Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2016:668

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
15-04-2016
Datum publicatie
15-04-2016
Zaaknummer
15/02287
Formele relaties
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2016:25, Contrair
In cassatie op : ECLI:NL:GHAMS:2015:963, Bekrachtiging/bevestiging
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Cassatie
Inhoudsindicatie

Procesrecht. Deformalisering. Onjuiste vermelding van naam requirant in appeldagvaardingsexploot. Herstel door middel van herstelexploot op de voet van art. 120 Rv?

Wetsverwijzingen
Burgerlijk Wetboek Boek 3
Burgerlijk Wetboek Boek 3 33
Burgerlijk Wetboek Boek 3 35
Burgerlijk Wetboek Boek 3 59
Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (geldt in geval van digitaal procederen)
Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (geldt in geval van digitaal procederen) 120
Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (geldt in geval van digitaal procederen) 121
Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (geldt in geval van digitaal procederen) 125
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
NJB 2016/836
RvdW 2016/524
NJ 2016/223
JWB 2016/147
RBP 2016/49
JBPR 2016/49 met annotatie van mr. F.J.P. Lock
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

15 april 2016

Eerste Kamer

15/02287

LZ/AS

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

in de zaak van:

GETRONICS GLOBAL SERVICES B.V.,
gevestigd te Amsterdam,

EISERES tot cassatie,

advocaat: mr. A. Knigge,

t e g e n

TOP MEHRWERT-LOGISTIK GMBH & CO. KG,
gevestigd te Hamburg, Duitsland,

VERWEERSTER in cassatie,

advocaat: mr. H.J.W. Alt.

Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als Getronics en Top.

1 Het geding in feitelijke instantie

Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:

a. het vonnis in de zaak C/l3/566836/KG ZA 14-746 van de voorzieningenrechter te Amsterdam van 25 juli 2014;

b. het arrest in de zaak 200.155.514/01 van het gerechtshof Amsterdam van 17 maart 2015.

Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.

2 Het geding in cassatie

Tegen het arrest van het hof heeft Getronics beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

Top heeft geconcludeerd tot verwerping, met veroordeling van Getronics in de kosten van het geding in cassatie, te vermeerderen met de wettelijke rente.

De zaak is voor Top toegelicht door haar advocaat.

De conclusie van de Advocaat-Generaal G.R.B. van Peursem strekt tot vernietiging en tot afdoening van de zaak als vermeld in 2.10 van die conclusie.

De advocaat van Top heeft bij brief van 12 februari 2016 op die conclusie gereageerd.

3 Beoordeling van het middel

3.1

In cassatie kan worden uitgegaan van het volgende.

(i) Top heeft in kort geding gevorderd dat Getronics wordt veroordeeld tot betaling voor overeengekomen en verrichte werkzaamheden.

(ii) Getronics heeft in reconventie gevorderd dat Top wordt veroordeeld tot betaling van een contractuele boete en schadevergoeding wegens overtreding van concurrentie- en geheimhoudingsbedingen.

(iii) De voorzieningenrechter heeft bij het hiervoor in 1 genoemde vonnis van 25 juli 2014 de door Top gevraagde voorzieningen geweigerd en de vorderingen van Getronics deels toegewezen.

(iv) Bij exploot van 20 augustus 2014 is op verzoek van ‘Top Mehrwert-Logistik GmbH’ een exploot aan Getronics uitgebracht waarin is vermeld dat Getronics wordt gedagvaard om op 2 september 2014 te verschijnen ter zitting van het hof, met aanzegging dat ‘appellante’ in hoger beroep kwam tegen het hiervoor onder (iii) vermelde vonnis.

(v) Bij exploot van 1 september 2014 is op verzoek van ‘Top Mehrwert-Logistik GmbH & Co. KG’ een exploot aan Getronics uitgebracht waarbij a) het exploot van 20 augustus 2014 is betekend, b) is aangezegd dat ‘abusievelijk in voornoemd exploot van dagvaarding niet de volledige naam van requirante is vermeld zoals hiervoor genoemd’ en ‘requirante dit bij deze wenst te herstellen, met uitdrukkelijke instandhouding van de hierbij betekende dagvaarding voor al het overige’, en c) Getronics is opgeroepen op 9 september 2014 bij advocaat te verschijnen om ‘alsdan en aldaar te horen eis doen en concluderen conform het geëiste in de hierbij betekende oorspronkelijke dagvaarding van 20 augustus 2014’.

(vi) De zaak is bij het hof aangebracht tegen 9 september 2014. Tegen Getronics is verstek verleend. Het verstek is gezuiverd.

3.2.1

Het hof heeft het vonnis van de voorzieningen-rechter vernietigd, de vorderingen van Top deels toegewezen en de vorderingen van Getronics afgewezen.

3.2.2

Getronics heeft voor het hof aangevoerd dat Top niet-ontvankelijk is in het door haar ingestelde hoger beroep. Het hof heeft dit verweer verworpen, waartoe het als volgt heeft overwogen:

“3.7 (…) De appeldagvaarding van 20 augustus 2014 bevat als verzoekster de naam van een andere (bestaande) vennootschap dan Top (‘TOP Mehrwert-Logistik GmbH’ in plaats van ‘TOP Mehrwert-Logistik GmbH & Co. KG’). Nu de naam van Top in de appeldagvaarding ontbrak, bevatte deze een nietigheid in de zin van de artikelen 120/66 Rv (in verbinding met de artikelen 45 lid 3 sub b (‘de naam’) en 111 leden 1 en 2 Rv). Voor zover vereist is aannemelijk dat Getronics door de onjuiste naamsaanduiding is benadeeld in de zin van artikel 66 lid 1 Rv, nu de in de appeldagvaarding genoemde TOP Mehrwert-Logistik GmbH een andere bestaande vennootschap is (verwarringsgevaar). Top heeft dit gebrek echter bij exploot van 1 september 2014, en derhalve vóór de roldatum van 2 september 2014, rechtsgeldig hersteld (artikelen 120/66 lid 2 Rv). Getronics is vervolgens in rechte verschenen en heeft, ook inhoudelijk, verweer gevoerd. Gesteld noch gebleken is dat Getronics is benadeeld door de wijze waarop Top het gebrek in de appeldagvaarding heeft hersteld. Dat betekent dat het gebrek op daartoe geëigende wijze is hersteld en dat voor niet-ontvankelijkheid geen grond bestaat. Het voorgaande wordt niet anders doordat Top de onjuiste aanduiding van haar naam (mogelijk) ook na het aanbrengen van de zaak had kunnen herstellen.”

3.3

De onderdelen 1 en 2 van het middel klagen vanuit verschillende invalshoeken dat het hof heeft miskend dat het appeldagvaardingsexploot van 20 augustus 2014 en het (herstel)exploot van 1 september 2014 zonder rechtsgevolg zijn gebleven, althans niet hebben geleid tot een geldig en aanhangig (gebleven) hoger beroep. Deze klachten lenen zich voor gezamenlijke behandeling.

3.4.1

Uit de artikelen 120 lid 1, 111 lid 2 en 45 lid 3, aanhef en onder b, Rv volgt dat in een dagvaardingsexploot op straffe van nietigheid de naam behoort te zijn vermeld van degene op wiens verzoek de betekening geschiedt (hierna: de requirant). Een gebrek in een exploot van dagvaarding dat nietigheid meebrengt, kan volgens art. 120 lid 2 Rv worden hersteld bij exploot, uitgebracht voor de roldatum. Bij het uitbrengen van dat exploot dient volgens art. 120 lid 3 Rv de voor dagvaarding voorgeschreven termijn in acht te worden genomen; indien daardoor de roldatum niet kan worden gehandhaafd, dient een andere roldatum te worden aangezegd.

3.4.2

Een exploot dat de naam van de requirant onjuist of onvolledig vermeldt, lijdt aan een gebrek dat de geldigheid van het exploot niet aantast (vgl. HR 22 december 1989, ECLI:NL:HR:1989:AD0996, NJ 1990/689). Dat brengt echter niet mee dat een dergelijk gebrek in een dagvaardingsexploot niet vatbaar zou zijn voor herstel bij exploot, uitgebracht voor de roldatum. Het geval van een onjuiste of onvolledige naamsvermelding van de requirant in een dagvaardingsexploot moet dan ook voor de toepassing van art. 120 lid 2 Rv op één lijn worden gesteld met het geval waarin een dagvaardingsexploot de naam van de requirant in het geheel niet vermeldt.

3.4.3

Het voorgaande laat onverlet dat na het aanbrengen van de zaak herstel van een onjuiste of onvolledige naamsvermelding kan plaatsvinden met toepassing van de regels van het arrest HR 13 december 2013, ECLI:NL:HR:2013:1881, NJ 2015/307, rov. 5.5.3.

3.5

Uit hetgeen hiervoor in 3.1 is vermeld, blijkt dat de zaak in hoger beroep binnen de appeltermijn aanhangig is gemaakt bij dagvaarding van 20 augustus 2014, waarin als roldatum 2 september 2014 is aangezegd. In de appeldagvaarding was als appellant vermeld een bestaande vennootschap die in eerste aanleg geen partij was (zie hiervoor in 3.2.2). Top heeft dit gebrek voor de in de appeldagvaarding aangezegde roldatum hersteld door middel van het exploot van 1 september 2014, waarbij de appeldagvaarding is meebetekend en in stand gehouden (zie hiervoor in 3.1 onder (v)). Top heeft bij het uitbrengen van het herstelexploot de voor dagvaarding voorgeschreven termijn in acht genomen en heeft daardoor een andere roldatum moeten aanzeggen. Ten slotte heeft Top het exploot van 1 september 2014, en daarmee de appeldagvaarding, tijdig ter griffie ingediend, waarna de zaak is ingeschreven op de rol van 9 september 2014 (zie hiervoor in 3.1 onder (vi)).

Gelet op deze gang van zaken en op hetgeen hiervoor in 3.4.1-3.4.2 is overwogen, heeft Top het gebrek in de naamsvermelding met het exploot van 1 september 2014 op rechtsgeldige wijze hersteld en is de aanhangigheid van het geding in hoger beroep niet komen te vervallen. Het hof heeft het beroep op niet-ontvankelijkheid dan ook terecht verworpen. De klachten kunnen niet tot cassatie leiden.

3.6

De klachten van de onderdelen 3 en 4 bouwen voort op die van de onderdelen 1 en 2 en kunnen daarom evenmin tot cassatie leiden.

4 Beslissing

De Hoge Raad:

verwerpt het beroep;

veroordeelt Getronics in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van Top begroot op € 6.524,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris, vermeerderd met de wettelijke rente over deze kosten indien Getronics deze niet binnen veertien dagen na heden heeft voldaan.

Dit arrest is gewezen door de vice-president E.J. Numann als voorzitter en de raadsheren C.A. Streefkerk, G. de Groot, M.V. Polak en T.H. Tanja-van den Broek, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer G. de Groot op 15 april 2016.