Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2016:48

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
15-01-2016
Datum publicatie
15-01-2016
Zaaknummer
15/03175
Formele relaties
In cassatie op : ECLI:NL:GHSHE:2015:2368, Bekrachtiging/bevestiging
Rechtsgebieden
Belastingrecht
Bijzondere kenmerken
Cassatie
Inhoudsindicatie

Art. 229b Gemeentewet; Legesverordening 2012 gem. Woudrichem. Legesheffing restauratie rijksmonument; tarief volgens Tarieventabel.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
V-N Vandaag 2016/76
Belastingblad 2016/63 met annotatie van M.R.P. de Bruin
V-N 2016/5.26 met annotatie van Redactie
BNB 2016/72 met annotatie van J.A. MONSMA
FutD 2016-0110
NTFR 2016/456 met annotatie van mr. dr. G. Groenewegen
NLF 2017/0365 met annotatie van
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

15 januari 2016

Nr. 15/03175

Arrest

gewezen op het beroep in cassatie van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Woudrichem te Woudrichem (hierna: het College) tegen de uitspraak van het Gerechtshof ’s-Hertogenbosch van 26 juni 2015, nr. 14/00421, op het hoger beroep van [X] te [Z] (hierna: belanghebbende) tegen een uitspraak van de Rechtbank Zeeland-West-Brabant (nr. AWB 13/4825) betreffende de ten aanzien van belanghebbende geheven leges. De uitspraak van het Hof is aan dit arrest gehecht.

1 Geding in cassatie

Het College heeft tegen ’s Hofs uitspraak beroep in cassatie ingesteld. Het beroepschrift in cassatie is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

Belanghebbende heeft een verweerschrift ingediend.

Het College heeft een conclusie van repliek ingediend.

Belanghebbende heeft een conclusie van dupliek ingediend.

2 Beoordeling van de middelen

2.1.

In cassatie kan van het volgende worden uitgegaan.

2.1.1.

Belanghebbende is eigenaar van een boerderij, gelegen aan de [a-straat 1] te [Q] (hierna: de boerderij). De boerderij heeft de status van rijksmonument.

2.1.2.

Op 23 april 2012 heeft belanghebbende een aanvraag omgevingsvergunning ingediend met betrekking tot de verbouwing en uitbreiding van de boerderij met als projectomschrijving “restaureren [a-straat 1] [Q]” (hierna: de aanvraag). De geschatte bouwkosten bedroegen € 425.000. De omgevingsvergunning is op 7 november 2012 verleend.

2.1.3.

Voor het in behandeling nemen van de aanvraag is met dagtekening 14 november 2012 aan belanghebbende € 13.463,20 aan leges in rekening gebracht. De heffing van dit bedrag is gebaseerd op de Verordening leges 2012 van de gemeente Woudrichem (hierna: de Verordening) en de bij de Verordening behorende Tarieventabel (hierna: de Tarieventabel).

2.1.4.

Hoofdstuk 7 van de Tarieventabel luidt, voor zover hier van belang:

Omgevingsvergunning

7.3

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag om een omgevingsvergunning voor een project: de som van de verschuldigde leges voor de verschillende activiteiten of handelingen waaruit het project geheel of gedeeltelijk bestaat en waarop de aanvraag betrekking heeft en de verschuldigde leges voor de extra toetsen die in verband met de aanvraag moeten worden uitgevoerd, berekend naar de tarieven en overeenkomstig het bepaalde in dit hoofdstuk. In afwijking van de vorige volzin kan ook per activiteit, handeling of andere grondslag een legesbedrag worden gevorderd.

7.3.1

Bouwactiviteiten

7.3.1.1 Indien de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een bouwactiviteit als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder a, van de Wabo, bedraagt het tarief:

2,14% van de bouwkosten met een minimum van € 214,00

7.3.2

Verhoging in verband met toetsing aan welstandscriteria

Indien voor het bouwplan toetsing aan welstandscriteria als bedoeld in artikel 12 van de Woningwet moet plaatsvinden wordt het tarief als berekend overeenkomstig 7.3.1 als volgt verhoogd: (…)

7.3.2.2 Bij een bouwsom van € 20.001,-- tot en met € 500.000,--, per bouwplan: 0,05% van die bouwsom met een minimum van: € 157,25

(…)

7.3.2.13 Verplicht advies agrarische commissie

Onverminderd het bepaalde in onderdeel 7.3.1.1 bedraagt het tarief, indien krachtens wettelijk voorschrift voor de in dat onderdeel bedoelde aanvraag een advies van de agrarische commissie nodig is en wordt beoordeeld: (…)

7.3.2.14 Achteraf ingediende aanvraag

Onverminderd het bepaalde in onderdeel 7.3.1.1 bedraagt het tarief, indien de in dat onderdeel bedoelde aanvraag wordt ingediend na aanvang of gereedkomen van de bouwactiviteit: (…)

7.3.3

Planologisch strijdig gebruik

Indien de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een activiteit als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder c, van de Wabo, bedraagt het tarief: (…)

7.3.3.3 indien artikel 2.12, eerste lid, onder a, onder 3°, van de Wabo wordt toegepast (buitenplanse afwijking): € 3.019,85

(…)

Activiteiten met betrekking tot monumenten of beschermde stads- of dorpsgezichten

7.3.5

Indien de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een activiteit met betrekking tot een beschermd monument als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder f, van de Wabo, of op een activiteit als bedoeld in artikel 2.2, eerste lid, onder b, van de Wabo met betrekking tot een krachtens provinciale verordening of de Monumentenverordening 1991 aangewezen monument, waarvoor op grond van die provinciale verordening of van die gemeentelijke verordening een vergunning of ontheffing is vereist, bedraagt het tarief: € 191,80

(…)

Beoordeling van onderzoeken

7.3.14

Onverminderd het bepaalde in de voorgaande onderdelen van dit hoofdstuk bedraagt het tarief:

7.3.14.1 voor de beoordeling van een milieukundig bodemrapport: € 354,55

7.3.14.2 voor de beoordeling van een akoestisch onderzoek naar geluidsbelasting: € 354,55

7.3.14.5 voor de beoordeling van plannen van aanpak inzake archeologisch (voor)onderzoek: € 234,95”

2.1.5.

In het aan belanghebbende in rekening gebrachte bedrag van € 13.463,20 zijn op grond van de Tarieventabel de volgende bedragen begrepen: € 9095 op grond van onderdeel 7.3.1.1, € 212,50 op grond van onderdeel 7.3.2.2, € 3019,85 op grond van onderdeel 7.3.3.3, € 191,80 op grond van onderdeel 7.3.5, verhoogd met de onder 7.3.14.1 tot en met 7.3.14.3 vermelde bedragen.

2.1.6.

Voor het Hof was in geschil of het bedrag van de legesnota op € 1135,85 moet worden vastgesteld, zoals belanghebbende betoogt, bestaande uit € 191,80 op grond van onderdeel 7.3.5 van de Tarieventabel, verhoogd met de in onderdeel 7.3.14 vermelde bedragen.

2.1.7.

Het Hof heeft geoordeeld dat belanghebbende -afgezien van de verhogingen met de onder 7.3.14 vermelde bedragen - in verband met de vereiste duidelijkheid erop kon en mocht vertrouwen dat onderdeel 7.3.5 van de Tarieventabel een specifieke regeling bevatte voor een verbouwing van een beschermd monument en dat het tarief voor het in behandeling nemen van zijn aanvraag € 191,80 zou bedragen. Het middel richt zich tegen dit oordeel.

2.1.8.

Het middel faalt. Onderdeel 7.3.5 van de Tarieventabel bepaalt dat het tarief € 191,80 bedraagt indien de aanvraag voor een omgevingsvergunning betrekking heeft op een activiteit met betrekking tot een beschermd monument. Uit de tekst van dat onderdeel volgt niet dat voor het in behandeling nemen van een aanvraag omgevingsvergunning voor een beschermd monument meerdere tarieven betreffende onderscheiden activiteiten of handelingen worden geheven. Dat volgt ook niet uit de bewoordingen in de aanhef van onderdeel 7.3, inhoudende dat het tarief bedraagt “de som van de verschuldigde leges voor de verschillende activiteiten of handelingen waaruit het project geheel of gedeeltelijk bestaat en waarop de aanvraag betrekking heeft”. Immers, onderdeel 7.3.5 bevat, anders dan elders in de Tarieventabel, niet de bepaling dat een tarief, zoals dat volgt uit daaraan voorafgaande onderdelen, wordt verhoogd met het in 7.3.5 vermelde tarief. Evenmin wordt bepaald dat laatstbedoeld tarief geldt onverminderd het bepaalde in voorafgaande onderdelen. Ook overigens volgt uit de Tarieventabel niet dat voor het in behandeling nemen van een aanvraag als de onderhavige tevens een of meer tarieven gelden die zijn vermeld in aan onderdeel 7.3.5 voorafgaande onderdelen.

Voor een heffing van legesbedragen in afwijking van de bewoordingen van de Tarieventabel, zoals het middel bepleit, bestaat geen grond.

3 Proceskosten

Het College zal worden veroordeeld in de kosten van het geding in cassatie.

4 Beslissing

De Hoge Raad:

verklaart het beroep in cassatie ongegrond, en

veroordeelt het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Woudrichem in de kosten van het geding in cassatie aan de zijde van belanghebbende, vastgesteld op € 1984 voor beroepsmatig verleende rechtsbijstand.

Dit arrest is gewezen door de raadsheer C. Schaap als voorzitter, en de raadsheren Th. Groeneveld en J. Wortel, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier F. Treuren, en in het openbaar uitgesproken op 15 januari 2016.

Van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Woudrichem wordt een griffierecht geheven van € 497.