Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2016:3403

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
13-12-2016
Datum publicatie
07-02-2018
Zaaknummer
16/03148
Formele relaties
In cassatie op : ECLI:NL:GHSHE:2014:6243, Niet ontvankelijk
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Cassatie
Artikel 80a RO-zaken
Inhoudsindicatie

Publicatie arresten Hoge Raad die zijn afgedaan met art. 80a RO, inclusief schriftuur n.a.v. een wetenschappelijk onderzoek. Zie NJB 2018/301, afl. 6, p. 404-412.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

13 december 2016

Strafkamer

nr. S 16/03148

SSA

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof 's-Hertogenbosch van 3 december 2014, nummer 20/003914-13, in de strafzaak tegen:

[verdachte] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1990.

1 Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft C.J. Driessen, advocaat te Vianen, een schriftuur ingediend. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

2 Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep

De Hoge Raad is van oordeel dat de aangevoerde klachten geen behandeling in cassatie rechtvaardigen omdat de partij die het cassatieberoep heeft ingesteld klaarblijkelijk onvoldoende belang heeft bij het cassatieberoep dan wel omdat de klachten klaarblijkelijk niet tot cassatie kunnen leiden.

De Hoge Raad zal daarom – gezien art. 80a van de Wet op de rechterlijke organisatie en gehoord de Procureur-Generaal – het beroep niet-ontvankelijk verklaren.


3. Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie niet-ontvankelijk.

Dit arrest is gewezen door de vice-president W.A.M. van Schendel als voorzitter, en de raadsheren A.L.J. van Strien en M.J. Borgers, in bijzijn van de griffier S.P. Bakker, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 13 december 2016.

Verzoeker stelt bij deze beroep in cassatie in tegen het arrest van het Gerechtshof te Den Bosch d.d. 3 december 2014, parketnummer 20-003914-13.

Verzoeker voert daartoe de volgende cassatiemiddelen aan.

De veroordeling van verdachte is grotendeels gebaseerd op het werktuigenonderzoek van verbalisant [verbalisant]. Dit is juridisch niet correct. Het werktuigenonderzoek van verbalisant [verbalisant] had niet sec als grotendeels bewijs mogen worden gehanteerd.

Er is sprake van een ontoelaatbare strafrechtelijke procesgang en de vereiste goede en eerlijke procesgang is op ontoelaatbare wijze geschonden.

Zo concludeert verbalisant [verbalisant] wisselend “waarschijnlijk” en “zeer waarschijnlijk” zonder daar een verklaring voor te geven. Een ontoelaatbaar motiverings- en zorgvuldigheidsgebrek.

Er zijn gerede twijfels over de onafhankelijkheid van verbalisant [verbalisant]. De heer [verbalisant] is een politieagent die te dicht betrokken is bij de opsporingsinstantie die de vervolging heeft geïnitieerd.

Mede daarom is ook verzocht om een contra-expertise door TMFI. Dit is ten onrechte afgewezen. Dit terwijl het TMFl-onderzoek wetenschappelijk van veel hogere kwaliteit is dan het vergelijkingsonderzoek van verbalisant [verbalisant].

Nu een objectief deskundig wetenschappelijk TMFI-onderzoek tot de mogelijkheden behoort kan zelfs gesteld worden dat het vergelijkend onderzoek zoals uitgevoerd door verbalisant [verbalisant] wetenschappelijk achterhaald is, niet meer van deze tijd is, gedateerd is en in alle redelijkheid niet meer in een strafproces als bewijs had mogen worden gehanteerd , nu er een TMFI-onderzoek beschikbaar is. Er is sprake van ernstige en ontoelaatbare strafrechtelijke processuele tekortkoming.

Het zou ook nuttig zijn geweest (strafrechtelijke processuele tekortkoming) als een onafhankelijke deskundige van TMFI in de gelegenheid zou zijn gesteld iets te zeggen over het verrichte werktuigsporenonderzoek in zijn algemeenheid.

Het heeft financiële redenen dat cliënt op eigen initiatief nog niet een contra-expertise heeft laten uitvoeren. De in beslag genomen voorwerpen zijn nog beschikbaar voor het uitvoeren van een contra-expertise door TMFI.

Het verdedigingsbelang is, mede gelet op het fair-play-beginsel en de in acht te nemen eerlijke procesgang, in ontoelaatbare mate geschonden door de gevraagde contra-expertise door TMFI niet toe te staan.

Redenen waarom verzoeker zich wendt tot U Hoogedelachtbaar College met het verzoek het voormelde arrest te vernietigen en de zaak terug te verwijzen.