Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2016:416

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
15-03-2016
Datum publicatie
16-03-2016
Zaaknummer
15/01763
Formele relaties
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2015:2713, Gevolgd
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Cassatie
Beschikking
Inhoudsindicatie

OM-cassatie. Beklag, beslag ex art. 94, 94a en 552a Sv. De beslissing tot gegrondverklaring van het beklag is ontoereikend gemotiveerd, nu de Rb met haar overweging dat het “thans voorliggende dossier (…) ten enenmale onvoldoende [is] om de aard en omvang van de tegen klager gerezen verdenking behoorlijk te kunnen beoordelen” niet de t.a.v. de onderscheiden beslagen aan te leggen maatstaf heeft toegepast.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
RvdW 2016/431
SR-Updates.nl 2016-0147 met annotatie van P.C. Verloop
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

15 maart 2016

Strafkamer

nr. S 15/01763 B

MD/EC

Hoge Raad der Nederlanden

Beschikking

op het beroep in cassatie tegen een beschikking van de Rechtbank Overijssel, zittingsplaats Almelo, van 18 maart 2015, nummer K 15/72, op een klaagschrift als bedoeld in art. 552a Sv, ingediend door:

[klager] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1991.

1 Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de Officier van Justitie. Deze heeft bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.

De Advocaat-Generaal A.E. Harteveld heeft geconcludeerd tot vernietiging van de bestreden beschikking en tot zodanige beslissing met betrekking tot verwijzen of terugwijzen als de Hoge Raad gepast zal voorkomen.

2. Beoordeling van het tweede middel

2.1.

Het middel klaagt onder meer over de motivering van de beslissing tot gegrondverklaring van het klaagschrift.

2.2.

De Rechtbank heeft het klaagschrift, strekkende tot teruggave aan de klager van inbeslaggenomen goederen en tot opheffing van het op een onroerende zaak en op bankrekeningen gelegde beslagen, gegrond verklaard. De Rechtbank heeft daartoe onder meer het volgende overwogen:

"Ter zitting heeft de raadsman het verzoek aangepast in die zin dat thans wordt geklaagd over de inbeslagname van:

- een personenauto Audi A6 Quatro TDI met kenteken [AA-00-BB];

- een ABN AMRO bankrekening met nummer [001];

- een ABN AMRO bankrekening met nummer [002];

- het onroerend goed [adres];

- een ING bankrekening met nummer [003] (betaalrekening);

- een ING bankrekening met nummer [003] (spaarrekening);

- een douchecabine/hoekstoombad;

- een partij (51 dozen) porcelanato tegels;

- een I-pad;

- een I-phone.

(...)

Maatstaf

Wat betreft de (...) I-pad en de I-phone richt het beklag zich tegen een beslag dat is gelegd op grond van artikel 94 Sv. De rechtbank dient daarom a) te beoordelen of het belang van strafvordering het voortduren van het beslag vordert, en zo neen, b) de teruggave van het inbeslaggenomen voorwerp aan de beslagene te gelasten, tenzij een ander redelijkerwijs als rechthebbende ten aanzien van die voorwerpen moet worden beschouwd.

Wat betreft de overige (...) genoemde zaken richt het beklag zich tegen een beslag als bedoeld in artikel 94a Sv. De rechtbank dient te onderzoeken a) of er ten tijde van zijn beslissing sprake was van verdenking van of veroordeling wegens een misdrijf waarvoor een geldboete van de vijfde categorie kan worden opgelegd en b) of zich niet het geval voordoet dat hoogst onwaarschijnlijk is dat de strafrechter, later oordelend, aan de verdachte een verplichting tot betaling van een geldboete dan wel de verplichting tot betaling van een geldbedrag ter ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel zal opleggen.

(...)

Overwegingen
In het onderhavige geval is sprake van conservatoir beslag nu het Openbaar Ministerie met machtiging van de rechter-commissaris op 1 december 2014 de (...) genoemde roerende zaken in beslag heeft genomen als verhaalsobject voor een eventueel op te leggen geldboete of een bedrag ter ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel. Op 3 december 2014 is beslag gelegd op de onroerende zaak.

(...)

Klager wordt naar zijn zeggen verdacht van overtreding van artikel 326 Sr en artikel 140 Sr. Voor beide delicten kan een geldboete van de vijfde categorie worden opgelegd.

(...)

Het thans voorliggende dossier is ten enenmale onvoldoende om de aard en omvang van de tegen klager gerezen verdenking behoorlijk te kunnen beoordelen. De rechtbank kan gelet daarop en op het onderzoek in raadkamer evenmin voldoende toetsen of aan de hiervoor vermelde criteria voor voortduring van het beslag is voldaan. Mede gelet op de data van beslaglegging en de belangen van klager bij teruggave ziet de rechtbank geen aanleiding om de officier van justitie de gelegenheid te geven om het dossier aan te vullen."

2.3.1.

De Rechtbank heeft vastgesteld dat het beslag dat is gelegd op de I-phone en de I-pad, is gelegd op de voet van art. 94 Sv en dat de overige beslagen zijn gelegd op de voet van art. 94a, eerste en tweede lid, Sv. Hetgeen de Rechtbank had te beoordelen heeft zij in de bestreden beschikking onder het opschrift "maatstaf" - met juistheid - weergegeven.

2.3.2.

Met haar overweging dat het "thans voorliggende dossier (...) ten enenmale onvoldoende [is] om de aard en omvang van de tegen klager gerezen verdenking behoorlijk te kunnen beoordelen" heeft de Rechtbank niet de ten aanzien van de onderscheiden beslagen aan te leggen maatstaf toegepast, zodat de beslissing tot gegrondverklaring van het beklag ontoereikend is gemotiveerd.

2.4.

Het middel klaagt hierover terecht.

3 Slotsom

Hetgeen hiervoor is overwogen brengt mee dat de bestreden beschikking niet in stand kan blijven, de middelen voor het overige geen bespreking behoeven en als volgt moet worden beslist.

4 Beslissing

De Hoge Raad:

vernietigt de bestreden beschikking;

wijst de zaak terug naar de Rechtbank Overijssel, zittingsplaats Almelo, opdat de zaak op het bestaande klaagschrift opnieuw wordt behandeld en afgedaan.

Deze beschikking is gegeven door de vice-president A.J.A. van Dorst als voorzitter, en de raadsheren E.S.G.N.A.I. van de Griend en A.L.J. van Strien, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 15 maart 2016.