Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2016:2577

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
11-11-2016
Datum publicatie
11-11-2016
Zaaknummer
15/04198
Formele relaties
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2016:873, Gevolgd
In cassatie op : ECLI:NL:GHARL:2015:5017, Bekrachtiging/bevestiging
Rechtsgebieden
Insolventierecht
Bijzondere kenmerken
Cassatie
Inhoudsindicatie

Faillissementsrecht. Vernietiging van faillietverklaring in hoger beroep. Zijn handelingen van curator na de vernietiging, maar voor de in art. 15 Fw vermelde aankondiging, verbindend voor de schuldenaar? Art. 13 lid 1 Fw. Terughoudendheid bij aanwending bevoegdheden door curator.

Wetsverwijzingen
Faillissementswet
Faillissementswet 13
Faillissementswet 15
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
AR 2016/3287
JWB 2016/399
NJB 2016/2121
RI 2017/4
RvdW 2016/1151
RAV 2017/13
NJ 2017/87 met annotatie van Redactie, F.M.J. Verstijlen
Ondernemingsrecht 2017/59 met annotatie van mr. A. Ourhris,
JOR 2017/52 met annotatie van mr. J.O. Bijloo
INS-Updates.nl 2016-0390
prof. mr. A.W. Jongbloed annotatie in UDH:TvCu/14066
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

11 november 2016

Eerste Kamer

15/04198

LZ/AR

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

in de zaak van:

[eiseres],
gevestigd te [vestigingsplaats],

EISERES tot cassatie,

advocaat: mr. H.J.W. Alt,

t e g e n

1. [verweerster 1],
gevestigd te [vestigingsplaats],

2. [verweerster 2],
gevestigd te [vestigingsplaats],

3. [verweerder 3],
wonende te [woonplaats],

4. [verweerder 4],
wonende te [woonplaats],

VERWEERDERS in cassatie,

niet verschenen.

Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [eiseres] en [verweerder] c.s.

1 Het geding in feitelijke instantie

Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:

a. het vonnis in de zaak C/08/163734/KG ZA 14-370 van de voorzieningenrechter in de rechtbank Overijssel van 21 november 2014;

b. het arrest in de zaak 200.161.046 van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 7 juli 2015.

Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.

2 Het geding in cassatie

Tegen het arrest van het hof heeft [eiseres] beroep in cassatie ingesteld.

De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

Tegen [verweerder] c.s. is verstek verleend.

De conclusie van de Advocaat-Generaal T. Hartlief strekt tot verwerping.

De advocaat van [eiseres] heeft bij brief van 16 september 2016 op die conclusie gereageerd.

3. Beoordeling van het middel

3.1

In cassatie kan van het volgende worden uitgegaan.

(i) [eiseres] is op 20 augustus 2014 failliet verklaard. Op 9 oktober 2014 is de faillietverklaring in hoger beroep vernietigd. Het tegen die vernietiging gerichte cassatieberoep is verworpen bij arrest van de Hoge Raad van 6 maart 2015 (ECLI:NL:HR:2015:530).

(ii) Op of omstreeks 22 november 2014, derhalve na vernietiging van de faillietverklaring, heeft de curator van [eiseres] zaken die in eigendom toebehoorden aan [eiseres], verkocht en geleverd aan een derde.

3.2.1

In dit kort geding vordert [eiseres] afgifte van de haar in eigendom toebehorende zaken.

3.2.2

De voorzieningenrechter heeft [eiseres] niet-ontvankelijk verklaard in haar vordering. Het hof heeft – voor zover in cassatie van belang - de vordering van [eiseres] afgewezen en daartoe overwogen als volgt:

″4.7 (...) Artikel 4 lid 5 Fw bepaalt dat het vonnis tot faillietverklaring bij voorraad op de minuut uitvoerbaar is niettegenstaande enige daartegen gerichte voorziening. Uitvoerbaar bij voorraad op de minuut houdt verband met de omstandigheid dat een faillissement, waardoor de schuldenaar het beheer en de beschikking over zijn vermogen verliest, meteen na de uitspraak werking behoort te hebben. De faillissementstoestand treedt met het uitspreken van het faillissement in en blijft ook bestaan na het instellen van een rechtsmiddel. Die rechtstoestand duurt voort totdat het vonnis van faillietverklaring is vernietigd en de uitspraak waarbij de faillietverklaring wordt vernietigd in kracht van gewijsde is gegaan(HR 22 oktober 1940, NJ 1941/431; Hof Leeuwarden 25 januari 1989, ECLI:NL:GHLEE:1989:AD0598 en Conclusie A-G 18 oktober 2013, CLI:NL:PHR:2013:985, onder 2.18).

4.8

Artikel 13 Fw bepaalt, voor zover hier van belang, dat, indien ten gevolge van verzet, hoger beroep of cassatie de faillietverklaring wordt vernietigd, handelingen van de curator, verricht vóór de vernietiging, geldig en verbindend voor de schuldenaar blijven. Nu de curator van [eiseres] de eigendommen van [eiseres] heeft verkocht en geleverd ná het arrest, waarbij het vonnis van faillietverklaring is vernietigd, maar vóór het in kracht van gewijsde gaan van dit arrest, is de vraag of [eiseres] daaraan is gebonden. Het hof is voorshands van oordeel dat dit het geval is. Hierbij wordt het stelsel van de Faillissementswet in acht genomen, evenals het belang van de rechtszekerheid en het belang te voorkomen dat na een eventuele vernietiging van het arrest, waarbij het vonnis van faillietverklaring is vernietigd, schuldeisers het nakijken hebben. Het woord “niettemin” in artikel 13 Fw duidt er naar het oordeel van het hof eveneens op dat handelingen die zijn verricht tijdens de faillissementstoestand als rechtsgeldig moeten worden aangemerkt ook al is het vonnis van faillietverklaring vernietigd en blijkt achteraf dat er geen faillissement was.″

3.3.1

Onderdeel 2.1 klaagt, zakelijk weergegeven, dat het hof heeft miskend dat de vernietiging van het faillissement in hoger beroep onmiddellijke werking heeft zodat de faillissementstoestand daarmee onmiddellijk wordt opgeheven om slechts te herleven indien en voor zover een rechtsmiddel daartegen slaagt.

3.3.2

De klacht faalt. Het oordeel van het hof strookt met de regel van art. 13 Fw dat handelingen van de curator die zijn verricht na vernietiging van het vonnis tot faillietverklaring, maar vóór of op de dag waarop aan het voorschrift tot aankondiging overeenkomstig art. 15 Fw is voldaan, voor de schuldenaar geldig en verbindend blijven (vgl. HR 22 oktober 1940, NJ 1941/431).

3.4

Opmerking verdient dat van een curator mag worden verwacht dat hij terughoudend gebruikmaakt van zijn bevoegdheden in een situatie als de onderhavige, waarin het vonnis tot faillietverklaring is vernietigd, maar deze vernietiging nog niet onherroepelijk is geworden (vgl. de parlementaire geschiedenis zoals vermeld in de conclusie van de Advocaat-Generaal onder 4.12). Uitoefening van een bevoegdheid met onomkeerbare gevolgen dient in beginsel te worden beperkt tot gevallen waarin deze in het belang is van de boedel en uitstel in de gegeven omstandigheden, gelet op alle betrokken belangen, niet kan worden geduld, zoals wanneer deze uitoefening noodzakelijk is voor de voortzetting van de onderneming van de schuldenaar.

3.5

De overige klachten van het middel kunnen evenmin tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO, geen nadere motivering nu die klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4 Beslissing

De Hoge Raad:

verwerpt het beroep;

Veroordeelt [eiseres] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verweerder] c.s. begroot op nihil.

Dit arrest is gewezen door de vice-president F.B. Bakels als voorzitter en de raadsheren A.H.T. Heisterkamp, M.V. Polak, C.E. du Perron en M.J. Kroeze, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer G. de Groot op 11 november 2016.