Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2016:489

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
25-03-2016
Datum publicatie
25-03-2016
Zaaknummer
15/03452
Rechtsgebieden
Belastingrecht
Bijzondere kenmerken
Artikel 81 RO-zaken
Cassatie
Inhoudsindicatie

HR: 81.1 RO.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

25 maart 2016

Nr. 15/03452

Arrest

gewezen op het beroep in cassatie van [X] te [Z] (hierna: belanghebbende) tegen de uitspraak van het Gerechtshof Amsterdam van 18 juni 2015, nrs. 14/00422 tot en met 14/00426, op het hoger beroep van belanghebbende tegen een uitspraak van de Rechtbank Noord-Holland (nrs. AWB 13/2434 tot en met AWB 13/2438) betreffende de aan belanghebbende over de periode 1 januari 2003 tot en met 31 december 2003 en over de periode 1 januari 2004 tot en met 31 december 2005 opgelegde naheffingsaanslagen in de omzetbelasting, de voor het jaar 2004 opgelegde aanslag inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen, de voor het jaar 2005 opgelegde aanslag inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen, de over de periode tijdvak 1 januari 2004 tot en met 31 december 2005 opgelegde naheffingsaanslag loonbelasting/premie volksverzekeringen, en de daarbij gegeven boetebeschikkingen.

1 Geding in cassatie

Belanghebbende heeft tegen ’s Hofs uitspraak beroep in cassatie ingesteld en daarbij een aantal klachten aangevoerd.

De Staatssecretaris van Financiën heeft een verweerschrift ingediend.

2 Beoordeling van de klachten

De klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie, geen nadere motivering, nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

3 Proceskosten

De Hoge Raad acht geen termen aanwezig voor een veroordeling in de proceskosten.

4 Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie ongegrond.

Dit arrest is gewezen door de vice-president J.A.C.A. Overgaauw als voorzitter, en de raadsheren D.G. van Vliet en E.N. Punt, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier E. Cichowski, en in het openbaar uitgesproken op 25 maart 2016.