Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2016:2494

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
04-11-2016
Datum publicatie
04-11-2016
Zaaknummer
14/05469
Formele relaties
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2015:2513, Contrair
In cassatie op : ECLI:NL:GHAMS:2014:4017, Bekrachtiging/bevestiging
Rechtsgebieden
Belastingrecht
Bijzondere kenmerken
Cassatie
Inhoudsindicatie

Douanerechten; posten 8528 71 11 en 8528 71 19 van de GN; tariefindeling van videotuners met USB interface of ExpressCard interface waarmee zij kunnen worden aangesloten op een personal computer; geen sprake van “elektronische assemblages voor inbouw in een automatische gegevensverwerkende machine”. Het steken van een USB interface of ExpressCard interface in een USB-poort of ExpressCard slot is geen ‘inbouw’.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
NLF 2016/0890 met annotatie van Raoul Ramautarsing
BNB 2016/240
FutD 2016-2672
NTFR 2016/2783 met annotatie van mr. G. van Dam
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

4 november 2016

nr. 14/05469

Arrest

gewezen op het beroep in cassatie van [X2] B.V. te [Z] (hierna: belanghebbende) tegen de uitspraak van het Gerechtshof Amsterdam van 25 september 2014, nr. 13/00213, op het hoger beroep van belanghebbende tegen een uitspraak van de Rechtbank Noord-Holland (nr. AWB 12/721) betreffende de aan belanghebbende uitgereikte uitnodigingen tot betaling van douanerechten en omzetbelasting. De uitspraak van het Hof is aan dit arrest gehecht.

1 Geding in cassatie

Belanghebbende heeft tegen ’s Hofs uitspraak beroep in cassatie ingesteld. Het beroepschrift in cassatie is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De Staatssecretaris van Financiën heeft een verweerschrift ingediend.

Belanghebbende heeft een conclusie van repliek ingediend.

De Advocaat-Generaal C.M. Ettema heeft op 18 december 2015 geconcludeerd tot het gegrond verklaren van het beroep in cassatie (ECLI:NL:PHR:2015:2513).

Belanghebbende heeft schriftelijk op de conclusie gereageerd.

2 Beoordeling van het middel

2.1.

In cassatie kan van het volgende worden uitgegaan.

2.1.1.

In de periode van 3 april 2008 tot en met 22 mei 2008 heeft belanghebbende in opdracht van [B] B.V. (hierna: [B]) op eigen naam en voor eigen rekening negen maal aangifte gedaan voor het in het vrije verkeer brengen van zogenoemde videotuners (hierna: de videotuners). De videotuners zijn voorzien van een aansluiting voor een tv-antenne of een tv-kabel, zodat een analoog en/of digitaal televisiesignaal kan worden ontvangen. De videotuners maken het mogelijk de ontvangen signalen door te geven aan een personal computer die deze met behulp van speciale software omzet in beeld en geluid zodat televisieprogramma’s en films kunnen worden bekeken.

De videotuners kunnen worden onderscheiden in de volgende typen:

- [type 1] en [type 2], voorzien van een zogenoemde universal serial bus (hierna: USB) interface ten behoeve van de aansluiting op een personal computer;

- [type 3], voorzien van een zogenoemde ExpressCard interface ten behoeve van de aansluiting op een personal computer.

De videotuners zijn bij de invoer verpakt in een doosje, waarin zich ook een afstandsbediening, aansluitmateriaal en een cd-rom met installatiesoftware bevinden.

2.1.2.

De videotuners worden op een personal computer aangesloten door deze aan de buitenzijde daarvan in een - in die personal computer ingebouwde – USB-poort respectievelijk ExpressCard slot (sleuf) te steken. Nadat de bijbehorende software op de personal computer is geïnstalleerd, is het mogelijk op die computer tv-programma’s en films te bekijken.

2.1.3.

Belanghebbende heeft de videotuners aangegeven onder vermelding van postonderverdeling 8473 30 80 van de Gecombineerde Nomenclatuur (hierna: de GN). In deze postonderverdeling worden ingedeeld “andere delen en toebehoren van de machines bedoeld bij post 8471”, met een tarief van douanerechten van 0 percent.

2.1.4.

De Inspecteur heeft bij [B] een onderzoek ingesteld naar de juistheid van de tariefpost die in de hiervoor in 2.1.1 bedoelde aangiften voor de videotuners is opgegeven. Naar aanleiding van de resultaten van dit onderzoek heeft de Inspecteur zich op het standpunt gesteld dat de videotuners in postonderverdeling 8528 71 19 van de GN moeten worden ingedeeld als “andere videotuners”. Het tarief van douanerechten bij deze postonderverdeling was 14 percent. De Inspecteur heeft de zijns inziens méér verschuldigde douanerechten en de in verband met die verschuldigdheid méér verschuldigde omzetbelasting bij de in geding zijnde uitnodigingen tot betaling van belanghebbende nagevorderd.

2.2.1.

Voor het Hof was in geschil de tariefindeling van de videotuners, waarbij het geschil zich toespitste op de vraag of de videotuners in postonderverdeling 8528 71 11 van de GN dan wel in postonderverdeling 8528 71 19 van de GN moeten worden ingedeeld. In postonderverdeling 8528 71 11 worden ingedeeld “elektronische assemblages voor inbouw in een automatische gegevensverwerkende machine”. Het tarief van douanerechten bij deze postonderverdeling was 0 percent.

2.2.2.

Het Hof heeft geoordeeld dat de videotuners niet in postonderverdeling 8528 71 11 van de GN kunnen worden ingedeeld. Daartoe heeft het Hof geoordeeld dat de videotuners worden aangesloten op een personal computer via een USB-poort of via een ExpressCard slot en dat een dergelijke koppeling geen “inbouw in een automatische gegevensverwerkende machine” in de zin van deze postonderverdeling vormt. Bij dit oordeel heeft het Hof van doorslaggevend belang geacht dat de videotuners op ieder moment, zonder enige moeite en zonder dat enige technische kennis of handeling is vereist, kunnen worden aangekoppeld dan wel losgekoppeld, en dat de behuizing van de videotuners bescherming biedt tijdens het (wisselende) gebruik en transport. De videotuners moeten naar het oordeel van het Hof in postonderverdeling 8528 71 19 van de GN worden ingedeeld.

2.3.

Het middel richt zich tegen het hiervoor in 2.2.2 weergegeven oordeel van het Hof. Het middel voert aan, mede onder verwijzing naar Verordening (EG) nr. 2564/95 van de Commissie van 27 oktober 1995, Pb L 262, blz. 25, zoals gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 936/1999 van de Commissie van 27 april 1999 (hierna: de indelingsverordening) en naar de Information Technology Agreement van 13 december 1996, dat het Hof ten onrechte, althans op gronden die dat oordeel niet kunnen dragen, heeft geoordeeld dat postonderverdeling 8528 71 11 van de GN aldus moet worden uitgelegd dat de videotuners niet kunnen worden aangemerkt als producten die worden ingebouwd in een automatische gegevensverwerkende machine. Het middel betoogt in dit verband dat de bestemming van de videotuners – gebruik in of met behulp van een personal computer, waarbij de videotuners niet werken zonder dat de bijbehorende software is geïnstalleerd – moet meebrengen dat zij worden ingedeeld in postonderverdeling 8528 71 11 van de GN.

2.4.1.

Post 8528 van de GN luidt – voor zover van belang - als volgt:

“8528 Monitors en projectietoestellen, niet uitgerust met ontvangtoestel voor televisie; ontvangtoestellen voor televisie, ook indien met ingebouwd ontvangtoestel voor radio-omroep of toestel voor het opnemen of weergeven van geluid of van beelden:

(…)

- ontvangtoestellen voor televisie, ook indien met ingebouwd ontvangtoestel voor radio-omroep of toestel voor het opnemen of weergeven van geluid of van beelden:

8528 71 - - niet ontworpen om een beeldscherm of een videoscherm te bevatten:

- - - videotuners:

8528 71 11 - - - - elektronische assemblages voor inbouw in een automatische gegevensverwerkende machine

(…)

8528 71 19 - - - - andere

(…)”.

2.4.2.

Het is vaste rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie dat de betekenis en de draagwijdte van begrippen waarvoor het recht van de Europese Unie geen definitie geeft, moeten worden bepaald in overeenstemming met hun in de omgangstaal gebruikelijke betekenis, met inachtneming van de context waarin zij worden gebruikt en de doeleinden die worden beoogd door de regeling waarvan zij deel uitmaken (zie HvJ 22 november 2012, Digitalnet OOD e.a., gevoegde zaken C-320/11, C-330/11, C-382/11 en C-383/11, ECLI:EU:C:2012:745, punt 38 en de aldaar aangehaalde rechtspraak).

2.4.3.

Rekening houdend met andere taalversies van postonderverdeling 8528 71 11 van de GN, waaronder de versies die zijn weergegeven in de onderdelen 6.21 tot en met 6.24 van de conclusie van de Advocaat-Generaal, is redelijkerwijs niet voor twijfel vatbaar dat de zinsnede “elektronische assemblages voor inbouw in een automatische gegevensverwerkende machine” aldus moet worden uitgelegd dat de assemblage duurzaam moet zijn verbonden met een automatische gegevensverwerkende machine.

Het Hof heeft geoordeeld dat het aansluiten van de videotuners op de USB-poort of het ExpressCard slot van een personal computer en ook het verwijderen van de videotuners daaruit zonder noemenswaardige moeite of technische kennis van de gebruiker mogelijk is. Voorts heeft het Hof geoordeeld dat de behuizing van de videotuners bescherming biedt tijdens het (wisselende) gebruik en transport.

In deze oordelen ligt besloten het oordeel dat de aansluiting van de videotuners op een personal computer – door middel van een daarin ingebouwde USB-poort of ingebouwd ExpressCard slot – niet een duurzame verbinding vormt met die personal computer. Het oordeel van het Hof dat de videotuners niet kunnen worden aangemerkt als een elektronische assemblage als bedoeld in postonderverdeling 8528 71 11 van de GN is juist.

2.4.4.

De indelingsverordening die ziet op “een printkaart waarop verschillende geïntegreerde schakelingen en andere elektronische componenten zijn aangebracht” noopt – naar redelijkerwijs evenmin voor twijfel vatbaar is - niet tot een ander oordeel. Naar ook het middel erkent, betreft het hier niet een identiek goed. Evenmin betreft het een goed dat met het oog op de tariefindeling vanwege de objectieve kenmerken en eigenschappen als gelijksoortig aan de videotuners moet worden aangemerkt, reeds omdat de videotuners niet enkel bestaan in printkaarten waarop verschillende geïntegreerde schakelingen en andere elektronische componenten zijn aangebracht, maar zijn voorzien van een behuizing en een USB interface respectievelijk een ExpressCard interface.

2.4.5.

Gelet op hetgeen hiervoor in 2.4.3 en 2.4.4 is overwogen, faalt het middel.

3 Proceskosten

De Hoge Raad acht geen termen aanwezig voor een veroordeling in de proceskosten.

4 Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie ongegrond.

Dit arrest is gewezen door de vicepresident J.A.C.A. Overgaauw als voorzitter, en de raadsheren D.G. van Vliet, E.N. Punt, L.F. van Kalmthout en M.E. van Hilten, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier E. Cichowski, en in het openbaar uitgesproken op 4 november 2016.