Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2016:283

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
19-02-2016
Datum publicatie
19-02-2016
Zaaknummer
15/04675
Rechtsgebieden
Belastingrecht
Bijzondere kenmerken
Cassatie
Inhoudsindicatie

HR verklaart het beroep in cassatie n-o.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

19 februari 2016

Nr. 15/04675

Arrest

gewezen op het beroep in cassatie van [X] te [Z] (hierna: belanghebbende) tegen de uitspraak van het Gerechtshof Den Haag van 28 augustus 2015, nrs. BK‑14/01004 en BK-14/01005, op het verzet van belanghebbende tegen de uitspraak van het Hof van 21 november 2014 betreffende een aan belanghebbende gegeven beschikking op grond van de Wet waardering onroerende zaken, alsmede de aan belanghebbende voor het jaar 2013 opgelegde aanslagen in de onroerendezaakbelastingen en in de afvalstoffenheffing.

1 Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep in cassatie

De griffier van de Hoge Raad heeft belanghebbende bij aangetekende brief van 20 november 2015, ter zake waarvan belanghebbende volgens de gegevens van Track&Trace van PostNL bericht heeft gekregen dat de brief op de afhaallocatie kon worden afgehaald, gewezen op de verschuldigdheid van griffierecht en voor de betaling een termijn van vier weken gesteld. Die brief is teruggezonden aan de Hoge Raad, omdat deze niet is afgehaald op de afhaallocatie. Vervolgens is het stuk bij gewone brief verzonden naar het door belanghebbende opgegeven adres. Het griffierecht is niet voldaan.

De griffier van de Hoge Raad heeft belanghebbende bij aangetekende brief van 21 december 2015, die volgens de gegevens van Track&Trace van PostNL is afgehaald op de afhaallocatie, in de gelegenheid gesteld mee te delen waarom het griffierecht niet tijdig is betaald. Belanghebbende heeft van deze gelegenheid geen gebruik gemaakt.

Het beroep in cassatie moet op grond van artikel 8:41, lid 6, Awb derhalve niet-ontvankelijk worden verklaard.

2 Proceskosten

De Hoge Raad acht geen termen aanwezig voor een veroordeling in de proceskosten.

3 Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie niet‑ontvankelijk.

Dit arrest is gewezen door de raadsheer C. Schaap als voorzitter, en de raadsheren Th. Groeneveld en M.E van Hilten, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier F. Treuren, en in het openbaar uitgesproken op 19 februari 2016.