Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2016:2530

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
08-11-2016
Datum publicatie
09-11-2016
Zaaknummer
15/01778
Formele relaties
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2016:1088, Gevolgd
In cassatie op : ECLI:NL:GHAMS:2015:1825, (Gedeeltelijke) vernietiging met terugwijzen
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Cassatie
Inhoudsindicatie

Bewijsmotiveringsklachten. 1. tezamen en in vereniging plegen van bedreiging. 2. Schuldheling auto. Ad 1. Het Hof heeft zijn oordeel dat verdachte tezamen en in vereniging met een ander de tlgd. bedreiging heeft gepleegd i.h.b. gebaseerd op de overweging dat verdachte “de schutter” was. Dit oordeel is echter niet begrijpelijk. Ad 2. Uit de bewijsvoering kan niet z.m. worden afgeleid dat verdachte t.t.v. het voorhanden krijgen van de auto in die mate is tekortgeschoten in zijn onderzoeksplicht dat hij met de voor schuldheling vereiste aanmerkelijke onvoorzichtigheid heeft gehandeld. De bewezenverklaring is niet naar de eis der wet met redenen omkleed.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
RvdW 2016/1171
SR-Updates.nl 2016-0430
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

8 november 2016

Strafkamer

nr. S 15/01778

CB/MD

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof Amsterdam van 7 april 2015, nummer 23/003973-14, in de strafzaak tegen:

[verdachte] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1990.

1 Geding in cassatie

Het beroep – dat blijkens de aan de cassatieakte gehechte volmacht niet is gericht tegen de vrijspraak van het onder 2 primair tenlastegelegde – is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft W.H. Jebbink, advocaat te Amsterdam, bij schriftuur en aanvullende schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schrifturen zijn aan dit arrest gehecht en maken daarvan deel uit.

De Advocaat-Generaal A.E. Harteveld heeft geconcludeerd tot vernietiging van de bestreden uitspraak, doch uitsluitend wat betreft de beslissingen ten aanzien van het onder 1 en 2 subsidiair tenlastegelegde en de strafoplegging, tot terugwijzing van de zaak naar het Gerechtshof Amsterdam, teneinde in zoverre opnieuw te worden berecht en afgedaan, en tot verwerping van het beroep voor het overige.

2 Bewezenverklaring en bewijsvoering

2.1.

Ten laste van de verdachte is overeenkomstig het onder 1 en 2 subsidiair tenlastegelegde bewezenverklaard:

"1:

hij op 25 december 2012 te Amsterdam tezamen en in vereniging met een ander onbekend gebleven omstanders heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, immers hebben verdachte en zijn mededader opzettelijk dreigend een vuurwapen ter hand genomen en vervolgens in de directe nabijheid van voornoemde omstanders met voornoemd vuurwapen patronen in de lucht afgevuurd.

2 subsidiair:

hij op 25 december 2012 te Amsterdam een personenauto (merk Audi, type RS4, gekentekend [AA-00-BB] , Chassisnummer [001] ) voorhanden heeft gehad, terwijl hij ten tijde van het voorhanden krijgen redelijkerwijs had moeten vermoeden, dat het een door misdrijf verkregen goed betrof."

2.2.

Deze bewezenverklaringen steunen op de volgende bewijsmiddelen:

"Ten aanzien van het onder 1, 2 subsidiair (...) ten laste gelegde

1. Een proces-verbaal van verhoor getuige met nummer 2012328963-11 van 25 december 2012, in de wettelijke vorm opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaar [verbalisant 1] , doorgenummerde pagina 46 e.v.

Dit proces-verbaal houdt onder meer in als verklaring van getuige [getuige] , zakelijk weergegeven:

Ik was op 25 december 2012 omstreeks 04:20 uur met mijn auto op de kruising van de Rhoneweg met de Mekongweg te Amsterdam. Ik zag dat een grijze Audi stationcar met kenteken [CC-00-DD] met hoge snelheid aan kwam rijden, ik zag dat er twee mannen uit de Audi sprongen en in de richting van de kruising van de Rhoneweg met de Mekongweg renden. Ik zag dat de bijrijder een bivakmuts droeg. Ik zag dat de bestuurder van de Audi een wapen in zijn hand had en daar zeker drie maal maar mogelijk vier keer mee in de lucht schoot. Nadat hij geschoten had renden beide mannen terug naar de Audi en sprongen daar in. Ik zag dat zij daarop met hoge snelheid wegreden.

2. Een proces-verbaal van bevindingen met nummer 2012328963-25 van 25 december 2012, in de wettelijke vorm opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaren [verbalisant 2] en [verbalisant 3] , doorgenummerde pagina 34.

Dit proces-verbaal houdt onder meer in als verklaring van voornoemde verbalisanten, zakelijk weergegeven:

Op 25 december 2012 bevonden wij ons op de Mekongweg. Ter plaatste hebben wij een onderzoek ingesteld en zagen wij op de geasfalteerde rijbaan van de Mekongweg drie koperkleurige hulzen liggen. Wij zagen dat er op de onderzijde van een (1) huls stond: 'Luger 9 mm Win'. Op de andere twee hulzen zagen wij aan de onderzijde de tekst: 'Luger 9mm Lupua'.

3. Een proces-verbaal van bevindingen met nummer 2012328963-5 van 25 december 2012, in de wettelijke vorm opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaren [verbalisant 4] en [verbalisant 5] , doorgenummerde pagina 21 e.v.

Dit proces-verbaal houdt onder meer in als verklaring van voornoemde verbalisanten, zakelijk weergegeven:

Op 25 december 2012 omstreeks 04.21 uur arriveerden wij op de A8 rechts, bij hectometerpaal 1.6. Wij zagen dat een grijze Audi RS4 Avant, voorzien van het kenteken [CC-00-DD] op de rijstroken 1 en 2 stilstond. Uit de controle van het kentekenregister bleek dat voornoemde Audi als gestolen gesignaleerd stond.

4. Een proces-verbaal van bevindingen met nummer 2012328963-57 van 28 december 2012, in de wettelijke vorm opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaar [verbalisant 6] , doorgenummerde pagina 185 e.v.

Dit proces-verbaal houdt onder meer in, als verklaring van verbalisant voornoemd [verbalisant 7] , zakelijk weergegeven:

Desgevraagd verklaarde [verbalisant 7] het volgende:

Ik reed op 25 december 2012 tussen 4:00 en 5:00 uur op de snelweg komende uit de richting van Amsterdam en gaande in de richting van Zaandam. In de buurt van de Coentunnel werden wij ingehaald door een grijskleurige Audi die wel ongeveer 180 tot 200 km/u reed. Na een aantal seconden kwam ik op de A8 om en nabij hectometerpaal 1.6. Daar zag ik dezelfde grijskleurige Audi onbemand op het midden van de rijbaan stilstond. Honderd meter verderop zag ik drie mensen wegrennen langs de geluidswallen van de autosnelweg, vanuit de kant van de grijskleurige Audi in de richting van Oostzaan.

5. Een proces-verbaal van bevindingen met nummer 2012084216-5 van 25 december 2012, in de wettelijke vorm opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaren [verbalisant 8] en [verbalisant 9] , doorgenummerde pagina 25 e.v.

Dit proces-verbaal houdt onder meer in als verklaring van voornoemde verbalisanten, zakelijk weergegeven:

Op 25 december 2012 omstreeks 05.07 uur reden wij de Ambacht in Oostzaan op. Wij zochten met een warmtebeeldcamera de omgeving af. Wij zagen twee personen onder een vrachtwagen liggen, die beiden zijn aangehouden.

6. Een proces-verbaal van aanhouding met nummer 2012084216-7 van 25 december 2012 in de wettelijke vorm opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaren [verbalisant 9] en [verbalisant 8] , doorgenummerde pagina 1 e.v.

Dit proces-verbaal houdt onder meer in als verklaring van verbalisanten voornoemd, zakelijk weergegeven:

Op 25 december 2012 te 05.12 uur hielden wij [verdachte] aan op de locatie Ambacht te Oostzaan.

7. Een proces-verbaal van bevindingen met nummer 2012084216-18 van 25 december 2012, in de wettelijke vorm opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaar [verbalisant 10] , doorgenummerde pagina 32.

Dit proces-verbaal houdt onder meer in als verklaring van voornoemde verbalisant, zakelijk weergegeven:

Bij het insluiten van verdachte [verdachte] heb ik de verdachte zijn kleding uit laten trekken. Wij hebben de kleding in een plastic sealbag gedaan. Nadat alle vijf de kledingstukken in aparte zakken zaten en er geen kledingstukken meer in de sealbag zaten, zag ik een 9mm patroon in de sealbag zitten.

8. Een proces-verbaal van bevindingen met nummer 2012084216-24 van 28 december 2012, in de wettelijke vorm opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaren [verbalisant 11] en [verbalisant 12] , doorgenummerde pagina 188 e.v.

Dit proces-verbaal houdt onder meer in als verklaring van voornoemde verbalisanten, zakelijk weergegeven:

Op vrijdag 28 december 2012 waren wij ter plaatste bij het Ambacht 4 te Oostzaan. Wij zagen een zwartkleurig vuurwapen op de grond liggen achter de vuilcontainer. Het door ons aangetroffen wapen is overgedragen aan collega [verbalisant 13] (de rechtbank leest: [verbalisant 13] ).

9. Een geschrift, te weten een Kennisgeving van inbeslagneming van een vuurwapen, pistool, merk Beretta Metro 9000s, Sinnummer AAFM4853NL . Plaats van inbeslagneming: industriegebied Oostzaan.

10. Een proces-verbaal van sporenonderzoek met nummer 2012328963-7 van 8 januari 2013, in de wettelijke vorm opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaren [verbalisant 14] , [verbalisant 13] en [verbalisant 15] , ongenummerde pagina.

Dit proces-verbaal houdt onder meer in als verklaring van voornoemde verbalisanten, zakelijk weergegeven:

Het te onderzoeken voertuig betrof een Audi, type RS4 voorzien van kentekenplaat [CC-00-DD] . Wij zagen op het zitvlak van de bestuurdersstoel een huls liggen. Wij zagen op de bodemstempel van deze huls de volgende tekst: '9MM Luger WIN'.

11. Een verslag van het Nederlands Forensisch Instituut, d.d. 25 februari 2013 betreffende een wapen- en munitieonderzoek naar aanleiding van een schietincident in Amsterdam op 25 december 2012, nummer 2013.02.01.040, opgemaakt door W. Kerkhoff op de door hem als vast gerechtelijk deskundige afgelegde belofte.

Dit verslag houdt onder meer in als verklaring van voornoemde deskundige, zakelijk weergegeven:

Overzicht te onderzoeken materiaal

AAFM4839NL Huls vanaf zitting Audi

AAFM4854NL Huls uit kamer Beretta

AAFM4668NL Patroon uit zak [verdachte]

AAFM4855NL 3 patronen uit patroonmagazijn Beretta

AAFR5383NL Huls vanaf PD

AAFM4853NL Pistool, Beretta

AAFM4669NL Huls vanaf PD

AAFM4670NL Huls vanaf PD

Voor de vijf hulzen [AAFM4839NL, AAMF4854NL, AAFR5383NL, AAFM4669NL en AAFM4670NL] en het pistool [AAFM4853NL] zijn de volgende hypothesen beschouwd:

Hypothese 1: De hulzen zijn verschoten met het pistool.

Hypothese 2: De hulzen zijn verschoten met één of meerdere andere vuurwapens van hetzelfde kaliber en met dezelfde systeemkenmerken als het pistool.

De bevindingen van het vergelijkend hulsonderzoek zijn zeer veel waarschijnlijker wanneer hypothese 1 juist is, dan wanneer hypothese 2 juist is.

Voor de patroon [AAFM4668NL] en het pistool [AAFM4853NL] zijn de volgende Hypothesen beschouwd:

Hypothese 3: De patroon is ten minste één maal doorgeladen geweest in het pistool

Hypothese 4: De patroon is nooit doorgeladen geweest in het pistool, maa[r] in één of meer andere pistolen van hetzelfde kaliber.

De bevindingen van het vergelijkend hulsonderzoek zijn waarschijnlijker wanneer hypothese 3 juist is, dan wanneer hypothese 4 juist is.

Ten aanzien van het onder 2 subsidiair ten laste gelegde

12. Een geschrift, te weten een niet ondertekende uitdraai van een proces-verbaal van aangifte met nummer 2012128017-1 van 28 augustus 2012, in de wettelijke vorm opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaar [verbalisant 16] , doorgenummerde pagina 11 e.v.

Dit proces-verbaal houdt onder meer in als verklaring van aangever [betrokkene] , zakelijk weergegeven:

Tussen maandag 27 augustus 2012 te 23:00 uur en dinsdag 28 augustus 2012 te 02:57 uur werd op de [a-straat 1] Bodegraven het feit gepleegd. Ik ben namens de benadeelde gerechtigd tot het doen van aangifte. Ik wens aangifte te doen van diefstal van mijn motorvoertuig, een antraciet grijze Audi RS4 Quattro voorzien van het kenteken [AA-00-BB] . Mijn vrouw heeft op maandag 27 augustus 2012 omstreeks 17:15 uur het voertuig onbeschadigd geparkeerd op onze oprit voor onze woning. Ze heeft het voertuig afgesloten en het autoalarm erop gezet. Ik werd wakker en hoorde het geluid van het autoalarm. Ik keek vervolgens door het raam van de slaapkamer aan de voorzijde van de woning. Ik hoorde en zag dat de auto startte en ik zag hem wegrijden van de oprit.

13. Een proces-verbaal van bevindingen met nummer 2012328963-53 van 27 december 2012 in de wettelijke vorm opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaar [verbalisant 17] , doorgenummerde pagina 182.

Dit proces-verbaal houdt onder meer in als verklaring van voornoemde verbalisant, zakelijk weergegeven:

Er is een voertuig aangetroffen voorzien van het kenteken [CC-00-DD] met VIN nummer [001] . De kentekenplaten en het chassisnummer horen volgens de gegevens uit het RDW niet bij elkaar. RDW geeft de volgende combinaties aan:

[CC-00-DD] <-> [002]

[AA-00-BB] <-> [001] ."

2.3.

Het Hof heeft ten aanzien van de bewezenverklaringen voorts het volgende overwogen:

"De raadsman van de verdachte heeft in hoger beroep vrijspraak bepleit van het aan de verdachte ten laste gelegde onder 1, 2 primair en subsidiair (...)

- kort samengevat - bij gebreke van wettig en overtuigend bewijs, zoals weergegeven in de ter terechtzitting overgelegde pleitnota.

Het hof verenigt zich grotendeels met hetgeen de rechtbank in haar vonnis onder 4.3.2. heeft overwogen en neemt daarbij het volgende over.

Op 25 december 2012 krijgt de politie een melding van een eenzijdig ongeluk met een Audi RS4 op de A8 ter hoogte van hectometerpaal 1.6. Aldaar treffen zij een Audi RS4 onbemand aan. Een getuige verklaart dat hij drie inzittenden uit de aangetroffen auto heeft zien wegrennen en dat hij door diezelfde auto vlak daarvoor op de A10 nabij de Coentunnel met een snelheid van 180 à 200 km/u is ingehaald. Kort op deze melding krijgt de politie een melding van een schietpartij bij uitgaansgelegenheid The Sand. Een getuige ter plaatse heeft verklaard dat hij een Audi RS4 hard aan zag komen rijden. Twee mannen stapten vervolgens uit de Audi RS4, waaronder één, de bijrijder, met een bivakmuts. De bestuurder had een vuurwapen bij zich en schoot daarmee meerdere malen in de lucht. Beide mannen zijn weer in de Audi RS4 gestapt en weggereden. Het kenteken van de Audi RS4 bij The Sand blijkt overeen te komen met het kenteken van de Audi RS4 bij voornoemd ongeluk. Het is mogelijk de afstand tussen The Sand en hectometerpaal 1.6 op de A8 te overbruggen tussen de tijdstippen van de meldingen van de schietpartij en het eenzijdig ongeluk. Het hof ziet zich voor de vraag gesteld of de verdachte één van de mannen in de Audi RS4 is geweest.

De verdachte wordt op 25 december 2012 samen met de medeverdachte kort na het ongeluk in de nabije omgeving van de plaats van het ongeluk aangetroffen onder een vrachtwagen. De verdachte en zijn medeverdachte worden ter plekke aangehouden. Bij het insluiten van de verdachte heeft hij zijn kleding uit moeten trekken, waarna die kleding in een plastic sealbag is gedaan. Nadien is in die sealbag, naast de kleding van de verdachte, ook een 9 mm patroon aangetroffen. Voorts zijn er bij uitgaansgelegenheid The Sand en in de Audi RS4 op de bestuurdersstoel hulzen aangetroffen. Enkele dagen na het ongeluk en de schietpartij wordt er in de directe omgeving van de plaats van aanhouding van de verdachte een vuurwapen aangetroffen.

Bij onderzoek van de hulzen door het NFI zijn daarop sporen aangetroffen die als zeer kenmerkend voor het gevonden vuurwapen zijn beoordeeld, terwijl het nagenoeg is uitgesloten dat de bevonden mate van overeenkomst wordt waargenomen als de hulzen met een ander vuurwapen zouden zijn verschoten. Volgens het NFI zijn deze bevindingen dan ook zeer veel waarschijnlijker wanneer de hulzen met het gevonden vuurwapen zijn verschoten dan wanneer zij met een ander vuurwapen zijn verschoten. Bij vergelijking van sporen op de bij de kleding van verdachte aangetroffen patroon met die op een in het gevonden vuurwapen doorgeladen proefpatroon komt het NFI tot de slotsom dat de daarbij waargenomen bevindingen waarschijnlijker zijn wanneer de gevonden patroon ten minste één maal doorgeladen is geweest in het gevonden vuurwapen, dan wanneer die patroon nooit in het gevonden vuurwapen maar wel in een ander vuurwapen is doorgeladen.

Gelet op het voorgaande, in onderling verband en samenhang bezien, is het hof van oordeel dat de verdachte de bestuurder van de Audi RS4, de schutter, is geweest. De omstandigheid dat er getuigen zijn die de kleding en het uiterlijk van degenen die zij uit de Audi zagen komen (summier, maar) anders hebben beschreven dan de kleding en het uiterlijk van de verdachte was toen hij werd aangetroffen, doet aan de aanwezigheid van de patroon in de kleding van de verdachte en het wapen waarmee die avond bij The Sand is geschoten in zijn directe nabijheid niet af. Het verweer met betrekking tot die getuigenverklaringen wordt dan ook verworpen.

Voorts is het hof van oordeel dat ook het onder 2 subsidiair ten laste gelegde bewezen kan worden verklaard. Gelet op de bewijsmiddelen en al hetgeen hiervoor is overwogen, staat vast dat verdachte, als bestuurder, in de Audi RS4 met kenteken [AA-00-BB] heeft gezeten. Door een getuige is gezien dat daarnaast nog tenminste twee andere personen in de auto hebben gezeten. Verdachte heeft ondanks zijn jeugdige leeftijd en het feit dat hij geen inkomen heeft, de Audi RS4 voorhanden gehad nu hij hem zelf heeft bestuurd. Het voorhanden hebben van een dusdanig dure auto zonder inkomen is zo opmerkelijk, dat daaromtrent van verdachte een nadere verklaring of uitleg mag worden verwacht. Nu van noch verdachte, noch van de andere zich in de auto bevindende personen hieromtrent een verklaring is verkregen, is het hof, anders dan de rechtbank, van oordeel dat de verdachte niet wist, maar wel redelijkerwijs had moeten vermoeden dat de Audi RS4 van misdrijf afkomstig was.

Tot slot is het hof van oordeel dat er ten aanzien van het onder 1 ten laste gelegde sprake is geweest van medeplegen. De omstandigheden dat verdachte samen met de bijrijder vlak voor de schietpartij uit de auto is gesprongen, dat die bijrijder een gezichtsbedekkende bivakmuts droeg, zij samen richting de kruising van de Rhôneweg en de Mekongweg, alwaar The Sand is gevestigd, zijn gerend, waarna is geschoten en zij vervolgens samen zijn vertrokken in de Audi, de daders na het ongeluk samen wegvluchtten en dat de daders samen werden aangehouden wijzen, naar het oordeel van het hof, op een nauwe en bewuste samenwerking."

3 Beoordeling van het bij schriftuur voorgestelde middel

Het middel kan niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81, eerste lid, RO, geen nadere motivering nu het middel niet noopt tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4 Beoordeling van het bij aanvullende schriftuur voorgestelde eerste middel

4.1.

Het middel komt op tegen de bewezenverklaring van het onder 1 tenlastegelegde en klaagt onder meer over 's Hofs vaststelling dat de verdachte "de schutter is geweest".

4.2.

Het Hof heeft zijn oordeel dat de verdachte tezamen en in vereniging met een ander de onder 1 tenlastegelegde bedreiging heeft gepleegd in het bijzonder gebaseerd op de overweging dat de verdachte "de schutter" was. Op de gronden als vermeld in de conclusie van de Advocaat-Generaal onder 5.9 is dit oordeel niet begrijpelijk.

4.3.

Voor zover het middel daarover klaagt, is het terecht voorgesteld.

5 Beoordeling van het bij aanvullende schriftuur voorgestelde tweede middel

5.1.

Het middel klaagt over de motivering van de bewezenverklaring van het onder 2 subsidiair tenlastegelegde, voor zover inhoudende dat de verdachte "redelijkerwijs had moeten vermoeden dat het een door misdrijf verkregen goed betrof".

5.2.

In aanmerking genomen dat uit de bewijsvoering niet zonder meer kan worden afgeleid dat de verdachte ten tijde van het voorhanden krijgen van de auto in die mate is tekortgeschoten in zijn onderzoeksplicht dat hij met de voor schuldheling vereiste aanmerkelijke onvoorzichtigheid heeft gehandeld, is de bewezenverklaring niet naar de eis der wet met redenen omkleed.

5.3.

Het middel is terecht voorgesteld.

6 Slotsom

Nu de Hoge Raad geen grond aanwezig oordeelt waarop de bestreden uitspraak - voor zover aan zijn oordeel onderworpen - ambtshalve zou behoren te worden vernietigd, brengt hetgeen hiervoor is overwogen mee dat het bij aanvullende schriftuur voorgestelde eerste middel voor het overige geen bespreking behoeft en als volgt moet worden beslist.

7 Beslissing

De Hoge Raad:

vernietigt de bestreden uitspraak – voor zover aan zijn oordeel onderworpen – maar uitsluitend wat betreft de beslissingen ter zake van het onder 1 en 2 subsidiair tenlastegelegde en de strafoplegging;

wijst de zaak terug naar het Gerechtshof Amsterdam, opdat de zaak in zoverre op het bestaande hoger beroep opnieuw wordt berecht en afgedaan;

verwerpt het beroep voor het overige.

Dit arrest is gewezen door de vice-president W.A.M. van Schendel als voorzitter, en de raadsheren Y. Buruma en A.L.J. van Strien, in bijzijn van de waarnemend griffier L. Nuy, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 8 november 2016.