Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2016:2728

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
02-12-2016
Datum publicatie
02-12-2016
Zaaknummer
16/04002
Formele relaties
In cassatie op: ECLI:NL:CRVB:2016:2190
Rechtsgebieden
Belastingrecht
Bijzondere kenmerken
Cassatie
Inhoudsindicatie

HR verklaart het beroep in cassatie n-o.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

2 december 2016

Nr. 16/04002

Arrest

gewezen op het beroep in cassatie van [X] te [Z], Marokko, domicilie gekozen hebbende te Utrecht (hierna: belanghebbende) tegen de uitspraak van de Centrale Raad van Beroep van 10 juni 2016, nr. 14/7146 ANW, betreffende een besluit van de Sociale verzekeringsbank ingevolge de Algemene nabestaandenwet.

1 Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep in cassatie

Blijkens een door de griffier op de uitspraak van de Centrale Raad van Beroep gestelde aantekening is een afschrift van die uitspraak aangetekend aan partijen verzonden op 14 juni 2016.

Blijkens een door de griffier van de Hoge Raad op het beroepschrift in cassatie gestelde aantekening is dit beroepschrift op 5 augustus 2016 ter griffie van de Hoge Raad binnengekomen.

Het beroepschrift in cassatie is derhalve niet ontvangen binnen de in artikel 6:7 Awb gestelde termijn van zes weken, die in het onderhavige geval eindigde op 26 juli 2016. Het is evenmin tijdig ingediend in de zin van artikel 6:9, lid 2, Awb.

De griffier van de Hoge Raad heeft belanghebbende bij brief van 16 september 2016 in de gelegenheid gesteld mee te delen waarom de beroepstermijn is overschreden. Hetgeen belanghebbende in haar brief van 21 september 2016 aanvoert, vormt geen grond voor het oordeel dat belanghebbende niet in verzuim is geweest.

Het beroep in cassatie moet op grond van artikel 8:41, lid 6, Awb derhalve niet-ontvankelijk worden verklaard.

2 Proceskosten

De Hoge Raad acht geen termen aanwezig voor een veroordeling in de proceskosten.

3 Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie niet‑ontvankelijk.

Dit arrest is gewezen door de raadsheer C. Schaap als voorzitter, en de raadsheren Th. Groeneveld en J. Wortel, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier F. Treuren, en in het openbaar uitgesproken op 2 december 2016.