Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2016:243

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
16-02-2016
Datum publicatie
17-02-2016
Zaaknummer
14/05633
Formele relaties
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2015:2678, Gevolgd
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Cassatie
Inhoudsindicatie

Medeplegen. ’s Hofs bewijsvoering biedt onvoldoende grond voor diens oordeel dat verdachte zo nauw en bewust met een ander heeft samengewerkt dat, zoals is bewezenverklaard, sprake is van tezamen en in vereniging met een ander bewerken en verwerken van hennep. T.a.v. verdachtes rol daarbij kan uit de bewijsvoering niet meer worden afgeleid dan dat hij in dat verband ervan op de hoogte was dat de medeverdachte de hennep bewerkte en verwerkte in het door verdachte gehuurde pand van het autobedrijf, van welk bedrijf verdachte tezamen met medeverdachte vennoot was.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
SR-Updates.nl 2016-0093
SR-Updates.nl 2016-0113
RvdW 2016/324
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

16 februari 2016

Strafkamer

nr. S 14/05633

LBS/IF

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Arnhem, van 14 oktober 2014, nummer 21/003980-10, in de strafzaak tegen:

[verdachte] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1981.

1 Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft R.J. Baumgardt, advocaat te Spijkenisse, bij schriftuur een middel van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De Advocaat-Generaal T.N.B.M. Spronken heeft geconcludeerd tot vernietiging van het bestreden arrest en tot terugwijzing van de zaak naar het Gerechtshof teneinde op het bestaande hoger beroep opnieuw te worden berecht en afgedaan.

2. Beoordeling van het middel

2.1.

Het middel klaagt dat de bewezenverklaring van het in de zaak met parketnummer 16/601353-09 tenlastegelegde "medeplegen" niet uit de gebezigde bewijsmiddelen kan worden afgeleid.

2.2.1.

Ten laste van de verdachte is in voormelde zaak bewezenverklaard dat:

"hij in de periode van 1 juli 2009 tot en met 21 december 2009 te Amersfoort, tezamen en in vereniging met een ander opzettelijk heeft bewerkt en verwerkt, in een pand aan [b-straat 1] een hoeveelheid van (in totaal) ongeveer 27.877 gram hennep en/of hennepplanten en/of delen daarvan, zijnde hennep een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II, en ongeveer 5.950 gram hasjiesj, zijnde hasjiesj een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II."

2.2.2.

Deze bewezenverklaring steunt, voor zover in cassatie van belang, op de volgende bewijsmiddelen:

"1. Het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van bevindingen (p. 430-442), inhoudende - zakelijk weergegeven - het relaas van verbalisant:

Op 30 november 2009 kreeg ik van mijn netwerkpartner bij Eneco een melding, dat er een zeer hoog stroomverbruik was geconstateerd op het adres [b-straat 1] te Amersfoort. Alhier is een autobedrijf gevestigd, genaamd [B]. (...) Ik heb daar navraag gedaan bij de Kamer van Koophandel. Ik kreeg van de Kamer van Koophandel antwoord en wel:

Naam: [B] V.O.F.

Oprichting: 14-6-2005

Werkzame personen: 2

Vennoten: [verdachte], geboren op [geboortedatum]-1981

[medeverdachte 2], geboren op [geboortedatum]-1970.

Het is mij ambtshalve bekend, dat [medeverdachte 2] eigenaar is van coffeeshop [A], gevestigd aan de [c-straat 1] te Amersfoort. Op 21 december 2009, ben ik samen met mijn collega's ter plaatse gegaan [b-straat 1] te Amersfoort. Ik zag, dat [verdachte] om omstreeks 16.30 aan kwam rijden. Hij stapte uit en liep vervolgens naar de voordeur van het pand, alwaar wij inmiddels allen stonden. Ik stelde mijzelf voor en legitimeerde mij. Ik deelde hem mede, dat er een extreem hoog stroomverbruik was geconstateerd door Eneco, in combinatie met de medevennoot [medeverdachte 2], en het feit, dat er nooit beweging bij het pand werd gezien, reden genoeg was om even binnen te komen kijken, omdat er mogelijk sprake was van een hennepkwekerij. Ik hoorde hem vervolgens zeggen, dat hij ons allen uitnodigde om vrijwillig binnen in het pand te komen kijken. Na opening van deze deur roken wij meteen een zeer forse wietlucht het pand uitkomen. Ik zag op de begane grond een 7-tal personenauto's staan in een opstelling als zijnde voor de verkoop. In het pand roken wij allen een zeer sterke wietlucht. Wij verspreidden ons over de eerste en tweede verdieping. Collega [verbalisant 4] ging verder het gesprek aan met [verdachte]. Ik ben vervolgens met mijn collega [verbalisant 5] naar de eerste verdieping gelopen. Ik zag, dat aan de voorzijde een soort kantoor was gevestigd en dat er achterin een grote bar stond, met daarnaast een klein keukenblok. Ik zag, dat op de bar een digitale weegschaal stond. Ik rook daar tevens een zeer forse wietlucht. Ik zag, voor de bar een aantal dozen staan met daarin tientallen gebruikte sealbags, plastic tassen, bigshoppers, enz. Ik zag, dat in alle genoemde zakken restanten zaten van henneptoppen. Ik zag, dat dit geheel duidde op een verwerking, en handel in hennepproducten. Ik vroeg hem, wat hier, bij de bar, aan de hand was en wat hier voor activiteiten plaatsvonden. Ik hoorde de verdachte zeggen, dat zijn compagnon [medeverdachte 2], een coffeeshop heeft genaamd [A] te Amersfoort. De verdachte zei, dat [medeverdachte 2] hier in het pand zijn hennep en hasj verwerkte, omdat hij dat niet meer in de coffeeshop durfde te doen en wel om redenen, dat hij bang was voor een eventuele overval. Ik zag, voorts, dat voor de bar een zwarte tas stond, welke vol zat met allerlei soorten Euromunten. Ik zag, dat onder de bar een kleine zwarte kluis stond. Ik vroeg de verdachte, of hij de kluis wilde openen, hetgeen hij vervolgens deed. Na opening van de kluis zag ik, dat er een 11-tal blokken hasj in lagen, van elk een afzonderlijke grootte. Ik hoorde even later mijn collega [verbalisant 6], die nog beneden tussen de auto's liep, zeggen, dat het in de hoek, aan de achterzijde van het pand, erg stonk naar wiet. Ik ben vervolgens, samen met collega [verbalisant 5], weer naar beneden gelopen en liep in de richting van collega [verbalisant 6]. Ik rook inderdaad achterin de loods een forse wietlucht. Collega [verbalisant 4] is samen met de verdachte boven gebleven. Wij roken in de buurt van de aldaar staande 3 Mercedessen, en een Lancia een zeer sterke wietlucht. Wij zagen geen andere ruimte in de loods, en ook geen kruipruimte en hadden nu het zeer sterke vermoeden, dat er in de personenauto's henneptoppen lagen. Wij roken aan de naden van de kofferbakken en roken nu een zeer sterke wietlucht. Ik deelde de verdachte mede, dat wij een zeer sterke wietlucht roken bij de genoemde auto's. Ik hoorde de verdachte zeggen, dat dit klopte en wel, omdat er in de kofferbakken van de 3 Mercedessen en de Lancia zakken met henneptoppen en hasj lagen. Ik hoorde hem voorts, zeggen, dat de hennep en hasj bij de bar werden gewogen en verpakt, om later te worden verkocht in coffeeshop [A] te Amersfoort. Ik vroeg hem, of bij de kofferbakken van alle auto's ter plaatse wilde openmaken. Dat wilde hij doen, en pakte vervolgens de sleutels van alle auto's. Nadat hij alle auto's had opengemaakt, vroeg ik hem, of hij ook de kofferbakken van de 3 Mercedessen en Lancia wilde openen. Dat deed hij ook meteen. Nadat hij deze kofferbakken had opengemaakt, zag ik, dat in alle vier de kofferbakken een grote hoeveelheid henneptoppen en hasj lag. Ik zag, dat dit op verschillende manieren was ingepakt en wel in sealbags, vuilniszakken, strijkzakken, big shoppers en plastic tassen.

2. Het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van bevindingen (p. 448-452), inhoudende - zakelijk weergegeven - het relaas van verbalisant:

Op maandag 21 december 2009, omstreeks 16.35 uur, vond er met toestemming van de huurder [verdachte] een doorzoeking plaats in een bedrijfspand aan de [b-straat 1] te Amersfoort. De [b-straat 1] te Amersfoort betreft een bedrijfspand gelegen op industrieterrein Calveen. In dit bedrijfspand is blijkens de Kamer van Koophandel [B] V.O.F. gevestigd. Het pand is via de voordeur te betreden. Naast de voordeur bevindt zich een roldeur. Het pand bestaat uit een begane grond waar diverse auto's geparkeerd stonden. Vervolgens is het met een trap mogelijk naar de eerste verdieping te gaan. Op de eerste verdieping bevindt zich aan de rechterzijde een bar met weegapparatuur en daaronder een kluis. Aan de linkerzijde bevindt zich kantoorruimte, bestaande uit onder andere een bureau met computer en daarachter twee kasten. De huurder gaf volledig op te zijn genaamd: [verdachte], geboren op [geboortedatum] 1981. Bij het betreden van het pand was een sterkte hennepgeur aanwezig. Hierop zijn wij naar boven, naar de bar gelopen.

Barruimte:

Indien vanaf de begane grond, met de trap, de eerste verdieping betreden wordt, bevindt er zich rechts een bar, met hierbij diverse stoelen. Onder deze bar werd een kluis aangetroffen. [verdachte] voornoemd gaf toestemming om in deze kluis te kijken. Hij opende hiertoe zelf de kluis. In de kluis werden de volgende goederen aangetroffen en inbeslaggenomen: 11 plakken vermoedelijk hasj, welke respectievelijk een gewicht hadden van 260 gram, 2x 255 gram, 245 gram, 125 gram, 55 gram, 3x 50 gram, 35 gram en 10 gram. Op de bar stond een digitale weegschaal. Deze weegschaal werd tevens inbeslaggenomen.

Hierop hoorde ik [verdachte] voornoemd zeggen dat er beneden in de kofferbakken van vier personenauto's softdrugs aanwezig was. Tevens verklaarde hij tegen collega [verbalisant 5] dat hij toestemming gaf tot het doorzoeken van de auto's. Hierop werden de auto's op de begane grond doorzocht. Tijdens deze doorzoeking werden de navolgende voorwerpen aangetroffen en inbeslaggenomen: (...)

5. Het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal Uitslag sporenonderzoek (p. 563), inhoudende - zakelijk weergegeven - het relaas van verbalisant:

Het betreft een onderzoek in de zaak: Adres: [b-straat 1] Amersfoort. Datum onderzoek: 21 december 2009. Spoor aangetroffen op: verpakkingsmateriaal. SIN nummer spoor: AABX4051NL (staat in het proces-verbaal van sporenonderzoek onder nummer AABQ2871NL (het hof begrijpt: AABQ2817NL)). Uit het Rapport Dactyloscopisch Sporenonderzoek blijkt dat het spoor geïdentificeerd is op:

Achternaam: [achternaam verdachte]

Voornaam: [voornaam verdachte]

Geboortedatum: [geboortedatum]-1981

(...)

7. Het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van verhoor (p. 103-104), inhoudende - zakelijk weergegeven - de verklaring van [medeverdachte 2]:

U liet mij foto's zien van inbeslaggenomen goederen op het adres [b-straat 1] in Amersfoort. U vraagt mij wat ik daarvan weet.
Ik heb samen met [verdachte] een autobedrijf. Dat bedrijf heet [B] v.o.f. en is gevestigd aan de [b-straat 1] in Amersfoort. [verdachte] en ik zijn eigenaar (vennoot) van dit bedrijf.

8. Het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van verhoor (p. 105-109), inhoudende - zakelijk weergegeven - de verklaring van [medeverdachte 2]:

Van wie is de kluis in [B]?

Van het bedrijf. [verdachte] en ik hebben allebei een sleutel van de kluis."

2.3.

In zijn arrest van 2 december 2014, ECLI:NL:HR:2014:3474 heeft de Hoge Raad enige algemene overwegingen over het medeplegen gegeven, in het bijzonder gericht op de afbakening tussen medeplegen en medeplichtigheid en meer in het bijzonder met het oog op gevallen waarin het medeplegen niet bestaat in gezamenlijke uitvoering. Voor de kwalificatie medeplegen is vereist dat sprake is van nauwe en bewuste samenwerking. Die kwalificatie is slechts gerechtvaardigd als de bewezenverklaarde - intellectuele en/of materiële - bijdrage aan het delict van de verdachte van voldoende gewicht is.

Indien het tenlastegelegde medeplegen in de kern niet bestaat uit een gezamenlijke uitvoering, maar uit gedragingen die met medeplichtigheid in verband plegen te worden gebracht (zoals het verstrekken van inlichtingen, op de uitkijk staan, helpen bij de vlucht), rust op de rechter de taak om in het geval dat hij toch tot een bewezenverklaring van het medeplegen komt, in de bewijsvoering - dus in de bewijsmiddelen en zo nodig in een afzonderlijke bewijsoverweging - dat medeplegen nauwkeurig te motiveren. Bij de vorming van zijn oordeel dat sprake is van de voor medeplegen vereiste nauwe en bewuste samenwerking, kan de rechter rekening houden met onder meer de intensiteit van de samenwerking, de onderlinge taakverdeling, de rol in de voorbereiding, de uitvoering of de afhandeling van het delict en het belang van de rol van de verdachte, diens aanwezigheid op belangrijke momenten en het zich niet terugtrekken op een daartoe geëigend tijdstip.

2.4.

De bewijsvoering van het Hof biedt onvoldoende grond voor diens oordeel dat de verdachte zo nauw en bewust met een ander heeft samengewerkt dat, zoals is bewezenverklaard, sprake is van tezamen en in vereniging met een ander bewerken en verwerken van hennep. Ten aanzien van verdachtes rol daarbij kan uit de bewijsvoering niet meer worden afgeleid dan dat hij in dat verband ervan op de hoogte was dat de medeverdachte [medeverdachte 2] de hennep bewerkte en verwerkte in het door de verdachte gehuurde pand van het autobedrijf, van welk bedrijf de verdachte tezamen met [medeverdachte 2] vennoot was.

2.5.

Het middel is terecht voorgesteld.

3 Slotsom

Nu de Hoge Raad geen grond aanwezig oordeelt waarop de bestreden uitspraak ambtshalve zou behoren te worden vernietigd, brengt hetgeen hiervoor is overwogen mee dat als volgt moet worden beslist.

4 Beslissing

De Hoge Raad:

vernietigt de bestreden uitspraak, maar uitsluitend wat betreft de beslissingen ter zake van het in de zaak met parketnummer 16/601353-09 tenlastegelegde alsmede de strafoplegging;

wijst de zaak terug naar het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Arnhem, opdat de zaak in zoverre op het bestaande hoger beroep opnieuw wordt berecht en afgedaan;

verwerpt het beroep voor het overige.

Dit arrest is gewezen door de vice-president A.J.A. van Dorst als voorzitter, en de raadsheren J. de Hullu en A.L.J. van Strien, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 16 februari 2016.