Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2016:524

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
29-03-2016
Datum publicatie
29-03-2016
Zaaknummer
14/06552
Formele relaties
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2015:2743, Gevolgd
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Cassatie
Inhoudsindicatie

Falende bewijsklacht medeplegen art. 137c en 137d Sr. HR wijst op ECLI:NL:HR:2014:3474 m.b.t. medeplegen. Verdachte heeft als voorman van de Nederlandse Volksunie een demonstratie geleid waarbij door enkele demontranten leuzen zijn geroepen/gescandeerd die een groepsbelediging a.b.i. art. 137c Sr opleveren alsmede aanzetten tot discriminatie a.b.i. art. 137d Sr.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
RvdW 2016/480
SR-Updates.nl 2016-0171
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

29 maart 2016

Strafkamer

nr. S 14/06552

IC/AGE

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Arnhem, van 16 december 2014, nummer 21/003363-13, in de strafzaak tegen:

[verdachte] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1970.

1 Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft B.J. Schadd, advocaat te Arnhem, bij schriftuur een middel van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De Advocaat-Generaal A.E. Harteveld heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

2 Beoordeling van het middel

2.1.

Het middel klaagt dat het bewezenverklaarde medeplegen niet uit de door het Hof gebezigde bewijsvoering kan volgen.

2.2.1.

Ten laste van de verdachte is bewezenverklaard dat:

"hij op 28 mei 2011 te Enschede, tezamen en in vereniging met anderen zich in het openbaar, namelijk tijdens een demonstratie van de Nederlandse Volksunie, mondeling, opzettelijk beledigend heeft uitgelaten over een groep mensen, te weten Turken en/of buitenlanders en/of vreemdelingen, wegens hun ras, doordat verdachte en zijn mededaders opzettelijk beledigend hebben geroepen/gescandeerd:

- 'Ali B en Mustapha, ga toch terug naar Ankara'

en hij op 28 mei 2011 te Enschede, tezamen en in vereniging met anderen in het openbaar, namelijk tijdens een demonstratie van de Nederlandse Volksunie op het stationsplein en/of (nabij) de Prinsessentunnel en/of (nabij) de Hengelosestraat en/of (nabij) de Deurningerstraat, mondeling opzettelijk heeft aangezet tot discriminatie van mensen wegens hun ras, te weten Turken en/of buitenlanders en/of vreemdelingen, doordat verdachte en zijn mededaders opzettelijk hebben geroepen/gescandeerd;

- 'Ali B en Mustapha, ga toch terug naar Ankara'."

2.2.2.

Deze bewezenverklaring steunt op de volgende bewijsmiddelen:

"Als verklaring van verdachte, afgelegd ter terechtzitting van het hof van 2 december 2014, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:

Ik ben de voorman van de NVU en heb de demonstratie in Enschede aangevraagd.

(...)

1. Een proces-verbaal van aangifte van [betrokkene 1], opgemaakt door [verbalisant 1] buitengewoon opsporingsambtenaar, gesloten op 6 juli 2011, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven (blz. 5 e.v.):

Ik doe aangifte namens de benadeelde Artikel 1 Overijssel te Enschede. Ik ben namens de benadeelde gerechtigd tot het doen van aangifte. Ik doe aangifte van discriminatie tegen de Nederlandse Volksunie. Ik ben directeur van stichting Artikel 1 Overijssel, dit is een antidiscriminatiebureau te Enschede.

Op 28 mei 2011 was er in Enschede een demonstratie van de Nederlandse Volksunie. Deze demonstratie begon bij het station van Enschede en ging daarna naar de Prinsessentunnel en de Hengelosestraat en daarna naar de Deurningerstraat en weer terug naar het station. Mijn collega [betrokkene 2] was hier ook aanwezig. Tijdens deze demonstratie heeft mijn collega [betrokkene 2] gezien dat er symbolen zijn meegevoerd en uitlatingen zijn gedaan die uiting geven aan vreemdelingenhaat. Mijn collega [betrokkene 2] heeft gehoord dat er door de deelnemers is geroepen: "Ali B en Mustafa, ga toch terug naar Ankara".

2. Een proces-verbaal van bevindingen, opgemaakt door [verbalisant 2] voornoemd, gesloten op 8 november 2011, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven (blz.3):

Op 6 juli 2011 werd door [betrokkene 1] aangifte gedaan ter zake discriminatie artikel 137d van het Wetboek van Strafrecht. Bij het afleggen van zijn verklaring gaf [betrokkene 1] een CD aan de verbalisant met daarop foto- en filmbeelden van de demonstratie georganiseerd door de Nederlandse Volksunie op zaterdag 28 mei 2011.

3. Een proces-verbaal van een verhoor als getuige van [betrokkene 2], opgemaakt door [verbalisant 2] voornoemd, gesloten op 9 februari 2012, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven (blz. 11 e.v.):

Ik heb van de demonstratie van 28 mei 2011 camerabeelden gemaakt en die heeft [betrokkene 1] vorig jaar al aan de politie overhandigd. Ik zie dat u foto's heeft geprint. Ik ken de volgende personen:

De man met vlag in het midden van foto 6 is [medeverdachte 3] uit Purmerend. Hij draagt een white power vlag. Op foto 8 staat [medeverdachte 3] nogmaals maar naast hem staat

[medeverdachte 1] met een Thor hamer-vlag.

[medeverdachte 1] staat ook op foto 14. Hij is de man met de tekst 'Houzee' op zijn hoofd.

Op de camerabeelden die ik nu met u bekijk hoor ik de volgende leuzen. Op de beelden 'Ali B' is duidelijk te horen dat diverse demonstranten roepen 'Ali B en Mustafa, ga toch terug naar Ankara'.

4. Als schriftelijke bescheiden, de aan [betrokkene 2] voornoemd getoonde foto-prints genummerd 1 tot en met 14 (blz. 13 e.v.).

5. Een proces-verbaal van bevindingen, opgemaakt door [verbalisant 2] voornoemd, gesloten op 10 juli 2012, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven (blz. 22 e.v.):

Ik heb de camerabeelden van de demonstratie op 28 mei 2011 te Enschede van de NVU bekeken. De tijden hieronder genoemd zijn de minuten en seconden vanaf de start van de opname. Op deze beelden heb ik het volgende gezien en gehoord:

15.48

De Nederlandse demonstranten komen aanlopen vanaf perron 1. Voorop loopt de mij bekende [medeverdachte 3] en eveneens komt in beeld de mij bekende [medeverdachte 1]. De groep bestaat uit ongeveer 35 personen. Op de beelden herken ik de mij bekende [verdachte]. Hij draagt een megafoon.

24.50

[verdachte] spreekt de demonstranten toe door de megafoon. Vervolgens komt de groep in beweging. [verdachte] loopt voorop en roept door de megafoon.

26.20

De demonstranten staan stil aan de rechterkant van het station. Een deel van de demonstranten roept meerdere malen: 'Ali B en Mustafa, ga toch terug naar Ankara'. [medeverdachte 3] en [medeverdachte 1] roepen dit gezamenlijk. De overige personen die dit roepen ken ik niet. Vervolgens neemt [verdachte] het woord. Hij spreekt door een microfoon. Hij zegt: 'Vandaag demonstreren we tegen de multiculturele terreur en voor een totale immigratiestop'."

2.2.3.

Het Hof heeft voorts, voor zover in cassatie van belang, het volgende overwogen:

"In de zaak van verdachte heeft de rechtbank ten aanzien van deze uitlating onder meer overwogen:

Anders dan de raadsman heeft betoogd is de rechtbank van oordeel dat er ook bij de uitlating 'Ali B en Mustapha, ga toch terug naar Ankara' sprake is van medeplegen. Deze leus is geroepen door de demonstranten. Onder anderen medeverdachten [medeverdachte 3] en [medeverdachte 1] roepen deze leus gezamenlijk. Na het roepen van deze leus neemt verdachte het woord en spreekt de demonstranten door een microfoon toe. Hij grijpt ook bij het roepen van deze leus niet in en als hij het woord neemt, distantieert hij zich niet van deze leus. (...) De rechtbank leidt daaruit af dat hij instemt met de kort daarvoor gescandeerde leus. Op grond van dit alles oordeelt de rechtbank dat sprake is geweest van een nauwe en bewuste samenwerking tussen verdachte en medeverdachte [medeverdachte 3] en [medeverdachte 1]. Verdachte is medepleger van de door onder andere [medeverdachte 3] en [medeverdachte 1] gedane uitlating.

Het hof neemt deze overwegingen over en maakt die tot de zijne."

2.3.

In zijn arrest van 2 december 2014, ECLI:NL:HR:2014: 3474, NJ 2015/390 heeft de Hoge Raad enige algemene overwegingen over het medeplegen gegeven, in het bijzonder gericht op de afbakening tussen medeplegen en medeplichtigheid en meer in het bijzonder met het oog op gevallen waarin het medeplegen niet bestaat in gezamenlijke uitvoering. Voor de kwalificatie medeplegen is vereist dat sprake is van nauwe en bewuste samenwerking. Die kwalificatie is slechts gerechtvaardigd als de bewezenverklaarde - intellectuele en/of materiële - bijdrage van de verdachte aan het delict van voldoende gewicht is.

2.4.

Blijkens de bewijsvoering heeft het Hof onder meer het volgende vastgesteld. De verdachte heeft als voorman van de Nederlandse Volksunie een demonstratie in Enschede aangevraagd. Deze demonstatie, waaraan ongeveer 35 personen hebben deelgenomen, heeft op 28 mei 2011 plaatsgevonden en is geleid door de verdachte, die de demonstranten door een megafoon heeft toegesproken. Tijdens de demonstratie is door enkele demonstranten, onder wie de medeverdachten [medeverdachte 1] en [medeverdachte 3], geroepen en/of gescandeerd 'Ali B. en Mustapha, ga toch terug naar Ankara'. Na het roepen en/of scanderen van deze leus heeft de verdachte de groep toegesproken en gezegd 'Vandaag demonstreren we tegen de multiculturele terreur en voor een totale immigratiestop'.

2.5.

Het Hof heeft kennelijk geoordeeld dat de uit de vastgestelde feiten blijkende bijdrage van de verdachte aan het tenlastegelegde van zodanig gewicht is dat sprake is van een nauwe en bewuste samenwerking van de verdachte met de mededaders. Het daarop gebaseerde oordeel dat de verdachte zich aldus tezamen en in vereniging met anderen heeft schuldig gemaakt aan het roepen en/of scanderen van de bewezenverklaarde uitlating, geeft niet blijk van een onjuiste rechtsopvatting en is, mede gelet op hetgeen het Hof in de bewijsmiddelen en in de nadere bewijsoverweging heeft vastgesteld over de bijdrage van de verdachte voorafgaand en direct na de bewezenverklaarde feiten, niet onbegrijpelijk en toereikend gemotiveerd.

2.6.

Het middel faalt.

3 Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Dit arrest is gewezen door de vice-president A.J.A. van Dorst als voorzitter, en de raadsheren J. de Hullu, V. van den Brink, E.S.G.N.A.I. van de Griend en A.L.J. van Strien, in bijzijn van de griffier S.P. Bakker, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 29 maart 2016.