Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2016:499

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
25-03-2016
Datum publicatie
25-03-2016
Zaaknummer
16/00038
Formele relaties
In cassatie op : ECLI:NL:GHAMS:2015:5121
Arrest: ECLI:NL:HR:2016:828
Rechtsgebieden
Belastingrecht
Bijzondere kenmerken
Cassatie
Inhoudsindicatie

HR verklaart het beroep in cassatie n-o.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

25 maart 2016

Nr. 16/00038

Arrest

gewezen op het beroep in cassatie van de Staatssecretaris van Financiën tegen de uitspraak van het Gerechtshof Amsterdam van 24 november 2015, nr. 15/00098, betreffende de aan [X] te [Z] over het jaar 2007 opgelegde navorderingsaanslag in de inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen en de daarbij gegeven beschikking inzake heffingsrente.

1 Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep in cassatie

Het beroepschrift in cassatie bevat, hoewel artikel 6:5, lid 1, letter d, Awb dit vereist, niet de gronden van het beroep.

Bij brief van 7 januari 2016, die volgens een zich in het dossier bevindende, ondertekende, ontvangstbevestiging op 8 januari 2016 ten kantore van de Staatssecretaris is afgeleverd, heeft de griffier van de Hoge Raad de Staatssecretaris in de gelegenheid gesteld dat verzuim te herstellen. De Staatssecretaris heeft van deze gelegenheid geen gebruik gemaakt.

Nu herstel van het verzuim niet heeft plaatsgevonden, zal de Hoge Raad met toepassing van het bepaalde in artikel 6:6 Awb het beroep in cassatie niet‑ontvankelijk verklaren.

2 Proceskosten

De Hoge Raad acht geen termen aanwezig voor een veroordeling in de proceskosten.

3 Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie niet‑ontvankelijk.

Dit arrest is gewezen door de raadsheer C. Schaap als voorzitter, en de raadsheren Th. Groeneveld en M.E. van Hilten, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier F. Treuren, en in het openbaar uitgesproken op 25 maart 2016.

Van de Staatssecretaris van Financiën wordt een griffierecht geheven van € 503.