Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2016:472

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
22-03-2016
Datum publicatie
23-03-2016
Zaaknummer
15/00403
Formele relaties
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2016:137, Gevolgd
In cassatie op : ECLI:NL:GHDHA:2014:4123, Bekrachtiging/bevestiging
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Artikel 81 RO-zaken
Cassatie
Inhoudsindicatie

Verkrachting. TBS. Problematiek van de weigerende observandus, vgl. EHRM 3 maart 2015, Constancia vs. Nederland, nr. 73560/12. I.c. geen schending van art. 5.1.e EVRM. HR: art. 81.1 RO.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
RvdW 2016/468
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

22 maart 2016

Strafkamer

nr. S 15/00403

JH

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof Den Haag van 10 december 2014, nummer 22/005914-12, in de strafzaak tegen:

[verdachte] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1984.

1 Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft R.J. Baumgardt, advocaat te Spijkenisse, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De Advocaat-Generaal A.E. Harteveld heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

2 Beoordeling van de middelen

De middelen kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81, eerste lid, RO, geen nadere motivering nu de middelen niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

3 Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Dit arrest is gewezen door de vice-presiden A.J.A. van Dorst als voorzitter, en de raadsheren J. de Hullu en H.A.G. Splinter-van Kan, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 22 maart 2016.