Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2016:2654

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
22-11-2016
Datum publicatie
22-11-2016
Zaaknummer
15/00332
Formele relaties
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2016:1155
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Cassatie
Inhoudsindicatie

Jeugdzaak. Instellen beroep in cassatie door middel van (een volmacht in een bijlage bij) een e-mail. Art. 450 Sv. HR herhaalt relevante overwegingen uit ECLI:NL:HR:2009:BJ7810 omtrent de wijze van het instellen van het cassatieberoep. Een (kaal) e-mail bericht is niet aan te merken als een schriftelijke volmacht, ELCI:NL:HR:2015:3253. Maar: een, als bijlage bij een e-mail gevoegde, brief moet als een schriftelijke volmacht worden aangemerkt als deze voldoet aan de in ECLI:NL:HR:2009:BJ7810 gestelde eisen aan een dergelijke volmacht en deze e-mail met bijlage is verzonden naar een e-mail adres dat door het gerecht is aangewezen voor communicatie met de griffiemedewerkers inzake de aanwending van rechtsmiddelen in strafzaken. Indien een gerecht de mogelijkheid openstelt om d.m.v. een e-mail een rechtsmiddel te kunnen aanwenden, verdient het aanbeveling dat de medewerker van de griffie een uitdraai maakt van het e-mailbericht met vermelding van dag en uur van ontvangst alsmede van de bijlage bij dat e-mailbericht en dat hecht aan de akte instellen rechtsmiddel. Indien een gerecht die mogelijkheid niet wil bieden, kan dat voor het gerecht aanleiding zijn om de mogelijkheid van communicatie per e-mail met de griffiemedewerkers inzake de aanwending van rechtsmiddelen in strafzaken niet (langer) open te stellen. Opmerking verdient nog dat de Wet digitale processtukken Sv (Stb. 2016,90) zal voorzien in de mogelijkheid om een volmacht over te dragen m.b.v. een “elektronische voorziening” en dat art. 450 Sv zal worden aangepast. Het gerecht i.c. kent of kende de mogelijkheid om per e-mail te communiceren met griffiemedewerkers inzake de aanwending van rechtsmiddelen in strafzaken en de volmacht voldoet aan de eisen. I.c. heeft de griffiemedewerker verzuimd om dag en uur van ontvangst aan te tekenen, waarin de HR aanleiding vindt het beroep ontvankelijk te achten. De HR stelt de AG in de gelegenheid om alsnog inhoudelijk op de middelen in te gaan en houdt iedere verdere beslissing aan.

Wetsverwijzingen
Wetboek van Strafvordering
Wetboek van Strafvordering 450
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
SR-Updates.nl 2016-0421
SR-Updates.nl 2017-0016
RvdW 2016/1216
NJB 2016/2234
NJ 2017/119 met annotatie van Redactie, Prof. mr. B.F. Keulen
NBSTRAF 2017/4
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

22 november 2016

Strafkamer

nr. S 15/00332 J

KD/IV

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof Amsterdam van 24 december 2014, nummer 23/003549-14, in de strafzaak tegen:

[verdachte] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1995.

1 Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft J. Kuijper, advocaat te Amsterdam, bij schriftuur en aanvullende schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schrifturen zijn aan dit arrest gehecht en maken daarvan deel uit.

De Advocaat-Generaal E.J. Hofstee heeft geconcludeerd dat de verdachte niet-ontvankelijk zal worden verklaard in het beroep.

De raadsvrouwe heeft daarop schriftelijk gereageerd.

2 Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep

2.1.1.

Tot de aan de Hoge Raad gezonden stukken van het geding behoort een door de griffier van het Gerechtshof Amsterdam en de comparant ondertekende "Akte rechtsmiddel", inhoudende:

"Parketnummer: 23-003549-14

Op 16 januari 2015 kwam ter griffie van dit gerechtshof [betrokkene 1] , waarnemend griffier bij het Gerechtshof te Amsterdam, die daartoe gemachtigd blijkens de aan deze akte gehechte volmacht

naam [verdachte]

voornamen [...]

geboren [geboortedatum] 1995 te [geboorteplaats]

wonende [a-straat 1] , [plaats]

die verklaarde beroep in CASSATIE IN TE STELLEN tegen het arrest d.d. 24 december 2014,

alsmede tegen alle ter terechtzitting genomen tussenbeslissingen."

2.1.2.

Aan deze akte is gehecht een als bijlage bij een per e-mail verzonden brief, gericht aan het "Gerechtshof Amsterdam t.a.v. een van de medewerkers van de strafgriffie", inhoudende:

"Per e-mail: administratie.straf.hof.amsterdam@rechtspraak.nl

29 december 2014

Inzake: [verdachte] /OM

Betreft: Volmacht instellen cassatie

Parketnummer: 23-003549-14

Geachte heer of mevrouw,

Ondergetekende is door zijn cliënt (verdachte in bovenvermelde strafzaak), [verdachte] , bepaaldelijk gevolmachtigd tot het aantekenen van cassatie tegen de uitspraak van het gerechtshof te Amsterdam d.d. 24 december 2014.

Ik geef u hierbij bijzondere volmacht aan u in uw hoedanigheid van griffiemedewerker om namens cliënte cassatie in te stellen, daartoe akte op maken en deze namens cliënt te ondertekenen en de daaraan verbonden gerechtelijke mededelingen in ontvangst te nemen.

Deze mededelingen kunnen worden gezonden naar:

Coumans & Van Gaalen Strafrechtadvocaten

Ter attentie van mr. M.L. van Gaalen

Pieter Braaijweg 85

1114 AJ Amsterdam-Duivendrecht

Een afschrift van de door u opgemaakte akte verzoek ik u te faxen naar het faxnummer van ons kantoor zoals dat vermeld is op deze brief.

Gaarne verneem ik van u.

Hoogachtend,

M.L. van Gaalen ."

2.2.

Art. 450, eerste tot en met derde lid, Sv luidt, voor zover hier van belang:

"1. Het aanwenden van de rechtsmiddelen, bedoeld in artikel 449, kan ook geschieden door tussenkomst van:

a. een advocaat, indien deze verklaart daartoe door degene die het rechtsmiddel aanwendt, bepaaldelijk te zijn gevolmachtigd;

b. een vertegenwoordiger die daartoe persoonlijk, door degene die het rechtsmiddel aanwendt, bij bijzondere volmacht schriftelijk is gemachtigd.

2. Indien de overeenkomstig het eerste lid gemachtigde hoger beroep tegen de einduitspraak instelt, brengt de machtiging tevens mede dat de gemachtigde de oproeping van de verdachte voor de terechtzitting in hoger beroep in ontvangst neemt.

3. Aan een schriftelijke bijzondere volmacht, verleend aan een medewerker ter griffie, tot het voor de verdachte aanwenden van het rechtsmiddel wordt slechts gevolg gegeven indien de verdachte daarbij instemt met het door deze medewerker ter griffie van het gerecht waar het rechtsmiddel wordt ingesteld voor de verdachte aanstonds in ontvangst nemen van de oproeping. De verdachte geeft een adres op voor de ontvangst van een afschrift van de dagvaarding."

2.3.

In zijn arrest van 22 december 2009, ECLI:NL:HR:2009:BJ7810, NJ 2010/102, rov 3.5, heeft de Hoge Raad beslist dat een door de verdachte bepaaldelijk gevolmachtigde advocaat op de wijze van art. 450, derde lid, Sv beroep in cassatie kan instellen door middel van het verlenen van een daartoe strekkende schriftelijke bijzondere volmacht aan een griffiemedewerker. Een e-mailbericht is niet zo een schriftelijke volmacht (vgl. HR 10 november 2015, ECLI:NL:HR:2015:3253, NJ 2015/473).

Een als bijlage bij een e-mail gevoegde brief, inhoudende een schriftelijke volmacht waarmee een advocaat een griffiemedewerker machtigt om namens de verdachte een rechtsmiddel aan te wenden, moet echter wel als zo een schriftelijke volmacht worden aangemerkt, mits:

(i) het e-mailbericht, met bijlage, is verzonden naar een e-mailadres dat door het gerecht is aangewezen voor communicatie met de griffiemedewerkers inzake de aanwending van rechtsmiddelen in strafzaken en

(ii) de schriftelijke volmacht voldoet aan de in HR 22 december 2009, ECLI:NL:HR:2009:BJ7810, NJ 2010/102 geformuleerde eisen.

2.4.

In het onderhavige geval gaat het om een als bijlage bij een e-mail gevoegde brief, inhoudende een schriftelijke volmacht waarmee een advocaat een griffiemedewerker machtigt om namens de verdachte een rechtsmiddel aan te wenden, die voldoet aan de in voormeld arrest geformuleerde eisen, waarbij die e-mail is verzonden naar het e-mailadres dat door het gerecht is aangewezen voor communicatie met griffiemedewerkers inzake de aanwending van rechtsmiddelen in strafzaken. Zo een bijlage dient als een rechtsgeldige volmacht tot de instelling van een rechtsmiddel te worden beschouwd.

2.5.1.

De griffiemedewerker heeft verzuimd dag en uur van ontvangst op voormelde brief aan te tekenen. Daarin vindt de Hoge Raad aanleiding de verdachte ontvankelijk te achten in het cassatieberoep.

2.5.2.

Opmerking verdient dat in gevallen waarin het gerecht de mogelijkheid van communicatie per e-mail met de griffiemedewerkers inzake de aanwending van rechtsmiddelen in strafzaken heeft opengesteld het, teneinde onzekerheid te vermijden over het tijdstip waarop het rechtsmiddel is aangewend, aanbeveling verdient dat de medewerker van de griffie een uitdraai van het e-mailbericht, met vermelding van dag en uur van ontvangst, alsmede van de bijlage bij dat e-mailbericht hecht aan de akte instellen rechtsmiddel.

2.6.

Opmerking verdient voorts dat de Wet digitale processtukken Strafvordering (Stb. 2016, 90) zal voorzien in de mogelijkheid om een volmacht over te dragen met behulp van een "elektronische voorziening" als bedoeld in art. 450, vierde lid (nieuw), Sv. Deze bepaling luidt met ingang van de datum van inwerkingtreding van die wet:

"De volmacht, bedoeld in het derde lid, kan worden overgedragen met behulp van een bij algemene maatregel van bestuur aangewezen elektronische voorziening. De ontvangst van de volmacht wordt bevestigd. Als de dag en het tijdstip waarop de volmacht is ontvangen gelden de dag en het tijdstip van vastlegging van de volmacht in de aangewezen elektronische voorziening. De volmacht wordt bij de processtukken gevoegd. Bij algemene maatregel van bestuur worden nadere regels gesteld over het gebruik van de elektronische voorziening."

Indien door een gerecht daadwerkelijk de mogelijkheid is opengesteld door middel van de bovengenoemde elektronische voorziening een rechtsmiddel aan te wenden, kan dat voor dat gerecht aanleiding zijn om de mogelijkheid van communicatie per e-mail met de griffiemedewerkers inzake de aanwending van rechtsmiddelen in strafzaken niet (langer) open te stellen.

3 Slotsom

De Advocaat-Generaal heeft geconcludeerd dat de verdachte niet-ontvankelijk zal worden verklaard in het beroep en heeft zich niet uitgelaten over de voorgestelde middelen.

De Hoge Raad is van oordeel dat de Advocaat-Generaal daartoe alsnog in de gelegenheid behoort te worden gesteld. Met het oog daarop dient de zaak naar de rolzitting te worden verwezen.

4 Beslissing

De Hoge Raad:
verwijst de zaak naar de rolzitting van 6 december 2016;

houdt iedere verdere beslissing aan.

Dit arrest is gewezen door de vice-president W.A.M. van Schendel als voorzitter, en de raadsheren Y. Buruma en A.L.J. van Strien, in bijzijn van de griffier S.P. Bakker, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 22 november 2016.