een "jammer" ervoor zorgt dat alle radiosignalen in een bepaalde straal rondom het apparaat verstoord worden waardoor ook anti-autodiefstalsystemen niet meer functioneren. Voorts heeft het Hof vastgesteld dat het dashboard, het dashboardkastje en het open dak van de auto beschadigd waren. Gelet hierop en in aanmerking genomen dat de verdachte geen enkele verklaring voor een en ander heeft gegeven, is het oordeel van het Hof dat het niet anders kan dan dat de verdachte op het moment van het voorhanden krijgen van de auto "wist" dat de Audi van misdrijf afkomstig was, niet onbegrijpelijk.

2.4.

Het middel faalt.

3 Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Dit arrest is gewezen door de vice-president A.J.A. van Dorst als voorzitter, en de raadsheren J. de Hullu en M.J. Borgers, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 19 april 2016.