Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2016:529

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
29-03-2016
Datum publicatie
30-03-2016
Zaaknummer
14/06384
Formele relaties
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2015:2590, Contrair
In cassatie op : ECLI:NL:GHARL:2014:9417, (Gedeeltelijke) vernietiging met terugwijzen
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Cassatie
Inhoudsindicatie

Slagende bewijsklacht mensenhandel. Art. 273f Sr. De HR merkt op dat de opvatting dat van mensenhandel slechts sprake kan zijn als de bewezenverklaarde gedragingen een schending van art. 4 EVRM opleveren geen steun vindt in het recht. Conclusie AG: anders.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
NJB 2016/769
RvdW 2016/479
SR-Updates.nl 2016-0177
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

29 maart 2016

Strafkamer

nr. S 14/06384

MD/CB

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Arnhem, van 4 december 2014, nummer 21/007629-13, in de strafzaak tegen:

[verdachte] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1980.

1 Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft I.A. van Straalen, advocaat te 's-Gravenhage, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De Advocaat-Generaal A.E. Harteveld heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

De raadsman heeft daarop schriftelijk gereageerd.

2 Beoordeling van het tweede middel

2.1.

Het middel klaagt onder meer over de bewezenverklaring onder 2.

2.2.1.

Ten laste van de verdachte is onder 2 bewezenverklaard dat:

"hij op (een) tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 1 september 2011 tot en met 1 november 2011 in Nederland, een ander, genaamd [betrokkene 1] ,

(lid 1, onder 1)

(telkens) door misbruik van uit feitelijke omstandigheden voortvloeiend overwicht en/of door misbruik van een kwetsbare positie, heeft vervoerd en/of overgebracht met het oogmerk van uitbuiting van [betrokkene 1] ,

immers heeft hij, verdachte, (telkens):

- (terwijl [betrokkene 1] hoge schulden had)

- (nadat [betrokkene 1] brieven van schuldeisers kreeg en/of toen tegen verdachte had gezegd dat ze aan geld moest komen en dat het haar niet uitmaakte hoe ze dit kon verdienen, al moest ze in de prostitutie werken) [betrokkene 1] aangeboden om haar te helpen met het werken in de prostitutie en

- [betrokkene 1] voorgesteld om naar Arnhem te komen om daar wat foto's voor een site te maken en

- [betrokkene 1] voorgesteld aan een ander/persoon die haar zou helpen en/of wegwijs zou maken en/of begeleiden in de prostitutie en

- met [betrokkene 1] besproken/afgesproken dat het met prostitutiewerkzaamheden verdiende geld zou worden verdeeld in vieren en/of dat een oom haar zou rijden om bescherming te bieden."

2.2.2.

Deze bewezenverklaring berust - voor zover voor de beoordeling van het middel van belang - op de volgende bewijsvoering:

"Uit het dossier blijkt het volgende

(...)

Op 5 januari 2012 heeft [betrokkene 1] (geboren [geboortedatum] 1992) tijdens een informatief gesprek met de politie het volgende medegedeeld zakelijk weergegeven -:

Zij heeft [verdachte] gevraagd of zij voor hem kon werken. Zij wist namelijk niet hoe zij in het wereldje van de prostitutie kon beginnen. [verdachte] heeft haar meegenomen naar Twello en haar daar voorgesteld aan een vriend van hem.

Op 27 februari 2012 heeft [betrokkene 1] ten overstaan van de politie als volgt verklaard - zakelijk weergegeven -:

Ik heb schulden. Ik betaal deze af met geld dat ik in de prostitutie verdien. Ik besloot in de prostitutie te gaan werken, vlak nadat ik [verdachte] had leren kennen. Ik leerde [verdachte] in september 2011 kennen, denk ik. Ik ontmoette hem in de trein. Ik was direct van hem gecharmeerd. Hij zette zijn ping-adres op het treinkaartje. Hij probeerde mij te versieren via de ping door mij schoonheid te noemen en te vragen of ik een vriend had en zo. Wij hebben elkaar een paar keer ontmoet, onder meer in een hotel in Duiven waar we seks met elkaar hadden. In die tijd kreeg ik brieven van schuldeisers. Ik heb [verdachte] toen gezegd dat ik aan geld moest komen en dat het me niet uitmaakte hoe, al moest ik in de prostitutie werken. [verdachte] heeft mij aangeboden om mij dan te helpen met het werken in de prostitutie. Toen ik hem voorstelde om in de prostitutie te werken, stelde hij me voor om naar Arnhem te komen om foto's te maken voor een site. Ik ben naar Arnhem gegaan, maar daar was [betrokkene 2] ook. Ik wilde niet dat zij er bij was als er foto's werden gemaakt. Er zijn geen foto’s gemaakt. [verdachte] heeft mij voorgesteld aan een persoon die mij zou helpen in de prostitutie. Ik zou gaan werken in de prostitutie en het daarmee verdiende geld, zou verdeeld worden in vieren. Een gedeelte zou naar zijn oom gaan, een gedeelte naar hem en een gedeelte naar die jongen. Er zou een gedeelte naar die oom gaan, omdat die oom mij zou rijden. In eerste instantie zou ik voor [verdachte] gaan werken en uiteindelijk heeft hij me voorgesteld aan de vierde persoon om mij wegwijs te maken. Deze persoon wilde dat ik het contact met [verdachte] zou verbreken, omdat [verdachte] toch maar misbruik van mij zou maken. Hierna heb ik geen contact meer gehad met [verdachte] .

(...)

Op 8 april 2013 heeft [betrokkene 2] ten overstaan van de politie als volgt verklaard - zakelijk weergegeven -:

[verdachte] heeft zoveel gezichten. Ik meende dat het een hele lieve jongen was, maar dat bleek niet zo te zijn. Hij kan heel bezitterig en jaloers zijn. Hij speelt gewoon met je. Ik weet wel dat hij de zwakkeren zoekt. Hij zoekt personen die in een relatie zitten die niet goed gaat. Dat heeft hij bij mij ook gedaan. Ik was een keer bij mijn broer [betrokkene 3] en daar was [verdachte] toen ook. Hij vroeg mijn telefoonnummer en van dat moment af zijn wij gaan "pingen". Ik ken hem vanaf eind oktober 2011. (...) De meeste meisjes, waarvan ik het wist, leerde hij via die site "pingfriends" kennen. (...)

Op 2 mei 2013 heeft [betrokkene 3] ten overstaan van de politie als volgt verklaard - zakelijk weergegeven -:

Ik heb één keer een vuurwapen bij [verdachte] gezien. (...) [betrokkene 4] en [betrokkene 5] vertelden dat zij onder dwang van [verdachte] als hoer werkten. (...) Zij waren zo bang voor [verdachte] . Het leek wel of hij macht over hen had. [verdachte] ging vrij hard met die meisjes om. Hij commandeerde ze. (...) [verdachte] bestelde ook allemaal telefoons en laptops op naam van die meisjes. (...) Ik ben zelf een paar keer mee geweest naar zo'n telefoonzaak. [betrokkene 4] ging dan naar binnen en bestelde een telefoon op haar naam. Die gaf ze daarna aan [verdachte] . Dit is ook met die andere meisjes gebeurd. (...) Ik heb [verdachte] drugs zien gebruiken. Ik heb wel eens gezien dat hij vier of vijf XTC-pillen tegelijk gebruikte. Ik heb hem ook wel cocaïne zien gebruik. [verdachte] blowde ook wel eens maar niet veel. [verdachte] snoof wel vier of vijf keer per dag cocaïne.

Ik heb [betrokkene 1] en [verdachte] meegenomen naar Twello. We hebben [betrokkene 1] afgezet bij [betrokkene 6] en [betrokkene 7] . Er waren kennelijk afspraken gemaakt tussen [verdachte] en de jongens die daar waren dat ze iets met hoeren zouden beginnen. [verdachte] zou de hoeren leveren. Nu had [verdachte] alleen [betrokkene 1] gebracht en dat was niet genoeg om vier mensen van te onderhouden. Ik heb dit allemaal zelf gehoord.

Verdachte heeft op 22 april 2013 ten overstaan van de politie als volgt verklaard - zakelijk weergegeven -:

Weet je het verhaal is zo. Er waren een paar meisjes die wilden werken, maar ze wisten niet hoe. Mijn neef en ik wisten dat wel. Er zijn dingen besproken die niet konden, ook door mijn verslaving destijds. Ik moest geld hebben. Zo zijn er abonnementjes afgesloten. Oplichting klopt wel. Ik moest aan mijn behoefte voldoen. Als jongen vond ik het mooi om meiden voor me te laten werken, maar dat is er niet van gekomen. Kijk die abonnementen is wel oplichting, maar dat was om in mijn cocaïnebehoefte te voorzien.

Verdachte heeft op 23 april 2013 ten overstaan van de politie als volgt verklaard - zakelijk weergegeven -:

Ik heb op verschillende datingsites contact gehad met verschillende meiden. Ik ben in die tijd ook verslaafd geraakt. (...) Ik moest geld hebben. Dat kreeg ik door abonnementen af te sluiten en de telefoons te verkopen. Ook auto's financieren en dan verkopen. De meiden zouden gaan werken; daarmee bedoel ik als escort aan de slag gaan. Ik heb de meiden gevraagd die telefoons en auto's voor mij te doen. (...)

Verdachte heeft op 24 april 2013 ten overstaan van de politie als volgt verklaard - zakelijk weergegeven -:

Ik kan me voorstellen dat vrouwen bang van me worden als ik boos word. Ik heb agressie in mij. Als ik niet gebruik weet ik mijn grenzen en kan ik met mijn agressie omgaan, maar door die coke had ik die grenzen niet. Ik schreeuwde zelfs tegen mijn moeder in die tijd.

(...)

Verdachte heeft op 3 mei 2013 ten overstaan van de politie als volgt verklaard - zakelijk weergegeven -:

(...)

[betrokkene 1] heeft mij benaderd om haar te helpen aan de slag te gaan in de prostitutie. Het klopt dat [betrokkene 1] naar Arnhem is gekomen voor het maken van foto's. [betrokkene 3] reed ons naar onder meer Deventer.

(...)

Verdachte heeft ter zitting van de rechtbank Gelderland op 9 september 2013 als volgt verklaard - zakelijk weergegeven -:

(...)

Ik heb [betrokkene 1] voorgesteld aan [betrokkene 6] . Ze wilde graag in de prostitutie werken en vroeg of ik iets kon regelen. Ik ben met mijn neef er naar toe gegaan en er is een gesprek geweest.

(...)

Ik gebruikte in die tijd twee gram cocaïne per dag. Dat kostte € 100 per dag. Ik kreeg het geld dat ik nodig had voor de cocaïne van de meisjes. Het was de bedoeling dat ze in de prostitutie zouden gaan werken, in overleg.

Oordeel hof

(...)

[betrokkene 1] (feit 2, 05-860748-13)

[betrokkene 1] wilde geld verdienen om haar schulden af te lossen. Ze wilde om die reden wel in de prostitutie werken en verdachte heeft aangeboden haar daarbij te helpen. Verdachte heeft haar naar Arnhem gebracht om daar foto's van haar te maken. Ook heeft hij haar naar een kennis in Twello gebracht. Deze kennis zou [betrokkene 1] wegwijs maken in de prostitutie. Het was de bedoeling van verdachte dat [betrokkene 1] slechts een vierde deel van haar verdiensten mocht behouden. De rest zou naar de verdachte en nog twee andere mannen gaan. Een situatie waarin een prostituee (als gevolg van bijvoorbeeld misbruik van een kwetsbare positie en/of overwicht van de verdachte) slechts een kwart van haar verdiensten mag behouden, levert in de regel financiële uitbuiting op, zoals strafbaar is gesteld in artikel 273f lid onder 9 Wetboek van Strafrecht. Niet is gebleken van een bijzondere omstandigheid die maakt dat bovengenoemde verdeling geen situatie van uitbuiting zou opleveren.

Naar het oordeel van het hof heeft verdachte zich daarom schuldig gemaakt aan het vervoeren van [betrokkene 1] met het oogmerk van uitbuiting. Hij heeft daarbij misbruik gemaakt van de kwetsbare positie waarin [betrokkene 1] verkeerde en van het overwicht dat hij had op [betrokkene 1] . [betrokkene 1] zat in de schulden en wilde van alles doen om van die schulden af te komen, ook werk in de prostitutie. Zij heeft dit tegen verdachte gezegd en verdachte heeft haar toen aangeboden om haar te helpen bij het vinden van werk in de prostitutie. [betrokkene 1] voelde zich kennelijk afhankelijk van de verdachte, omdat zij zijn hulp nodig meende te hebben bij het vinden van werk in de prostitutie. Onder die omstandigheden kon verdachte met haar afspreken dat zij slechts een kwart van haar verdiensten zou behouden.

(...)"

2.3.

Het oordeel van het Hof dat de verdachte "een ander, genaamd [betrokkene 1] , (telkens) door misbruik van uit feitelijke omstandigheden voortvloeiend overwicht en/of door misbruik van een kwetsbare positie, heeft vervoerd en/of overgebracht met het oogmerk van uitbuiting van [betrokkene 1]
" volgt niet zonder meer uit de bewijsvoering.

2.4.

Voor zover het middel daarover klaagt, is het terecht voorgesteld.

2.5.

Opmerking verdient nog dat geen steun in het recht vindt de blijkens de toelichting aan het middel mede ten grondslag liggende opvatting dat van mensenhandel slechts sprake kan zijn als de bewezenverklaarde gedragingen een schending van art. 4 EVRM opleveren.

3 Beoordeling van de middelen voor het overige

De middelen kunnen voor het overige niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81, eerste lid, RO, geen nadere motivering nu de middelen in zoverre niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4 Slotsom

Nu de Hoge Raad geen grond aanwezig oordeelt waarop de bestreden uitspraak ambtshalve zou behoren te worden vernietigd, brengt hetgeen hiervoor is overwogen mee dat als volgt moet worden beslist.

5 Beslissing

De Hoge Raad:

vernietigt de bestreden uitspraak maar uitsluitend wat betreft de beslissingen ter zake van het onder 2 tenlastegelegde en de strafoplegging;

wijst de zaak terug naar het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Arnhem, opdat de zaak in zoverre op het bestaande hoger beroep opnieuw wordt berecht en afgedaan;

verwerpt het beroep voor het overige.

Dit arrest is gewezen door de vice-president A.J.A. van Dorst als voorzitter, en de raadsheren J. de Hullu en E.F. Faase, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 29 maart 2016.