Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2016:2455

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
01-11-2016
Datum publicatie
01-11-2016
Zaaknummer
14/06261
Formele relaties
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2016:1043, Gedeeltelijk contrair
In cassatie op : ECLI:NL:GHDHA:2014:3848, (Gedeeltelijke) vernietiging met terugwijzen
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Cassatie
Inhoudsindicatie

Islamitisch huwelijk vóór burgerlijk huwelijk. Imam verricht vijf islamitische huwelijksplechtigheden voordat partijen hem hebben doen blijken dat hun huwelijk t.o.v. de ambtenaar van de burgerlijke stand is voltrokken, art. 449.1 Sr. 1. Falende bewijsklacht feit 2 “voordat partijen hem (…) hadden doen blijken dat hun huwelijk ten overstaan van de ambtenaar van de burgerlijke stand was voltrokken”. 2. Slagende bewijsklachten feiten 4 en 5 “voordat partijen hem (…) hadden doen blijken dat hun huwelijk ten overstaan van de ambtenaar van de burgerlijke stand was voltrokken”.

Ad 1. Aangevoerd wordt dat de gebezigde b.m. de met de bewezenverklaring onverenigbare mogelijkheid openlaten dat partijen in het buitenland of t.o.v. een diplomatieke of consulaire ambtenaar zijn gehuwd en dat zij vóór de islamitische huwelijkssluiting een bewijsstuk daarvan aan verdachte hebben overgelegd. Daargelaten dat de aldus geopperde mogelijkheid een onderzoek van feitelijke aard vergt waarvoor in cassatie geen plaats is, stuit het middel reeds af op de omstandigheid dat uit het p-v van de tz. in h.b. niet blijkt dat aldaar door of namens verdachte is aangevoerd dat hem daadwerkelijk zo’n bewijsstuk is overgelegd.

Ad 2. Aangezien het onder 4 en 5 bewezenverklaarde, v.zv. telkens inhoudende dat verdachte "voordat partijen hem (...) hadden doen blijken dat hun huwelijk ten overstaan van de ambtenaar van de burgerlijke stand was voltrokken" enige godsdienstige plechtigheid daartoe betrekkelijk heeft verricht, niet z.m. kan worden afgeleid uit de door het Hof gebezigde b.m., is de bestreden uitspraak niet naar de eis der wet met redenen omkleed. CAG: anders t.a.v. afdoening slagende bewijsklachten.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
RvdW 2016/1138
NJB 2016/2072
Module Burgerlijke stand en landeninformatie 2017/4985
RFR 2017/27
SR-Updates.nl 2016-0402 met annotatie van J.H.J. Verbaan
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

1 november 2016

Strafkamer

nr. S 14/06261

ABO/CeH

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof Den Haag van 14 november 2014, nummer 22/004839-13, in de strafzaak tegen:

[verdachte] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1964.

1 Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft S.J. van der Woude, advocaat te Amsterdam, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De Advocaat-Generaal A.E. Harteveld heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

De raadsman heeft daarop schriftelijk gereageerd.

2 Bewezenverklaring en gebezigde bewijsmiddelen

2.1.

Het Hof heeft ten laste van de verdachte onder meer bewezenverklaard dat:

"2. hij op een tijdstip in of omstreeks de periode van 5 juli 2011 tot en met 27 december 2011 te 's-Gravenhage, als bedienaar van een godsdienst, voordat partijen hem, verdachte, hadden doen blijken dat hun huwelijk ten overstaan van de ambtenaar van de burgerlijke stand was voltrokken, enige godsdienstige plechtigheid daartoe betrekkelijk heeft verricht, hebbende hij, verdachte, in de functie van imam (in de As-Soenah moskee) een tot de islamitische huwelijkssluiting strekkend document ondertekend en daartoe strekkende handelingen verricht, betrekking hebbend op het huwelijk tussen partijen:

- [betrokkene 1] en [betrokkene 2] ;

(...)
4. hij op een tijdstip in of omstreeks de periode van 5 juli 2011 tot en met 27 december 2011 te 's-Gravenhage, als bedienaar van een godsdienst, voordat partijen hem, verdachte, hadden doen blijken dat hun huwelijk ten overstaan van de ambtenaar van de burgerlijke stand was voltrokken, enige godsdienstige plechtigheid daartoe betrekkelijk heeft verricht, hebbende hij, verdachte, in de functie van imam (in de As-Soenah moskee) een tot de islamitische huwelijkssluiting strekkend document ondertekend en daartoe strekkende handelingen verricht, betrekking hebbend op het huwelijk tussen partijen:

- [betrokkene 3] en [betrokkene 4] document 15;

5. hij op een tijdstip in of omstreeks de periode van 5 juli 2011 tot en met 27 december 2011 te 's-Gravenhage, als bedienaar van een godsdienst, voordat partijen hem, verdachte, hadden doen blijken dat hun huwelijk ten overstaan van de ambtenaar van de burgerlijke stand was voltrokken, enige godsdienstige plechtigheid daartoe betrekkelijk heeft verricht, hebbende hij, verdachte, in de functie van imam (in de As-Soenah moskee) een tot de islamitische huwelijkssluiting strekkend document ondertekend en daartoe strekkende handelingen verricht, betrekking hebbend op het huwelijk tussen partijen:

- [betrokkene 5] en [betrokkene 6] ."

2.2.

Deze bewezenverklaring steunt op de volgende bewijsmiddelen:

"1. De verklaring van de verdachte.

a. De verdachte heeft ter terechtzitting in eerste aanleg van 4 november 2013 verklaard -zakelijk weergegeven-:

Als mijn handtekening op de akte staat, dan was ik erbij. (...) Mijn handtekening staat op de akte van [betrokkene 1] en [betrokkene 2] . (...) De akte van [betrokkene 3] en [betrokkene 4] heb ik ook ondertekend.

Ik heb de akte op pagina 64 van het dossier ondertekend. Ik dien de islam en de moslims. Ik bied hen mijn diensten aan. Als mensen bij mij komen omdat het voor hun gevoel beter is om getrouwd te zijn, dan geef ik ze goedkeuring. [betrokkene 3] en een Marokkaanse vrouw waren bij mij voor goedkeuring door de islam voor hun manier van leven.

b. De verdachte heeft ter terechtzitting in hoger beroep van 31 oktober 2014 verklaard -zakelijk weergegeven-:

Ik weet dat er in Nederland eerst een burgerlijk huwelijk dient plaats te vinden voordat er andere, godsdienstige handelingen worden verricht. Ik heb het wetsartikel laten vertalen. Het klopt dat ik de in de tenlastelegging genoemde aktes heb geschreven en ondertekend.

2. Een proces-verbaal verhoor aangever d.d. 13 juni 2012 van de politie Haaglanden, District Den Haag/Centrum, met Pv-nummer: PL1513 2012114073-3. Dit proces-verbaal houdt onder meer in -zakelijk weergegeven- (blz. 10-12):

als de op 13 juni 2012 afgelegde verklaring van [betrokkene 7] : Ik ben bestuursvoorzitter van de stichting As-Soenali. Vanaf 1998 maakte [verdachte] als bestuurslid deel uit van de Stichting. Hij was naast bestuurslid ook sinds 2006 in dienst van de Stichting als geestelijk verzorger.

(...)

6. Een geschrift, te weten een in het Arabisch gesteld document van een islamitische huwelijkssluiting d.d. 5 juli 2011 tussen [betrokkene 1] (geboren [geboortedatum] 1973) en [betrokkene 2] (geboren [geboortedatum] 1987) en de Nederlandse vertaling daarvan.

Het houdt onder meer in -zakelijk weergegeven- (blz. 34-36):

Op 5 juli 2011 is voor mijn handen, ik [verdachte] , imam en predikant van de Soennah Moskee in de stad Den Haag in Nederland in de moskee As-Soennah, gelegen te Den Haag, uitgesproken een huwelijksovereenkomst waarvan de teneur:
In het huwelijk is getreden (naam echtgenoot):
[betrokkene 1] , geboren [geboortedatum] 1973 te [geboorteplaats] met (naam echtgenote): [betrokkene 2] , ongehuwd/dochter van [betrokkene 8] , geboren op [geboortedatum] 1987 te [geboorteplaats] op basis van een bruidsgave ten bedrage van duizend euro; een islamitisch religieusrechtelijk huwelijk op basis van Gods boek en de traditie van zijn profeet, Gods gebed en vrede zijn met hem, na geldige aanzoek en aanvaarding door [betrokkene 1] en haar huwelijksvoogd [verdachte] .

7. Een geschrift (blz. 105), te weten een uittreksel basisadministratie met burgerlijke staat, van 14 augustus 2013, betreffende [betrokkene 1] , geboren op [geboortedatum] 1973. Het houdt onder meer in -zakelijk weergegeven-:

Burgerlijke staat: in de gemeentelijke basisadministratie van de gemeente 's-Gravenhage zijn géén gegevens omtrent huwelijk geregistreerd.

8. Een geschrift (blz. 106), te weten een uittreksel basisadministratie met burgerlijke staat, van 14 augustus 2013, betreffende [betrokkene 2] , geboren op [geboortedatum] 1987.

Het houdt onder meer in -zakelijk weergegeven-:

Burgerlijke staat: in de gemeentelijke basisadministratie van de gemeente 's-Gravenhage zijn géén gegevens omtrent huwelijk geregistreerd.

(...)

11. Een geschrift, te weten een in het Arabisch gesteld document van een islamitische huwelijkssluiting d.d. 27 december 2011 tussen [betrokkene 3] (geboren [geboortedatum] 1952) en [betrokkene 4] (geboren [geboortedatum] 1957) en de Nederlandse vertaling daarvan.

Het houdt onder meer in -zakelijk weergegeven- (blz. 53-55):

Op 27 december 2011 uur is voor mijn handen, ik [verdachte] , imam en predikant van de Soennah Moskee in de stad Den Haag in Nederland in de moskee As-Soennah, gelegen te Den Haag uitgesproken een huwelijksovereenkomst waarvan de teneur:

In het huwelijk is getreden (naam echtgenoot):
[betrokkene 3] , geboren [geboortedatum] 1952 te [geboorteplaats] met (naam echtgenote): [betrokkene 4] , ongehuwd/dochter van [betrokkene 9] , geboren op [geboortedatum] 1957 te [geboorteplaats] op basis van een bruidsgave ten bedrage van tweehonderd euro;

een islamitisch religieusrechtelijk huwelijk op basis van Gods boek en de traditie van zijn profeet, Gods gebed en vrede zijn met hem, na geldige aanzoek en aanvaarding door ... en haar huwelijksvoogd ...

12. Een proces-verbaal verhoor getuige d.d. 22 juli 2013 van de politie Haaglanden, District Den Haag/Centrum, met Pv-nummer: PL1513 2012114073-13. Dit proces-verbaal houdt onder meer in -zakelijk weergegeven- (blz. 91):

Ik heb in augustus/september 2011 via internet een vrouw ontmoet. Haar naam is [betrokkene 4] . Na vier maanden wilde zij trouwen. Zij is naar Nederland gekomen. Een vriendin van [betrokkene 4] is naar de Imam gegaan in Den Haag. De Imam heet [verdachte] (fonetisch). Er waren nog drie mensen want je moet twee getuigen hebben. We mochten pas samenwonen of seks hebben als we getrouwd waren. Ik weet dat er geen juridische waarde aan zit. Na een week is [betrokkene 4] teruggegaan naar Marokko. We zijn ongeveer vijftien dagen getrouwd geweest.

13. Een geschrift, te weten een in het Arabisch gesteld document van een islamitische huwelijkssluiting d.d. 8 december 2011 tussen [betrokkene 5] (geboren [geboortedatum] 1962) en [betrokkene 6] (geboren [geboortedatum] 1970) en de Nederlandse vertaling daarvan.

Het houdt onder meer in -zakelijk weergegeven- (blz. 64-66):
Op 8 december 2011 is voor mijn handen, ik [verdachte] , imam en predikant van de Soennah Moskee in de stad Den Haag in Nederland in de moskee As-Soennah, gelegen te Den Haag uitgesproken een huwelijksovereenkomst waarvan de teneur:

In het huwelijk is getreden (naam echtgenoot):

[betrokkene 5] , geboren [geboortedatum] 1962 te [geboorteplaats] met (naam echtgenote): [betrokkene 6] , eerder gehuwd geweest, dochter van [betrokkene 9] , geboren op [geboortedatum] 1970 te [geboorteplaats] op basis van een bruidsgave ten bedrage van duizend euro;

een islamitisch religieusrechtelijk huwelijk op basis van Gods boek en de traditie van zijn profeet, Gods gebed en vrede zijn met hem, na geldige aanzoek en aanvaarding door [betrokkene 5] en haar huwelijksvoogd [verdachte] .

14. Een proces-verbaal verhoor getuige d.d. 21 april 2013 van de politie Haaglanden, District Den Haag/Centrum, met Pv-nummer: PL1513 2012114073-12. Dit proces-verbaal houdt onder meer in -zakelijk weergegeven- (blz. 86):

Wij zijn 12 december 2011 in het Nederlandse huwelijk getreden.

(...)"

3 Beoordeling van het eerste middel

3.1.

Het middel klaagt over de motivering van de bewezenverklaring van feit 2 voor zover inhoudende "voordat partijen hem (...) hadden doen blijken dat hun huwelijk ten overstaan van de ambtenaar van de burgerlijke stand was voltrokken".

3.2.

Het middel voert aan dat de door het Hof gebezigde bewijsmiddelen de met de bewezenverklaring onverenigbare mogelijkheid openlaten dat partijen in het buitenland of ten overstaan van een diplomatieke of consulaire ambtenaar zijn gehuwd en dat zij vóór de islamitische huwelijkssluiting een bewijsstuk daarvan aan de verdachte hebben overgelegd.

3.3.

Daargelaten dat de aldus geopperde mogelijkheid een onderzoek van feitelijke aard vergt waarvoor in cassatie geen plaats is, stuit het middel reeds af op de omstandigheid dat uit het proces-verbaal van de terechtzitting in hoger beroep niet blijkt dat aldaar door of namens de verdachte - hoewel zulks op zijn weg had gelegen - ten verwere is aangevoerd dat hem daadwerkelijk zo een bewijsstuk is overgelegd.

3.4.

Het middel faalt.

4 Beoordeling van het derde en het vierde middel

4.1.

De middelen klagen over de motivering van de bewezenverklaring van de feiten 4 en 5 voor zover inhoudende "voordat partijen hem (...) hadden doen blijken dat hun huwelijk ten overstaan van de ambtenaar van de burgerlijke stand was voltrokken".

4.2.

Aangezien het onder 4 en 5 bewezenverklaarde, voor zover telkens inhoudende dat de verdachte "voordat partijen hem (...) hadden doen blijken dat hun huwelijk ten overstaan van de ambtenaar van de burgerlijke stand was voltrokken" enige godsdienstige plechtigheid daartoe betrekkelijk heeft verricht, niet zonder meer kan worden afgeleid uit de door het Hof gebezigde bewijsmiddelen, is de bestreden uitspraak niet naar de eis der wet met redenen omkleed.

4.3.

De middelen zijn terecht voorgesteld.

5 Beoordeling van de overige middelen

De middelen kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81, eerste lid, RO, geen nadere motivering nu de middelen niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

6 Slotsom

Nu de Hoge Raad geen grond aanwezig oordeelt waarop de bestreden uitspraak ambtshalve zou behoren te worden vernietigd, brengt hetgeen hiervoor is overwogen mee dat als volgt moet worden beslist.

7 Beslissing

De Hoge Raad:

vernietigt de bestreden uitspraak maar uitsluitend wat betreft de beslissingen ter zake van het onder 4 en 5 tenlastegelegde;

wijst de zaak terug naar het Gerechtshof Den Haag, opdat de zaak in zoverre op het bestaande hoger beroep opnieuw wordt berecht en afgedaan;

verwerpt het beroep voor het overige.

Dit arrest is gewezen door de vice-president A.J.A. van Dorst als voorzitter, en de raadsheren J. de Hullu en E.F. Faase, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 1 november 2016.