Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2016:2601

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
18-11-2016
Datum publicatie
18-11-2016
Zaaknummer
13/05848
Formele relaties
In cassatie op : ECLI:NL:GHAMS:2013:3903, Bekrachtiging/bevestiging
Rechtsgebieden
Belastingrecht
Bijzondere kenmerken
Cassatie
Uitspraak na prejudiciële beslissing
Inhoudsindicatie

Douanerechten; posten 8471 en 8521 van de Gecombineerde Nomenclatuur; aantekening 3 op afdeling XVI van de GN; tariefindeling van apparaten waarop digitale video-, muziek- en fotobestanden kunnen worden opgeslagen en waarmee zonder tussenkomst van een computer bestanden op een televisie- of videomonitor kunnen worden weergegeven. Deze apparaten (screenplays) worden als videoweergaveapparaat ingedeeld in post 8521 van de GN. Voortzetting HvJ 14 juli 2016, Sprengen/Pakweg Douane B.V., C-97/15.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
NLF 2016/0726 met annotatie van Martijn Schippers
BNB 2017/16
FutD 2016-2809
NTFR 2016/2784
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

18 november 2016

nr. 13/05848bis

Arrest

gewezen op het beroep in cassatie van Sprengen/Pakweg Douane B.V. te [Z] (hierna: belanghebbende) tegen de uitspraak van het Gerechtshof Amsterdam van 24 oktober 2013, nr. 12/00115, na beantwoording van de door de Hoge Raad bij een arrest aan het Hof van Justitie van de Europese Unie gestelde vragen.

1 Geding in cassatie

Voor een overzicht van het geding in cassatie tot aan het door de Hoge Raad in dit geding gewezen arrest van 6 februari 2015, nr. 13/05848, ECLI:NL:HR:2015:221, BNB 2015/70, wordt verwezen naar dat arrest, waarbij de Hoge Raad aan het Hof van Justitie van de Europese Unie heeft verzocht een prejudiciële beslissing te geven over de in dat arrest geformuleerde vragen.

Bij arrest van 14 juli 2016, Sprengen/Pakweg Douane B.V., C-97/15, ECLI:EU:C:2016:556, heeft het Hof van Justitie, uitspraak doende op die vragen, voor recht verklaard:

“De gecombineerde nomenclatuur, opgenomen in bijlage I bij verordening (EEG) nr. 2658/87 van de Raad van 23 juli 1987 met betrekking tot de tarief- en statistieknomenclatuur en het gemeenschappelijk douanetarief, zoals achtereenvolgens gewijzigd bij verordening (EG) nr. 1549/2006 van de Commissie van 17 oktober 2006 en verordening (EG) nr. 1214/2007 van de Commissie van 20 september 2007, moet aldus worden uitgelegd dat apparaten als de screenplays die in het hoofdgeding aan de orde zijn, die zijn bedoeld voor ten eerste de opslag van multimediabestanden en ten tweede het weergeven ervan op een televisietoestel of een videomonitor, onder post 8521 van deze nomenclatuur vallen.”

Zowel belanghebbende als de Staatssecretaris heeft, daartoe in de gelegenheid gesteld, schriftelijk gereageerd op dit arrest.

2 Nadere beoordeling van de middelen

Uit het hiervoor onder 1 vermelde arrest van het Hof van Justitie van de Europese Unie volgt dat het Hof de screenplays terecht heeft ingedeeld in post 8521 90 00 van de Gecombineerde Nomenclatuur. De middelen falen derhalve.

3 Proceskosten

De Hoge Raad acht geen termen aanwezig voor een veroordeling in de proceskosten.

4 Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie ongegrond.

Dit arrest is gewezen door de vice-president J.A.C.A. Overgaauw als voorzitter, en de raadsheren D.G. van Vliet, E.N. Punt, P.M.F. van Loon en L.F. van Kalmthout, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier E. Cichowski, en in het openbaar uitgesproken op 18 november 2016.