Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2016:627

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
12-04-2016
Datum publicatie
13-04-2016
Zaaknummer
15/01290
Formele relaties
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2016:217, Gevolgd
In cassatie op : ECLI:NL:GHAMS:2015:644, Bekrachtiging/bevestiging
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Cassatie
Inhoudsindicatie

Ongegronde bewijsklacht over ‘medeplegen’ van voorhanden hebben van vuurwapen en munitie aangetroffen in en naast de verongelukte auto waarin verdachte en M. zaten. Gelet op de door het hof, blijkens zijn bewijsvoering vastgestelde f&o, geeft zijn oordeel dat verdachte en M. zich beiden bewust waren van de aanwezigheid van het vuurwapen en de munitie in de auto, dat zij gezamenlijk de beschikking daarover hadden en dat aldus sprake is van een nauwe en bewuste samenwerking t.a.v. het voorhanden hebben daarvan, niet blijk van een onjuiste rechtsopvatting en is het niet onbegrijpelijk.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
NJB 2016/838
RvdW 2016/539
SR-Updates.nl 2016-0203
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

12 april 2016

Strafkamer

nr. S 15/01290

ABO/MD

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof Amsterdam van 27 februari 2015, nummer 23/001576-13, in de strafzaak tegen:

[verdachte] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1986.

1 Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft E.G.C. Groenendaal, advocaat te Amsterdam, bij schriftuur een middel van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De Advocaat-Generaal F.W. Bleichrodt heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

De raadsvrouwe heeft daarop schriftelijk gereageerd.

2 Beoordeling van het middel

2.1.

Het middel klaagt onder meer over de bewijsvoering van het medeplegen van het voorhanden hebben van het in de bewezenverklaring omschreven vuurwapen en de aldaar bedoelde munitie.

2.2.1.

Ten laste van de verdachte is bewezenverklaard dat:

"hij tezamen en in vereniging met een ander op 10 november 2011 te Zwanenburg, gemeente Haarlemmermeer een wapen van categorie III, te weten een vuurwapen (pistool, merk Glock, type 17), en munitie van categorie III, te weten patronen (9mm Luger en 7.35 Browning), voorhanden heeft gehad."

2.2.2.

Deze bewezenverklaring steunt op de volgende bewijsvoering:

"De feiten en omstandigheden

Op grond van de stukken in het dossier en het verhandelde ter terechtzitting in eerste aanleg en hoger beroep gaat het hof uit van de volgende feiten en omstandigheden.

Voor de leesbaarheid zal in het hiernavolgende daar waar gesproken wordt over de verdachte, de medeverdachte [medeverdachte 1] en de aangever [betrokkene 1] , dezen (ook) worden aangeduid als respectievelijk [verdachte] , [medeverdachte 1] en [betrokkene 1] .

Op 10 november 2011 omstreeks 01.27 uur, belden [betrokkene 1] en [betrokkene 2] (hierna te noemen: [betrokkene 2] ) naar het alarmnummer 112 met de mededeling dat zij op de A9 vanuit Amstelveen richting Haarlem een Audi A3 met kenteken [AA-00-AA] achtervolgden, omdat zij vermoedden dat de twee inzittenden van die auto van plan waren geweest om een liquidatie uit te voeren bij de woning van [betrokkene 1] gelegen aan de [a-straat 1] te Amstelveen. [betrokkene 1] gaf in de gesprekken met het alarmnummer aan dat hij voor zijn leven vreesde en dacht dat hij net als zijn broer geliquideerd zou worden.

Op 10 november 2011 omstreeks 02.28 uur werd halverwege het talud van de Rijksweg A9 ter hoogte van hectometerpaal 41.9 te Zwanenburg een zwarte Audi A3 voorzien van het kenteken [AA-00-AA] aangetroffen. In of nabij de auto werden geen inzittenden aangetroffen en de auto was ernstig beschadigd (total-loss). Uit onderzoek bleek dat de Audi was gestolen en dat de kentekenplaten vals waren. De Audi lag nabij een sloot en aan de overzijde van die sloot waren op de kant sporen zichtbaar, die erop duidden dat daar vermoedelijk personen uit de sloot waren geklommen.

Naast de Audi werd in het gras een vuurwapen, te weten een pistool van het merk Glock, type 17, aangetroffen. Dit pistool was doorgeladen en voor direct gebruik geschikt. In de kamer van het pistool bevond zich een 9 mm Luger patroon en in de patroonhouder zaten nog 12 patronen. In het portier van de Audi A3, aan de passagierskant, werden 15 patronen van kaliber 7.65 mm Browning aangetroffen. In en nabij de Audi werden verder nog de volgende voorwerpen aangetroffen: een blauw magneetzwaailicht, twee motorhelmen (één in de kofferbak van de Audi en één drijvend in de sloot parallel aan de Rijksweg A9), een zwarte muts, een afgeknipte sok en een honkbalpet.

Op 10 november 2011 omstreeks 03.22 uur meldde een inwoner uit Zwanenburg dat een zwaar gewonde man zich bij zijn woning had gemeld. De aldaar ter plaatse gekomen verbalisanten troffen een gewonde man aan, naar later bleek [verdachte] , met kletsnatte en met gras en modder besmeurde kleding en schoenen. [verdachte] heeft tijdens het onderzoek door het ambulancepersoneel tegen de politie gezegd dat hij in een auto had gezeten, die betrokken was geweest bij een ongeluk. [verdachte] heeft zich op vragen over met wie hij op 10 november 2011 in de auto zat op zijn zwijgrecht beroepen.

Verbalisanten hebben daarna een onderzoek ingesteld bij de [a-straat 1] te Amstelveen, de woning van [betrokkene 1] en zijn partner. Aldaar hebben zij gesproken met [betrokkene 3] (hierna te noemen: [betrokkene 3] ), de partner van [betrokkene 1] . [betrokkene 3] vertelde dat haar kinderen op 9 november 2011 omstreeks 19.30 uur nabij de woning een zwarte Audi hadden zien staan met daarin een man. Op 10 november 2011 om 01.00 uur had [betrokkene 3] de Audi nog steeds op de hoek zien staan. Op het moment dat zij langs de Audi was gelopen, was de auto weggereden. Omdat [betrokkene 3] de situatie niet vertrouwde heeft zij [betrokkene 1] gebeld, die met de auto onderweg was en hem geïnformeerd over de aanwezigheid van een Audi, die een '10' in het kenteken had. Direct daarop is [betrokkene 1] naar Amstelveen richting de [a-straat] gereden.

Ook uit buurtonderzoek is naar voren gekomen dat verschillende buurtbewoners in de avond van 9 november 2011 een zwarte Audi A3 op de [a-straat] te Amstelveen geparkeerd hadden zien staan met daarin één of meerdere personen.

[betrokkene 1] en [betrokkene 2] hebben verklaard dat zij op weg naar de [a-straat] in Amstelveen een zwarte Audi A3 met een '10' in het kenteken zagen rijden, waar ze vervolgens achteraan zijn gaan rijden. Bij het stoplicht is [betrokkene 1] naast de Audi gestopt en hebben hij en [betrokkene 2] naar binnen gekeken. De bestuurder probeerde zijn gezicht te bedekken en de passagier dook weg. Vervolgens is [betrokkene 1] achter de Audi aan de snelweg A9 opgereden. Op de snelweg doofde de Audi de lichten en reed met grote snelheid van hen weg. In de buurt van het Rottepolderplein waren [betrokkene 1] en [betrokkene 2] de Audi uit het zicht verloren.

[betrokkene 1] heeft de chauffeur van de Audi omschreven als een grote, licht getinte man met Marokkaans/Turks uiterlijk, met een bol gezicht en een stoppelbaard. De man droeg een muts en handschoenen. Volgens [betrokkene 1] was de chauffeur groter dan de passagier, maar de passagier heeft hij niet goed kunnen zien, omdat deze wegdook. [verdachte] past volgens de politie in het signalement dat [betrokkene 1] heeft gegeven van de bestuurder van de Audi.

De honkbalpet, die in de nabijheid van de gecrashte Audi A3 is aangetroffen, is aan de voorzijde van de binnenrand, een plaats waar zich biologische contactsporen van de drager(s) kunnen bevinden, bemonsterd voor DNA-onderzoek. De bemonstering is door het Nederlands Forensisch Instituut (NFI) onderworpen aan een DNA-onderzoek. Uit dit DNA-onderzoek is een DNA-profiel verkregen van een man, waarbij de kans dat het DNA-profiel van een willekeurig gekozen man matcht met dit DNA-profiel kleiner is dan één op één miljard. Dit DNA-profiel is opgenomen in de DNA-databank en is vergeleken met daarin aanwezige DNA-profielen. Daarbij is een match gevonden met het DNA-profiel van [medeverdachte 1] .

Van het bij de Audi A3 aangetroffen pistool zijn de binnenzijde van de slede en de zichtbaar geworden delen, na verwijdering daarvan, bemonsterd ten behoeve van DNA-onderzoek door het NFI. Uit dit onderzoek is een onvolledig DNA-profiel verkregen van minimaal drie personen waarvan minimaal één man, dat vergeleken is met het DNA-profiel van de honkbalpet. Het DNA-profiel dat is aangetroffen op de honkbalpet matcht met dit DNA-mengprofiel. Op grond van eerdergenoemde match tussen het DNA-profiel op de honkbalpet en het DNA-profiel van [medeverdachte 1] kan worden vastgesteld dat de binnenzijde van het pistool celmateriaal bevat dat van [medeverdachte 1] afkomstig kan zijn, vermengd met celmateriaal van minimaal twee andere personen.

Bij de doorzoeking van de woning van [medeverdachte 1] aan de [b-straat 1] te Amsterdam is een bodywarmer aangetroffen, die door het NFI is onderzocht op de aanwezigheid van glasdeeltjes. Daarbij zijn twaalf glasdeeltjes aangetroffen, die zijn onderworpen aan een vergelijkend glasonderzoek met referentieglas afkomstig van ruiten van de Audi A3. Daarbij zijn drie glasdeeltjes aangetroffen, die bleken overeen te komen met glasdeeltjes van de Audi A3 en waarvoor geldt dat de resultaten van het glasvergelijkend onderzoek zeer veel waarschijnlijker zijn wanneer deze deeltjes afkomstig zijn van de vernielde autoruiten, waartoe het referentieglas heeft behoord, dan wanneer ze afkomstig zijn van een willekeurige andere ruit of glazen voorwerp.

Tevens werd bij DNA-onderzoek door het NFI aan de binnenzijde van de kraag van genoemde bodywarmer DNA-materiaal dat matcht met het DNA-profiel van [medeverdachte 1] aangetroffen, waarbij de kans dat het DNA-profiel van een willekeurig gekozen man matcht met dit DNA-profiel kleiner is dan één op één miljard.

De woning van [medeverdachte 1] werd in het kader van een ander onderzoek ( Klepel ) middels een camera geobserveerd. Beelden uit dit onderzoek zijn in het onderhavige zaaksdossier gevoegd.

Uit deze camerabeelden blijkt dat [medeverdachte 1] en [verdachte] op 9 november 2011 in de avond bij de woning van [medeverdachte 1] arriveerden en dat beiden de woning na 8 minuten weer verlieten, waarbij gezien werd dat [verdachte] anders gekleed was dan toen hij de woning binnen ging, namelijk geheel in het zwart. De onder [verdachte] na zijn aanhouding in beslag genomen kleding bleek overeen te komen met diens kleding die zichtbaar is op de camerabeelden.

Uit onderschept 'pingverkeer' van [medeverdachte 1] volgt dat [medeverdachte 1] en [verdachte] op 9 november 2011 en de dagen daarvoor intensief ping-contact onderhielden.

Op 5 november 2011 pingden [medeverdachte 1] en [verdachte] onder meer de volgende teksten:

[medeverdachte 1] : "OT spelen, Morge otters spelen... 's avonds spelen we online",

[verdachte] : "oke man ik neemoystick mee",

[medeverdachte 1] : "Ja dodelijk gevaarlijk, Dan is het erop of eronder, daarom moeten we zus spreken"

[verdachte] : "Zus is zelf een ei",

[medeverdachte 1] "Dit is hun taak eigenlijk, Je moet toch weten met wie je neukt, Maar ja als de tijd rijp is gebeurt het".

Op 6 november 2011 pingden de verdachten naar elkaar:

[verdachte] : "Die joden reageren niet",

[medeverdachte 1] : "Plan b is er. Laten we gewoon gaan dammen bouwen, Of heb je je otter pak niet aan vandaag, Hoelaat spreken we af",

[verdachte] : "rond 3?",

[medeverdachte 1] : "Neem die fietssleutels ook mee",

[verdachte] : "die zijn thuis lummel".

Op 7 november 2011 pingden de verdachten naar elkaar:

[medeverdachte 1] : "ik leg die sleutels en die spulletjes" en "Die G gebruik ik".

[verdachte] : "Oke... Dus onze dikke zus is compleet. Die is rond?"

[medeverdachte 1] : "We gaan straks ff en potje vechten" en "niet 100 maar hoogstwaarschijnlijk"

[verdachte] : "Wooooow"

[medeverdachte 1] : "Diegene zei: Tsss is en makkie"

[verdachte] : "wou je de sleutels en spullen voor de deur leggen al".

Op 8 november 2011 pingden de verdachten naar elkaar:

[medeverdachte 1] : "Die fiets van die hoer staat vandaag aan de overkant" en "Morgen vanaf de ochtend gaan we neuken oke"

[verdachte] : "Was je ff rondje maken..."

[medeverdachte 1] : "Ja"

[verdachte] : "Oke haha op je fiets"

[medeverdachte 1] : "Penozee" en "Zus nog steeds niks zeker"

[verdachte] : "Nee nicht"

[medeverdachte 1] : "Die varkensslet bewwegt dus wel" en "Ik denk dat ze af en toe" en "Vam fiets ruilen"

[verdachte] : "Zie je zo"

Op 9 november 2011 pingden de verdachten naar elkaar:

[medeverdachte 1] : "Heb je zus gesproek"

[verdachte] : "Nee zus nog steeds geen drol.." en "Neger wel gesproken die gaat naar rotterdam vandaag dan horen we het" en "Ik ben allee met die kleine thuis man.".

[verdachte] : "Ik leg me spullen en mezelf voor de deur neer je kan me komen halen"

[medeverdachte 1] : "Ik ga ff chekke" en "Hoelaat ben je er" en "Mocht het nodig zijn"

[verdachte] : "Kan vanaf half 6 bewegen"

[medeverdachte 1] : "Niemand thuis"

[verdachte] : Ik kom nuy" en "2 min"

Ten aanzien van de primair tenlastegelegde voorbereidingshandelingen

(...)

Overwegingen en oordeel van het hof

Op grond van vorengenoemde feiten en omstandigheden en nu door de verdediging ook niet is betwist dat [verdachte] één van de inzittenden is geweest van de gecrashte Audi A3, neemt het hof als vaststaand aan dat [verdachte] in die Audi A3 zat.

Voorts leidt het hof uit bovengenoemde feiten en omstandigheden - in onderling verband en samenhang bezien - af dat [verdachte] en [medeverdachte 1] zich in de avond van 9 november 2011 en vroege ochtend van 10 november 2011 gezamenlijk enige tijd in een gestolen Audi A3 voorzien van valse kentekenplaten hebben opgehouden in de dichte nabijheid van de woning van [betrokkene 1] . Uit de verklaring van [betrokkene 3] volgt dat zij rond 01.00 uur van de [a-straat] zijn weggereden. Korte tijd daarna werd de Audi A3 door [betrokkene 1] gezien, waarna door [betrokkene 1] een achtervolging werd ingezet. Op de A9 is de Audi A3 met zeer hoge snelheid gaan rijden, waarna een ongeluk heeft plaatsgevonden waarbij de Audi A3 van de weg is geraakt en halverwege het talud nabij een sloot is terechtgekomen.

Vastgesteld kan dan ook worden dat niet alleen [verdachte] maar ook [medeverdachte 1] in de Audi zat op het moment dat de auto verongelukte.

Nu zowel [verdachte] als [medeverdachte 1] geen verklaringen hebben willen afleggen omtrent de aard en het motief van hun aanwezigheid op de [a-straat] te Amstelveen en ook overigens niet is gebleken dat die aanwezigheid daar een legitieme reden had, dient naar het oordeel van het hof op grond van de bovengenoemde feiten en omstandigheden te worden geconcludeerd dat hun aanwezigheid aldaar niet kan worden verklaard door andere dan criminele motieven.

(...)

Uit de feiten en omstandigheden zoals hierboven weergegeven kan worden afgeleid dat [verdachte] en [medeverdachte 1] op 9 november 2011 een gezamenlijke afspraak hadden waarover zij in de dagen daarvoor veelvuldig contact hebben gehad en waarbij werd gesproken over wie welke spullen zou meenemen. Tevens stelt het hof vast dat zij op 9 en 10 november 2011 achtereenvolgens elkaar hebben ontmoet, zij samen zijn vertrokken uit de woning van [medeverdachte 1] en dat zij zich samen op de [a-straat] te Amstelveen in een Audi A3 hebben opgehouden. Hun activiteiten gedurende deze periode kunnen niet anders worden verklaard dan te zijn ingegeven door criminele motieven.

Voorts volgt daaruit dat [verdachte] en [medeverdachte 1] beiden in de Audi A3 zaten, toen deze op de A9 verongelukte. Naast de Audi A3 werd in het gras een vuurwapen, te weten een pistool van het merk Glock, type 17, aangetroffen. Dit pistool was doorgeladen en voor direct gebruik geschikt. In de kamer van het pistool bevond zich een 9 mm Luger patroon en in de patroonhouder zaten nog 12 patronen. In het portier van de Audi A3 aan de passagierskant werden 15 patronen van kaliber 7.65 mm Browning aangetroffen. Van het bij de Audi A3 aangetroffen pistool zijn aan de binnenzijde van de slede en de zichtbaar geworden delen na verwijdering daarvan DNA-sporen aangetroffen, die door het NFI zijn onderzocht. Uit dit onderzoek volgt dat de binnenzijde van het pistool celmateriaal bevat dat van [medeverdachte 1] afkomstig kan zijn.

Deze omstandigheden duiden er onmiskenbaar op dat het vuurwapen in de Audi A3 aanwezig was ten tijde van het ongeval. In de Audi A3 lagen onder meer ook patronen zichtbaar in een portier. Zoals het hof hiervoor heeft overwogen waren [verdachte] en [medeverdachte 1] die nacht tezamen op pad en voerden zij gezamenlijk een niet geheel opgehelderd, maar evident crimineel plan uit. Op grond van alle feiten en omstandigheden in onderling verband en samenhang bezien en nu niet is gebleken van enige omstandigheid die tot een ander oordeel zou kunnen leiden, is geen andere conclusie mogelijk dan dat [verdachte] en [medeverdachte 1] zich beiden bewust waren van de aanwezigheid van het vuurwapen en de munitie in de auto en dan ook over dat wapen en die munitie gezamenlijk de beschikking hadden. Aldus is tussen [verdachte] en [medeverdachte 1] dan ook sprake van een nauwe en bewuste samenwerking ten aanzien van het voorhanden hebben van het vuurwapen en de munitie. Het hof heeft daarbij meegewogen dat de verdachte geen enkele, hem ontlastende, verklaring heeft afgelegd omtrent de aangetroffen Glock en de munitie. Het hof acht dan ook bewezen dat de verdachte tezamen en in vereniging met [medeverdachte 1] op 10 november 2011 de tenlastegelegde Glock en de munitie voorhanden heeft gehad."

2.3.

Blijkens zijn bewijsvoering heeft het Hof vastgesteld dat:

( i) de verdachte en medeverdachte [medeverdachte 1] gezamenlijk in een Audi A3 zaten toen deze verongelukte;

(ii) naast de Audi A3 een doorgeladen en voor direct gebruik geschikt vuurwapen is gevonden dat in de auto aanwezig was toen deze verongelukte;

(iii) uit onderzoek door het NFI volgt dat op het onder (ii) genoemde vuurwapen DNA zat dat van [medeverdachte 1] afkomstig kan zijn;

(iv) er zichtbaar in een portier van de Audi A3 munitie lag;

( v) de verdachte en [medeverdachte 1] "die nacht tezamen op pad" waren en "gezamenlijk een niet geheel opgehelderd, maar evident crimineel plan" uitvoerden waaraan voorafgaand de verdachte en [medeverdachte 1] veelvuldig contact hebben gehad waarbij is gesproken "over wie welke spullen zou meenemen".

Gelet hierop getuigt het oordeel van het Hof dat de verdachte en [medeverdachte 1] zich beiden bewust waren van de aanwezigheid van het vuurwapen en de munitie in de auto en dat zij gezamenlijk de beschikking hadden over dat wapen en die munitie en dat aldus sprake is van een nauwe en bewuste samenwerking ten aanzien van het voorhanden hebben van het vuurwapen en de munitie, niet van een onjuiste rechtsopvatting en is het evenmin onbegrijpelijk. In zoverre faalt het middel.

2.4.

Ook voor het overige kan het middel niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81, eerste lid, RO, geen nadere motivering nu het middel in zoverre niet noopt tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

3 Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Dit arrest is gewezen door de vice-president A.J.A. van Dorst als voorzitter, en de raadsheren E.S.G.N.A.I. van de Griend en M.J. Borgers, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 12 april 2016.