Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2016:385

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
08-03-2016
Datum publicatie
08-03-2016
Zaaknummer
15/02696
Formele relaties
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2016:86, Gevolgd
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Cassatie
Beschikking
Inhoudsindicatie

Beklag, beslag. Artt. 94 en 552a Sv. Het oordeel van de Rb dat het strafvorderlijk belang niet beperkt is tot het Nederlandse strafvorderlijke belang getuigt niet van een onjuiste rechtsopvatting. Het kennelijke oordeel van de Rb dat de in beslag genomen voorwerpen kunnen dienen om de waarheid aan het licht te brengen in het strafrechtelijk onderzoek waarop het rechtshulpverzoek betrekking heeft, en dat met het voortduren van het beslag dan ook een belang van strafvordering is gediend, is niet onbegrijpelijk.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
RvdW 2016/391
NJ 2016/164
NJB 2016/605
JOW 2016/8
SR-Updates.nl 2016-0128
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

8 maart 2016

Strafkamer

nr. S 15/02696 B

SG/IV

Hoge Raad der Nederlanden

Beschikking

op het beroep in cassatie tegen een beschikking van de Rechtbank Amsterdam van 30 december 2014, nummer RK 14/6059, op een klaagschrift als bedoeld in art. 552a Sv, ingediend door:

[klager] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1965.

1 Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de klager. Namens deze heeft J. Kuijper, advocaat te Amsterdam, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.

De Advocaat-Generaal G. Knigge heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

2 Beoordeling van het tweede middel

2.1.

Het middel klaagt over het oordeel van de Rechtbank dat het belang van strafvordering het voortduren van het beslag vordert.

2.2.

De Rechtbank heeft het klaagschrift, dat strekt tot teruggave van de onder de klager inbeslaggenomen voorwerpen, ongegrond verklaard. De Rechtbank heeft daartoe het volgende overwogen:

"2. Inhoud klaagschrift

Het klaagschrift strekt tot teruggave van de onder klager/beslagene in beslag genomen voorwerpen, te weten:

- Ipad en lyca simkaart (merk: Apple)

- portemonnee met pasjes (pasje HSBC, pasje rijbewijs, pasje ID o.n.v. [klager], pasje GWK, pasje OV chipkaart, pasje toegang Holland Casino)

- Ipod (merk: Apple)

- rekening Ipad o.n.v. [klager]

- 3 pasjes o.n.v. [klager] (in grijze trui: 1 pasje Galaxy Privilege Club en 2 pasjes HSBC)

- envelop met diverse administratieve bescheiden, geld en pasjes (in grijze trui, inhoudende; pasje driving licence, bankpasje Raiffeisenbank, 1 x 500 onbekende valuta, 1 x 200 onbekende valuta)

- envelop gericht aan Stafrace met diverse administratieve bescheiden (in grijze trui)

- losse administratieve bescheiden HSBC Bank (in grijze trui).

(...)

4. Het standpunt van klager

De raadsvrouw van klager heeft aangevoerd dat het belang van strafvordering zich niet verzet tegen teruggave en dat de inbeslagneming onrechtmatig is geschied. Zij heeft daartoe, kort samengevat, het volgende aangevoerd.

De voorwerpen zijn in beslag genomen in de Nederlandse strafzaak "Toric". Op grond van artikel 94 Sv kan het beslag alleen voortduren, indien er nog een Nederlands strafvorderlijk belang is. De Nederlandse strafzaak "Toric" is inmiddels beëindigd, zodat het strafvorderlijke belang bij het handhaven van het beslag ontbreekt.

(...)

6. Het oordeel van de rechtbank

In deze procedure moet de rechtbank beoordelen of het belang van strafvordering het voortduren van het beslag vordert.

Uit de stukken blijkt het volgende:

(...)

- op 8 november 2012 heeft de Dienst IPOL van de Nieuw-Zeelandse autoriteiten informatie ontvangen dat een onbekende man, die gebruik maakt van een Nederlands mobiel telefoonnummer, actief betrokken is bij een internationaal transport van aanzienlijke hoeveelheden van methamfetamine naar Nieuw-Zeeland;

- op basis van deze informatie is het Landelijk Parket op 8 november 2012 het strafrechtelijke onderzoek "Toric" gestart;

- in dit onderzoek is de onbekende man geïdentificeerd als klager;

- op 31 januari 2013 hebben de autoriteiten van Nieuw-Zeeland een rechtshulpverzoek ingediend;

- de voorwerpen waarvan klager de teruggave wenst zijn op 5 februari 2013 in het kader van het Nederlandse strafrechtelijke onderzoek "Toric" in beslag genomen;

- bij nota van 18 februari 2013 heeft Nieuw-Zeeland de uitlevering van klager verzocht;

- het onderzoek "Toric" is beëindigd. Klager wordt in Nederland niet vervolgd;

- de minister van Veiligheid en Justitie heeft bij beslissing van 9 april 2014 de uitlevering van klager aan Nieuw-Zeeland toegestaan. Klager is inmiddels uitgeleverd aan Nieuw-Zeeland;

- de officier van justitie bij het Landelijk Parket is voornemens om de in beslag genomen voorwerpen over te dragen aan de autoriteiten van Nieuw-Zeeland.

(...)

In zijn arrest van 17 juni 2003, ECLI:NL:HR:2003:AF6596 heeft de Hoge Raad onder meer overwogen:

"3.1. Uit het systeem van Titel X van het Boek IV van het Wetboek van Strafvordering volgt dat het door de Rechtbank te verlenen verlof slechts is vereist ingeval van de afgifte van gegevens die zijn vergaard ter uitvoering van een rechtshulpverzoek. Uit niets blijkt dat de wetgever ook de afgifte van gegevens die reeds (al dan niet met toepassing van dwangmiddelen) waren vergaard in het kader van een onderzoek in een Nederlandse strafzaak, van een voorafgaand rechterlijk verlof afhankelijk heeft willen stellen. Dat brengt mee dat de Officier van Justitie niet het verlof van de Rechtbank behoeft alvorens dergelijke gegevens kunnen worden afgegeven aan de verzoekende buitenlandse autoriteiten."

Het staat de officier van justitie dus vrij om de in beslag genomen voorwerpen, die in beslag waren genomen in het kader van een onderzoek in een Nederlandse strafzaak af te geven aan de autoriteiten van Nieuw-Zeeland, zonder voorafgaand verlof van de rechtbank. Met de officier van justitie is de rechtbank van oordeel dat dit arrest impliceert dat het strafvorderlijke belang bij voorzetting van het beslag niet beperkt is tot het Nederlandse strafvorderlijke belang. Het belang van strafvordering vordert derhalve het voortduren van het beslag.

Een en ander leidt tot de conclusie dat het beklag ongegrond is."

2.3.1.

De Rechtbank, die had te onderzoeken of het belang van strafvordering het voortduren van het beslag vordert, heeft geoordeeld dat het strafvorderlijk belang niet beperkt is tot het Nederlandse strafvorderlijke belang. Dat oordeel getuigt niet van een onjuiste rechtsopvatting.

2.3.2.

De Rechtbank heeft vastgesteld dat de Officier van Justitie voornemens is de in beslag genomen voorwerpen over te dragen aan de autoriteiten van Nieuw-Zeeland naar aanleiding van het ingediende rechtshulpverzoek. Het kennelijke oordeel van de Rechtbank dat die voorwerpen kunnen dienen om de waarheid aan het licht te brengen in het strafrechtelijk onderzoek waarop het rechtshulpverzoek betrekking heeft, en dat met het voortduren van het beslag dan ook een belang van strafvordering is gediend, is niet onbegrijpelijk.

2.3.3.

Het middel faalt.

3 Beoordeling van het eerste middel

Het middel kan niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81, eerste lid, RO, geen nadere motivering nu het middel niet noopt tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4 Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Deze beschikking is gegeven door de vice-president W.A.M. van Schendel als voorzitter, en de raadsheren H.A.G. Splinter-van Kan en Y. Buruma, in bijzijn van de waarnemend griffier A.C. ten Klooster, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 8 maart 2016.