Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2016:403

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
15-03-2016
Datum publicatie
15-03-2016
Zaaknummer
14/03911
Formele relaties
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2016:94, Contrair
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Cassatie
Inhoudsindicatie

Falende bewijsklacht. Deelneming aan een criminele organisatie, art. 140 Sr. HR herhaalt relevante overwegingen uit HR 10 februari 2015, ECLI:NL:HR:2015:264. HR: in aanmerking genomen dat het opzettelijk verkopen, afleveren, verstrekken, vervoeren en aanwezig hebben van een hoeveelheid hennep en/of hasjiesj van meer dan 30 gram ingevolge art. 3 en 11 Opiumwet steeds een misdrijf oplevert, is het oordeel van het Hof dat de verdachte heeft deelgenomen aan een criminele organisatie welke tot oogmerk had het plegen van deze misdrijven niet onbegrijpelijk en is het toereikend gemotiveerd. Conclusie AG: anders.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
SR-Updates.nl 2016-0135
NJB 2016/648
RvdW 2016/421
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

15 maart 2016

Strafkamer

nr. S 14/03911

IF/IF

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Arnhem, van 14 juli 2014, nummer 21/009375-13, in de strafzaak tegen:

[verdachte] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1970.

1 Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft M. Berndsen, advocaat te Utrecht, bij schriftuur een middel van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De Advocaat-Generaal E.J. Hofstee heeft geconcludeerd tot vernietiging van het bestreden arrest, doch alleen ter zake van het onder 1 tenlastegelegde - voor zover aan het oordeel van de Hoge Raad onderworpen - en de strafoplegging, tot terugwijzing van de zaak naar het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, en tot verwerping van het beroep voor het overige.

2 Beoordeling van het middel

2.1.

Het middel klaagt onder meer dat de bewezenverklaring van het onder 1 tenlastegelegde ten aanzien van het "deelnemen aan een criminele organisatie" ontoereikend is gemotiveerd.

2.2.1.

Ten laste van de verdachte is onder 1 bewezenverklaard dat:

"hij in de periode van 19 juli 2012 tot en met 27 november 2012 in Nederland, heeft deelgenomen aan een organisatie, te weten een organisatie bestaande uit hem, verdachte, en [medeverdachte 7] en [betrokkene 2] en [betrokkene 1] en andere natuurlijke personen, welke organisatie tot oogmerk had het plegen van misdrijven, namelijk:

- het opzettelijk verkopen en/of afleveren en/of verstrekken en/of vervoeren en/of aanwezig hebben van (grote hoeveelheden) hennep en/of hasjiesj (steeds meer dan 30 gram)."

2.2.2.

Deze bewezenverklaring steunt op de volgende bewijsmiddelen:

"Ten aanzien van de feiten 1 en 2

De verklaring van verdachte [verdachte] , afgelegd ter terechtzitting van het hof van 13 juni 2014, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:

Ik had twee soorten weed bij mij thuis. Ik moest die weed controleren op kwaliteit. Bij mij thuis is ook hasj gevonden maar dat was om jointjes van te draaien. Volgens mij ging het om 20 kilo weed en rond de 2 kilo hasj. Ik bewaarde het voor de coffeeshop.

Ten aanzien van feit 1:

1. Als relaas van verbalisant [verbalisant 1] voornoemd. voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven (ordner 1, blz. 11 e.v.):

De coffeeshop [A] is sinds april 1995 gevestigd aan de [b-straat 1] te Utrecht. Echter op het pand van de coffeeshop is de aanduiding [A] . Als eigenaar van de onderneming is beschreven: [medeverdachte 7] (...). Als beheerders van de coffeeshop staan beschreven genoemde [medeverdachte 7] en zijn broer [medeverdachte 1] (...).

Daarnaast werden tot 5 oktober 2012 als leidinggevenden binnen de coffeeshop benoemd de broers:

- [medeverdachte 5] (...),

- [verdachte] (...),

- [medeverdachte 2] (...).

Op 5 oktober 2012 werd een nieuwe aanvraag bij de gemeente Utrecht ingediend. Hierop werden de navolgende personen als leidinggevenden opgevoerd:

- [betrokkene 10] (...),

- [medeverdachte 3] (...),

- [betrokkene 1] (...).

(...)

Op dinsdag 27 november 2012 vonden diverse doorzoekingen plaats in onder andere de hieronder genoemde woningen. Daarnaast vonden in een aantal bedrijfspanden te Utrecht doorzoekingen plaats.

Woningen

(...)

8. [d-straat 1] te Utrecht

Woning [verdachte] , ook [medeverdachte 2] en [medeverdachte 3] staan hier GBA-ingeschreven.

In deze woning werd onder andere in beslag genomen:

(...)

Drugs

Zoals hierboven reeds gerelateerd werden op diverse locaties drugs in beslag genomen.

In totaal werd aangetroffen:

(...)

Hash 151250,10 gram Locatie 1, 2, 3, 4, 5, 6, 8, 10, 12

Weed 5564,86 gram Locatie 1, 3, 4, 5, 6, 8, 10

(...)

Voorgedraaide Joints 3280,00 gram Locatie 3,5,8

(...)

3. Een proces-verbaal van verhoor van [medeverdachte 1] , opgemaakt door [verbalisant 2] en [verbalisant 3] , beiden brigadier van politie, gesloten op 21 februari 2013, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven (ordner 4, blz. 1693 e.v.):

V: Wat is de toegestane hoeveelheid softdrugs die je in je coffeeshop mag hebben?

A: Iedereen mag 500 gram in een coffeeshop hebben?

V: Waar wordt de voorraad buiten de coffeeshop bewaard?

A: Zoveel mogelijk buiten de shop.

V: Door wie wordt de coffeeshop bevoorraad?

A: Je hebt weleens stashplaatsen. Als het op is wordt er gehaald.

A: Ik heb één goede leverancier, ene [betrokkene 11] .

V: Wie regelt de inkoop van de hash en de wiet voor coffeeshop [A] ?

A: Ik met die vriend [betrokkene 11] .

Verbalisanten tonen aan verdachte foto 33 t/m 37

V: Wie ziet u op de foto's.

A: Dat is [betrokkene 11] , mijn betrouwbare leverancier.

O: Op de foto's 33 t/m 35 bent u te zien samen met [betrokkene 12] .

V: Wat levert die dan per keer/per week.

A: De ene keer komt hij met 2.4, dat is 2 kilo en 400 gram. Dat wil zeggen 5 kilo per week.

4. Een proces-verbaal van verhoor van [betrokkene 2] , opgemaakt door [verbalisant 4] en [verbalisant 5] , beiden brigadier van politie, gesloten op 29 november 2012, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven (ordner 2, blz. 736 e.v.):

(...)

V: Wie is de baas in de coffeeshop [A] aan de [b-straat 1] ?

A: [medeverdachte 7] . Het is zijn shop en hij beslist alles.

V: Wie regelt de spullen?

A: Hij regelt de spullen.

V: Hoe doet hij dat dan?

A: Hij doet dat met zijn broers.

V: Welke broers?

A: Hij heeft vier broers. [medeverdachte 1] , [medeverdachte 5] , [verdachte] , [medeverdachte 2] en [medeverdachte 3] .

V: Wat doen ze daar?

A: Zij werken daar in de shop.

V: [medeverdachte 7] is nu al een tijdje op vakantie wie is er dan verantwoordelijk?

A: Allemaal. Alle vijf maar met name [medeverdachte 1] want die is de oudste.

(...)

16. Een proces-verbaal van verhoor van [betrokkene 2] . opgemaakt door [verbalisant 4] en [verbalisant 5] , beiden brigadier van politie, gesloten op 28 november 2012, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven (ordner 2, blz. 715 e.v.):

O: We hebben het in het vorige verhoor gesproken over "de Griek"

V: Hoe vaak heb je contact met die man gehad?

A: Misschien drie of vier keer.

V: Waarom had je contact met hem?

A: Voor die kussentje. (Hasj)

V: Hoe ben je met hem in contact gekomen?

A: Dat is een vriend van [medeverdachte 7] en [medeverdachte 7] kent hem al heel lang.

V: Hoe is dat in zijn werk gegaan?

A: Ik heb die kussentjes gehaald en aan hem gegeven.

V: Waar heb je die kussentjes gehaald?

A: In Bergen op Zoom?

V: Van wie heb je de opdracht gekregen om ze daar te halen?

A: Van [medeverdachte 7] . [medeverdachte 7] heeft dat over de telefoon verteld. [medeverdachte 7] legde de contacten en ik heb van [medeverdachte 7] zijn telefoonnummer gekregen om afspraken te maken

over de levering.

V: Wie heeft contact gehad met die man uit Bergen op Zoom?

A: [medeverdachte 7] heeft die man gebeld en gezegd dat ik zou komen om 25 kilo hasj te halen.

V: Waar heb jij die kussentjes aan de Griek gegeven?

A: Ik denk in Overvecht.

V: Aan wie heeft de Griek betaald en hoeveel.

A: Hij heeft in twee keer betaald in de shop aan [medeverdachte 1] . Ik denk 50.000 euro.

O: Door ons verbalisanten wordt aan [verdachte] een foto getoond van [betrokkene 13] , geboren op

[geboortedatum] 1946.

A: De foto die u mij toont is de man die ik de Griek noem en die van mij 25 kilo hasj heeft afgenomen en hiervoor 50 duizend euro heeft betaald.

Zaakdossier E

19. Een proces-verbaal van verhoor van [betrokkene 2] , opgemaakt door [verbalisant 4] en [verbalisant 5] , beiden brigadier van politie, gesloten op 6 december 2012, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven (ordner 2, blz. 757 e.v.):

V: Wie is [betrokkene 1] ?

A: lk ken een [betrokkene 1] , die werkt in de shop. Dit is een neef van [medeverdachte 7] . Ik weet niet wat zijn achternaam is.

V: Waar woont deze [betrokkene 1] ?

A: Volgens mij woont hij ergens in Breda.

V: Waar ken jij deze [betrokkene 1] van?

A: lk ken hem van de shop, [A] .

V: Wat voor werkzaamheden verricht [betrokkene 1] in de shop?

A: Gewoon hij staat achter de balie. Hij verkoopt.

V: Waar bestaat je contact met [betrokkene 1] uit?

A: Hij komt voor zijn ooms, [medeverdachte 1] , [medeverdachte 5] , [medeverdachte 3] , [verdachte] en [medeverdachte 2] . Hij heeft mij een keer 5 Mis gebracht. Ik bedoel hiermee dat hij mij 5 kilo Mis heeft gebracht. Met Mis bedoel ik hash.

V: Op welke wijze kom je in contact met [betrokkene 1] ?

A: Via zijn oom [medeverdachte 7] .

(...)

Zaakdossier F

22. Als schriftelijk bescheid, een transcriptie van een SMS-bericht, verzonden door [betrokkene 2] met telefoonnummer 31-06- [001] aanelefoonnummer 31-06- [002] van [betrokkene 1] op 22 november 2012, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven (blz. 5852):

Hoe laat breng je die morgen mis 5 kg

23. Als schriftelijke bescheiden, transcripties en samenvattingen van afgeluisterde telefoongesprekken met telefoonnummer 06 - [001] , voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:

een telefoongesprek (TC22/T9271 tussen [betrokkene 2] en [verdachte] (met telefoonnummer [003] op 23 november 2012 (blz. 58701:

[betrokkene 2] wordt gebeld door [medeverdachte 7]

[betrokkene 2] zegt dat die neger ( [betrokkene 14] ) bij hem is geweest en dat hij hem 5 heeft gegeven en dat hij van die neger 12 heeft gekregen.

24. Een proces-verbaal van verhoor van [betrokkene 2] . opgemaakt door [verbalisant 4] en [verbalisant 5] , beiden brigadier van politie, gesloten op 6 december 2012, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven (ordner 2, blz. 757 e.v.):

V: Wie is [betrokkene 1] ?

A: lk ken een [betrokkene 1] , die werkt in de shop. Dit is een neef van [medeverdachte 7] . Ik weet niet wat zijn achternaam is.

V: Waar woont deze [betrokkene 1] ?

A: Volgens mij woont hij ergens in Breda.

V: Waar ken jij deze [betrokkene 1] van?

A: lk ken hem van de shop, [A] .

V: Wat voor werkzaamheden verricht [betrokkene 1] in de shop?

A: Gewoon hij staat achter de balie. Hij verkoopt.

V: Waar bestaat je contact met [betrokkene 1] uit?

A: Hij komt voor zijn ooms, [medeverdachte 1] , [medeverdachte 5] , [medeverdachte 3] , [verdachte] en [medeverdachte 2] . Hij heeft mij een keer 5 Mis gebracht. Ik bedoel hiermee dat hij mij 5 kilo Mis heeft gebracht. Met Mis bedoel ik hash.

V: Op welke wijze kom je in contact met [betrokkene 1] ?

A: Via zijn oom [medeverdachte 7] .

A: Ik werd een keer door [medeverdachte 7] gebeld dat ik

5 kilo Mis van [betrokkene 1] aan iemand anders moest geven.

V: Wie is [betrokkene 14] of ook wel neger genoemd?

A: Dat is de man waar ik die 5 kilo Mis aan gegeven heb. Het is een donkere man, ongeveer 50 jaar en met een gezet postuur. Hij heeft donkergekleurd haar.

V: Waarom wordt die zo genoemd?

A: Dat weet ik niet. Zo noemt [medeverdachte 7] deze man.

V: Waar ken jij deze [betrokkene 14] van?

A: Ik ken deze man via [medeverdachte 7] .

V: Hoe kom jij in contact met deze [betrokkene 14] ?

A: Ik kreeg van [medeverdachte 7] het nummer van deze man. Ik heb hem toen gebeld en hij is toen gekomen.

V: Waar bestaat je contact met deze [betrokkene 14] uit?

A: Alleen als [medeverdachte 7] belt en mij zegt dat ik contact met deze man moet opnemen dan doe ik dat anders niet.

O: Jij stuurt een sms bericht vanaf je nummer [001] naar het nummer [002] ( [betrokkene 1] ) met de volgende inhoud: "Ik heb 5k van die mis"

V: Wat bedoel je met 5k van die Mis?

A: Ik bedoel hiermee dat ik 5 kilo van die Mis nodig had.

V: Waarom stuur je deze sms naar [betrokkene 1] ?

A: Ik moest van [medeverdachte 7] aan [betrokkene 1] vragen of hij die

5 kilo Mis naar de shop wilde brengen.

O: TC22 gesprek […] . Jij belt naar [betrokkene 1] . In dit gesprek hebben jullie het over:

- jij vraagt aan [betrokkene 1] of hij je sms heeft ontvangen

- [betrokkene 1] beaamt dit

- jij vraagt hoe laat [betrokkene 1] er morgen is want jij hebt die vroeg nodig

- [betrokkene 1] vraagt welke want hij kan niet goed lezen daar

- jij zegt dat hij moet gaan lezen en dan een sms moet sturen

V: Waarover gaat dit gesprek die jij hebt met [betrokkene 1] ?

A: Dat gaat over die 5 kilo Mis.

25. Een proces-verbaal van bevindingen, in de wettelijke vorm opgemaakt door [verbalisant 2] , brigadier van politie, gesloten op 11 december 2012, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven (blz. 3374):

"Door mij zijn de camerabeelden van 23 november 2012 bekeken die zijn verkregen uit de statische observatie van coffeeshop [A] . Op deze beelden zag ik dat op 23 november 2012 om 12.54 uur de mij ambtshalve bekende [betrokkene 1] aan komt lopen bij coffeeshop [A] . Ik zag dat [betrokkene 1] op dat moment een lichtkleurige zogenaamde messengerbag over zijn schouders droeg. Op de camera-beelden zag ik ook dat de mij ambtshalve bekende [betrokkene 2] om 16.32 uur coffeeshop [A] uit kwam lopen en dat hij op dat moment een plastic draagtasje van de Plus supermarkt in zijn hand had. Deze waarneming komt overeen met de afgeluisterde telefoongesprekken tussen [betrokkene 2] en de afnemer van de verdovende middelen [betrokkene 14] (de neger) waarin zij afspreken om elkaar achter de shop te ontmoeten en waarin [betrokkene 14] om 16.31 uur meldt dat hij er is."

26. Als schriftelijk bescheid, een transcriptie van een SMS-bericht, verzonden door [betrokkene 2] met telefoonnummer 31-06- [001] aan telefoonnummer 31-06- [004] van [betrokkene 14] op 23 november 2012, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven (blz. 5864):

Kan je niet achter shop komen

27. Als schriftelijk bescheid, een transcriptie van een SMS-bericht, verzonden door telefoonnummer 31-06- [004] van [betrokkene 14] aan [betrokkene 2] met telefoonnummer 31-06- [001] aan op 23 november 2012, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven (blz. 5869):

Ik sta er.

(...)

Ten aanzien van feit 2:

Zaakdossier Z

40. Een proces-verbaal van doorzoeking ter inbeslagneming met bijlagen, in de wettelijke vorm opgemaakt door [verbalisant 6] , brigadier van politie, gesloten op 28 november 2012, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven (blz. 10076):

Op 27 november 2012 werd voor een doorzoeking ter inbeslagneming binnengetreden in de woning [d-straat 1] te Utrecht. Bewoner [verdachte] vertelde dat er softdrugs in huis aanwezig waren en heeft deze aangewezen. Tijdens de doorzoeking werd het volgende inbeslaggenomen: zie bijlage inbeslaggenomen goederen.

41. Als schriftelijk bescheid, de bijlage inbeslaggenomen goederen bij voormeld proces-verbaal, voor zover onder meer inhoudende (blz. 10079): Omschrijving goederen:

- 408 gram (bruto) joints

- Zak met voorgedraaide joints 200 gram (bruto)

- Tas met gesealde zakken wiet 4160 gram (bruto)

- 14 blokjes hasj 1628 gram (bruto)

- Zakje wiet en stukje hasj 12 gram (bruto)

- Zakje wiet 10 gram (bruto)

- Zakje wiet 4 gram (bruto)

- Wiet 5500 gram (bruto)

- Weedtoppen 108200 gram (bruto)

- Gesealde wiet 6130 gram (bruto)

- Oranje doos met hasj 1668 gram (bruto).

42. Als schriftelijk bescheid, een rapport Opiumwet, in de wettelijke vorm opgemaakt door [verbalisant 7] , buitengewoon opsporingsambtenaar, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven (blz. 4886):

(...)

Verdachte: [verdachte]

De aangeboden partij bestond uit:

- 26630 gram (netto) gedroogde bloemtoppen;

- 3796 gram (netto) bruine, samengeperste substantie;

- 608 gram (netto) joints.

(...)

De tests gaven een positieve reactie, indicatief voor THC, zijnde de werkzame stof in hennep en hasjiesj, vermeld op lijst II van de Opiumwet."

2.3.

Bij de beoordeling van het middel moet worden vooropgesteld dat van deelneming aan een organisatie als bedoeld in art. 140 Sr slechts dan sprake kan zijn, indien de betrokkene behoort tot het samenwerkingsverband en een aandeel heeft in, dan wel ondersteunt, gedragingen die strekken tot of rechtstreeks verband houden met de verwezenlijking van het in dat artikel bedoelde oogmerk (vgl. HR 10 februari 2015, ECLI:NL:HR:2015:264).

2.4.1.

Blijkens de gebezigde bewijsmiddelen heeft het Hof onder meer vastgesteld dat, zakelijk weergegeven:

- de verdachte tot 5 oktober 2012 een van de leidinggevenden binnen de coffeeshop was;

- de verdachte in zijn woning ruim zesentwintig kilo hennep en bijna vier kilo hasjiesj bewaarde en op kwaliteit controleerde ten behoeve van de coffeeshop;

- voor de bevoorrading van de coffeeshop, waar een voorraad van 500 gram werd aangehouden, gebruik werd gemaakt van zogenoemde "stashplaatsen";

- achter bij de coffeeshop door [betrokkene 2] vijf kilogram hasjiesj is verstrekt aan een afnemer.

2.4.2.

Gelet op de bewijsmiddelen in hun onderlinge samenhang en de daarbij vastgestelde feiten en omstandigheden en in aanmerking genomen dat het opzettelijk verkopen, afleveren, verstrekken, vervoeren en aanwezig hebben van een hoeveelheid hennep en/of hasjiesj van meer dan 30 gram ingevolge art. 3 en 11 Opiumwet steeds een misdrijf oplevert, is het oordeel van het Hof dat de verdachte heeft deelgenomen aan een criminele organisatie welke tot oogmerk had het plegen van deze misdrijven niet onbegrijpelijk en is het toereikend gemotiveerd.

Het middel faalt in zoverre.

2.5.

Ook voor het overige kan het niet middel niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81, eerste lid, RO, geen nadere motivering nu het middel in zoverre niet noopt tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

3 Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Dit arrest is gewezen door de vice-president W.A.M. van Schendel als voorzitter, en de raadsheren H.A.G. Splinter-van Kan en V. van den Brink, in bijzijn van de waarnemend griffier A.C. ten Klooster, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 15 maart 2016.