Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2016:2907

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
20-12-2016
Datum publicatie
20-12-2016
Zaaknummer
15/04670
Formele relaties
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2016:1275, Gevolgd
In cassatie op : ECLI:NL:GHARL:2015:7358, Bekrachtiging/bevestiging
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Cassatie
Inhoudsindicatie

Harlinger moordzaak. HR herhaalt relevante overwegingen uit ECLI:NL:HR:2013:963 m.b.t. voorbedachte raad. 's Hofs oordeel dat verdachte ondanks meerdere gelegenheden om zich rustig over haar handelen en het handelen van de mededader te beraden kennelijk welbewust ervoor heeft gekozen hun voorgenomen besluit om het slachtoffer om het leven te brengen ten uitvoer te leggen en dat zij derhalve "met voorbedachte raad" heeft gehandeld, is - gelet op de vaststellingen van het Hof en op hetgeen door de HR is vooropgesteld m.b.t. voorbedachte raad - toereikend gemotiveerd. Samenhang met 15/04930.

Wetsverwijzingen
Wetboek van Strafrecht
Wetboek van Strafrecht 289
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
RvdW 2017/85
NBSTRAF 2017/22
SR-Updates.nl 2017-0043
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

20 december 2016

Strafkamer

nr. S 15/04670

KD/DFL

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Leeuwarden, van 1 oktober 2015, nummer 21/002032-14, in de strafzaak tegen:

[verdachte] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1961.

1 Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft G. Spong, advocaat te Amsterdam, bij schriftuur een middel van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De Advocaat-Generaal F.W. Bleichrodt heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

De raadsman heeft daarop schriftelijk gereageerd.

2 Beoordeling van het middel

2.1.

Het middel klaagt onder meer dat de bewezenverklaring wat betreft de voorbedachte raad onvoldoende met redenen is omkleed.

2.2.1.

Ten laste van de verdachte is bewezenverklaard dat:

"zij op 20 mei 2013 te Harlingen (in een woning gelegen aldaar aan de [a-straat] ) tezamen en in vereniging met een ander, opzettelijk en met voorbedachten rade, [slachtoffer] van het leven heeft beroofd, immers hebben verdachte en/of haar mededader met dat opzet en na kalm beraad en rustig overleg,

- [slachtoffer] meermalen met kracht met gebalde vuisten tegen het gezicht en op het hoofd en tegen andere lichaamsdelen geslagen en

- [slachtoffer] (terwijl hij op de grond lag) meermalen met kracht met geschoeide voeten tegen het hoofd en op het hoofd en in het gezicht en andere lichaamsde(e)l(en) geschopt/getrapt/gestampt en

- [slachtoffer] meermalen met kracht met een honkbalknuppel tegen het hoofd en in het gezicht en tegen de hals en tegen de rug en de buik en benen en armen en ribben en heupen geslagen,

ten gevolge van welk fors uitwendig geweld voornoemde [slachtoffer] is overleden."

2.2.2.

Deze bewezenverklaring steunt op de volgende bewijsmiddelen:

"1. Het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal (p. 487 en verder van map 1: overlijden [slachtoffer] politiedossier) voor zover inhoudende - zakelijk weergegeven - als verklaring van [medeverdachte] , afgelegd op 22 mei 2013:

We zaten afgelopen maandag met zijn drieën buiten.

[verdachte] kwam rond 16:00/16:30 uur erbij. Op een gegeven moment gaan we naar binnen. [slachtoffer] zat ons te kleineren. Ik weet niet meer wat hij zei. [slachtoffer] had het over [verdachte] , wat ze daar doet, dat hij liever heeft dat ze naar de camping zou gaan. [slachtoffer] had het ook over het neefje van [betrokkene 1] . [slachtoffer] zat erover door te zagen en toen gaf [betrokkene 1] [slachtoffer] uiteindelijk ook een paar klappen. [betrokkene 1] ging op een gegeven moment weg. Ik ging uit mijn plaat. Ik sloeg [slachtoffer] met mijn rechtervuist op zijn gezicht. Hij klapte door de benen op zijn zij en toen op zijn rug volgens mij, of andersom. Hij viel als een plank op de grond. Ik weet niet hoe laat het was toen [betrokkene 1] wegging. Daarna heb ik hem een paar klappen gegeven tegen zijn linkerzij. Hij lag toen plat op zijn rug. Ik zag dat [verdachte] hem ook een paar trappen gaf, tegen zijn linkerzij en tegen zijn hoofd. Ik gaf hem ook trappen tegen zijn hoofd. [verdachte] kwam met een honkbalknuppel. Ik zag dat [verdachte] hem sloeg met die knuppel. [slachtoffer] lag nog steeds. Ze sloeg hem op zijn gezicht, op zijn buik, op zijn hoofd. Ik pakte haar die knuppel af en toen heb ik hem zelf geslagen met die knuppel. Ik heb hem geslagen op de buik, bij die striemen en tegen zijn gezicht. In het begin was [slachtoffer] bij kennis. Hij ademde nog. Toen wij weggingen was hij ook nog aan het ademen. [slachtoffer] kon niet meer praten, maar hij ademde wel. Hij verweerde zich niet. Hij bewoog niet. Ik zag dat zijn borst/buik bewoog van het ademhalen. Ik heb geen flauw idee hoe vaak en waar ik [slachtoffer] precies raakte. [verdachte] trapte hem volgens mij met de linkervoet tegen zijn gezicht. Ze stampte hem op het gezicht ter hoogte van zijn neus en zijn mond. Ze was heel boos. Ze schreeuwt als ze boos is. Dat deed ze toen ook.

Ik ben heel makkelijk beïnvloedbaar en dan zijn er mensen die zeggen: "Doorgaan, doorgaan, doorgaan". Dat zei [verdachte] afgelopen maandag ook.

2. Het proces-verbaal ter terechtzitting d.d. 5, 6 en 17 maart 2014 van de meervoudige kamer in de rechtbank Noord-Nederland, locatie Leeuwarden, voor zover inhoudende - zakelijk weergegeven - als verklaring van verdachte:

Op 20 mei 2013 kom ik rond 16:00 uur bij de woning van [slachtoffer] aan de [a-straat] te Harlingen aan. [slachtoffer] , [medeverdachte] en [betrokkene 1] zijn daar dan al aanwezig.

[betrokkene 3] ligt boven te slapen. Er wordt bier gedronken in de voortuin. Op een gegeven moment gaan wij naar de achtertuin. Daar ontstaat ruzie tussen [medeverdachte] en [slachtoffer] . [medeverdachte] slaat [slachtoffer] en deze valt op de grond. [medeverdachte] geeft [slachtoffer] meerdere klappen en schoppen, terwijl [slachtoffer] op de grond ligt. Hij geeft met zijn legerschoenen aan keiharde schoppen. [slachtoffer] slaat niet terug, dat doet hij nooit. [medeverdachte] heeft in de achtertuin ook een breekijzertje of koevoet in zijn handen gehad. [betrokkene 1] zegt tegen hem: "Dit doen we niet". [slachtoffer] gaat rond 16:45 uur naar binnen en wij willen ook de woning binnengaan. We gaan naar binnen. De ruzie is even afgelopen en we drinken allemaal weer een potje bier. Ik zie geen verwondingen bij [slachtoffer] . Ik ga daarna met [betrokkene 1] bier halen in de supermarkt. Bij terugkomst escaleert het snel. [slachtoffer] staat onder de douche en [medeverdachte] haalt hem van boven. Er ontstaat weer ruzie tussen [medeverdachte] en [slachtoffer] . [slachtoffer] drinkt al de hele dag en begint over [betrokkene 4] te praten. Er ontstaat irritatie. [betrokkene 1] is nijdig. We komen er achter dat [slachtoffer] stiekem biertjes drinkt in de keuken. [medeverdachte] begint [slachtoffer] te beledigen en te vernederen. Dit vindt [slachtoffer] niet leuk. Ik pak mijn aluminium honkbalknuppel en plaats deze op harde wijze op de grond. Het wordt weer rustig en daarna ontstaat er opnieuw een ruzie. Het gaat weer over [betrokkene 4] en daarop reageert [betrokkene 1] . Hij wordt witheet en vliegt [slachtoffer] aan. [slachtoffer] schrikt hiervan en het wordt weer even rustig. Daarna begint [medeverdachte] [slachtoffer] weer te vernederen. [medeverdachte] slaat [slachtoffer] met zijn vuisten en maakt een zwaaibeweging met de knuppel in de hand. Hij schopt [slachtoffer] keihard tegen het achterhoofd aan. [slachtoffer] wil weggaan, maar valt. [medeverdachte] slaat [slachtoffer] vervolgens overal, keihard. Met de knuppel raakt [medeverdachte] [slachtoffer] vooral op zijn lichaam. [slachtoffer] gaat in een foetushouding liggen. Het geweld stopt weer en [medeverdachte] gooit de knuppel richting de hal. [betrokkene 1] verlaat de woning. Het is niet normaal wat er gebeurt.

De voorzitter houdt mij het door [betrokkene 1] op 20 mei 2013 om 19:31 uur op de telefoon van [betrokkene 2] ingesproken voicemailbericht voor. Ik zeg dat [slachtoffer] weer omhoog moest komen. Hij komt ook omhoog en gaat op de bank zitten. Hij neemt een biertje en alles is weer normaal.

Ik heb een rondje gelopen met mijn hondje van vijf minuten. Na terugkomst zie ik dat [slachtoffer] naar boven wil en van de trap valt. Ik zie [slachtoffer] van de trap gegooid worden. Hij komt met zijn hoofd tegen een kastje aan. [medeverdachte] slaat [slachtoffer] vervolgens met de honkbalknuppel op zijn lichaam en achterhoofd. Er komt bloed uit het hoofd van [slachtoffer] . [slachtoffer] zegt niets en gaat weer naar de bank en gaat bier drinken. Ook [medeverdachte] en ik drinken nog een biertje. Er gebeurt ongeveer een uur niets.

Ik laat mijn hondje hierna nog een keer uit. Ik denk dat dit om ongeveer 21:00 uur is geweest. Als ik terugkom zie ik dat [slachtoffer] in de hal ligt te snurken, wat hij vaker doet, en ik loop om hem heen. Ik ga zitten op de bank en zie dat er bloed onder zijn hoofd ligt. [slachtoffer] is zwaar gewond aan zijn achterhoofd. Ik denk: "Hoeveel bloed kan een mens verliezen". [slachtoffer] komt op eigen kracht omhoog. Nadat [slachtoffer] omhoog komt, slaat [medeverdachte] hem keihard in zijn nek. [slachtoffer] zegt: "Au, au". Hij valt voorover en krijgt wederom diverse schoppen en klappen met de knuppel. Dan draait hij zich om op zijn rug en krijgt hij van [medeverdachte] een trap in het gezicht. Op het moment dat [medeverdachte] en ik uit de woning vertrekken, ligt [slachtoffer] te snurken. [medeverdachte] en ik vertrekken in mijn autootje eerst richting de begraafplaats, waar wij de knuppel achterlaten. Na het bezoek aan de begraafplaats pin ik geld - ik heb op een bankafschrift gezien dat dit ongeveer om 22:40 uur was - en vervolgens gaan we naar café [A] . [medeverdachte] en ik keren ten slotte terug naar de woning en dan blijkt [slachtoffer] te zijn overleden.

3. De verklaring van verdachte, afgelegd ter zitting van het hof d.d. 17 september 2015, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:

[medeverdachte] schopt [slachtoffer] keihard tegen zijn achterhoofd en slaat hem keihard met de knuppel. [slachtoffer] gaat in foetushouding op de grond liggen. [slachtoffer] krijgt nog een schop. [medeverdachte] maakt zwaaibewegingen met de knuppel, alsof hij staat te golfen. Ik keek [betrokkene 1] aan. [betrokkene 1] is sprakeloos.

[betrokkene 1] belde zijn ex-vrouw. Ook heeft hij ingesproken op haar voicemail. Op dat moment was de situatie net wat rustiger. Op de voicemail hoor je mij roepen: "Omhoog, omhoog".

4. Het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal (p. 268 en verder van de onder 1. genoemde map) voor zover inhoudende - zakelijk weergegeven - als relaas van verbalisanten:

Binnen het onderzoek werd een voicemail gesprek veilig gesteld. Deze opname was ter beschikking gesteld door [betrokkene 2] en zij verklaarde dat de stem van degene die haar belde die van haar ex-man [betrokkene 1] was.

Op 29 mei 2013 luisterden wij, verbalisanten, naar deze geluidsopname. Daarop is het volgende te horen:

[betrokkene 1]

1. persoon onbekend

2. persoon onbekend

Computerstem: Volgende bewaarde voicemail bericht, ontvangen op maandag 20 mei om 19:31 uur:

[betrokkene 1] : "Hallo"

Persoon 1: Hier doorheen andere stem... onverstaanbaar en dan: "Overal de bek appie"

[betrokkene 1] : "Ben je er al bijna poppie? Hallo hier"

Persoon 1: "Toe nou gaan omhoog"

[betrokkene 1] : "Jezus Christus, di′s niet normaal"

Persoon 1: "Omhoog"

Persoon 2: "Hoog"

[betrokkene 1] : "Dit is niet normaal hier"

Persoon 2: "Hou vest"

Persoon 1: "Toe nou"

[betrokkene 1] : "Gaan traks op mijn fiets"

Persoon ? : " [medeverdachte] " (niet te horen wie dat zegt)

Persoon 2: "en wanneer is"

Persoon 1: "Omhoog"

Persoon 2: (onverstaanbaar woord) ... "Omhoog"

Persoon 1: "Hee grote bek. Omhoog."

[betrokkene 1] : "Niet normaal hier. Niet normaal [betrokkene 2] . Geloof je. Tot later".

Persoon 2: "Omhoog"

Persoon 1: "Hee luister even. Toe maar. Omhoog".

5. Het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal (p. 448 en verder van het politiedossier) voor zover inhoudende - zakelijk weergegeven - als verklaring van verdachte, afgelegd op 22 mei 2013:

[betrokkene 1] ging weg. [betrokkene 1] werd opgehaald door zijn vriendin. Ik stond toen in de hal. [medeverdachte] en [slachtoffer] waren in de woonkamer.

6. Het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal (p. 437 en verder van de onder 1. genoemde map) voor zover inhoudende - zakelijk weergegeven - als verklaring van verdachte, afgelegd op 21 mei 2013:

Vraag verbalisant: Je gaat een blokje om. Je komt thuis en dan zie je [slachtoffer] op de grond. Wat is het eerste wat je opvalt als je binnenkomt?

Antwoord verdachte: Bloed. Ik denk dat hij dood is.

7. Het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal (p. 459 en verder van de onder 1. genoemde map) voor zover inhoudende - zakelijk weergegeven - als verklaring van verdachte, afgelegd op 23 mei 2013:

Ik ben even weggeweest. Ik kom terug en dan zie ik [slachtoffer] in het bloed in de hal liggen. [slachtoffer] lag met zijn hoofd achterover in een plas bloed. [slachtoffer] lag in de hal te snurken. Ik zei hem dat hij moest opstaan. [slachtoffer] stond zelf op en liep naar de woonkamer. Onderwijl kreeg hij van [medeverdachte] weer klappen op de kop. Ik zag dat hij viel in de woonkamer en dan zie ik dat [slachtoffer] twee striemen op zijn buik/zijde heeft. Ik zag ook dat [medeverdachte] hem daar sloeg. Hij zei "au, au". Ik zag dat [slachtoffer] zijn achterhoofd in puin lag. Dit zag ik toen hij van de hal naar de woonkamer liep.

8. Het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal (p. 276 en verder van de onder 1. genoemde map) voor zover inhoudende - zakelijk weergegeven - als verklaring van [betrokkene 2] , afgelegd op 22 mei 2013:

Rond 19:25 uur kreeg ik [betrokkene 1] aan de telefoon. Ik hoorde heel veel kabaal op de achtergrond. Hij vroeg aan mij of ik hem op kwam halen. Hij klonk heel angstig. Hij zei: "het loopt hier uit de hand, haal me bij [slachtoffer] weg, want daar zit ik" Ik hoorde veel kabaal en kloink, kloink. Het klonk als iets wat tegen metaal aan sloeg. Ik ben in de auto gestapt en richting de [a-straat] gereden. Ik zag dat [betrokkene 1] naar buiten kwam. Ik zag dat [betrokkene 1] bij mij in de auto stapte. Ik hoorde dat [betrokkene 1] tegen mij zei: "Dit is niet normaal [betrokkene 2] , dit is niet normaal". Hij zei dat [medeverdachte] tegen het hoofd van [slachtoffer] aanschopte. Binnen ging het steeds verder en escaleerde het steeds meer. [betrokkene 1] heeft in eerste instantie de knuppel van [verdachte] (het hof begrijpt: verdachte) afgepakt. [verdachte] stond tegenover [slachtoffer] met de honkbalknuppel. [betrokkene 1] zei dat [verdachte] had gezegd, dat als [slachtoffer] niet ophield hij een klap met die honkbalknuppel zou krijgen.

9. een schriftelijk stuk, inhoudende een rapport pathologie onderzoek naar aanleiding van een mogelijk niet natuurlijke dood, afkomstig van het Nederlands Forensisch Instituut d.d. 5 september 2013 opgemaakt door arts en patholoog P.M.I. Van Driessche (opgenomen in Map 2: overlijden [slachtoffer] politieonderzoek, geen paginanummering), voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:

Resultaten

Er waren verspreid over het lichaam (doch met name het hoofd, het gelaat, de romp en de armen) zeer talrijke letsels, alle met omgevende bloeduitstorting. Het betroffen talrijke huidverkleuringen door onderhuidse bloeduitstorting, talrijke oppervlakkige huidbeschadigingen (kras- en schaafletsels) en meerdere huiddefecten met voornamelijk een ruwrandig aspect en in hun wondbodem weefselbruggen (met name aan het gelaat en de behaarde hoofdhuid)

- Er waren talrijke botbreuken, alle met omgevend bloeduitstorting. Aan de borstkas waren links rib 2 t/m 6 gebroken (en mogelijk ook de zevende rib), aan rechterzijde waren rib 2 t/m 5 en rib 7 gebroken.

- De schedel toonde een uitgebreide breuk beginnend links zijwaarts ter plaatse van het linkeroor met zich verder zettende breuklijnen naar de schedeltop en naar de schedelbasis (met breuk van het middenoor links en rechts en breuk van het Turks zadel).

- De schedel toonde verder centraal aan voorzijde een breuk, doorheen de bovenkaak (met hierdoor loszittende en geheel losliggende tanden) en de neus tot in het neusbeen.

- Bij radiologisch onderzoek zouden verder breuken zijn gezien van de heup links, de pols links en de onderkaak rechts (aan het kaakgewricht).

- Er was een botzwelling van de 9e borstwervel, zonder omgevende bloeduitstorting.

- Ter plaatse van de breuk was aan de schedelbasis (met name links) bloeduitstorting onder het harde hersenvlies. Tevens was plaatselijk bloeduitstorting onder het harde hersenvlies aan bovenzijde van de rechterhelft van de grote hersenen.

- De hersenen toonden vochtstapeling met zwelling en afvlakking van het patroon van hersengroeven en hersenwindingen, zonder evidente tekenen van inklemming.

- De hersenen toonden zowel links zijwaarts als rechts zijwaarts kneuzingen.

- Er was bloed en bloederig vocht aanwezig in de mond- en de neusholte en de luchtwegen, met in de longen een gering aspect als van inademen van enig bloed (dan wel bloederig vocht).

- Het tongbeen toonde zowel aan de linkerzijde als aan de rechterzijde een recent bij leven opgelopen breuk met omgevend bloeduitstorting.

- Het strottenhoofd toonde aan linkerzijde een recente vitale breuk met bij microscopisch onderzoek omgevend bloeduitstorting.

Interpretatie van de resultaten

Bij de sectie op het lichaam van [slachtoffer] , geboren op [geboortedatum] 1979, is het navolgende gebleken:

Voorafgaand aan de sectie werd in het UMCG te Groningen radiologisch onderzoek verricht, bij voorlopige evaluatie hiervan en bij revisie door dhr. H. de Bakker, radioloog in het Groene Hart Ziekenhuis te Gouda werden meerdere afwijkingen (met name botbreuken) aangetroffen.

Bij sectie werd het lichaam van een man waargenomen met tekenen van fors bloedverlies, zijnde verbloeding. Verbloeding kan het overlijden zonder meer verklaren.

Er waren talrijke letsels, bij leven opgelopen door meermalen heftige inwerking van uitwendig mechanisch stomp botsend, samendrukkend en deels schavend en krassend geweld.

- Deels hadden deze letsels een aspecifiek voorkomen, zoals door geslagen worden, getrapt worden, vallen, zich stoten, etc.

- Deels toonden deze letsels een specifiek patroon (met onder meer zogenaamde ′tramline tracks′), zoals passend bij geslagen worden met een lang, relatief smal, relatief hard en mogelijk iets soepel, stevig voorwerp, met een breedte van grootteorde circa 1-1,5 cm en met aan het uiteinde een ronde verbreding, waarvan het contactoppervlak (met de huid) een grootteorde had van circa 2 cm diameter.

- Deels toonden deze letsels een aspecifiek patroon, zoals kan passen bij stevig beetnemen (aan de armen).

Ten gevolge van dit geweld waren er talrijke breuken, was er kneuzing van de hersenen met aspecifieke begeleidende hersenzwelling en was er bloeduitstorting onder de hersenvliezen. Bij neuropathologisch onderzoek toonden alle letsels aanwezig aan de hersenen en hersenvliezen een aspect van recent voor het overlijden ontstaan. Er waren geen letsels met aanwijzingen voor een ouderdom van circa drie dagen.

Aan de hals waren uitwendig gering letsels, doch inwendig waren breuken van het tongbeen en het strottenhoofd, ontstaan bij leven door inwerking van uitwendig mechanisch stomp botsend en/of samendrukkend (al dan niet ook omsnoerend) geweld aan de hals, zoals door geslagen worden, getrapt worden, gewurgd worden, etc.

Door de breuken en letsels aan het gelaat (en met name de kaken) was er bloed aanwezig in de luchtwegen met in de longen gering het aspect als van inademen van bloed.

De bevinding van stipvormige bloeduitstortingen verspreid doorheen het lichaam kan passen bij een periode van verstikking (zoals door bijvoorbeeld samendrukkend geweld aan de hals). Mogelijk heeft verstikking bijgedragen aan het intreden van de dood.

Bij toxicologisch onderzoek werd ethanol (alcohol) aangetroffen, in een dusdanige concentraties dat de toxicoloog kon concluderen dat het bewustzijn ten tijde van overlijden door alcohol zal zijn beïnvloed (doch dat de mate van beïnvloeding en dus ook de precieze effecten afhankelijk zijn van de mate van gewenning aan alcohol). De aangetroffen concentratie alcohol kan op zich het overlijden niet verklaren, wel kan het mogelijk een bijdrage hebben geleverd aan het (proces van) overlijden.

Er waren tekenen van aderverkalking van de kransslagaders. Alhoewel er bij sectie geen aanwijzingen waren voor een recent hartinfarct, kunnen deze ziekelijke veranderingen bijgedragen hebben aan (met name de snelheid van) het proces van overlijden.

Er was matige vervetting van de lever, zoals onder meer kan ontstaan na langdurig en fors alcoholgebruik. Dit heeft geen directe rol gespeeld ten aanzien van het intreden van de dood.

Conclusie

Bij sectie op het lichaam van [slachtoffer] , geboren op [geboortedatum] 1979, wordt het intreden van de dood zonder meer verklaard door verbloeding ten gevolge van talrijke letsels, bij leven opgelopen door meermalen heftige inwerking van uitwendig mechanisch stomp botsend, samendrukkend en deels schavend en krassend geweld. Mogelijk heeft verstikking bijgedragen aan het intreden van de dood.

10. Het in de wettelijke vorm opgemaakt proces-verbaal, nummer 2013053170, d.d. 30 september 2013 bevattende een proces-verbaal onderzoek [a-straat] Harlingen (opgenomen in Map 2: overlijden [slachtoffer] politieonderzoek, geen paginanummering), voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven, als relaas van de verbalisanten:

Op dinsdag 21 mei 2013 hebben wij verbalisanten, werkzaam bij de Forensische Opsporing, een onderzoek ingesteld naar aanleiding van een moord/doodslag van een man, waarvan door de politie Eenheid Noord Nederland proces-verbaal is opgemaakt.

Gelet op het aangetroffen sporenbeeld en de sporen op en aan het slachtoffer verklaren wij verbalisanten:

Het merendeel van de aangetroffen bloedspatpatronen, zoals op de keukenkastjes, in de hal en de woonkamer, op de banken en de wand achter het slachtoffer, gaven ons de indicatie dat deze waren ontstaan terwijl het slachtoffer zich laag bij de grond bevond."

2.2.3.

Het Hof heeft ten aanzien van de bewezenverklaring voorts het volgende overwogen:

"Voorbedachte raad

Voor een bewezenverklaring van voorbedachte raad moet komen vast te staan dat de verdachte zich gedurende enige tijd heeft kunnen beraden op het te nemen of het genomen besluit en zij niet heeft gehandeld in een ogenblikkelijke gemoedsopwelling, zodat hij de gelegenheid heeft gehad na te denken over de betekenis en de gevolgen van zijn voorgenomen daad en zich daarvan rekenschap te geven.

Uit de bewijsmiddelen blijkt dat er vanaf de namiddag van 20 mei 2013 sprake is geweest van een agressieve houding van in eerste instantie alleen [medeverdachte] maar later ook van verdachte jegens het slachtoffer, die zich op een aantal momenten heeft geuit in uitbarstingen van hevig geweld. In ieder geval vanaf het moment dat verdachte de knuppel inbracht om deze tegen [slachtoffer] te gebruiken en deze door [medeverdachte] en verdachte ook daadwerkelijk gebruikt is tegen het slachtoffer, is het geweld qua intensiteit en door het inzetten van het slagwapen zodanig geïntensiveerd, dat vanaf dat moment gesproken kan worden van potentieel dodelijk geweld. Zoals hiervoor reeds is overwogen moet verdachte zich dat hebben gerealiseerd. Dit moment van inbrengen en gebruiken van de knuppel tegen [slachtoffer] is ergens voor 19:30 uur, in ieder geval vóór het vertrek van [betrokkene 1] geweest.

Zo al moet worden aangenomen dat de eerste slagen met een honkbalknuppel zijn voortgekomen uit een plotselinge opwelling of hevige gemoedsbeweging, geldt dat voor de rest van de avond, na het vertrek van [betrokkene 1] , in ieder geval niet meer. Uit de bewijsmiddelen blijkt immers dat het geweld enige tijd gestopt is op en na het moment dat [betrokkene 1] de woning verliet. Verdachte was bij dit afscheid aanwezig, zo blijkt uit haar verklaring afgelegd bij de politie. Verdachte heeft in de tussenliggende tijd voldoende gelegenheid gehad om te kalmeren, hetgeen ook blijkt uit de rustige wijze waarop bij het vertrek van [betrokkene 1] afscheid van elkaar is genomen. Daarna is verdachte een rondje gaan lopen met haar hondje en is het, toen zij daarna weer in de woning kwam, een uur rustig geweest, zodat het redelijk is om aan te nemen dat zij gebruik heeft gemaakt van deze gelegenheid om zich rekenschap te geven van de betekenis en gevolgen van haar handelen en dat van [medeverdachte] indien het eerder gepleegde geweld op dezelfde wijze zou worden voortgezet. Toch is vervolgens weer hevig geweld uitgeoefend tegen [slachtoffer] .

Ook later op de avond zijn er gelegenheden geweest voor verdachte om zich te bezinnen op haar eigen gedrag en dat van [medeverdachte] . Immers uit de verklaring van verdachte blijkt dat zij, nadat het daarna weer rustig was geworden, wederom met haar hondje is gaan lopen, en dat zij, toen zij terugkwam, het slachtoffer hevig bloedend liggend op de grond van de hal aantrof. [medeverdachte] was op dat moment niet bezig het slachtoffer te mishandelen. Uit de bewijsmiddelen blijkt hoe ernstig [slachtoffer] er toen reeds aan toe was en ook dat dit voor verdachte duidelijk kenbaar was. Gelet op het voorgaande acht het hof het onmogelijk dat [slachtoffer] op dat moment nog enige (nieuwe) aanleiding tot geweld heeft kunnen geven. Toch is daarna nogmaals hevig geweld op het slachtoffer uitgeoefend door verdachte en/of haar medeverdachte.

Uit het voorgaande volgt dat zich hier niet de situatie heeft voorgedaan waarbij verdachte pas kort voor of tijdens de uitvoering van de laatste door [medeverdachte] en/of verdachte gepleegde gewelddadigheden tot het besef kan zijn gekomen dat hun handelen de dood van het slachtoffer tot gevolg zou kunnen hebben. Integendeel, dat besef moet er bij verdachte al in een vroeg stadium, in ieder geval vanaf het vertrek van [betrokkene 1] , zijn geweest. Ondanks meerdere gelegenheden om zich rustig over hun handelen te beraden, hebben verdachte en [medeverdachte] er kennelijk welbewust voor gekozen om hun voorgenomen besluit om het slachtoffer om het leven te brengen, ten uitvoer te leggen. Gelet op het voorgaande acht het hof wettig en overtuigend bewezen dat er bij verdachte en [medeverdachte] op enig moment na het vertrek van [betrokkene 1] sprake was van voorbedachte raad."

2.3.

Voor een bewezenverklaring van het bestanddeel "voorbedachte raad" moet komen vast te staan dat de verdachte zich gedurende enige tijd heeft kunnen beraden op het te nemen of het genomen besluit en dat hij niet heeft gehandeld in een ogenblikkelijke gemoedsopwelling, zodat hij de gelegenheid heeft gehad na te denken over de betekenis en de gevolgen van zijn voorgenomen daad en zich daarvan rekenschap te geven.

Bij de vraag of sprake is van voorbedachte raad gaat het bij uitstek om een weging en waardering van de omstandigheden van het concrete geval door de rechter, waarbij deze het gewicht moet bepalen van de aanwijzingen die voor of tegen het bewezen verklaren van voorbedachte raad pleiten. De vaststelling dat de verdachte voldoende tijd had om zich te beraden op het te nemen of het genomen besluit vormt weliswaar een belangrijke objectieve aanwijzing dat met voorbedachte raad is gehandeld, maar behoeft de rechter niet ervan te weerhouden aan contra-indicaties een zwaarder gewicht toe te kennen. Daarbij kan bijvoorbeeld worden gedacht aan de omstandigheid dat de besluitvorming en uitvoering in plotselinge hevige drift plaatsvinden, dat slechts sprake is van een korte tijdspanne tussen besluit en uitvoering of dat de gelegenheid tot beraad eerst tijdens de uitvoering van het besluit ontstaat. Zo kunnen bepaalde omstandigheden (of een samenstel daarvan) de rechter uiteindelijk tot het oordeel brengen dat de verdachte in het gegeven geval niet met voorbedachte raad heeft gehandeld.

Mede met het oog op het strafverzwarende gevolg dat dit bestanddeel heeft, moeten aan de vaststelling dat de voor voorbedachte raad vereiste gelegenheid heeft bestaan, bepaaldelijk eisen worden gesteld en dient de rechter, in het bijzonder indien de voorbedachte raad niet rechtstreeks uit de bewijsmiddelen volgt, daaraan in zijn motivering van de bewezenverklaring nadere aandacht te geven.

De achtergrond van het vereiste dat de verdachte de gelegenheid heeft gehad na te denken over de betekenis en de gevolgen van zijn voorgenomen daad en zich daarvan rekenschap te geven, is dat ingeval vaststaat dat de verdachte die gelegenheid heeft gehad, het redelijk is aan te nemen dat de verdachte gebruik heeft gemaakt van die gelegenheid en dus daadwerkelijk heeft nagedacht over de betekenis en de gevolgen van zijn voorgenomen daad en zich daarvan rekenschap heeft gegeven (vgl. het overleg en nadenken dat in de wetsgeschiedenis is geplaatst tegenover de ogenblikkelijke gemoedsopwelling). Dat de verdachte daadwerkelijk heeft nagedacht en zich rekenschap heeft gegeven leent zich immers moeilijk voor strafrechtelijk bewijs, zeker in het geval dat de verklaringen van de verdachte en/of eventuele getuigen geen inzicht geven in hetgeen voor en ten tijde van het begaan van het feit in de verdachte is omgegaan. Of in een dergelijk geval voorbedachte raad bewezen kan worden, hangt dan sterk af van de hierboven bedoelde gelegenheid en van de overige feitelijke omstandigheden van het geval zoals de aard van het feit, de omstandigheden waaronder het is begaan alsmede de gedragingen van de verdachte voor en tijdens het begaan van het feit. Daarbij verdient opmerking dat de enkele omstandigheid dat niet is komen vast te staan dat is gehandeld in een ogenblikkelijke gemoedsopwelling, niet toereikend is om daaraan de gevolgtrekking te verbinden dat sprake is van voorbedachte raad (vgl. HR 15 oktober 2013, ECLI:NL:HR:2013:963, NJ 2014/156).

2.4.

Het Hof heeft geoordeeld dat er bij de verdachte in ieder geval vanaf het vertrek van [betrokkene 1] uit de woning het besef moet zijn geweest dat het handelen van haarzelf en/of van de mededader, indien dit handelen zou worden voortgezet, de dood van [slachtoffer] tot gevolg zou kunnen hebben. Dat oordeel is niet onbegrijpelijk, in aanmerking genomen dat het tot dan toe door beiden gepleegde "potentieel dodelijk geweld" onder meer bestond uit het (meermalen) met een honkbalknuppel en het met gebalde vuisten en geschoeide voeten tegen het hoofd van [slachtoffer] slaan en trappen.

Het Hof heeft ook vastgesteld dat er voor de verdachte na het vertrek van [betrokkene 1] meerdere gelegenheden zijn geweest om zich rustig over het handelen te beraden: tijdens het voor de eerste keer uitlaten van de hond, tijdens het - na de herhaalde soortgelijke geweldpleging door de mededader - rustige uurtje in de woning en het aansluitend voor de tweede keer uitlaten van de hond en voorts gedurende de periode gelegen tussen het bij terugkomst aantreffen van de ernstig gewonde [slachtoffer] in de hal van de woning en de hernieuwde soortgelijke geweldpleging door de mededader. Voorts heeft het Hof overwogen dat de na het vertrek van [betrokkene 1] gegeven slagen met de honkbalknuppel, gelet op de omstandigheid dat het geweld na het vertrek van [betrokkene 1] enige tijd is gestopt, niet zijn voortgekomen uit een plotselinge opwelling of hevige gemoedsbeweging.
's Hofs oordeel dat de verdachte ondanks meerdere gelegenheden om zich rustig over hun beider handelen te beraden kennelijk welbewust ervoor heeft gekozen hun voorgenomen besluit om [slachtoffer] om het leven te brengen ten uitvoer te leggen en dat zij derhalve "met voorbedachte raad" heeft gehandeld, is - gelet op voornoemde vaststellingen en op hetgeen hiervoor onder 2.3 is vooropgesteld - toereikend gemotiveerd. In zoverre faalt het middel.

2.5.

Ook voor het overige kan het middel niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81, eerste lid, RO, geen nadere motivering nu het middel in zoverre niet noopt tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

2.6.

Het middel faalt.

3 Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Dit arrest is gewezen door de vice-president A.J.A. van Dorst als voorzitter, en de raadsheren J. de Hullu en E.S.G.N.A.I van de Griend, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 20 december 2016.