Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2016:2850

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
13-12-2016
Datum publicatie
13-12-2016
Zaaknummer
15/00855
Formele relaties
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2016:1248, Gevolgd
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Cassatie
Inhoudsindicatie

Aanwezigheid van 4,1 kg hennepresten i.v.m. de Aanwijzing Opiumwet van 2 november 2000, Stcrt. 2000, 250. Art. 3a, vijfde lid, Opiumwet. Hof: het OM is ontvankelijk nu in de woning van de verdachte een hoeveelheid van 4,1 kilogram hennepresten is aangetroffen en mitsdien geen sprake was van een geringe hoeveelheid bestemd voor eigen gebruik zoals bedoeld in de Aanwijzing. In dat verband doet niet ter zake “van hoeveel planten de hennep afkomstig is”. HR: de Aanwijzing dient aldus te worden uitgelegd dat de teelt van niet meer dan vijf hennepplanten met een politiesepot wordt afgedaan, ongeacht de hoeveelheid of het gewicht van de met die teelt verkregen of te verkrijgen opbrengst van voor consumptie geschikte hennep of hennepproducten (vgl. HR 26 april 2011, ECLI:NL:HR:2011:BO4015, NJ 2012/63). Het oordeel van het hof getuigt van een onjuiste rechtsopvatting. Volgt vernietiging en terugwijzing.

Wetsverwijzingen
Opiumwet
Opiumwet 3a
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
RvdW 2017/38
NJB 2017/25
NJ 2017/7
NBSTRAF 2017/20
SR-Updates.nl 2017-0037
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

13 december 2016

Strafkamer

nr. S 15/00855

KD/AJ

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof Amsterdam van 3 februari 2015, nummer 23/003576-10, in de strafzaak tegen:

[verdachte] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1978.

1 Geding in cassatie

Het beroep – dat blijkens de daarvan opgemaakte akte uitsluitend is gericht tegen de beslissingen ter zake van het onder 3 bewezenverklaarde feit – is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft D.W.H.M. Wolters, advocaat te Hoofddorp, bij schriftuur een middel van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De Advocaat-Generaal T.N.B.M. Spronken heeft geconcludeerd tot vernietiging van de bestreden uitspraak maar uitsluitend wat betreft de beslissingen ten aanzien van het onder 3 tenlastegelegde feit, tot terugwijzing van de zaak naar het Gerechtshof Amsterdam teneinde op het bestaande beroep opnieuw te worden berecht en afgedaan en tot verwerping van het beroep voor het overige.

2 Beoordeling van het middel

2.1.

Het middel klaagt over 's Hofs verwerping van het verweer dat het Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk dient te worden verklaard in de vervolging van de verdachte ten aanzien van het onder 3 tenlastegelegde feit.

2.2.1.

Aan de verdachte is onder 3 tenlastegelegd dat:

"hij op één of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 01 november 2009 tot en met 25 januari 2010 te Haarlem, (telkens) opzettelijk heeft bewerkt en/of verwerkt, in elk geval opzettelijk aanwezig heeft gehad (in een pand aan [a-straat 1]) een (handels-) hoeveelheid hennep en/of delen van hennepplanten, in elk geval een hoeveelheid van meer dan 30 gram van een materiaal bevattende hennep, (telkens) zijnde hennep een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet."

2.2.2.

Daarvan is door het Hof bewezenverklaard dat:

"hij op 25 januari 2010 te Haarlem, opzettelijk aanwezig heeft gehad (in een pand aan [a-straat 1]) een hoeveelheid van meer dan 30 gram van een materiaal bevattende hennep, zijnde hennep een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid, van artikel 3a van die Wet."

2.2.3.

Deze bewezenverklaring steunt op de volgende bewijsmiddelen:

"1. De verklaring van de verdachte, afgelegd ter terechtzitting in hoger beroep van 20 januari 2015, voor zover van belang en zakelijk weergegeven:

Ik woonde toentertijd op de [a-straat 1] in Haarlem. Op 25 januari 2010 is bij een doorzoeking in mijn woning op de zolder een vuilniszak met ongeveer 4,1 kg hennepresten aangetroffen. Ik wist dat deze vuilniszak daar stond. De spullen die op zolder stonden opgeslagen, zoals de kachel, de weegschaal, de ventilatoren, de transportton, het slakkenhuis, het koolstoffilter, de afzuigslang en de droogrekken heb ik gebruikt om op zolder mijn hennepplanten te drogen.

2. Een proces-verbaal met nummer 2009025872 van 25 januari 2010, in de wettelijke vorm opgemaakt door de bevoegde opsporingsambtenaar [verbalisant] (doorgenummerd politie proces-verbaal p. 351 t/m 352). Dit proces-verbaal houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven, als verklaring van verbalisant voornoemd:

Op 25 januari 2010 vond een doorzoeking plaats in de woning gelegen aan de [a-straat 1] in Haarlem. Op de zolder van de woning werden onder meer de volgende goederen aangetroffen: een zak met gedroogde hennepresten, met een gewicht van 4,1 kg.

De doordringende lucht die hing op de zolderverdieping is mij ambtshalve bekend als lucht afkomstig van hennep."

2.2.4.

Het Hof heeft omtrent het bewijs voorts het volgende overwogen:

"De op de zolder aangetroffen vuilniszak met hennepresten is kennelijk door de politie gewogen. Het ging in totaal om een gewicht van 4,1 kilogram van vermoedelijk hennep. De verdachte heeft de aangetroffen hoeveelheid niet betwist en heeft bevestigd dat dit hennepafval het restproduct was van de door hem geoogste hennepplanten.

Nu onder hennep elk deel van de plant van het geslacht Canabis wordt begrepen en het niet van belang is of dat deel van de plant een "werkzaam bestanddeel" bevat, volgt hieruit dat bij de verdachte 4.1 kilogram van een materiaal bevattende hennep is aangetroffen, zijnde een middel als bedoeld op lijst II van de Opiumwet. Er is derhalve sprake van aanwezigheid van meer dan 30 gram hennep."

2.3.

Het Hof heeft het in het middel bedoelde verweer als volgt samengevat en verworpen:

"Ontvankelijkheid van het Openbaar Ministerie in de vervolging van verdachte

De raadsman van de verdachte heeft ter terechtzitting in hoger beroep aangevoerd dat het Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk in zijn vervolging dient te worden verklaard op de grond dat de bij de verdachte aangetroffen hoeveelheid hennepresten van 4.1 kg afkomstig waren van vijf hennepplanten die in de tuin hadden gestaan. Volgens de thans geldende Aanwijzing Opiumwet dient in dat geval sepot plaats te vinden. De raadsman heeft daartoe gesteld hetgeen in zijn pleitnotities dienaangaande is opgenomen. Deze pleitnotities zijn bij de stukken gevoegd.

Het hof overweegt daartoe als volgt.

Volgens genoemde Aanwijzing heeft vervolging geen prioriteit in het geval dat sprake is van niet bedrijfsmatige teelt van een geringe hoeveelheid voor eigen gebruik, indien de verdachte volwassen is. Prioriteit ligt bij de beroeps- of bedrijfsmatige teelt. Bij een hoeveelheid van 5 planten of minder wordt in beginsel aangenomen dat er geen sprake is van beroeps- of bedrijfsmatig handelen. Deze situatie wordt gelijk behandeld als de situatie waarin wordt geconstateerd dat sprake is van een geringe hoeveelheid, bestemd voor eigen gebruik.

In de woning van de verdachte zijn geen hennepplanten aangetroffen. Wel is in totaal 4,1 kilogram hennep gevonden. Bij deze hoeveelheid kan niet langer worden gesproken van 'een geringe hoeveelheid, bestemd voor eigen gebruik' waarop de Aanwijzing doelt. De conclusie is dan ook dat de verdachte meer hennep in bezit had dan op grond van de Aanwijzing wordt gedoogd. De vraag van hoeveel planten de hennep afkomstig was is volgens de Aanwijzing niet van belang.

Het openbaar ministerie heeft derhalve overeenkomstig de Aanwijzing gehandeld en is ontvankelijk in de vervolging."

2.4.

De ten tijde van het tenlastegelegde en bewezenverklaarde feit geldende en sinds de inwerkingtreding op hier niet van belang zijnde punten twee maal gewijzigde Aanwijzing Opiumwet van 2 november 2000, Stcrt. 2000, 250 (hierna: de Aanwijzing) dient aldus te worden uitgelegd dat - behoudens door het openbaar ministerie te stellen en aannemelijk te maken bijzondere omstandigheden en mits tijdig afstand is gedaan van het inbeslaggenomen plantenmateriaal - met een politiesepot wordt afgedaan de teelt van niet meer dan vijf hennepplanten, ongeacht de hoeveelheid of het gewicht van de met die teelt verkregen of te verkrijgen opbrengst van voor consumptie geschikte hennep of hennepproducten (vgl. HR 26 april 2011, ECLI:NL:HR:2011:BO4015, NJ 2012/63).

2.5.

In zijn hiervoor onder 2.3 weergegeven overwegingen heeft het Hof geoordeeld dat het Openbaar Ministerie ter zake van het onder 3 tenlastegelegde feit kan worden ontvangen in de vervolging van de verdachte, nu in de woning van de verdachte een hoeveelheid van 4,1 kilogram hennepresten is aangetroffen en mitsdien geen sprake was van een geringe hoeveelheid bestemd voor eigen gebruik zoals bedoeld in de Aanwijzing. Het Hof heeft voorts geoordeeld dat in dat verband niet ter zake doet "van hoeveel planten de hennep afkomstig is". Gelet op hetgeen hiervoor onder 2.4 is weergegeven en in aanmerking genomen de onder 2.2.3 weergegeven bewijsmiddelen waaruit het Hof niet heeft kunnen afleiden dat de aangetroffen hoeveelheid hennepresten afkomstig was van meer dan vijf hennepplanten, getuigt 's Hofs verwerping van genoemd verweer van een onjuiste rechtsopvatting.

2.6.

Het middel is gegrond.

3 Slotsom

Hetgeen hiervoor is overwogen brengt mee dat de bestreden uitspraak - voor zover aan het oordeel van de Hoge Raad onderworpen - niet in stand kan blijven en als volgt moet worden beslist.

4 Beslissing

De Hoge Raad:

vernietigt de bestreden uitspraak, voor zover aan zijn oordeel onderworpen;

wijst de zaak terug naar het Gerechtshof Amsterdam, opdat de zaak wat betreft het onder 3 tenlastegelegde en de strafoplegging op het bestaande hoger beroep opnieuw wordt berecht en afgedaan.

Dit arrest is gewezen door de vice-president W.A.M. van Schendel als voorzitter, en de raadsheren Y. Buruma en A.L.J. van Strien, in bijzijn van de waarnemend griffier L. Nuy, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 13 december 2016.