Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2016:3389

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
13-12-2016
Datum publicatie
07-02-2018
Zaaknummer
16/00440
Formele relaties
In cassatie op : ECLI:NL:GHDHA:2016:4342, Niet ontvankelijk
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Cassatie
Artikel 80a RO-zaken
Inhoudsindicatie

Publicatie arresten Hoge Raad die zijn afgedaan met art. 80a RO, inclusief schriftuur n.a.v. een wetenschappelijk onderzoek. Zie NJB 2018/301, afl. 6, p. 404-412.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

13 december 2016

Strafkamer

nr. S 16/00440

SG

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof Den Haag van 7 januari 2016, nummer 22/001480-15, in de strafzaak tegen:

[verdachte] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1983.

1 Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft H. Oldenhof, advocaat te 's-Gravenhage, een schriftuur ingediend. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

2 Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep

De Hoge Raad is van oordeel dat de aangevoerde klachten geen behandeling in cassatie rechtvaardigen omdat de partij die het cassatieberoep heeft ingesteld klaarblijkelijk onvoldoende belang heeft bij het cassatieberoep dan wel omdat de klachten klaarblijkelijk niet tot cassatie kunnen leiden.

De Hoge Raad zal daarom – gezien art. 80a van de Wet op de rechterlijke organisatie en gehoord de Procureur-Generaal – het beroep niet-ontvankelijk verklaren.


3. Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie niet-ontvankelijk.

Dit arrest is gewezen door de vice-president W.A.M. van Schendel als voorzitter, en de raadsheren A.L.J. van Strien en M.J. Borgers, in bijzijn van de griffier S.P. Bakker, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 13 december 2016.

CASSATIESCHRIFTUUR

AAN DE HOGE RAAD DER NEDERLANDEN TE ‘s-GRAVENHAGE

GEEFT EERBIEDIG TE KENNEN:

[verdachte], wonende te [woonplaats], requirant in cassatie, te dezer zake woonplaats kiezende te ’s-Gravenhage aan het adres Buitenhof 24, ten kantore van mr. H. Oldenhof, advocaat bij de Hoge Raad der Nederlanden, die daartoe bepaaldelijk gemachtigd is, als zodanig voor requirant optreedt en namens hem dit cassatieschriftuur ondertekent.

Draagt het volgende middel aan tegen een hem treffend arrest van het Gerechtshof Den Haag d.d. 7 januari 2016, parketnummer 22/001480-15.

Middel I

Er is sprake van schending van het recht en/of verzuim van vormen, waarvan de niet- inachtneming met nietigheid is bedreigd of zodanige nietigheid voortvloeit uit de aard van de niet in acht genomen vorm.

Toelichting

De Rechtbank heeft het verweer van de raadsvrouw dat er geen sprake was van oplichting, daar requirant schoorsteenveger van beroep is en werkzaamheden heeft verricht verworpen. De behandeling van de zaak in hoger beroep heeft het Hof niet gebracht tot andere beschouwingen en beslissingen en het Hof bevestigt het vonnis waarvan beroep.

Het middel richt zich daartegen.

Toelichting:

De verdediging heeft aangevoerd dat er geen sprake was van oplichting, daar requirant van beroep schoorsteenveger is en werkzaamheden heeft verricht voor de aangevers. Uit het dossier volgt geen bewijs dat requirant de overeengekomen werkzaamheden in het geheel niet heeft uitgevoerd. Mogelijk zijn de door requirant verrichtte werkzaamheden niet goed (genoeg) uitgevoerd, maar dit levert naar de mening van requirant wanprestatie op en niet oplichting.

Requirant meent dat de Rechtbank en het hof het gevoerde verweer onvoldoende gemotiveerd hebben verworpen, althans zonder nadere toelichting is het oordeel van het Hof onbegrijpelijk.

MITSDIEN:

Het is op deze gronden waarom requirant Uw Hoge Raad eerbiedig verzoekt het arrest van het Gerechtshof Den Haag d.d. 7 januari 2016 te vernietigen met zodanig uitspraak zoals het Uw Hoge Raad moge behagen, kosten rechtens.