Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2016:3421

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
20-12-2016
Datum publicatie
07-02-2018
Zaaknummer
16/01446
Formele relaties
In cassatie op : ECLI:NL:GHDHA:2016:802, Niet ontvankelijk
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Cassatie
Artikel 80a RO-zaken
Inhoudsindicatie

Publicatie arresten Hoge Raad die zijn afgedaan met art. 80a RO, inclusief schriftuur n.a.v. een wetenschappelijk onderzoek. Zie NJB 2018/301, afl. 6, p. 404-412.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

20 december 2016

Strafkamer

nr. S 16/01446

IV

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof Den Haag van 14 maart 2016, nummer 22/004772-15, in de strafzaak tegen:

[verdachte] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1957.

1 Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft N. Roos, advocaat te Rotterdam, een schriftuur ingediend. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

2 Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep

De Hoge Raad is van oordeel dat de aangevoerde klachten geen behandeling in cassatie rechtvaardigen omdat de partij die het cassatieberoep heeft ingesteld klaarblijkelijk onvoldoende belang heeft bij het cassatieberoep dan wel omdat de klachten klaarblijkelijk niet tot cassatie kunnen leiden.

De Hoge Raad zal daarom – gezien art. 80a van de Wet op de rechterlijke organisatie en gehoord de Procureur-Generaal – het beroep niet-ontvankelijk verklaren.


3. Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie niet-ontvankelijk.

Dit arrest is gewezen door de vice-president W.A.M. van Schendel als voorzitter, en de raadsheren Y. Buruma en V. van den Brink, in bijzijn van de waarnemend griffier L. Nuy, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 20 december 2016.

Cassatieschriftuur in de strafzaak tegen [verdachte]

Griffienummers : S 16/01446

Aan de Hoge Raad der Nederlanden te Den Haag

Geeft eerbiedig te kennen:

[verdachte] (geboren [geboortedatum]-1957), te dezer zake domicilie kiezende aan de Hillelaan 30 te Rotterdam (correspondentie: Postbus 51014, 3007 GA Rotterdam) ten kantore van de advocaat mr. N. Roos.

Dat requirant van cassatie van een hem betreffend arrest van het Gerechtshof Den Haag, uitgesproken op 14 maart 2016, de navolgende middelen van cassatie voordraagt:

Het recht is geschonden en/of er zijn vormen verzuimd waarvan de niet-naleving nietigheid meebrengt. In het bijzonder zijn is artikel 416 lid 2 van het Wetboek van Strafvordering geschonden.

Middel 1.

Het Gerechtshof heeft requirant niet-ontvankelijk verklaard in het hoger beroep vanwege het feit dat zij geen schriftuur met grieven tegen het vonnis heeft ingediend, alsmede geen mondelinge bezwaren ter terechtzitting heeft opgegeven. Dit laatste omdat zowel requirant als haar raadsman niet aanwezig waren ter terechtzitting.

Ingevolge artikel 416, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, kan de verdachte niet- ontvankelijk worden verklaard indien door of namens de verdachte geen schriftuur houdende grieven is ingediend en mondeling geen bezwaren tegen het vonnis zijn opgegeven. Echter, ook dient te worden bekeken of er sprake is van enig rechtens te respecteren belang dat is gediend met enig onderzoek van de zaak.(1) Het Hof had moeten bezien of er een aanleiding was om geen gebruik te maken van zijn bevoegdheid om op de voet van artikel 416 lid 2 van het Wetboek van Strafrecht het door verdachte ingestelde hoger beroep niet-ontvankelijk te verklaren, en te bezien of het noodzakelijk was om de zaak te onderzoeken.(2)

In het geval van requirant heeft het Hof nagelaten om te bezien of er sprake was van enig rechtens te respecteren belang dat is gediend met enig onderzoek van de zaak. Door zulks na te laten heeft het Hof gehandeld in strijd met artikel 416 lid 2 van het Wetboek van Strafvordering.

Het bovenstaande brengt derhalve nietigheid met zich mede.

1 ECLI:NL:GHAMS:2015:5137
2 ECLI:NL:GHSHE:2010:B09735