Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2016:3415

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
20-12-2016
Datum publicatie
07-02-2018
Zaaknummer
16/00277
Formele relaties
In cassatie op : ECLI:NL:GHAMS:2016:5843, Niet ontvankelijk
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Cassatie
Artikel 80a RO-zaken
Inhoudsindicatie

Publicatie arresten Hoge Raad die zijn afgedaan met art. 80a RO, inclusief schriftuur n.a.v. een wetenschappelijk onderzoek. Zie NJB 2018/301, afl. 6, p. 404-412.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

20 december 2016

Strafkamer

nr. S 16/00277

LBS

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof Amsterdam van 5 januari 2016, nummer 23/003154-15, in de strafzaak tegen:

[verdachte] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1976.

1 Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft F. Lavell, advocaat te Amsterdam, een schriftuur ingediend. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

2 Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep

De Hoge Raad is van oordeel dat de aangevoerde klachten geen behandeling in cassatie rechtvaardigen omdat de partij die het cassatieberoep heeft ingesteld klaarblijkelijk onvoldoende belang heeft bij het cassatieberoep dan wel omdat de klachten klaarblijkelijk niet tot cassatie kunnen leiden.

De Hoge Raad zal daarom – gezien art. 80a van de Wet op de rechterlijke organisatie en gehoord de Procureur-Generaal – het beroep niet-ontvankelijk verklaren.


3. Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie niet-ontvankelijk.

Dit arrest is gewezen door de vice-president W.A.M. van Schendel als voorzitter, en de raadsheren Y. Buruma en V. van den Brink, in bijzijn van de waarnemend griffier L. Nuy, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 20 december 2016.

Namens verzoeker, [verdachte], geboren op [geboortedatum] 1976 te [geboorteplaats], wonende te [woonplaats], draag ik het volgende cassatiemiddel voor tegen het arrest van het Gerechtshof Amsterdam, uitgesproken op 5 januari 2016 onder parketnummer 23-003154-15 waarbij het Hof, bewezen heeft verklaard dat verzoeker

"op 28 januari 2015 te Amsterdam tezamen en in vereniging met een ander een wapen van categorie II, te weten een pistoolmitrailleur (merk Arma Grupa of Zagreb, model ERO) en munitie van categorie III, te weten een patroonmagazijn met 19 patronen (kaliber 9mmz19) en een patroonmagazijn met 16 patronen (kaliber 9mmx19), heeft overgedragen aan [betrokkene 1]. ” en waarbij verzoeker op basis van bovenomschreven bewezenverklaring is veroordeeld tot een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van 9 maanden, met aftrek van voorarrest in de zin van artikel 27 lid 1 dan wel artikel 27 a Wetboek van strafrecht, voor zover door verzoeker is ondergaan.

Middel:

Er is sprake van schending van het recht en / of verzuim van vormen, zoals bedoeld in artikel 79 RO, aangezien het hof ten onrechte op grond van de nader te bespreken bewijsmiddelen tot zijn bewezenverklaring is gekomen.

1. Blijkens de aanvulling op het verkorte arrest van 5 januari 2015 heeft het hof de bewijsmiddelen overgenomen van het vonnis van de Rechtbank Amsterdam, zoals deze vermeld staan in dit vonnis onder “5. Het bewijs”. Deze bewijsmiddelen behelzen het volgende:

I) Een proces-verbaal van bevindingen aantreffen en veiligstellen vuurwapen op 11 februari 2015. Volgens de samenvatting van dit proces-verbaal is er op 11 februari 2015 op het verblijfadres ([a-straat 1] te Amsterdam) Van [betrokkene 1] een tas aangetroffen, met daarin een pistoolmitrailleur, een geluidsdemper, een loop, een patroonhouder merk Glock, twee losse patronen 9mmx19 en een lange patroonhouder met daarin een aantal patronen.. Voorst werden in een sport prijzenbeker nog een drietal patronen aangetroffen.

II) Een proces-verbaal (nummer 2015033200) van wapenonderzoek dd. 12 februari 2015.

Volgens de samenvatting van dit proces-verbaal wees nader onderzoek uit dat de hierboven onder 1 genoemde wapen, een pistoolmitrailleur betreft van het merk Arma Grupa of Zagreb en van het model Ero, met het kaliber 9mm x 19 (synoniem met 9 mm Luger)onderdelen en munitie. Negentien aangetroffen munitiepatronen zouden ook van dit kaliber zijn. Het aangetroffen patroonmagazijn merk Glock is bedoeld voor enkele modellen van een Glock pistool in het zelfde kaliber 9mm x 189

III) Een proces-verbaal d.d. 12 februari 2015 (nummer 2014300086) van verhoor van [betrokkene 1]. Volgens dit proces-verbaal heeft [betrokkene 1] tijdens zijn verhoor aangegeven dat hij voornoemd wapen, toebehoren en munitie heeft gekregen van [betrokkene 2], iemand die hij kent van een taakstraf. [betrokkene 1] zou de zaken hebben overgedragen gekregen in een auto bij de Lidl bij de Aalbersestraat. [betrokkene 2] was bij deze gelegenheid samen met een een andere persoon. [betrokkene 1] beschikt over een telefoontoestel van het merk Nokia, dat is voorzien van het telefoonnummer [001];

IV) Een proces-verbaal van 17 maart 2015 waarin wordt gerelateerd dat verzoeker aangeeft dat de telefoontoestellen met nummers [002] en [003] van hem zijn en dat hij [betrokkene 1] van een taakstraf kent.

V) Een proces-verbaal met nummer 2014300086 van 12 februari 2015 waarin gerelateerd wordt dat de telefoon van [betrokkene 1] (hierna aangeduid met A:) getapt is en waarin de volgende gesprekken met verzoeker (hierna aangeduid met N:) zijn weergegeven:

Gesprek op 28 januari 2015 om 16:21 uur

A; zeg die man ik neem hem

N: waar ga ik je zien dan ?

A: ik ben met een uurtje in de buurt (...)

N: weet je het zeker?

A: ja 100% ik heb al een (...)

A: hij is nieuw he die ding

N: jahaaa

A: zeg tegen hem uurtje wil ik hem hebben

N: oke is goed

Gesprek op 28 januari 2015 om 16.35 uur

N: oke is goed laat hem die foto zien, als hij die foto heeft gezien dan hoor ik het wel

A: kunnen we gelijk ophalen toch?

N: ja duuu je gaat hem nu ontmoeten toch

A: ja

Gesprek op 28 januari 2015 om 17:28 uur

N: ik ben nu bij die jongen man

A: ik kom naar je toe waar zie ik je kan ik je ergens in de buurt zien?

N: Gaasperplas hum waar gaan we af spreken wat is makkelijk voor jou?

A: zeg kun jij naar Osdorp rijden?

N: Osdorp

Gesprek op 28 januari 2015 om 17.44 uur

A: je bent onderweg toch?

N: ik ben onderweg

Gesprek op 28 januari om 18.35 uur

A: dat ding klopt niet, he?

A: die tweede ding klopt niet, die je

A., je weet toch die er in gaat!

N: mmm

A: eentje van die ding en eentje niet!

N: ohhh.. eentje is daarvan en eentje niet!?

A: ja, want die andere past er niet in, G (lees: Dji)

A: die maga..

N: wat je onderin zet!?

A: ja

N: dat weet ik niet, man

A: ja bel die man, zeg het hem! Zeg het hem!

N: ik heb het niet eens gezien man

A: ja want die andere... uh... anders krijg ik gezeik met deze “torie”, G, want ik moet het zo afgeven N: maar die ene doet het toch? Die enen gaat wel; erin!

Gesprek op 28 januari 2015 om 21.27 uur

A: maar hij weet wel, dat dat ding nooit is aangeraakt, dat het schoon is, he?

N: ja dat heb ik je toch gezegd

Gesprek op 5 februari 2015 om 16.39 uur

A: ej die ding die ik had gekocht

N:e

A: die ding toen die ik vorige keer had gekocht

N: ja

A: die ik had genomen. Die ding is shit he

N: dat ding dat je bij mij had genomen

2. Bij nadere beschouwing blijkt slechts de verklaring van [betrokkene 1] onder I) direct belastend voor verzoeker te zijn, aangezien deze aangeeft dat hij de pistoolmitrailleur met toebehoren en munitie van verzoeker kreeg overgedragen. Het feit dat deze zaken op 11 februari 2015 bij [betrokkene 1] zelf zijn aangetroffen, is op zichzelf beschouwd uiteraard geen bevestiging dat zijn verklaring juist is. Verzoeker heeft van meet af aan weersproken dat hij een pistoolmitrailleur en munitie voorhanden heeft gehad en dus evenmin aan [betrokkene 1] heeft geleverd. [betrokkene 1] kan zijn eigen reden gehad hebben om verzoeker aan te wijzen als de leverancier van het bij hemzelf aangetroffen wapen en de munitie, bijvoorbeeld om de aandacht af te leiden van de werkelijke leverancier of om te verhullen dat hij de pistoolmitrailleur al veel langer in zijn bezit had.

3. De inhoud van de telefoongesprekken tussen [betrokkene 1] en verzoeker, zoals weergegeven onder v) bieden onvoldoende duidelijkheid om tot de conclusie te komen dat deze betrekking hebben op het overdragen door verzoeker van een pistoolmitrailleur met magazijnen en munitie, laat staan een pistoolmitrailleur en munitie zoals gespecificeerd in de bewezenverklaring van het hof. Deze telefoongesprekken vormen derhalve ook geen bevestiging van de voor verzoeker belastende verklaring van [betrokkene 1] bedoeld onder I). Het hof is niet nader gemotiveerd aan deze grief voorbij gegaan - naar de mening van verzoeker ten onrechte.

4. Ook uit de eigen verklaringen van verzoeker op de zitting van de rechtbank en het hof spreekt geen dusdanige betrokkenheid, dat dit het medeplegen van handelen in strijd met artikel 31, eerste lid van de Wet wapens en munitie of enig ander strafbaar feit oplevert.

5. Gezien het vorenstaande acht verzoeker de bewezenverklaring van het hof niet rechtens en ook overigens onbegrijpelijk, te meer nu in de aanvulling van het arrest van het hof op de bewezenverklaring, slechts wordt verwezen naar de overwegingen van de rechtbank en er niet nader wordt ingegaan op de grief van verzoeker dat de rechtbank ten onrechte tot de bewezenverklaring van (ook) de overdracht van het in de tenlastelegging genoemde vuurwapen en de genoemde munitie is gekomen.

6. Uw Raad heeft in de arresten van 11 september 2012 (o.a. NJ 2013/243) aangegeven dat de ambtshalve cassatie tegenwoordig bijzonder spaarzaam wordt toegepast en dat ervan wordt uitgegaan dat het achterwege blijven van klachten die zijn toegespitst op misslagen in de bestreden uitspraak of op fouten in de aan die uitspraak voorafgegane procedure, berust op een weloverwogen keuze. Ondergetekende wenst op te merken dat het beslist niet zijn bedoeling is om (kansrijke) cassatieklachten te laten liggen. Mocht het zo zijn dat Uw Raad constateert dat over een bepaald punt dat tot cassatie zou moeten leiden, niet is geklaagd, dan wenst ondergetekende te benadrukken dat dit niet berust op een weloverwogen keuze van verzoeker. Verzocht wordt in dat geval gebruik te maken van Uw bevoegdheid om ambtshalve te casseren.