Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2016:3312

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
13-12-2016
Datum publicatie
22-02-2017
Zaaknummer
15/04896
Formele relaties
In cassatie op : ECLI:NL:GHAMS:2015:3637, Niet ontvankelijk
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Cassatie
Artikel 80a RO-zaken
Inhoudsindicatie

Publicatie arresten Hoge Raad die zijn afgedaan met art. 80a RO, inclusief schriftuur n.a.v. een wetenschappelijk onderzoek. Zie NJB 2018/301, afl. 6, p. 404-412.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

13 december 2016

Strafkamer

nr. S 15/04896

IV

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof Amsterdam van 28 augustus 2015, nummer 23/003151-10, in de strafzaak tegen:

[verdachte] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1985.

1 Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft W.H. Jebbink, advocaat te Amsterdam, een schriftuur ingediend. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

2 Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep

De Hoge Raad is van oordeel dat de aangevoerde klachten geen behandeling in cassatie rechtvaardigen omdat de partij die het cassatieberoep heeft ingesteld klaarblijkelijk onvoldoende belang heeft bij het cassatieberoep dan wel omdat de klachten klaarblijkelijk niet tot cassatie kunnen leiden.

De Hoge Raad zal daarom – gezien art. 80a van de Wet op de rechterlijke organisatie en gehoord de Procureur-Generaal – het beroep niet-ontvankelijk verklaren.


3. Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie niet-ontvankelijk.

Dit arrest is gewezen door de vice-president W.A.M. van Schendel als voorzitter, en de raadsheren A.L.J. van Strien en M.J. Borgers, in bijzijn van de waarnemend griffier J.D.M. Hart, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 13 december 2016.

SCHRIFTUUR, HOUDENDE EEN MIDDEL VAN CASSATIE zaaknummer S 15/04896

Middel

Het bestreden oordeel

1. Het hof heeft bewezen verklaard — voor zover hier van belang — gewoontewassen ten aanzien van een bedrag van € 132.720,00.

Voor het bestreden oordeel relevante onderdelen van het arrest

2. De bewezenverklaring luidt dat verzoeker (zie arrest, pagina 4):

‘in de periode vanaf 1 september 2004 tot en met 25 april 2009 te Amsterdam van het plegen van witwassen een gewoonte heeft gemaakt, immers heeft hij ongeveer 132.720 euro en 21.500 euro — voorhanden gehad en/of omgezet, terwijl hij wist dat die geldbedragen - onmiddellijk of middellijk - afkomstig waren uit enig misdrijf.’

3. Het hof heeft de bewezenverklaring doen steunen op de volgende bewijsmiddelen (zie aanvulling verkort arrest, pagina 1 tot en met 8):

‘1. Een proces-verbaal met nummer 2009112548-1 van 25 april 2009, in de wettelijke vorm opgemaakt door de bevoegde opsporingsambtenaren [verbalisant 1] en [verbalisant 2] [ongenummerde pagina's].

Dit proces-verbaal houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven, als mededeling van de verbalisanten (of een van hen):

Op 25 april 2009 omstreeks 01:10 uur bevond ik mij, eerste verbalisant, in uniform gekleed en met een speciale controle belast op de Kleine Wittenburgerstraat te Amsterdam. Ik werd vergezeld door collega [verbalisant 2] (het hof begrijpt verbalisant [verbalisant 2] ) dienstdoende bij de Vreemdelingendienst te Amsterdam. Wij werden bij deze controle vergezeld door collega's van Zware Criminaliteit, Bureau Financiële Recherche en de Vreemdelingendienst. Tijdens deze controle werden motorvoertuigen en personen gecontroleerd. Op voornoemd tijdstip werd er een zwarte Smart met het kenteken [AA-00-BB] in onze 'fuik' geleid. Wij, verbalisanten, begaven ons naar de bestuurder van deze Smart. Ik, eerste verbalisant, verklaarde aan de bestuurder dat wij bezig waren met een controle en vroeg de bestuurder naar zijn rijbewijs en zijn kentekenbewijs. De bestuurder bleek volgens zijn rijbewijs te zijn: [verdachte] , geboren op [geboortedatum] 1985.

[verdachte] verklaarde aan mij het volgende:

“Ja, jullie controleren mij steeds. Voor de zoveelste keer. Op een gegeven moment wil je op jullie gaan schieten.” Ik gaf daarop antwoord dat de politie dan wel zeker terugschiet als er op ons geschoten zou worden. Het geheel werd over en weer gezegd in een vriendelijke stemming. Echter, aangezien [verdachte] zelf begon over “schieten”, heb ik [verdachte] gevraagd of ik ook naar wapens mocht kijken in zijn auto. Een en ander geheel in het teken van de controle. [verdachte] verklaarde mij het volgende: “O, maar je mag me ook fouilleren hoor, ik heb niets bij me.” Ik, tweede verbalisant, kon dit tevens duidelijk horen. Daarbij zagen wij dat [verdachte] met zijn handen over zijn jas een gebaar maakte dat we hem geheel konden fouilleren.

Ik, eerste verbalisant, heb [verdachte] vervolgens gefouilleerd naar wapens. Tijdens het fouilleren voelde ik in de binnenjaszak van [verdachte] een dikke stapel met vermoedelijk bankbiljetten. Ik heb het voorwerp een beetje uit zijn jaszak gelicht. Hierop zag ik direct dat het een dikke stapel met zeer veel Nederlandse bankbiljetten betrof. Hierop heb ik de collega's van Zware Criminaliteit erbij geroepen, teneinde [verdachte] verder te kunnen onderzoeken. Het bedrag bedroeg ongeveer 9.000 euro. Vervolgens heb ik [verdachte] samen met een collega van Zware Criminaliteit verder gefouilleerd. Daarbij is nog een enveloppe in dezelfde jas aangetroffen van [verdachte] . In deze enveloppe zaten biljetten van 500 euro. Het totale bedrag dat [verdachte] bij zich had was 21.500 euro. Hierop is [verdachte] aangehouden en het geld is in beslag genomen.

Verdachte
Naam: [verdachte] (man)
Voornamen: [voornamen verdachte]
Geboren te: [geboorteplaats]
Geboren op: [geboortedatum] /1985
Geboorteland: Nederland
Nationaliteit: Nederlandse
Adres: [a-straat 1]
Plaats: [woonplaats]

2. Een proces-verbaal met nummer 2009112548-1 van 27 april 2009, in de wettelijke vorm opgemaakt door de bevoegde opsporingsambtenaren [verbalisant 3] en [verbalisant 4] [doorgenummerde pagina's 119 en 120).

Dit proces-verbaal houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven, als mededeling van de verbalisanten (of een van hen):

Op 25 april 2009 omstreeks 01:00 uur bevonden wij ons op de Kleine Wittenburgerstraat te Amsterdam, als deelnemers aan een bijzondere verkeerscontrole. Tijdens deze controle werd door collega [verbalisant 1] een personenauto gecontroleerd, voorzien van het kenteken [AA-00-BB] . De bestuurder van deze auto was genaamd:

Naam: [verdachte] (man)
Voornamen : [voornamen verdachte]
Geboren te: [geboorteplaats]
Geboren op: [geboortedatum] /1985
Geboorteland: Nederland
Nationaliteit: Nederlandse
Adres: [a-straat 1]
Plaats: [woonplaats]

Door collega [verbalisant 1] werd met goedvinden van [verdachte] een onderzoek aan diens kleding verricht, waarbij uit een van de binnenzakken van zijn jas een bundel bankbiljetten werd aangetroffen. Deze bundel bestond uit bankbiljetten van 100 Euro en van 200 Euro, in totaal 9.000 Euro. Hierop werd ons door collega [verbalisant 1] gevraagd erbij te komen. Vervolgens hebben wij [verdachte] gevraagd van wie het geld (9.000 Euro) was, waarop bij antwoordde dat het geld van hem was. Op de vraag waar en sinds wanneer hij over het geld beschikte, verklaarde hij dat hij het geld sinds drie dagen in zijn bezit had en dat hij het bij een bank had gehaald. Op de vraag bij welke bank het geld vandaan kwam, antwoordde [verdachte] dat hij dat niet wist.

Hierop hebben wij [verdachte] aangehouden ter zake vermoedelijke overtreding van artikel 420bis van het Wetboek van Strafrecht, het witwassen van geld. Hierop is door collega [verbalisant 1] een verder onderzoek gedaan aan de kleding van verdachte [verdachte] , waarbij uit een andere binnenzak een enveloppe tevoorschijn kwam, met daarin 25 bankbiljetten van 500 Euro, in totaal 12.500 Euro. Bij het onderzoek aan de kleding werden verder enkele (bank- )stortingsbewijzen aangetroffen.

3. Een proces-verbaal met nummer 2009112548 van 2 juli 2009, in de wettelijke vorm opgemaakt door de bevoegde opsporingsambtenaar [verbalisant 5] [doorgenummerde pagina’s 8 tot en met 11 en de bijlagen op de doorgenummerde pagina's 12 tot en met 55].

Dit proces-verbaal houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven, als mededeling van de verbalisant:

Ik zag dat de verdachte [verdachte] een 40-tal financiële transacties had uitgevoerd. Deze bedragen hadden een totaal van € 132.720,00.

Dit waren de volgende geldbedragen:

(pagina AA)
3 september 2004: € 3.500,00
30 september 2004: € 5.000,00
1 februari 2005: € 5.000,00
2 februari 2005: € 4.500,00
9 februari 2005: € 4.000,00
1 april 2005: € 6.000,00
1 april 2005: € 2.000,00
2 april 2005: € 5.000,00
2 april 2005: € 4.000,00
4 april 2005: € 5.000,00
7 april 2005: € 3.000,00
21 april 2005: € 3.000,00
23 juni 2005: € 2.500,00

(pagina BB)
24 juni 2005: € 4.000,00
27 juni 2005: € 2.000,00
27 juni 2005: € 3.500,00
28 juni 2005: € 4.000,00
1 augustus 2005: € 4.000,00
20 augustus 2005: € 5.000,00
2 december 2005: € 3.500,00
3 december 2005: € 2.500,00
3 december 2005: € 3.500,00
6 december 2005: € 2520,00
20 december 2005: € 2.500,00
30 december 2005: € 1.500,00
15 januari 2006: € 3.000,00
17 februari 2006: € 4.000,00

(pagina CC)
17 februari 2006: € 1.000,00
19 februari 2006: € 500,00
17 oktober 2006: € 3.500,00
3 november 2006: € 3.000,00
1 februari 2007: € 3.000,00
16 februari 2007: € 4.000,00
16 februari 2007: € 2.000,00
29 maart 2007: € 3.000,00
14 april 2007: € 3.000,00
14 april 2007: € 2.500,00
21 mei 2007: € 2.000,00
23 mei 2007: € 5.200,00
3 september 2007: € 2.000,00.

Hieruit valt op te maken dat de verdachte [verdachte] 40 verdachte transacties heeft uitgevoerd met een totaalwaarde van € 132.720,00. Ik zag dat de verdachte [verdachte] zeker 3 maal een geldbedrag van Britse ponden heeft gewisseld tegen US-dollars.

1- Ik zag dat de verdachte [verdachte] op 1 april 2005 2 maal een wisseltransactie had uitgevoerd op een en dezelfde locatie, te weten het GrensWisselKantoor aan het Centraal Station Amsterdam, met een bedrag, van in totaal € 8.000,00. Waarbij opvalt dat dit ook een en hetzelfde adres is. (pagina F en G).

2- Ik zag dat de verdachte [verdachte] op 2 april 2005 2 maal een wisseltransactie had uitgevoerd 1 maal bij het GrensWisselKantoor in de hal van het Centraal Station Amsterdam en 1 maal op het Amstelstation in Amsterdam, met een bedrag van in totaal € 9.000,00. (pagina H en I)

3- Ik zag ook dat de verdachte [verdachte] op 27 juni 2005 2 maal een wisseltransactie had uitgevoerd 1 maal bij het GrensWisselKantoor in de hal van het Centraal Station Amsterdam en 1 maal bij Thomas Cook in Amsterdam, met een bedrag van in totaal € 5.500,00. (pagina O en P)

4- Ik zag ook dat de verdachte [verdachte] op 3 december 2005 2 maal een wisseltransactie had uitgevoerd, 1 maal bij het GrensWisselKantoor in de Bijlmermeer in Amsterdam en 1 maal bij de Plaza op Schiphol, met een bedrag van in totaal € 6.000,00. (pagina U en V)

5- Ik zag ook dat de verdachte [verdachte] op 17 februari 2006 2 maal een wisseltransactie had uitgevoerd, 1 maal bij het GrensWisselKantoor in de hal van het Centraal Station Amsterdam en 1 maal bij Thomas Cook in Amsterdam, met een bedrag van in totaal € 5.000,00. (pagina Al en BI)

6- Ik zag dat de verdachte [verdachte] op 16 februari 2007 2 maal een wisseltransactie had uitgevoerd, 1 maal bij het GrensWisselKantoor in de Leidsestraat in Amsterdam en 1 maal bij het GrensWisselKantoor op de Dam in Amsterdam, met een bedrag van in totaal € 6.000,00. (pagina G1 en Hl)

7- Ik zag dat de verdachte [verdachte] op 14 april 2007 2 maal een wisseltransactie had uitgevoerd 1 maal bij het GrensWisselKantoor in kantoor Victoria in Amsterdam en 1 maal bij het GrensWisselKantoor in de hal van het Centraal Station Amsterdam, met een bedrag van in totaal € 5.500,00. (pagina J1 en K1)

De uit het onderzoek naar voren komende bijzonderheden tot de wisseltransacties zijn in de “Aanwijzing Witwassen” van 1 november 2005, terug te vinden als zogenaamde “witwastypologieën”. Het lijkt aannemelijk dat de verdachte [verdachte] zich schuldig heeft gemaakt aan overtreding van artikel 420bis Wetboek van Strafrecht, het witwassen van geldbedragen.

Ik las in de documentatie van het Financial Intelligence Unit (FIU) dat zij als hypothesen benoemen, dat:

- [verdachte] veelvuldig wisseltransacties doet om kleine coupures naar grote coupures te wisselen,

- [verdachte] geen aantoonbaar inkomen heeft,

- [verdachte] beschikt over veel geld,

- [verdachte] meerdere malen geregistreerd staat ter zake enkele strafbare feiten,

- [verdachte] flinke geldbedragen voorhanden heeft en wisselt.


Datum transactie: 30-09-2004
Melder: HC (het hof begrijpt telkens: Holland Casino)
Plaats transactie: Amsterdam
Situatiebeschrijving: wisselt 250 BB van 20 euro voor aankoop speelpenningen.

Datum transactie: 21-04-2005
Melder: HC
Plaats transactie: Amsterdam
Situatiebeschrijving: wisselt 100 BB van 20 euro en 2 BB van 500 euro voor aankoop speelpenningen.

Datum transactie: 27-06-2005
Melder: THOSCOOKNL
Plaats transactie: Amsterdam
Situatiebeschrijving: has come in more times to this branch to change small notes of 50 euro into larger notes of 500 euro.

Datum transactie: 20-08-2005
Melder: HC
Plaats transactie: Amsterdam
Situatiebeschrijving: wisselt in 2 transacties 100 BB van 50 euro voor aankoop speelpenningen, welke hij even later wil wisselen voor 10 BB van 500 euro. Aan gast werden BB van 50 euro geretourneerd.

Datum transactie: 20-12-2005
Melder: GWK
Plaats transactie: Amsterdam Zuidoost
Situatiebeschrijving: omwisselen BB door GWK. Volgens opdrachtgever: zaken.

Datum transactie: 17-02-2006
Melder: GWK
Plaats transactie: Amsterdam
Situatiebeschrijving: omwisselen BB door GWK.

Datum transactie: 17-10-2006
Melder: GWK
Plaats transactie: Amsterdam Zuidoost
Situatiebeschrijving: omwisseling BB.

Datum transactie: 03-11-2006
Melder: GWK
Plaats transactie: Amsterdam
Situatiebeschrijving: omwisselen BB.

Datum transactie: 01-02-2007
Melder: GWK
Plaats transactie: Amsterdam Zuidoost
Situatiebeschrijving: omwisselen BB.

Datum transactie: 16-02-2007
Melder: GWK
Plaats transactie: Amsterdam
Situatiebeschrijving: omwisselen BB.

Datum transactie: 16-02-2007
Melder: GWK
Plaats transactie: Amsterdam
Situatiebeschrijving: omwisselen BB.

Datum transactie: 29-03-2007
Melder: GWK
Plaats transactie: Schiphol
Situatiebeschrijving: omwisseling bankbiljetten.

Datum transactie: 14-04-2007
Melder: GWK
Plaats transactie: Amsterdam
Situatiebeschrijving: omwisseling bankbiljetten.

Datum transactie: 14-04-2007
Melder: GWK
Plaats transactie: Amsterdam
Situatiebeschrijving: omwisseling bankbiljetten.

Datum transactie: 21-05-2007
Melder: GWK
Plaats transactie: Amsterdam
Situatiebeschrijving: omwisseling bankbiljetten.

4. Een proces-verbaal met nummer 2009112548 van 9 juni 2009, in de wettelijke vorm opgemaakt door de bevoegde opsporingsambtenaar [verbalisant 5] [doorgenummerde pagina's 200 en 201 en de bijlagen op de doorgenummerde pagina's 202 tot en met 207].

Dit proces-verbaal houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven, als mededeling van de verbalisant:

[verdachte] stond bij de belastingdienst sinds 01-06-2007 bekend als ondernemer van [A] , gevestigd [vestigingsplaats] , KVK-nummer [...] .

Bij de belastingdienst waren de aangiften omzetbelasting binnengekomen van “ [A] ” van 2007 a € 15,00 en van 2008 a € 2.215,00. Hieruit valt af te lezen dat er binnen het bedrijf van [verdachte] in de jaren 2007 en 2008 nagenoeg geen ontzet werd gedraaid.

[verdachte] heeft in 2006 gewerkt bij [B] BV, gevestigd [vestigingsplaats] . Daarbij heeft [verdachte] een bruto loon verdiend van € 1.137,00 en werd € 145,00 loonheffing afgedragen. Netto heeft [verdachte] daar dus € 992,00 aan overgehouden. Bij de belastingdienst waren de aangiften inkomstenbelasting over de jaren 2007 en 2008 nog niet ingediend.

Bij het lezen van de belastingdienstgegevens las ik dat [verdachte] van de volgende bankrekening nummers gebruikt maakt:

- [001] , - [002] , - [003] .

Ook las ik dat [verdachte] nog gebruik maakte van de volgende bankrekeningnummers:

- [004] , - [005] .

5. Een proces-verbaal met nummer 20099112548 van 24 juni 2009, in de wettelijke vorm opgemaakt door de bevoegde opsporingsambtenaar [verbalisant 5] [doorgenummerde pagina' s 166 en 167 en de bijlagen op de doorgenummerde pagina's 168 tot en met 180].

Dit proces-verbaal houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven, als mededeling van de verbalisant:

Bij het lezen van de door het Holland Casino verstrekte gegevens zag ik dat:

- [verdachte] gastnummer [...] had,

- [verdachte] sinds 20-10-2004 in het bezit was van een favorites card van het casino,

- 1e casino bezoek plaatsvond op 12-09-2004 te 20:55 uur,

- laatst geregistreerde bezoek bij het casino plaatsvond op 23-04-2009 te 01:29,

- [verdachte] in die periode 275 maal bij Holland Casino is geweest,

- dit wisselend plaatsvond in de filialen Amsterdam, Rotterdam, Utrecht, Scheveningen, Zandvoort en Schiphol,

- opvallend gedrag:

- 01-10-2004 [verdachte] wisselt 250 biljetten van € 20,00 voor 10 chips van 500 (totaal € 5.000,00),

- 21-04-2005 [verdachte] wisselt 100 biljetten van € 20,00 en 2 biljetten van € 500,00 voor chips ic 4 x 500 en 10 x 100 (totaal € 3.000,00)

- 21-08-2005 [verdachte] wilde 2 maal 50 biljetten van € 50,00 wisselen tegen chips van 500 om deze terug te wisselen voor biljetten van € 500,00. Het casino heeft deze transactie niet door laten gaan.

6. Een proces-verbaal met nummer 2008112548 van 10 juni 2009, in de wettelijke vorm opgemaakt door de bevoegde opsporingsambtenaar [verbalisant 5] [doorgenummerde pagina' s 181 en 182 en de bijlagen op de doorgenummerde pagina’s 183 tot en met 193].

Dit proces-verbaal houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven, als mededeling van de verbalisant:

Naar aanleiding van het witwasonderzoek versus de verdachte Shabir Razzak [verdachte] zijn bij de Dienst Werk en Inkomen de inkomensgegevens van [verdachte] opgevraagd. Met betrekking tot deze verdachte is het volgende bekend:

Ten aanzien van uitkeringsverhoudingen, bijzondere bijstand en kinderbijslag zijn geen gegevens bekend.’

4. Het hof heeft aan het bewijs de volgende overweging gewijd (zie arrest, pagina 2 en 3):

‘Op 25 april 2009 wordt tijdens een grootscheepse verkeerscontrole in de binnenzak van de jas van de verdachte een bedrag van in totaal € 9.000 aangetroffen. In een andere binnenzak blijken een envelop met daarin € 12.500,- alsmede enkele (bank)stortingsbewijzen te zitten. Uit daarop volgend onderzoek is gebleken dat de verdachte in de periode van september 2004 tot en met 3 september 2007 rond de 40 transacties heeft verricht met een totaalbedrag van € 132.720,-. Het ging dan grotendeels om het wisselen van kleine naar grote coupures bij het Grens Wissel Kantoor (GWK). Dit gebeurde in sommige gevallen diverse keren per dag.

Blijkens navraag bij de Dienst Werk en Inkomen (hierna: DWI) heeft de verdachte in de periode van 2001 tot en met 2007 geen inkomsten gehad. De verdachte staat sinds 1 juni 2007 bij de Belastingdienst bekend als ondernemer van [A] . Uit de aangifte omzetbelasting valt af te lezen dat de omzet van de onderneming van de verdachte in 2007 en 2008 respectievelijk € 15,- en 6 2.215,- heeft bedragen.

Het hof heeft geconstateerd dat de handelingen ten aanzien van het geldbedrag van € 132.720,- en het geldbedrag van € 21.500,- hebben plaatsvonden onder omstandigheden die, in samenhang bezien, als zogenoemde typologieën van - en daarmee kenmerken voor - witwassen zijn aan te merken:

- geen legale economische verklaring voor de reden en de frequentie van de wisselingen;

- het fysiek vervoeren van grote bedragen in contanten hetgeen een aanzienlijk veiligheidsrisico met zich brengt;

- de transacties staan niet in verhouding met de inkomsten van de verdachte;

- het contant omwisselen in een witwascyclus wordt vaak gedaan ter onderbreking van de paper trail;

- de wijze waarop geld is vervoerd, namelijk in bundels in enveloppes;

- het feit dat het kennelijk de bedoeling was de meldgrens te ontduiken door herhaaldelijk kleinere contante geldbedragen te wisselen;

- de meeste malen is geld in kleine coupures omgewisseld naar grote coupures;

- het feit dat diverse wisseltransacties op een dag bij verschillende wisselkantoren/banken dan wel bij verschillende vestigingen van deze wisselkantoren/banken zijn uitgevoerd.

Volgens de jurisprudentie van de Hoge Raad moet op grond van doel en strekking van de witwasbepalingen en mede in het licht van de geschiedenis van de totstandkoming van die betalingen worden aangenomen dat uit de bewijsmiddelen niet behoeft te kunnen worden afgeleid dat het desbetreffende voorwerp afkomstig is uit een nauwkeurig aangeduid misdrijf. Dit betekent derhalve dat uit de bewijsmiddelen niet behoeft te kunnen worden afgeleid door wie, wanneer en waar dit misdrijf concreet is begaan. Wel is voor een veroordeling ter zake van witwassen vereist dat vaststaat dat het voorwerp afkomstig is uit enig misdrijf.

Naar het oordeel van het hof rechtvaardigen de geschetste omstandigheden een vermoeden van witwassen van opbrengsten van misdrijven. Gelet op dit vermoeden mag van de verdachte worden verwacht dat hij een concrete min of meer verifieerbare verklaring geeft over de herkomst van de gelden.

De verdachte heeft gepoogd een begin van aannemelijkheid te schetsen dat de geldbedragen van € 132.720,- en van € 21 .500,- niet van misdrijf afkomstig waren. Deze poging is echter onvoldoende gesubstantieerd. De door de verdachte overgelegde salarisspecificatie van de onderneming [C] , alwaar hij volgens eigen zeggen van 1 april 2007 tot ergens in oktober 2007 zou hebben gewerkt, is aantoonbaar onjuist, daar bij de Belastingdienst geen gegevens aanwezig zijn waaruit blijkt dat voornoemde onderneming in de periode van 16 augustus 2006 tot en met 28 juli 2008 personeel in dienst heeft gehad en de verdachte deze gestelde inkomsten evenmin heeft opgegeven aan de Belastingdienst. Tevens is de verklaring van de verdachte dat hij op zijn achttiende (verjaardag) een contant geldbedrag van ruim € 10.000,- van zijn oom [betrokkene] heeft gekregen niet onderbouwd. Ook verdachtes verklaring, inhoudende dat de aflossing op de hypotheek voor zijn huis aan de [a-straat 1] te [woonplaats] werd gedekt door maandelijkse huurpenningen, is door hem niet met enig schriftelijk stuk of anderszins gestaafd, waarbij nog dient te worden opgemerkt dat de leveringsakte, blijkens door de verdachte overgelegde stukken, pas op 7 september 2007 - en dus na de periode waarin de verdachte de litigieuze transacties heeft verricht - is gepasseerd. Voor deze transacties is derhalve evenmin van belang dat de verdachte toen een bouwdepot van € 24.000,- heeft ontvangen.

De stelling van de verdachte, er op neer komende dat hij steeds hetzelfde geldbedrag zou hebben “gerecycled” door eerst bij het casino grote coupures om te wisselen naar kleine coupures en deze later elders weer om te wisselen naar grote coupures (om met die grote coupures indruk te maken op vrienden) en dit vervolgens meermalen te herhalen, is daarenboven volstrekt ongeloofwaardig, temeer daar algemeen bekend is dat het GWK en vergelijkbare instellingen voor dergelijke transacties kosten in rekening brengen.

Ook de verklaring van de verdachte dat het bedrag van € 21.500,- dat hij op 25 april 2009 bij zich had bestond uit het spaargeld en alle leningen die hij had, is onvoldoende concreet onderbouwd, temeer nu de verdachte niet inzichtelijk heeft kunnen maken waarvan hij zijn levensonderhoud bekostigde in de daaraan voorafgaande jaren.

Derhalve verwerpt het hof het door de raadsman bij pleitnota gevoerde verweer dat de verklaring van de verdachte over de herkomst van de geldbedragen van € 132.720,- en van € 21.500,- zeer concreet en onderbouwd met stukken is en derhalve verifieerbaar en niet als onwaarschijnlijk aan te merken is.

Op grond van dit alles acht het hof wettig en overtuigend bewezen dat het niet anders kan zijn dat de geldbedragen van € 132.720,- en van € 21 .500,- - middellijk of onmiddellijk - afkomstig waren van enig misdrijf en dat de verdachte hiervan wetenschap heeft gehad. Gelet op de hoeveelheid transacties en de uitgestrekte periode waarin zij plaats hebben gehad, is het hof van oordeel dat de verdachte van het witwassen een gewoonte heeft gemaakt.’

Klachten over het bestreden oordeel

5. Het hof heeft blijkens bewijsmiddel 3 over het geldbedrag van € 132.720,00 vastgesteld dat verzoeker ‘financiële transacties’ heeft uitgevoerd, doch van vele van deze transacties, van welke de som van de daarbij vermelde geldbedragen het bewezenverklaarde geldbedrag van € 132.720,00 vormt, niet de aard vastgesteld.

6. Aldus heeft het hof over de volgende geldbedragen in het midden gelaten bijvoorbeeld of het om een wisseltransactie ging en of het om een geldbedrag in contanten of om een giraal geldbedrag ging, kortom niet méér vastgesteld dan dat daarmee een ‘financiële transactie’ is uitgevoerd:

3 september 2004: € 3.500,00
1 februari 2005: € 5.000,00
2 februari 2005: € 4.500,00
9 februari 2005: € 4.000,00
1 april 2005: € 6.000,00
1 april 2005: € 2.000,00
2 april 2005: € 5.000,00
2 april 2005: € 4.000,00
4 april 2005: € 5.000,00
7 april 2005: € 3.000,00
23 juni 2005: € 2.500,00
24 juni 2005: € 4.000,00
28 juni 2005: € 4.000,00
1 augustus 2005: € 4.000,00
20 augustus 2005: € 5.000,00
2 december 2005: € 3.500,00
6 december 2005: € 2520,00
30 december 2005: 1.500,00
15 januari 2006: € 3.000,00
19 februari 2006: € 500,00
17 oktober 2006: € 3.500,00
23 mei 2007: € 5.200,00
3 september 2007: € 2.000,00

7. Tegen deze achtergrond is onbegrijpelijk ’s hofs oordeel dat ‘de handelingen ten aanzien van het geldbedrag van € 132.720,- (..) hebben plaatsvonden onder omstandigheden die, in samenhang bezien, als zogenoemde typologieën van - en daarmee kenmerken voor - witwassen zijn aan te merken (..).’

8. Dat klemt temeer omdat de transacties waarvan de aard niet is vastgesteld, van de transacties als genoemd in bewijsmiddel 3 het grootste deel betreft.

9. Derhalve is ’s hofs arrest niet toereikend gemotiveerd.

Slotsom

10. Als gevolg van deze schending(en) van het recht en/of dit verzuim/deze verzuimen van vormvoorschriften dient cassatie te volgen.

Deze schriftuur wordt ondertekend en ingediend door mr. W.H. Jebbink, advocaat, kantoorhoudende te Amsterdam aan het Singel 362, die bij dezen verklaart tot deze ondertekening en indiening bepaaldelijk te zijn gevolmachtigd door verzoeker in cassatie.

Amsterdam, 1 augustus 2016.